THE GASLIGHTS – TEUTROCK – 23 DEC. 2007

THE PEE WEE ELLIS ASSEMBLY– FOYER DE SPIEGEL SINT- NIKLAAS – 20 DEC. 2007

JIM COFEY'S SOUL KITCHEN - BORDERLINE DIEST - 14 DEC. 2007

TOM RUSSELL - ABCLUB - 15 DEC. 2007

PJEIREBLUES - VILVOORDE - 15 DEC. 2007

MARTYN JOSEPH - MARIA THERESIACOLLEGE LEUVEN - 12 DEC 2007

MARK OLSON - HANDELSBEURS GENT - 01 DEC. 2007

EUGENE 'HIDEAWAY' BRIDGES - MUZIEKCAFE MEULENBERG MOL - 1 DEC. 2007

JULIE FELIX - TOOGENBLIK HAREN - 30 NOV. 2007

KURT WAGNER - STUK LEUVEN - 23 NOV 2007

GREAT LAKE SWIMMERS - AB BRUSSEL - 18 NOV. 2007

 


THE GASLIGHTS – TEUTROCK – 23 DEC. 2007

 

.

Wanneer ik Abigail Henderson, leadzangeres van “The Gaslights”, in het publiek ontwaar, met haar brilletje op de neus en haar blonde lokken opgestoken achter haar hoofd, heeft ze iets van een brave schooljuf. Maar duw deze eeuwig vriendelijke meid een gitaar in haar handen en zet ze op een podium, dan ontbindt ze haar duivels. Samen met haar wederhelft, Chris ”Telecastermaster” Meck, Glen Hockemeier on drums en vers element, bassist Mike Alexander, komen ze hun laatste album “16 Adresses” aan het Belgische publiek voorstellen. Van een kerstgeschenk gesproken… De beste en goedkoopste promotiecampagne voor een artiest is nog steeds een overtuigende liveprestatie. Misschien niet de eenvoudigste en minst vermoeiende manier, maar die personal merchandising werkt wel en er blijft nergens geld aan hebberige vingers plakken. Natuurlijk vergt dit de nodige zelfdiscipline, maar dat is blijkbaar geen probleem voor dit kwartet uit Kansas. Na een maand doorgedreven toeren, straalt de frisheid er nog steeds vanaf. “Toch tijd zat om te rusten tussen de gigs door”, beantwoordt Chris Meck mijn verbazing. Wie durft hier van rock’n roll circus spreken…integendeel, een doorwinterde profmentaliteit! Spijtig genoeg kreeg de organisatie gedurende gans de Gaslightset de podiummix niet in orde, wat voor de nodige echo en feedback zorgde in het monitoring system, tot soms grote ergernis van Abi. Een echte prof laat zich echter niet van de wijs brengen door een paar technische mankementen, en met het singlenummer van hun nieuwe cd, “Last Dollar”, zet de honky tonk er dadelijk flink de beuk in. Het daaropvolgende nummer “15 Hands” had niet misstaan op een wijlen Vaya Con Dios album en na het Southern Rockende titelnummer “Give It Back” en “Pretty Little Things” neemt Chris de zang over in “Still Around”, een nummer met een echte Neil Young shuffle. “W’re not about to do a Johnny Cash song”, grapt Abi bij het aankondigen van “Long Black Veil”, uit hun eerste album “Midwest Hotel”. Haar stem giert door merg en been en kan me live nog meer overtuigen dan op cd : klasse. We mogen even op adem komen met een ballad, “Red Dirt”, een song over down South, uit hun tweede album “Lines And Wires”, maar dan klettert de tele-twang van Chris de intro van “Texas” tegen onze trommelvliezen. Voor diegenen die nog steeds niet overtuigd zijn, haalt de band wat ouder kwaliteitswerk uit de kast zoals “One Night, Lines And Wires, Wicked Love en Gods,Guns,And Glory”. Het nieuw werk moet zeker niet het onderspit delven, want persoonlijk vind ik “16 Adresses” hun beste album ooit. Het talrijk opgekomen publiek op de nieuwe Teutrock-versie kan dit grandioos stukje rootsrock-Americana wel pramen en de reacties zijn unaniem positief. De Belgische en Nederlandse country-rootsrockers liggen al aan hun voeten: com’on Gaslights, hit for America!

.

Blowfish

 


THE PEE WEE ELLIS ASSEMBLY– FOYER DE SPIEGEL SINT- NIKLAAS – 20 DEC. 2007

.

Het concertseizoen loopt op zijn laatste pootjes, maar toch staan er zo net voor de feestdagen nog een paar grote namen op het programma. “Pee Wee who?”, vallen de meesten uit de lucht. In Sint- Niklaas is de organisatie er echter in geslaagd een topper van formaat in de funk-jazz wereld te strikken. Alfred ”Pee Wee” Ellis wordt zelfs de uitvinder van de funk genoemd. Op jeugdige leeftijd, terwijl hij school liep in “Manhattan School Of Music”, werd hij onder handen genomen door meester-saxofonist Sonny Rollins. Hij vervolmaakte live zijn speelkunsten in bands zoals zijn “Dynamics Incorporated” en “Sonny Pane Trio”, om in de jaren zestig bij “The Godfather Of Soul”, James Brown terecht te komen. Pee Wee is de man die aan de basis ligt van de funky sound van “The James Brown Revue”, en is verantwoordelijk voor heel wat hitarrangementen, waaronder het bekende “Cold Sweat”. In de jaren tachtig beroept Van Morrison zich op mans kwaliteiten en daar schopt hij het tot musical director. Tussendoor richt hij “The JB Horns” op, een funk-jazz ensemble, met niemand minder dan Maceo Parker en Fred Wesley.

.

De Foyer verwelkomt Ellis met een goed gevulde zaal. Vanavond wordt hij bijgestaan door een kwartet jonge rasmuzikanten en twee topzangeressen, Lizzy Deane en de bekende Martha High, backingvocaliste van het eerste uur bij James Brown. De band steekt van wal met twee jazzy instrumentals, met als opener “ Chicken Soup”, ooit gecoverd door jazz-baslegende Jaco Pastorius. Dadelijk blijkt dat we hier, samen met saxfenomeen Pee Wee, een band op het podium hebben staan met muzikanten van topniveau. Bassist Patrick Scales demonstreert een fenomenaal staaltje “slapping”- bass en om beurt krijgt ieder zijn kans om met noten te toveren. Het geheel vloeit zo mooi en afwisselend in elkaar, dat we verbaasd op onze klok kijken wanneer, na het tweede nummer, “What’s Up With That”, al een half uur blijkt verstreken te zijn. Time for some great vocals! Elegant komt Lizzy Deane, een Engelse blondine, ons niet enkel overrompelen met haar looks, maar tevens met haar stem, in het rock’n roll getinte “Rockin’ Around The Xmas Tree”. The best is yet to come! Wanneer een geblondeerde Martha High met haar het podium vervoegt en een verscheurende versie van Etta James’, “Blind Girl” (I’d rather go blind) brengt, is dat het eerste kippenvelmoment van de avond. Wat een groove en presence straalt die souldiva uit. Zij weet heel de zaal te betoveren met haar inleving. Pee Wee Ellis straalt van genot. In deze kerstperiode stierf James Brown en een revival mag zeker niet ontbreken. “Pass The Peas”, ”Licking Stick” en het van de hand van Pee Wee komende” Cold Sweat”, sluit het eerste deel van de set superfunky en dansend af. De sfeer zit er goed in en met “New Moon” slaan we even terug de jazz-funk richting in. Niet voor lang echter, want twee zangeressen staan te popelen om Al Greens soulgospel klassieker “Take Me To The River” in te luiden. Groovin and shacking all night long is het moto van het publiek. Het wordt op zijn wenken bedacht met JB’s “Make It Funky” en “I Feel Good”. De afsluiter “Funky Good Time” bewijst nog maar eens hoe aanstekelijk een repetitieve, eenvoudige tekst, gedragen op dat aanstekelijke ritme, iedereen kan blijven boeien tot de laatste dansbare noot. Pee Wee Ellis bewijst vandaag, met een mix van eigen werk en hitklassiekers, dat funk onsterfelijk is. Mede dank zij hem staat James Brown voor eeuwig in ons geheugen gegrift. Great show, we thank you Pee Wee!

.

Blowfish


JIM COFEY'S SOUL KITCHEN - BORDERLINE DIEST - 14 DEC. 2007

Jim Cofey’s Soul Kitchen was eertijds een uitvloeisel van opnamesessies die Jan Ieven (Bass & Vocals - El Fish, Rhythm Junks), Steve Wauters (Drums - Last Call, Big Dave) en Patrick Cuyvers (Vocals, Keyboards, Hammond - Hideaway, Soul Spirit) samen deden voor Lurrie Bell in 2005. Omdat de chemie er was, bleven de heren samen musiceren. Alhoewel dit project al in juni 2006 de naam Jim Cofey’s Soul Kitchen kreeg, trad de band pas recent voor het voetlicht. Om de band te vervolledigen, recruteerde het initiële drietal Rob Vanspauwen (Guitars), Gert Servaes (Percussion) en Igor Maseroli (Saxophone). De band beschrijft haar muziek als sterk beïnvloed door de New Orleans funk van de zestiger en zeventiger jaren van de vorige eeuw. Illustere exponenten daarvan zijn ondermeer Dr. John, The Meters (luister eens naar “Liver Splash” en “Good Old Funky Music”), Eddie Bo (“Check Your Bucket”), Jon Cleary, Allen Toussaint & Jimmy McGriff (“Black Pearl”). Andere namen in dezelfde galerij zijn Mary Jane Hooper, “Mad” Professor Longhair en The Explosions. Op hun myspace-pagina staat geschreven: “Jim Cofey’s Soul Kitchen brings you quality”. Verdenk de band niet van pretentie, noem het eerder zelfbewustzijn.

Terug naar 14 december in de inmiddels volgelopen Borderline te Diest. Met wat vertraging kruipt de band het – aardig bezette – podium op. Meteen vliegt de funk om de oren. De band steekt stevig van wal, en het was voor uw dienaar – die met hooggespannen verwachtingen naar Diest was afgezakt – meteen moeilijk nog langer stil te staan. De band speelt haar troeven schitterend uit. Om te beginnen zijn het ervaren rakkers (zie hoger) die niet enkel allen een hoog muzikaal niveau halen, maar ook weten hoe een song in elkaar te steken en hem zwetend te brengen. Zonder de andere muzikanten in de schaduw te willen stellen was ondergetekende bijzonder gecharmeerd door de podiumprésence (deze man zweet speelplezier), de Hammond-feel en de stem van Patrick Cuyvers die me (ondermeer in “The Blame”) bijwijlen deed terugdenken aan de cool van Luke Walter Jr. zaliger. Igor Maseroli is een saxofonist van internationaal niveau, wiens sound en feel bijwijlen doen denken aan Candy Dulfer zoals ze bijvoorbeeld te horen is op “Live In Montreux”, een plaat waarop trouwens enkele zeer fijne funknummers staan. De muzikale kwaliteit van de band manifesteert zich onder de vorm van de vele modulaties, vloeiende sax-solos, de zeer sterke ritmesectie Wauters-Servaes-Ieven en het gegeven dat zowat iedereen in deze band kan zingen en de backings dus met verve waargenomen worden. De band maakte handig gebruik van de pauze (die ongeveer in de helft van de avond ingelast werd) om – terecht – de geluidsmix even bij te stellen. De stem en vooral de Hammond van Cuyvers verdienden inderdaad iets prominenter in de front of house te zitten. Eerlijkheidshalve kon uw dienaar moeilijk begrijpen waarom niet de hele zaal en masse stond mee te swingen. Toch kan met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid gesteld worden dat het publiek zeer goed stond te luisteren en de band zeer kon genieten. Dat bleek alvast aan de publieksreactie wanneer de band haar laatste nummer aankondigde. Uiteindelijk kwam Jim Cofey tot tweemaal terug, en zelfs dan nog had ééntje extra geen kwaad gekunnen. Het was lang geleden dat ondergetekende zich nogeens zo’n lekker muzikaal diner had zien voorschotelen. Niet alleen voor de liefhebber is dit genieten van begin tot einde. We zijn dan ook zeer benieuwd naar meer van dit lekkers.

De band nam in het voorjaar van 2007 een four-track demo op, die verrassend door de Belgische nationale radio (Radio 1 en de super Radio 21) werd opgepikt. De vier songs (The Blame, Fat Cakes, Doney’s Theme & Seems Like Yesterday) kunnen trouwens beluisterd worden op de myspace-pagina van de band – allen daarheen! In het voorjaar van 2008 zal Jim Cofey’s eerste en door DJ 4T4 (Hof Van Commerce) geproducete full-cd verschijnen bij Nakedproductions. Een single is aangekondigd voor februari. Op het optreden spotten we ook de Belgische bluestrots Howlin’ Bill, eveneens onderdak bij Nakedproductions, wiens full-cd “Strike” door Jim Cofey’s eigenste Jan Ieven geproducet werd.

PJ

Locatie: Borderline Diest
Datum: 14 december 2007
Setlist:
Bricks & Tiles
Seems Like Yesterday
Waste Of Time
The Meters
Watch Your Back
Fat Cakes
Soul Brother
PAUZE
It’s Gonna Rain
Kinky Reputation
A Lie Is A Lie
The Blame
The Table
Albert
She’s So Guilty
Doney’s Theme
Nr. 16
BIS
Gatorbait
Fat Cakes
www.myspace.com/jimcofey
www.nakedproductions.be

 


TOM RUSSELL - ABclub - 15 DEC. 2007


Tom Russell is nooit een grote publiekstrekker geweest in Europa. Nochtans verdient deze geëngageerde singer-songwriter en altcountryzanger veel beter. In de States mag hij pronken naast grootheden zoals Bob Dylan en Johnny Cash. Gelukkig zijn er hier in België kenners die zulke rasartiesten boeken in het clubcircuit, waar zij hun pareltjes kunnen voorstellen. Good, old Tom heeft al wat watertjes doorzwommen. Gewapend met een diploma van criminoloog trekt hij eind de jaren zestig als lesgever naar Nigeria, om daarna in Canada aan te belanden, waar hij begint op te treden in Vancouver in de donkere kroegen en stripbars van “The Skid Row”, zonder veel succes echter. Hij wil op een bepaald moment zelfs de musicscene de rug toe keren, tot hij als taxichauffeur in de New Yorkse “Queens”, Robert Hunter van Greatfull Dead, ontmoet. Dit is de start van een nieuwe carrière en het is misschien wel dank zij hem dat we vandaag Cowboy Tom als muzikant kennen. Ondertussen is hij niet alleen geëvolueerd naar een gedegen songsmid, maar heeft hij ook een paar literaire werken op zijn conto staan. Alsof dit niet volstaat, kun je vandaag zijn artwork en schilderijen bewonderen in Austin, Texas. Tom heeft zijn instrumentale begeleiding altijd sober gehouden en laat zich op deze tournee enkel begeleiden door Michael Martin op mandoline en gitaar. Het was geen sinecure voor hem om in AB te raken, want een treinstaking gijzelt België, en op de koop toe is het centrum van Brussel afgezet omwille van een betoging. Ondanks deze hindernissen en een pissed off policeman, is hij toch op het podium geraakt.

.

Met een “Glad to be back in Ancienne Belgique”, zet hij de set in met een song over de vergankelijkheid van de dingen en treurt om onze sterfelijkheid in “Leave it all behind”. Tom heeft al een bewogen liefdesleven achter de rug en kan moeilijk afstand nemen van al zijn gebroken relaties en het onbegrip van de buitenwereld over zijn recente veroveringen. In “Trouble, Beautifull Trouble”, uit zijn vorige cd “Love And Fear”, schept hij mooi een beeld van hoe hij steeds in moeilijkheden geraakt door de wel erg letterlijke ”Beautifull Trouble”. Hopelijk doelt hij hier niet op zijn laatste verovering, de Zwitserse, blonde schoonheid Nadine, die even goed zijn dochter had kunnen zijn. Russell heeft het drukke stadsleven geruild voor de hitte en eenzaamheid van de Texaanse woestijn, op een ranch, in de buurt van El Passo, op de Mexicaanse grens. Met “Stealin’ Electricity”, worden we met onze neus op de grote tegenstelling van de rijke Amerikaan en de onfortuinlijke Mexicaan gedrukt, wanneer deze laatste geëlektrocuteerd wordt bij het stelen van elektriciteit. In het refrein “Dadada” voel je zijn hart als een mitrailleur op hol slaan door de stroomstoten. Als het van de Amerikanen afhangt, wordt er een muur gebouwd op de grens met Mexico om zulke toestanden en de toestroom van illegalen te stoppen. Tom revolteert tegen deze Berlijnse toestanden in “Who’s gonna build your wall?”, wat op luid applaus onthaald wordt. In “California Snow” borduurt hij verder op het thema van de grensvluchtelingen, maar dan gezien door de ogen van een grensagent in California. Een borderline song mag zeker niet ontbreken en “Quisera morir” deint uit in de tonen van de Californische “Santa Anna Winds”. Met “Tonight we ride”, van zijn typische countryplaat “Indians, Cowboys, Horses, Dogs”, komt het publiek echt los en de yihaa-kreten zijn niet uit de lucht. Hilarisch wordt het wanneer Russell het podium afschuimt met een opengevouwen affiche met daarop “Dylan is niet God”, ongetwijfeld een souvenir uit zijn Nederlandse tournee. Maar niet enkel op komische wijze eert Tom zijn helden. We krijgen prachtige versies te horen van “The Tower Of Song”, van Leonard Cohen, de klassieker “Poncho And Lefty”, van Townes VanZandt, en de kroon spant “Rock, Salt And Nails” van Bruce ”Utah” Philips, over een vol liefdesverdriet vervulde man, met serieuze wraakgevoelens. We duiken dan Tom’s verleden in met ‘s werelds meest befaamde chickensong “Gallo Del Ciello”, uit zijn eerste officiële cd “Heart On A Sleeve” en onder luid applaus sluit hij de set af met “Bluewing”. Een deel van deze songs is terug te vinden op Russell’s nieuwe cd, “Wounded Heart Of America”, maar dan deels gecoverd of in duet met enkele van zijn grootste helden. Die zijn niet van de minste: Johnny Cash, Ramblin’ Jack Elliott, Joe Elly, Doug Samm, Barence Withfield, Dave Alvin, Dave Von Ronk en de dames Iris DeMent, Eliza Gilkyson en Nanci Griffith. Wie er niet genoeg van krijgt en Tom Russell eens op een héél unieke mannier aan het werk wil zien, moet de website van “Roots On Rails” in de gaten houden. Dit jaar trok hij als rijdend festival, drie dagen met de trein van Toronto naar Vancouver, onder “The 2007 Cowboy Train”. Onderweg wordt er live gespeeld, gepokerd, gefilosofeerd en worden er zelfs workshops georganiseerd. Door het grote succes krijgt deze formule volgend jaar een vervolg, dus… Maar voorlopig kunnen wij zalig nagenieten van een prachtige avond met een man die ons nog steeds kippenvel bezorgd en ons weet te raken in het diepste van onze ziel.

.

Blowfish


 

PJEIREBLUES - VILVOORDE - 15 DEC. 2007

.

Half december, voor velen om niet te zeggen allen zijn de kerstaankopen al begonnen en voor ondergetekenden was dit festival een mooi extra cadeau. O.K., half december is nu niet bepaald een ideale periode om nog een bluesfestival te organiseren dachten wij zo, maar we moeten onze mening herzien en de organisatie een dikke chapeau geven. Niet alleen voor de keuze van datum maar ook voor de keuze van locatie (een oude gerestaureerde manege die vroeger de koninklijke paarden stalden) en hun keuze van vernieuwende muziek. Daar waar menig festival blijft zweren bij terugkerende namen en traditionele blues kijkt Pjeireblues ietsje verder en ziet blues in een ruimere context wat voor een aangename verfrissing zorgt. Toen we toekwamen konden we de verfrissende klank van Aardvark al horen bij het aanschuiven aan de kassa. Hoewel deze band nog maar goed een jaar samen speelt klinkt het alsof ze al decennia samen het bed delen. Een strakke ritmsesectie, 2 gitaristen die elkaar niet voor de weg lopen maar wel goed aanvullen en een zanger die net een dosis charisma heeft gesnoven. Hun muziek dan, regelmatig een knipoog naar Albert King en Stevie Ray Vaughan en zelfs even een ode aan Luke Walter Junior. Maar ook heel regelmatig verrassingen die verweven zitten in hun songs, zoals een stukje "Are You Gonna Go My Way" van Lenny Kravitz. En groot pluspunt, alles wordt niet zomaar klakkeloos nagespeeld maar voorzien van een sausje bereidt in de keuken van Aardvark. Nu nog wat meer ervaring opdoen op de grotere podia en that’s it.

.

Het is zeer gewaagd om als 2de band een soloact te plaatsen maar Pjeireblues nam dit risico en hun keuze viel op Kent DuChaine, achteraf bekeken een heel goede keuze en de manege kwam al van bij het eerste nummer in de stemming. Kent DuChaine weet perfect hoe een publiek te bespelen en zelfs actief te doen deelnemen tijdens een songs als "Red Rooster". Regelmatig had hij korte grapjes klaar om tussen de songs te gooien en wist hij over elke artiest van wie hij songs bracht wel een anekdote te vertellen. Artiesten die de revue passeerden tijdens zijn optreden waren o.a. Muddy Waters, Albert King en Rober Johnson. Niets dan lof voor deze DuChaine, een man getekend door het leven en songs die dat duidelijk weten te vertellen.

.


"Blues me ne rekker" is de slogan van dit festival, en als dat acts oplevert zoals de jonge Trixie Whitney, dan kunnen wij dat alleen maar toejuichen. De programmatie van Pjeireblues is elk jaar gedurfd en origineel en ook dit jaar met deze Trixie Whitney zou de "rekker" lekker ver opgespannen worden. Het publiek had er in alle geval geen probleem mee, zo krijgen we alleen maar meer diversiteit en verjonging, en de blues puristen konden niet klagen, want aan hun was ook ruimschoots gedacht. Het jonge geweld kon zelfs niet wachten tot ze aangekondigd werd, en zat plots nog half in duisternis gehuld alleen achter haar piano al bijna halverwege haar eerste nummer voor het merendeel van het publiek het echt door had. Trixie is de dochter van de (te) vroeg overleden Chris Whitley. Ze werd in Gent geboren en bracht haar eerste levensjaar daar door, verhuisde naar Amerika en verbleef daar tot haar elfde, terwijl ze meer tijd in studios doorbracht dan de meeste rocksterren in hun heel leven. Op haar 17de verhuisde ze in haar ééntje terug naar Brooklyn en begon langzaam haar eigen carrière op te bouwen. Sinds de dood van haar vader is ze veel terug in Belgie. Vandaar dus het schattige Gentse accent bij haar aankondigingen. Na een viertal nummers alleen kwam dan de band op het podium, wie de jongens waren heb ik niet echt kunnen verstaan, maar we herkenden wel een andere Gentenaar, Pieter- Jan De Smet. Trixie's pianospel is speels, jazzy en bluesy en haar stem zit vol power en soul, haar timbre heeft soms wat van Joss Stone, soms wat van Anouk, in ieder geval strookt ze niet met het beeld van het frele meisje achter de piano, waar je eerder een geluid als van Ann Pierlé van zou verwachten. Hoogtepunt van haar optreden was het aan haar vriendje opgedragen "Another Dimension", maar ook "Next Revolution" zou grote indruk nalaten. Trixie heeft het talent duidelijk in haar genen meegekregen. Dank U, Chris: your legacy lives on in "another dimension".

.

De beurt dan aan hekkensluiter "Sir" Oliver Mally, met zijn Bluesdistillery. De "rekker" mocht er terug af, of toch grotendeels, want hoewel dit terug blues was, heeft ook Oliver de kunst verstaan als geen ander om zijn blues te kruiden met een aantal andere elementen. Zelf zegt hij van zijn muziek: "Blues is like vodka, you can mix it with almost anything..only thing is, you have to know how!". Dat hij het kan, bewees hij samen met zijn "Blues Distillery" ten volle. Hij mixte in zijn shaker blues met rock, pop, jazz en soul, en wat belangrijk was, in de perfecte verhoudingen, zodat zijn cocktails steeds perfect op smaak waren. Dit leverde hoogtepunt na hoogtepunt op, zoals "Had A Real Bad Dream", "Hoochie Mama" en one for the hippies amongst you: "Riders On The Storm". Sir Oliver is een meestelijk gitarist, die soms in "Ronnie Earl stijl" van bijna absolute stille passages overgaat in cresendo bluessolos met de gitaar nadrukkelijk op de voorgrond. Het bisnummer werd nog eens een bewijs dat hij een ware meester is in het mixen van stijlen, Santana's "Evil Ways" gemixt met "Spooky" van Classic IV, de sixties hit, en uiteindelijk overgaand in de apotheose van deze voortreffelijke avond "It Is A Man's World", waarbij het publiek, in 't bijzonder de dames in ons gezelschap, zingend en dansend uit de bol gingen. Was 't de wijn?... neen, de prachtsfeer die Sir Oliver opgebouwd had met zijn optreden veroorzaakte dit. Proficiat aan de organisatoren van Pjeireblues. Eddy Plasquy heeft voor de derde maal bewezen dat zijn "andere" programmatie weer zijn vruchten afgeworpen heeft. Benieuwd waarmee hij ons in 2008 zal verrassen.


Meer foto's op: Lady Blue
Blueswalker
& Ron


MARTYN JOSEPH - MARIA THERESIACOLLEGE LEUVEN - 12 DEC 2007


Vanavond verwelkomen wij, in Leuven, in een tot concertzaal omgetoverde Grote Aula, Welshman Martyn Joseph. Martyn is een graag geziene gast in onze contreien en heeft hier door de jaren heen een heleboel trouwe fans verworven. De man timmert al jaren aan de singer-songwriter road en niet zonder succes. Een echte commerciële hoogvlieger zoals een Bob Dylan is hij nooit geworden, maar met negenentwintig albums op zijn conto, mag je toch wel zeggen dat hij een aardig palmares heeft opgebouwd. Hijzelf beschouwt zijn eerste albums als waardeloos, maar dat typeert dan ook honderd procent zijn bescheiden karakter. In de jaren negentig zien de platenbonzen nochtans een rising star in hem en wordt hij ingelijfd door megaplatenlabel Sony. Toch komt de doorbraak naar het grote publiek er niet. Hij raakt wel met een paar singles in de UK top 50 en zelfs een mooie, Duitse jongen, Nevio, winnaar van “Idool” in Duitsland, scoort een hit met een cover van “Dolphins Make Me Cry”. Alsof hij jaloers is op al die vrouwelijke aanhang, verklaart hij mistroostig : “Wish that all that beautiful women were hanging at my lips each night”… “Professor for one night”, Martyn Joseph, had echter de schare, Leuvense meiden niet meegerekend, die hem pareerden met enthousiaste, intense kreten, in een goed volgelopen Aula . Dit typeert de shows van Martyn Joseph: rasmuzikant en songwriter, maar ook een groot entertainer, die het publiek inblikt met zijn charisma. Hij blonk al uit in het voorprogramma van sterren zoals Suzan Vega, Chris De Burgh, Janis Ian en liet zelfs de act van Art Garfunkel verbleken in “De Handelsbeurs” in Gent.


Martyn steekt toepasselijk van wal, in waarlijk Ani Di Franco stijl, met het funky, uptempo “I Have Come To Sing”, uit zijn nieuwe album “Vegas”. Hierop neemt hij wel veel gewicht op zijn schouders in “The Weight Of The World”, een tekstueel, ecologisch getint meesterwerk. Bekender, ouder werk aan de beurt met “Proud Valley Boy”, over de grote impact van de mijnbouw op zijn geboortestreek, Wales, gevolgd door “Can’t Breathe” en met daarop één van zijn bekendste songs uit het album “Deep Blue”, “Dolphins Make Me Cry”. Zijn nieuwe album is opgedragen aan één van zijn grote idolen, Elvis Presley, en in het titelnummer, “Vegas”, zie je, door de ogen van een cabdriver, het zonnetje schijnen in de stad waar Elvis lives forever. Het catchy refrein, “In Vegas”, wordt dan ook spontaan door de zaal meegezongen. Als grote Elvisfan, kunnen de covers zeker niet ontbreken, en “Heartbreak Hotel“, “Can’t Help Falling In Love“ en “Love Me Tender“, passeren de revue. Vanavond speelt ook Bruce Springsteen in een uitverkocht Sportpaleis, en hij is iedereen dankbaar die voor Martyn Joseph gekozen heeft, ook al is het om budgettaire redenen. Met “Oh Mary Don’t You Weep”, veert iedereen klappend en zingend uit de stoelen en eert Martyn tegelijk folklegende Pete Seeger en The Boss himself. ”Things That We Have Carried Here”, doet dan weer aan Luka Bloom denken en wanneer hij in “Nobody Love’s You Anymore” naar zijn elektrische Gretch-gitaar grijpt, komt er een ware Kurt Cobain in Martyn naar boven. Verscheidenheid troef dus en met het aangrijpende “Kindness”, worden wij met een wijze levensles de nacht ingestuurd. Eén ding staat vast, met dit nieuwe album staat Martyn Joseph klaar voor een tweede poging tot grote doorbraak. Zijn trouwe fans kennen hem al jaren als een gepassioneerde, grappige performer, geëngageerd en gedreven in zijn songs. Maar de rest van de wereld…die weet niet wat ze missen. Ere wie ere toekomt.

Blowfish


MARK OLSON - HANDELSBEURS GENT - 01 DEC. 2007

Mark Olson heeft al heel wat woelige en donkere waters doorzwommen alvorens met zijn eerst solo-cd , "Salvation Blues ", uit te pakken. Ooit boegbeeld en stichter van de populaire countryrock band “The Jayhawk“, besluit hij, op het punt van de grote doorbraak, de groep te verlaten, om zich over zijn vrouw, countryfolk zangeres Victoria Williams, te ontfermen, die aan MS lijdt. Mark is het hectische tourleven beu en trekt zich, samen met Victoria, terug in het veel bezongen Joshua Three, in de Californische woestijn. In alle rust begint hij, met hulp van zijn vrouw, meer folk en rootscountrynummers te schrijven. Onder "The Creekdippers", beginnen ze opnieuw te touren en succes blijft niet uit. Maar ook dit mooie liedje blijft niet duren. Zijn huwelijk loopt na een affaire op de klippen en Olson blijft verweesd achter, zonder huis, zonder vrouw en zonder band. Doelloos vertrekt hij naar een tante in Colorado en sukkelt in een diepe depressie. Hij heeft totaal geen zin meer in muziek. Hij begint zelfs een opleiding voor medewerker in een medisch urgentieteam. Ook dit geef hij op en besluit op reis te gaan, op zoek naar zijn beste vrienden. Zo belandt hij in Europa, meer bepaald in Cardiff, waar hij intrekt bij een bevriend journalistenkoppel. Deze mensen helpen hem langzaam maar zeker terug op het juiste spoor. Twee jaar lang zwerft hij door Europa, spelend in pubs . Af en toe trekt hij ook de studio in, om dan uiteindelijk, in Amerika , zijn eerste soloalbum “Salvation Blues” (zie cd-rev. Nov. 07) in te blikken. Salvation Blues is dan ook een zeer persoonlijk album geworden, volledig gebaseerd op uit zijn leven gegrepen gebeurtenissen. De titel had dus eigenlijk “From Blues To Salvation” moeten heten, want het is voor hem een echt genezings- en bezinningsproces geworden.

.

Uitgezonderd de grote vleugelpiano en een paar gitaarstaanders, ziet het podium van “De Handelsbeurs” er maar desolaat uit. Geen gitaarversterker of basversterker te bespeuren, geen drumstel of keyboard, dus wisten we wat ons te wachten stond : An Accoustic Show with Mark Olson. Gezwind rent hij het podium op met de traditionele groet en mededeling : How great it is to be back in Belgium. Ooit begon hij hier op te treden in de “Muziekdoos”, in Antwerpen, een muziekcafé, waar verschillende, illustere, Belgische groepen hun eerste stappen hebben gezet (Admiral Freebee, Tom Barman, Stef Kamil Carlens, enz.). Hij wordt instrumentaal bijgestaan door twee Europese klassemuzikanten, de Noorse Ingunn Ringold, op djembée, gitaar en piano en de Italiaanse violistpianist Michélé Gazitch. Olson zet, met zijn klagende, hoge stem, de set in met het uptempo, countryfolkgetinte, “Winter Song”, toepasselijk voor de tijd van het jaar. We vliegen dan terug het roemruchte tijdperk van The Jayhawks in met de lovesong “Over My Shoulder” en uit het succesalbum “Tomorrow The Green Grass”. Geen tijd voor nostalgie echter : Salvation is het motto en de snijdende gitaar gitaarsolo in “Poor Michaels Boat” wordt moeiteloos geëvenaard door Gazitch’ virtuoze vioolspel. Ingunn Ringold laat zich ook niet onbetuigd en ruilt de djembée in voor de piano, in “National Express” en het positieve “Salvation Blues”. Haar krachtig, helder stemgeluid is de perfekte harmonische aanvulling op Olsons scherper timbre. Ook zijn werk met “The Creek Dippers” wordt niet geschuwd en “Hummingbird” krijgt zelfs een Johnny Cash-kantje, wanneer Mark zijn diepste registers bovenhaalt. “Sister Cry“ontaardt in een snijdende soleersessie tussen viool en gitaar en wordt gevolgd door een eerbetoon aan de Britse folkzangeres Sandy Denny, in een naar haar getitelde song. De hoogtepunten van de avond blijven liggen in zijn nieuwe nummers. De tremolo wordt op de gitaar gezet en een schitterend harmonisch gezongen meesleper “Tears From Above”, mondt uit in het slotnummer “Clifton Bridge”, met de niet mis te verstane boodschap: ”Some people came here to die, we came here to live, there is a hope in our hearts, there’s a futur in our souls”. Het publiek reageert razend enthousiast en wordt getrakteerd op een dubbele bisronde. De hitsingle “Blue” van The Jayhawks mag niet ontbreken en daarna gaan we Creekdippen met “December’s Child” en sluit hij de eerste bisronde af met het uitnodigende “Still We Have A Friend In Here”. Hij is dankbaar voor het daverende applaus en begeestert ons een laatste maal in countryfolkstijl met “My Own Joe Ellen”. Mark Olson is duidelijk over zijn “Blues” heen en staat er terug, sterker dan ooit tevoren. Er zijn zelfs al plannen gesmeed voor een reünie met het andere Jayhawks boegbeeld Gary Louris. Waar gaat dat eindigen?

..

Blowfish

 


EUGENE HIDEAWAY BRIDGES - MUZIEKCAFE MEULENBERG MOL - 1 DEC. 2007

Je hoort meer en meer klagen over concerten met een magere opkomst, welnu in De Meulenberg te Mol mogen ze zeker niet klagen. Toen we arriveerden zat de gezellige club al barstensvol en was het even drummen voor een goed plekje dichtbij het podium. Eerst even dag zeggen aan collega’s en andere bekenden en dan was het tijd voor het aantreden van Eugene “Hideaway” Bridges. Ik had de man vorige jaar tijdens het Bluestouch festival te Oss al aan het werk gezien en was ervan onder de indruk. Vanavond kon hij rekenen op een allegaartje van muzikanten uit eigen land en Nederland om hem te begeleiden. En achteraf zal blijken dat deze 3 heren hun job met volle overtuigen en kunnen hebben volbracht. Geopend wordt er met ‘Won’t Be Your Fool’ van Eugene’s eerste cd Man Without A Home en al meteen heeft hij het hele publiek mee. De eerste set wordt er ééntje van zweten en een dik uur genieten, Eugene brengt ons songs van z’n laatste en al zijn vorige cd’s. We mogen niet alleen genieten van zijn mooie stem en klasse gitaarwerk maar ook genieten we regelmatig van het knappe werk op toetsen, ons gebracht door een zekere Rob. Omstreeks 22:50 was het dan even half time en konden zowel Eugene en band als het publiek even bekomen van een zweterige eerste set. Maar lang zou de rust niet duren en even na elven stak Eugene het vuur weer aan het lont met de oude klassieker ‘Stand By Me’ van Wilson Picket. De man zingt deze song met zoveel overtuiging en soul in zijn stem dat je het origineel haast zou vergeten. Helaas neemt hij ons tijdens set 2 even mee doorheen enkele covers van lang vergane glories terwijl we weten dat hij zelf nog zoveel goede eigen songs achter de hand heeft. Gelukkig evolueert het 2de deel van de set weer meer richting set 1 en komen nog enkele mooie songs om de hoek kijken. Songs zoals ‘Jump The Joint’ en ‘Piece Of The Mountain’ door Eugene aangekondigd als een stukje steen dat hij met zich meenam tijdens zijn eerste tour in het buitenland. En natuurlijk werd de nummer 1 hit in Amerika ‘She Wants To Dance With Me’ niet vergeten. Voor we het goed beseffen is het zowat 1h en zit set 2 er ook op, rest ons nog 2 lekkere bisnummers genaamd ‘Hideaway Slim’ als ode aan zijn vader en het lekker groovende ‘Moovin’ And A Groovin’. De Belgische politiek mag dan al op zijn gat liggen, voetbaltoppers bakken er weinig van, De Meulenberg daarentegen heeft ons weer een avond bezorgd die we mogen rekenen bij de toppers van weleer. Bedankt Louis, Heidi en natuurlijk Eugene en band.

.
Meer foto's op: Lady Blue
Blueswalker


JULIE FELIX - TOOGENBLIK HAREN - 30 NOV. 2007


Toogenblik in Haren was ooit de bakermat van de Brusselse folkbeleving en trok in de wijde omtrek liefhebbers aan. Vrijdagavond waande je je een avond lang in de sixties alsof de tijd er stil was blijven staan. Want de organisatoren van Toogenblik slaagden erin om de charismatische folklegende Julie Felix te strikken. Staande op het podium in een kleine folkclub met haar ravenzwarte haren en leren laarzen moet zij gedacht hebben dat België als een eiland Atlantis of Brigadoon om de zovele jaren uit de nevelen oprijst, want immers stuurloos. Maar geen soepjurken, sieraden of franjes, zelfs geen wierookstokjes of hasjdampen, alleen een fragiele songster in het zwart gekleed, met twee gitaren en een markant indiaans profiel. Julie Felix, geboren in Santa Barbara, Californië begon haar sfeervolle set met Dylan’s ‘For Ever Young’ en onderstreepte het belang van de aanvankelijk oprechte ‘Love and Peace’ waarden in de jaren zestig. In die tijd maakten individuen nog kans om via protest, beeldtaal of muziek de samenleving te beïnvloeden, of althans behielden zij hun geloof daarin. De huidige samenleving waar rubriceren, categoriseren en controleren aan de orde is, stond haar minder aan. Vanuit de periode van protestsongs maakt zij een sprong naar haar kindertijd, toen zij achter de deur lag te luisteren naar de Mariachimuziek van haar Mexicaanse vader, Lorenzo Reys, en diens vrienden. Of naar haar moeders ‘Burl Ives’ liedjes, van wie zij een platencollectie bezat. Dat Julie dus ukelele leerde spelen en daarna gitaarlessen kreeg van haar vader, was zoveel als ‘akkoorden stemmen’ in de aanloop van haar muzikale voorbestemming. Julie Felix refereerde die avond nog vaak naar haar jeugd, o.m. in de song ‘Doris Katheryn Rodehaver’ over haar moeder en naar haar reizen, Finland, Mexico, Griekenland, waar zij Leonard Cohen ontmoette. Telkens had zij ook vriendelijke woorden over voor haar inspirators zoals Woody Guthrie, Phil Ochs en Bob Dylan, van wie zij meerdere covers vertolkte. De wijze waarop zij afwisselend met kracht of tederheid alle songs interpreteerde tilde de avond op naar een muzikaal hoogtepunt. ‘Shimes Of Freedom’, ‘Boots Of Spanish Leather ‘ maar ook haar eigen ‘Fire, Water, Earth and Air’ kregen die passie mee die zelfs na een veertigjarige zangcarrière nooit verzwakte. Ook haar Mexicaanse songs en vooral ‘Tabu’ met die obsederende tokkel op het gitaarhout, waarmee zij de oerdrum opriep die de slavernij vergezelde, gaf treffend die verstrengeling van emoties weer, combinatie van huiver en ingehouden woede. De tweede set groeide uit tot nog meer intieme songbeleving. Julie Felix liet verstaan dat het publiek tijdens de pauze verzoeknummers mocht indienen, waarop zij haar tweede set zou baseren. De fans van het eerste uur maakten daar dankbaar gebruik van, zodat Julie Felix keuze te over had om nog twee uur te vullen. Evident dat daar Guthrie’s ‘Plane Wreck At Los Gatos’ in voorkwam, een song die haar gans haar carrière door gevolgd heeft, in tegenstelling tot andere die verdwenen en terugkwamen. Naast de klacht omwille van het lot van de grensoverstekende Mexicanen, die geen eigen naam meer hebben behalve ‘deportee’, zong zij ook het afscheidslied ‘La Barert De Oro’, minder bekend maar ontroerend mooi in zijn eenvoud. Of nog het bloedstollend intense ‘Hallelujah’, gezongen met gesloten ogen, dat naar adem deed snakken. Dat zij ook bij tijd bleef is niet de verwonderen bij een artieste die nog steeds haar stem laat horen in betogingen en bij manifestaties. ‘Children Of Abraham’ tegen de oorlog in Irak en ‘Blowin’ In The Wind’ met een woordspeling naar de huidige machtshebbers en oorlogslobbyisten, klonken nog even contesterend als in de jaren zestig. Toemaatjes waren nog ‘I Shall Be Released’ op vraag van de organisator, die mogelijk daarmee enkele flarden herinnering uit zijn nog recente jeugd wilde herbeleven en het intense ‘Not Dark Yet’ waarmee Julie Felix afsloot, daarbij alle nog resterende kracht uit haar frêle lijf opdiepend. Aan het begin van de avond vertelde Julie Felix hoe noodzakelijk het is om het kind in je te voeden om hoop en vertrouwen niet te verliezen. Ik wou haar graag vragen hoe zij erin slaagde dat kind in haar doorheen al die jaren intact te houden en met welk voedsel. Want het ‘ongerepte’ kind in haar, in vrede met zichzelf, is onmiskenbaar bewaard gebleven. Zoals zij op het einde met die expressieve ogenschittering verheugd het applaus in ontvangst nam, is alleen aan kinderen voorbehouden die hun hoop weten levendig te houden. Maar deze vraag blijft open vermits haar fans na afloop rond haar heen drumden voor cd’s en handtekening. Ik begrijp ten volle hun verlangen om met een blijvende herinnering aan een memorabele avond naar huis te willen gaan.


Marcie


KURT WAGNER - STUK LEUVEN - 23 NOV 2007

Wat Lambchop live voorstelt weten we ondertussen wel, maar als hun frontman Kurt Wagner het de moeite vindt om zijn gitaar in de koffer te steken en te kiezen voor een uitgebreide Europese tournee...dan worden wij zéér nieuwsgierig. Eind vorig jaar heeft Wagner, met het album "Damaged”, weer een prachtwerkje afgeleverd. Het werd een zeer ingetogen en meesleepende plaat. Niks nieuws voor deze alt.countryheren uit Nashville, maar in dit album gaat Wagner toch dieper graven in zijn ziel en legt zelfs heel wat persoonlijke gevoelens bloot. Wellicht heeft dat iets te maken met al de tegenslagen die de man verleden jaar moest verwerken. Op routinecontrole bij de tandarts werd er een kyste ontdekt die een deel van zijn kaaksbeen had aangetast. Als of de duivel ermee te maken had, moest hij daarna nog een behandeling krijgen voor prostaatkanker. Hebben deze tegenslagen er hem toe aangezet solo op tournee te gaan? Hij komt vanavond met nieuwe nummers op de proppen, uit zijn soloalbum “Kurt”, aangevuld met enkele favoriete covers en nummers van Lambchop. De Labozaal was voor drie vierde gevuld. Iedereen zat, als brave leerlingen, aan de schoolbanken gekluisterd, toen Kurt Wagner nieuwsgierig binnengluurde. Met een bleke Stetson op zijn hoofd en zijn Buddy Holly bril, beklom hij, geamuseerd, de trappen tot in de nok van de zaal. Onderweg nam hij zelfs de tijd voor een vriendelijk woordje hier en daar. Plots doofden de lichten in de zaal. Teksten fraserend en zingend trok hij, dwars door het publiek, het podium op. De enige verlichting waren de zes, flexibele leeslampjes, die als een spin met gespreide poten, vervaarlijk rond zijn microstatief waren gebundeld. Hij zet zich neer, omgord zijn vintage Gibson jazzguitar en zegt “I know you’re out there somewhere”. De toon van de avond is dadelijk gezet en hij start sterk met “Slipped, Dissolved and Loosed “, het titelnummer uit zijn solotour album gevolgd door het aangrijpende “My Blue Wave”, uit “Is A Woman” van Lambchop. Daarna volgen de nummers uit “Kurt” elkaar op, met als één van de hoogtepunten “It’s Impossible”, een song over spijt en woede over een stukgelopen relatie. Percussief beukt Wagner ritmisch in op zijn snaren en schreeuwt zijn woede en verdriet uit. Daarop volgt toepasselijk “A Hold Of You”. Achter hem heeft hij op het schoolbord de woorden “New” en “Obscure” geschreven. We mogen zelf beslissen waar we de nummers catalogeren. Hij vraagt ons ook niet beschaamd te zijn om hem vragen te stellen, over om het even welk onderwerp. Met het timide Belgische publiek is dit geen sinecure, maar toch leidt dit soms tot de meest idiote en absurde dialogen. De vraag waarom er geen begeleidingsband op het podium staat, wordt leuk gerepliceerd met “No room for a band on this small stage”. Even gevat en origineel als zijn antwoorden is de decoratieve manier om zijn teksvellen te klasseren. Na elke song krijgen deze een mooi plaatsje aan een roterende waslijn. Nooit gezien en op het einde van de show zit hij met zijn hoofd tussen de dwarrelende teksvellen. We worden zowaar door een herfstgevoel overvallen. Wagner is niet onder één muziekstijl vast te pinnen, zoals het soulgetinte “I Would Waited Here All Day”, bewijst. Dit nummer had hij geschreven voor Candi Staton, maar de producer van haar nieuwe plaat durfde het haar niet laten beluisteren omwille van het expliciete “Dick” in de tekst. Hierop volgt een sterke Lambchop-tour met “Oh, What A Dissapointement” en “Suzieju”, wat eigenlijk “Jezus” had moeten heten. Het nummer werd toevallig omgekeerd opgenomen op een oude bandopnemer en ze vonden “Suzieju” veel beter klinken, vandaar. Na de wondermooie wals “Prepared” en “The Gettysburg Adress”, luidt hij de finale in. Timing is héél belangrijk, en om dit te benadrukken haalt hij een mechanische stopwatch boven die hij instelt op twenty minutes to go! De grootste verrassing van de avond zit hem in de meesterlijk bewerkte covers van Don Williams’ “I Believe In You” en “Backstreet Girl”, van The Rolling Stones. Gans de zaal schrikte teleurgesteld op toen het gerinkel van de tijdsklok door de zaal galmde, maar dit weerhield Kurt Wagner niet om onder luid applaus af te sluiten met een eresaluut aan Leonard Cohen in ”Chelsea Hotel Nr 2”. Een overtuigende One Man Show, met bijhorende solo-cd: kopen die handel!


Blowfish


GREAT LAKE SWIMMERS - AB BRUSSEL - 18 NOV. 2007

 

Great Lake Swimmers... Alleen de naam al spreekt tot de verbeelding. De Indie/folkgroep, gebouwd rond singer/songwriter Tony Dekker heeft als thuisbasis Toronto, Canada, gelegen aan Lake Ontario. Hun dromerige, melancholische muziek laat je dwalen door Canada's eindeloos prachtige landschappen en natuur. Geen muziek om vrolijk van te worden, wel iets om je in de koude wintermaanden gezellig te laten wegdromen, in je luie zetel, bij een knisperend haardvuur. Denk aan Will Oldham (Bonnie Prince Billy), Nick Drake, Gram Parsons of een akoestishe Neil Young. De muzikale begeleiding van Erik Arnesen (banjo gitaar/harmonium) en Colin Huebert op drums, wordt sober en subtiel opgebouwd rond Tony Dekkers tenorstem. Vanavond stellen ze, in AB hun nieuwe cd "Ongiara" voor, genoemd naar het veerpont dat de band naar Toronto Island bracht voor de eerste takes van hun nieuw album. Great Lake Swimmers houden wel van opnames in speciaal uitgezochte locaties. Hun eerste album werd opgenomen in een verlaten graansilo en hun tweede in een kerkje aan de rand van Lake Ontario. Dit schept telkens een originele, natuurlijke klankkleur. Voor hun nieuw album werd gekozen voor de studio’s van Aeolian Hall (London, Ontario), bekend om zijn akoestische kwaliteiten.Op het podium worden de "Great Lake Swimmers" bijgestaan door Julie Fader, die de backing vocals voor haar rekening neemt en het geheel opvult met begeleiding op keyboard en dwarsfluit. Dekker zet de set in met "Moving Pictures Silent Films", het titelnummer uit hun eerste album "Great Lake Swimmers", waarvan het refrein en het eenvoudige, repetitieve gitaarspel je niet loslaat. Aangevuld met het banjospel van Erik Arnesen en keyboard van Julie Fader wint deze song alleen maar aan sterkte. Daarop volgt het aangrijpende "Various Stages", uit "Bodies And Minds", hun tweede cd. De elektrische gitaar wordt ingeplugd en "Put There By The Land" luidt het begin in van "Ongiara". Het tempo gaat iets de hoogte in, maar de de omlijsting wordt subtiel en gedetailleerd gehouden. Met de alles behalve vrolijke vermelding "This is a song about dying", kondigt Tony Dekker "Changing Colours" aan, het hoogtepunt van de avond. Het publiek wordt gegrepen door de zin "When the wind takes you, it takes me too,when you changes colours, I change mine too", en het refrein wordt op het einde zelfs meegezongen. De gevoelige snaar is geraakt en na een niet misplaatste vredesboodschap in "I am part of a large family" sleurt de groep ons nog dieper weg met "Where in the World are you now" en "Passenger song". Maar "Ongiara" heeft meer te bieden dan enkel melancholie. Met het speelse en opgewekte "Your Rocky Spine”, gaan we de alt-countrytoer op en zie je de hoofden zelfs ritmisch meedansen. Deze song wordt, evenals "Catcher Song", gedragen door vrolijk banjogetokkel. Na een dik uur sluiten ze de set af met het gevoelige "There is a Light", een liefdeslied, begeleid door Arnesen op harmonium. Een optreden van Great Lake Swimmers geeft je natuurlijk geen adrenalinestoot en is zeker niets voor depressieve zielen, maar de manier waarop ze je weten te raken met goede teksten en aangrijpende nummers, dwingt respect af. Met "Ongiara" zijn ze meer opgeschoven naar de alt.country, Americana sound, zonder hun roots te verloochenen, en dat biedt voor de toekomst groeiperspectieven. Ook live geeft dit wat meer afwisseling, zoals we zondagavond mochten meemaken.Voor mij was het een onvergetelijke trip.

.

Blowfish