SPRING BLUES
za. 15 mei 2010 - ECAUSSINNES

Sinds 1988 vindt in Ecaussines een hoogstaand muziekevenement plaats. Ieder jaar, in mei, vinden duizenden bezoekers uit België en de rest van de wereld hun weg naar het Spring Blues Festival. Goede sfeer, hoogstaande optredens, een exclusief programma... dat zijn de sleutelwoorden van dit festival.

Line Up en Tijdschema Spring Blues 2010

13.30: CHICAGO RED with CHICO & THE MOJO
14.30: RAY SCHINNERY
15.45: ERIC NODEN & JOE FILISKO
17.15: JOHNNIE BASSETT
19.15: MIKE MORGAN & THE CRAWL featuring LEE Mc BEE
21.15: THORBJØRN RISAGER
23.00: THE NIGHTHAWKS


Zie hier recente Rootstime recensies van de aantredende bands:

ERIC NODEN & JOE FILISKO

I.C. SPECIAL

De historische Illinois Central trein, die zo menig bluesartiest met handbagage vol dromen van Louisiana naar Chicago vervoerde, wordt hier muzikaal in herinnering gebracht. De bluesharp is het ideale instrument om de vaart van de wielen te evoceren. Die rol neemt harmonicaspeler Joe Filisko op zich met zijn Hohner Marine Bands. Als een eigentijdse reïncarnatie van Sonny Terry en Brownie McGhee trekken Joe en Eric met deze eerste track al zingend de akoestische trein in gang die hen tourend tot in Europa bracht. Na hun eerste Live cd als duo in 2006, vervolgen zij met deze I.C. Special hun gezamenlijke reis en hangen origineel materiaal aan de locomotief, want elk van beiden pende zowat de helft van de songs. Wie wat schreef moet je echter op hun website zoeken. Het geheel straalt authenticiteit uit met grotendeels countryblues die zowel aan vorige eeuw als aan vandaag doet denken, want sinds ‘O Brother, Where Art Thou’ is deze muziekvorm terug hip. In plaats van de ‘Fairfield Four’ zijn zij echter slechts met twee, maar hun ritmische songs met stomp, hokum en dartele blues zouden om het even welke soundtrack kunnen verrijken, waar het scenario het verhaal van Blind Blake, Bukka White of Son House vertelt. Eric Noden speelt dan ook gitaar op een wijze die invloeden van Rev. Gary Davis, Furry Lewis en Charley Patton verraadt. Hij geeft trouwens zelf les en is daarnaast nog in theaterproducties betrokken. In het verleden bracht hij ook meerdere solo Cd’s uit. Maar samen kunnen zij het blijkbaar erg goed vinden, wat je opvangt in hun samenspel. Zij wisselen ritmische songs af met hier en daar wat bluesy weemoed, bijvoorbeeld in ‘Made Me Lonesome’ of in ‘Me & Sonny’. In dat laatste doelt Eric Noden op zijn maat Filisko, die hij ludiek met de bijnaam Sonny Stovepipe heeft bedacht. Alle virtuoze bluesharpspelers dragen immers een ‘Sonny’ in hun naam. Met het leuke ‘Too Much Whiskey’ gaat het er dan weer vrolijk aan toe. Maar heel dit album is homogeen uitgewerkt. Beiden produceten trouwens samen dit album. En zoals de bluespioniers haalden zij hun inspiratie ook langs de kant van de weg, zittend in een berm langs beek of spoorlijn of wachtend op hun vliegtuig. Want in deze tijd hoeven zij gelukkig niet uit te kijken op een kruispunt hopend dat een tractor hen oppikt. Het vervoermiddel van toerende bluesmannen is inmiddels aangepast. Maar deze ‘I.C. Special’ is heel relaxt en kan om het even welke wachttijd aangenaam overbruggen.

JOHNNIE BASSETT

Na bijna tien jaar is Johnnie Bassett uiteindelijk terug met een merkwaardige nieuwe CD, "The Gentleman Is Back". Subtiliteit, swing en elegantie zijn opnieuw van de partij. Geboren in 1935 in Florida, waar hij bij haar grootmoeder gitaristen als Big Bill Broonzy, Arthur Crudup en Tampa Red zag optreden, verhuisde Johnnie al vroeg met zijn familie naar Detroit. Reeds als tiener trok hij op met pianist Joe Weaver & The Bluenotes en werkte als sessiemuzikant voor het label Fortune Records. Tijdens zijn lange carrière trad Johnnie op met befaamde artiesten als John Lee Hooker, Smokey Robinson en zelfs Jimi Hendrix. Op een unieke manier combineert Johnnie Bassett de jump blues met de Deltastijlen en alles wat hij speelt klinkt spontaan en authentiek.

THE GENTLEMAN IS BACK

Terugblikkend op de voorbije jaren, zou je denken dat het maken van een comeback de nieuwe trend is. Niet dat Johnnie Bassett ooit echt weg is geweest, maar als sessiemuzikant of sideman stond hij minder in de schrijnwerpers. Met het uitbrengen van dit album komt daar gelukkig weer verandering in. Geboren in 1935 in Florida, verhuisde Johnnie al vroeg met zijn familie naar Detroit. Hij leerde saxofoon en klarinet spelen en daarna gitaar. Reeds als tiener trok hij op met pianist Joe Weaver en diens The Bluenotes en werkte als sessiemuzikant voor het label Fortune Records. Na zijn legerdienst begeleidde hij in Seattle o.m. Johnnie ‘Guitar’ Watson en Tina Turner. Omstreeks 1965 startte hij in Detroit zijn eigen triocombo, maar bleef ook als sideman zijn diensten aanbieden. In 1992 kon je hem aantreffen in het Montreux/Detroit Jazz Festival, waarna hij ‘The Blues Insurgents’ oprichtte, die enkele albums uitbrachten. Orgelist/pianist Chris Codish en saxofonist Keith Kaminski maakten er deel van uit. Beiden spelen ook mee op dit album en produceten samen dit album. Daarin omringt Johnnie zich met oude en recente vrienden. De bluesman bleef immers al die tijd in clubs en jazzcafés spelen en deed al die jaren zijn album ‘I Gave My Life To The Blues’, uit 1996, eer aan. Met zijn jazzy stem en elegant gitaarspel roept hij de nachtelijke sfeer op van neonverlichte straten waar jazzclubs een magnetische aantrekkingskracht hebben op passerende bluesfans ongeacht de inkomprijs. Of het nu het soulvolle ‘A Woman’s Got Ways’ is, de melancholische ballade ‘Georgia’ of het meer up-tempo ‘Feeling Lucky’, in elke track hoor je Johnnie’s vertrouwdheid met de blues waarin het liefdesthema en nostalgische of zorgeloze mood elkaar afwisselen. Zoon en vader Codish schreven nagenoeg alle nummers en lijken de talenten van Bassett naar waarde in te schatten. De chemie met de andere artiesten pakt in alle richtingen. Ook ‘The Brothers Groove’ met Codish en drummer Skeeto Valdez en ‘The Motor City Horns’ met Kaminski en trompettist Mark Byerly zijn immers van de partij. De sfeervolle hoornarrangementen boeien of lokken aan als honing zoals in ‘Your Real Gitchieegumee’ of ‘I Love The Way You Look’. Enig probleem met zulk een kwaliteitsalbum is dat je er moeilijk een favoriet kan uitlichten, of het moest het stemmige ‘My Old Flame’ zijn. Soms denk je aan Ray Charles, soms aan Charles Brown of Robert Cray, soms aan Albert King, maar toch nog het meest aan de aimabele ‘Johnnie Bassett zelf. Dat aan dit album drie jaar voorbereiding vooraf ging zou je niet vermoeden, want zang, arrangementen, pianobegeleiding en solopartijen lijken zo vol en zuiver op elkaar afgestemd alsof alleen het intuïtieve van jarenlange vriendschap een rol speelde.

MIKE MORGAN & THE CRAWL featuring LEE Mc BEE

Het heeft heel lang geduurd, maar eindelijk is het gelukt… Na 13 jaar is Mike Morgan weer samen met zijn oude maat Lee Mc Bee herenigd voor een optreden op het Spring Blues Festival. In 1997 was hun optreden het absolute hoogtepunt van de tiende editie van het festival. Mike Morgan is één van de leidinggevende gitaristen in de hedendaagse Texaanse bluesscene. Zijn uiterst inventieve gitaarwerk, de onderlinge chemie en de speelse swing die zijn muziek kleuren zijn een must voor de liefhebbers van de Texas Shuffle Blues. Mike's beste kompaan, harmonicameester Lee Mc Bee, wordt algemeen aanzien als de beste blanke blueszanger van deze generatie.


STRONGER EVERY DAY

Mike Morgan is één van de leidinggevende gitaristen in de hedendaagse Texaanse bluesscène. De befaamde 'Texas Shuffle' is kenmerkend op al zijn platen en ontbreekt ook niet op zijn nieuwste plaat, "Stronger Every Day". Voor de mensen die Mike Morgan nog niet zo goed kennen: geboren in Dallas 30 November 1959, en opgegroeid in Hillsboro, Texas, luisterde in zijn jeugd veel naar otis Redding en Wilson Pickett. Later ZZ Top en AC/DC en realiseerde zich dat hij vooral aangetrokken was door de bluesy getinte songs. De kenmerkende ooglap heeft Morgan te danken aan een raceongeluk met zijn motor, toen de muziek nog op de achtergrond stond, maar spoedig raakte hij in de ban van grootheden als Steve Ray Vaughan, Anson Funderburgh en Ronnie Earl. Mike Morgan ontwikkelde toch zijn eigen stijl en richtte samen met Darell Nulisch the Crawl op in 1986. Darell had veel kennis van bluesmuziek en bracht Mike in kennis met de Chicago bluesscène. Al snel werd Mike Morgan and the Crawl één van de beste bands in Texas met zelf geschreven songs en covers die ze speelden met hun eigen geluid. Nadat Nulisch de band heeft verlaten gaat Mike op zoek naar een vervanger en die wordt gevonden in de persoon van Lee Mcbee, die bovendien ook nog mondharmonica speelt en The Crawl een nog voller geluid geeft. Na hun debuutalbum in 1990 "Raw Ready" volgen nog 5 albums. In 1994 maakt hij nog een tussenstop met Jim Suhler, de cd "Let The Dogs Run" staat bijna bij iedere bluesliefhebber in de kast. In 1999 kwam er een einde aan de samenwerking met Lee Mcbee die zijn eigen band formeerde, tijd voor Mike om voortaan zelf de vocals te gaan doen. De cd "Texas Man" (2000) was de eerste cd waarop Mike de vocals voor zijn rekening neemt. Gek genoeg was er van deze welhaast ultieme live-band nog geen ultieme live-registratie. "Live in Dallas" (2004) was dan de opvolger, opgenomen in Bootlegger's, Dallas, Texas, op 1 juni 2002. De opener "One Of A Kind" op deze CD spreekt meteen boekdelen, maar ook de overige nummers van de plaat knetteren uit de boxen. Ondanks verschillende bezettingswissels, staan ze er vandaag nog steeds. Want nu, een paar jaar verderop, hebben Mike Morgan and the Crawl vanzelfsprekend nog meer geoefend door de vele festivals en zodoende valt hun nieuwe CD, met de zeer toepasselijke titel, "Stronger Every Day", toch weer op door dat uiterst inventieve gitaarwerk, de onderlinge chemie en de speelse swing die de veertien swingende Rhythm & Blues nummers kleuren. Deze R & B formule vinden we hier terug op drievierde van de plaat. Acht jaar na zijn vertrek is zanger Lee Mcbee terug tegast op drie songs. Zo croont en stijgt hij over de Jimmie Vaughan-esque gitaaraanval op de bluesballade "Sweet Angel". Morgan demonstreert zijn vocale bekwaamheid in "You’re the One (I’ll Miss the Most)", waarbij hij tevens ook uitbundig harmonica speelt. Rootsrocker Randy McAllister neemt ook als gast vijf nummers voor zijn rekening, zoals de R&B klassieker "Where’s the Love". Alle songs zijn door Morgan geschreven behalve Gatemouth Brown’s "Okie Dokie Stomp", een intrumental met een Fabulous Thunderbirds gevoel. Ander instrumentaal nummer is "Funky Thang", een nummer dat meteen de funk van Freddie King naar boven haalt. Door de inbreng van Lee Mcbee en Randy McAllister op deze plaat kunnen we meer genieten van het geweldige gitaarwerk van Mike Morgan, hetgeen ook zijn invloed heeft op de rest van de band. Het resultaat is een CD die zich met gemak kan meten met de beste cd’s die Mike Morgan and the Crawl tot dusver maakten en die bovendien geldt als een van de hoogtepunten binnen het huidige aanbod van de Texas Blues.

THORBJØRN RISAGER

Met zijn verrassend sterke laatste CD "Track Records" bewijst de Deense Thorbjørn Risager dat hij tot de allergrootste leiders van de Europese bluesscene behoort. Hij bevestigt ook dat hij een zanger, gitarist en songwriter is van internationale klasse . Risager heeft een dijk van een stem, om 't op zijn Hollands te zeggen, en met zijn stevige 7-koppige band zorgt hij voor een onweerstaanbaar rhythm'n'blues vol originaliteit, power en feeling.

TRACK RECORD

Met de regelmaat van een klok, zowat jaarlijks, heeft de Deense bluesbelofte Thorbjorn Risager weer wat nieuw werk voor ons in petto. Zijn vijfde ondertussen, en vermits wij het geluk hadden hem vanaf het prille begin te volgen, want Rootstime is ondertussen ook al ruim vijf geworden, hebben wij zijn evolutie mooi kunnen volgen. Evolutie is misschien niet het juiste woord, want vanaf het prille begin stond Thorbjorn voor kwaliteit. Zijn stijl is ondertussen ook niet zo erg veel veranderd. Een ijzersterke, ruig klinkende stem, de vergelijking met Cocker en Ray Charles die we op zijn debuut-cd maakten, is ondertussen al dikwijls gemaakt in de muziekpers, en zijn zwart klinkende Rhythm & Blues songs geven die stem een mooi platform. Wat betreft zijn gitaarstijl kunnen we eerder van klassieke traditionele blues invloeden spreken en de blazers zijn voor zijn muziek bijna onmisbaar. Met de opener "Rock'n'Roll Ride" is de aandacht dadelijk vastgehouden, een prachtsong, en die stem..! Hier klinkt Risager een beetje als Roger Chapman ten tijde van Family. De oude Big Joe Williams klassieker "Baby, Please Don't Go" een veelgecoverde song krijgt hier zijn beste bewerking sinds Van Morrison in de jaren zestig met zijn groepThem deze song tot een monument omvormde. Vooral de blazers smukken het nummer op tot een sterk Rhythm & Blues nummer, en weer is er die ijzersterke stem. Heel sober, maar indringend is "Let's Go Down", met een bijna bezwerende hypnotische beat, die herinnert aan de worksong op de katoenplantages in de jaren dertig en veertig. Stevig rockend daarentegen is "You Walked Right In", met blazers die zo uit de Memphis/Stax winkel lijken te komen. Song voor song kan deze "Track Record" ons bekoren, de swing van "7 Steps To Heaven" of de mooie ballades als "Stand Beside Me" en afsluiter "Bells Of Joy", alles is van zeer hoog niveau. Thorbjorn Risager is nu eenmaal een Zanger, jawel, in zijn geval geschreven met een hoofdletter. Als gitarist is hij een man die weet wanneer hij wel moet soleren en wanneer het genoeg is, een gave die weinig gitaristen hebben. Die ingehouden kracht laat zijn gitaarspel schitteren wanneer het nodig is. Voeg daarbij een band die, vooral door de blazers, een solide R&B en soul backing geeft voor zijn meesterlijke stem, en je hebt een pracht van een plaat vol muzikale spanning van begin tot einde. We hebben hem nu reeds enkele malen bezig mogen zien, net als velen onder jullie denk ik, en net als zijn optredens is deze cd weer een voltreffer. Tijdens een interview na zo'n optreden een paar jaar geleden vertelde hij ons dat in Scandinavië vooral Finland het bluesland was...Vanaf nu schuift Denemarken toch weer enkele plaatsjes naar voren als je 't ons vraagt. Maak alvast maar plaats voor een échte "Voice Of Europe".

THE NIGHTHAWKS

The Nighthawks staan bekend als een van de betere blanke blues bands. Met hun swingende elektrische blues touren ze onafgebroken de wereld over, de zalen op hun kop zettend. Onder aanvoering van harmonicavirtuoos/zanger Mark Wenner bestaan ‘The Hawks’ inmiddels 37 jaar en spelen jaarlijks nog zo’n 250 concerten. De huidige bezetting met Paul Bell op gitaar, Johnny Castle op bas en Mark Stutso op drums wordt door pers en fans de hemel in geprezen. Op 15 mei worden The Nighthawks in Ecaussinnes geboekt voor één enkel Belgisch concert. Zeker niet te missen.

LAST TRAIN TO BLUESVILLE

Een bluesrockende band, die zowat vier decennia lang actief rondtoert en nog steeds blijft verrassen, het is niet elk Amerikaans bluesgroepje gegeven. Als blanke Chicago bluesband moet je dan ook nog optornen tegen je zwarte bluesbroeders of het vooroordeel dat je maar hun bleke neefjes bent. Het zal The Nighthawks een zorg wezen, want zij kunnen gewoon niet zonder hun blues. Al vanaf 1972 beten zij zich vast in hun muziek en tot heden houden zij stand. Jimmy Thackery ging inmiddels eind jaren tachtig zijn eigen weg, maar het kerngroepje met zanger Mark Wenner denkt er niet aan om te stoppen. Al besloot drummer Pete Regusa, op dit album nog present, om na 35 jaar trouw nu toch The Nighthawks te verlaten. The Nighthawks, soms ook nog een partyband genoemd omdat zij Live zo aanstekelijk het festivalvuur oppoken, kennen de Afro-Amerikaanse bluesklassiekers door en door. Maar zelfs bij het coveren van de allergrootsten, zoals Muddy Waters en Sonny Boy Williamson, behouden zij hun eigenheid op grond van hun samenhorig speelplezier. Opteren zij op festivalpodia gewoonlijk voor elektrische bluesrock, op dit album slaan zij een akoestische meer bluesy weg in, al zorgt de contrabas van Johnny Castle nog voor swingende ritmes, bijgestaan door Wenner’s gevarieerd en meesterlijk bluesharpspel. Alle nummers werden Live in één keer ingespeeld in de studio’s van de Sirius/XM Satellite Radio te Washington D.C. en behalve de drie covers van Muddy Waters, eren zij ook hun idolen Bo Diddley, Chuck Berry en James Brown, die bij het temperament van het groepje aansluiten. Het gipsy ‘Thirty Days’ met contrabas lonkt zelfs naar Django Reinhardt. Overigens heeft bassist Johnny Castle ook een gruizige bluesstem waar je verliefd op zou worden, in weerwil van zijn gezongen ‘You Don’t Love Me’, klassieker van Bo Diddley. Paul Bell zorgt met zijn gitaarspel voor de gevoelvolle noten, zoals in de bluesballade ‘Nineteen Years Old’. Muddy Waters’ ‘Can’t Be Satisfied’ met prachtige slidegitaar zou eveneens een verzoeknummer kunnen worden. Mogelijk kan ik het hun vanuit het publiek toeroepen, want op 15 mei staat deze groep als afsluitende bluesband op het Spring Blues Festival te Ecaussinnes geprogrammeerd. In plaats van akoestisch te spelen zullen zij daar ongetwijfeld hun elektrische instrumenten uitladen en samenvoegen, maar hun enthousiasme en liefde voor de Chicago blues en voortstuwende ritmes zal daar hoe dan ook bovendrijven.

INFO & TICKETS