RUFUS WAINWRIGHT - KONINKLIJK CIRCUS - 16 NOV. 07

ELLIOTT MURPHY - STADSSCHOUWBURG MECHELEN - 16 NOV. 07

LUCINDA WILLIAMS - MUZIEKODROOM HASSELT - 15 NOV. 2007

SNARLING FOLK MET GROUPER, KISS THE ANUS OF A BLACK CAT & DANIEL A.I.U. HIGGS - SCHELD'APEN ANTWERPEN - 7 NOV. 2007

IAN SIEGAL - DE BOSUIL - 2 NOV. 2007

MEL DUNE & ELVIS PERKINS - AB CLUB BRUSSEL - 27 OKT. 2007

ERIC TAYLOR – TOOGENBLIK HAREN – 26 OKT. 2007

JOHN HAMMOND - STADSSCHOUWBURG MECHELEN - 22 OKT. 2007

ASYLUM STREET SPANKERS - M.O.D HASSELT - 9 OKT. 2007

AMERICANA TREASURES: CHIP TAYLOR EN CARRIE RODRIGUEZ
- 7 OKT. 2007 - CCLEOPOLDSBURG

 


RUFUS WAINWRIGHT - KONINKLIJK CIRCUS - 16 NOV. 07

.

Vrijdag 16 november trekken we vol verwachting naar het Koninklijk Circus in Brussel om singer-songwriter Rufus Wainwright met full band aan het werk te zien. Rufus is grote fan van cabaret en opera, wat duidelijk hoorbaar is in zijn barokke, soms muzikaal bombastische popsongs. Hij is tevens een geweldig entertainer en nooit verlegen om zijn homosexuele geaardheid op het podium te outen. Bij zijn laatste passage in de Botanique was hij zelfs zijn handtassen aan het showen die hij in Brussel gekocht had. Ik had de man de laatste jaren enkel solo zien opereren en blijkbaar was ik niet de enige nieuwsgierige om hem met volledige band aan het werk te zien, want het "Circus" zat zo goed als tot aan de nok vol. Rufus opent, opvallend gekleed in een roze, fraai versierd streepjespak, met het tittelnummer uit zijn nieuwe cd, "Do I Disappoint You" gevolgd door het prachtige pianonummer "Going To A Town (I Am So Tired Of America)", duidend op zijn verhuis naar Berlijn. De sfeer zit er dadelijk in en dat zou gedurende de twee uur durende show zo blijven. Afwisselend zet hij zich achter de met sterren gedecoreerde vleugelpiano, laat hij zijn achtkoppige virtuoze band opdraven of grijpt hij naar zijn akoestische gitaar. Alles zit perfekt in balans, de mix, de uitgekiende belichting, zijn grappige bindteksten en verhalen. Ook de bezetting van de band wisselt regelmatig:een keer zonder percussie of bas, dan weer met blazersectie of alleen elektrische gitaar. Iedereen is duidelijk op elkaar ingespeeld en de sfeer onder de bandleden is uitgelaten. Het zijn ook stuk voor stuk goede zangers en een rijke, harmonische aanvulling op Rufus’ meeslepende baritonstem. Bijna gans de inhoud van zijn laatste cd "Release The Stars" moet er het eerste uur van de show aan geloven. Een nieuwe stunt komt er tijdens de uitvoering van "Between My Legs", waar hij in elke stad iemand laat opdraven om het gesproken gedeelte van dit nummer samen met hem op het podium uit te voeren. De gegadigden worden door hem geselecteerd aan de hand van de inzendingen op Youtube, een unieke belevenis voor elke die hard fan. In Brussel zijn twee zusjes, gezeten in elkaars nek, de uitverkorenen. De verrassingen zijn niet uit de lucht, want tijdens een instrumentaal intermezzo verdwijnt hij snel backstage voor een kostuumwissel. Zijn opvallend, glitterpakje moet plaats maken voor een Tirolerpakje, kompleet met lederhosen, kniekousen en lintjes aan de mouwen. We krijgen wat ouder werk voorgeschoteld zoals "Poses" en "The Art Teacher". Maar de klap op de vuurpijl komt er tijdens de bissen. Rufus dartelt het podium op, gehuld in een lange, witte badjas om een onvergetelijke "I Don’t Know What It Is" en "Poses" te brengen, solo op piano. Hierop volgt gepast, in zijn beste Frans, "Complainte de la Butte" uit de film Moulin Rouge. Je kan een speld horen vallen in de zaal en iedereen zit te wachten op wat er volgen zal. Plots komt hij naar voor, zet zich op een stoel en begint zich voor het publiek op te dirken met oorbellen en lippenstift, trekt naaldhakken aan en na het even uitflippen van de belichting staat daar een Judy Garland replica, performing "Be Happy" uit de film "Summer Stock" voor ons. De muzikanten zijn omgetoverd in dansers en dwarrelen rond hem als volleerde balletnichten. Le Cirque Royale heeft zijn naam niet gestolen vanavond en na een niet misplaatste afsluiter "Gay Messiah", komt er een einde aan de set. De thuisblijvers hadden zeker ongelijk, want deze "Release The Stars" tour is de beste en meest perfecte show die ik ooit beleefd heb. Chapeau Rufus!

.

.

Blowfish


ELLIOTT MURPHY - STADSSCHOUWBURG MECHELEN - 16 NOV. 07

In een volledig gevulde stadsschouwburg te Mechelen mochten we vrijdag 16 november het optreden meemaken van de sinds twintig jaar in Parijs wonende New Yorker Elliott Murphy. Het concert begint met een ingetogen intieme versie van "Making Friends With The Deads" uit de laatste "Coming Home Again" enkel met begeleiding van stergitarist Olivier Durand die we nog kennen van zijn werk met Little Bob. Als vervolgens de twee andere leden van de band het podium betreden kan Elliott op full power van start gaan met "Forty Days and Forty Nights" en krijgen we vervolgens een bloemlezing uit de 21 cd's die de man ons al heeft kunnen bieden. Wat dadelijk opvalt is dat de band vakkundig op mekaar ingespeeld is, en vooral Olivier Durand voor grote mate bijdraagt aan het hechte, goed uitgebalanceerde geluid van Elliot's band. Het publiek, bestaande voor een groot gedeelte uit een vaste fan – following, eet uit zijn hand, en dat geeft een gevoel, ondanks de uitverkochte zaal van een intiem concert in beperkte kring. Elliott heeft altijd een goede band met het Belgische publiek gehad, en dat blijkt nu ook. "Green River" dat al vroeg tijdens de set gebracht wordt, is één van de hoogtepunten van de avond. Dat Murphy, die toch bekend staat als poëtische singer -songwriter in de Dylan traditie, maar af en toe ook behoorlijk rockend voor de dag kan komen konden we horen in het nummers "Last of the Rock Stars". Andere hoogtepunten deze avond waren "Terraplane Blues" uit de voorlaatste cd "Murphy Gets Muddy", en "Rock Ballad" dat we kennen uit zijn meesterwerk "Just A Story From America". Als na ruim twee uur de groep afscheid neemt, komt er een staande ovatie en is het natuurlijk nog niet gedaan: de echte Murphy fans weten dat, zeker in België. Murphy niet moeilijk doet om "even" terug te komen, doet dit dan ook met "L.A Woman" van de Doors, uitgesponnen tot een medley met o.a werk van Muddy Waters, waarna hij nogmaals terug komt voor wat songs op aanvraag. Zo komt er vervolgens een prachtversie van "Lou Ann" uit "Soul Surfing". Alsof dat nog niet genoeg was komt de groep dan helemaal naar de rand van het podium vlak bij het publiek om een onversterkte en humorvolle versie te brengen van "As good As". Dan pas is het concert, dat ondertussen bijna drie uur duurde ten einde. Bijna 180 minuten genieten van uitstekende live muziek, en dat op je verjaardag, een mooier cadeau kon deze jongen zich niet wensen.

.

Foto's: Dumalin Willy
(RON) VIDEO 1 VIDEO 2


LUCINDA WILLIAMS - MUZIEKODROOM HASSELT - 15 NOVEMBER 2007

.

Iemands reputatie kan hem of haar vooruitsnellen. Voor aanvang van het optreden gonzen de (voornamelijk negatieve) geruchten door de hal van Muziekodroom: Williams zou ver heen zijn. Haar optreden op het Haarlemse Roots Of Heaven-festival, vijf dagen eerder, zou allesbehalve een waardige afsluiter zijn geweest. Ongeïnteresseerd en duidelijk beschonken zou ze er zich door een makke set hebben geworsteld. Bij aankomst in Muziekodroom zou men de zangeres bij het lopen hebben moeten ondersteunen. Enzovoort. Onder de concertgangers zijn de veelbetekenende blikken en schertsende verwijzingen naar Amy Winehouse niet van de lucht. Ook al nemen we dit onder het motto 'eerst zien en dan geloven' allemaal met een dikke korrel zout, toch rijst de vraag: wordt het vanavond voor Lucinda erop of eronder? Het zal uiteindelijk iets ertussenin worden. Tijdens de eerste nummers al blijkt dat Williams niet goed bij stem is en dat zal voor het grootste deel van de avond zo blijven. Ze weet zich echter omringd door een goed geolied gezelschap van topmuzikanten, het geluid in Muziekodroom is werkelijk onberispelijk en het publiek heeft er duidelijk zin in. Een verward ogende Williams geniet zichtbaar van de warme respons van de zaal. Nerveus giechelend verklaart ze met haar typische lijzige tongval dat ze doodop is. Ook zegt ze zich te schamen haar teksten te moeten aflezen uit een speciaal daarvoor aan haar zijde geplaatst boek maar dat ze zich zonder geheugensteun te onzeker voelt. Dit soort eerlijkheid is kenmerkend voor haar en de onverbloemde wijze waarop ze in haar muziek de tristesse uit haar eigen leven vaak schaamteloos duidelijk weet te belichten. Dat ze kan bogen op een ijzersterk oeuvre zorgt ervoor dat er vanavond aan prachtsongs geen gebrek is. Muzikaal wordt er eerst een rustige koers gevaren met nummers als 'Ventura', 'Fruits of my Labor' en 'Blue'. Gaandeweg trekt men harder van leer met onder meer 'Changed the Locks', 'Joy' en de smerige rocker 'Honey Bee'. Laat Williams' stem het vanavond afweten, op de muzikanten is niets aan te merken en vooral Doug Pettibone schittert meermaals op zowel mandoline als gitaar. Of hij nu ingetogen twangend op de achtergrond blijft of wild solerend loos mag gaan, het wordt allemaal schijnbaar moeiteloos en met grote klasse uit de gitaarhals geknepen. In de eerste toegift, het prachtige 'Overtime', lijkt Williams' stem voor de enige maal tijdens het optreden echt aansluiting te vinden met de muziek. Haar vermoeide, rasperige heesheid gedijt uitermate goed in deze weemoedige country-ballad. Het duistere, uit verschroeiende gitaren opgetrokken 'Unsuffer Me', waarin beide gitaristen nog eenmaal voluit gaan is de krachtige afsluiter van een wisselvallig optreden. De meningen achteraf zijn dan ook verdeeld. Conclusie van ondergetekende: met kletsnatte hakken nét over de sloot.

.

 

.


Foto's: Blowfish
(BENN)


 

SNARLING FOLK MET GROUPER, KISS THE ANUS OF A BLACK CAT & DANIEL A.I.U. HIGGS

SCHELD'APEN ANTWERPEN - 7 NOV. 2007

De Gentse muziekorganisatie (K-RAA-K)3 timmert al sinds 1997 naarstig aan een weg die de nietsvermoedende luisteraar binnenvoert in een even bevreemdend als verfrissend muzikaal universum. Dit gebeurt door middel van het uitgeven van een muziektijdschrift (Ruis), het runnen van een platenlabel en het organiseren van optredens. De nadruk ligt hierbij altijd op het muzikaal avontuurlijke, ongebruikelijke of experimentele. Deze Snarling Folk-avond markeert het einde van een Europese tournee die (K-RAA-K)3-paradepaardje Kiss The Anus Of A Black Cat ondernam met Amerikaanse duivel-doet-al Daniël Higgs. Het eveneens uit de Verenigde Staten afkomstige Grouper bijt vanavond de spits af maar doet dit op weinig overtuigende wijze. De mix van rudimentaire gitaarakkoorden, soundscapes en dromerige meisjeszang komt, mede door het zaalgeluid, niet echt uit de verf en houdt mijn aandacht dus ook niet lang vast. Alle jubelende cd-recensies ten spijt trekt deze eerste kennismaking met Liz Harris' solo-project mij vanavond niet over de streep. Maar ik gun haar graag een herkansing op cd. Ook Kiss The Anus Of A Black Cat kampt zo nu en dan met een rammelende geluidsmix maar dit weerhoudt hen er niet van een beklijvende set neer te zetten. Het vanavond als trio aantredende gezelschap rond zanger-gitarist Stef Heeren overtuigt op alle fronten middels een afwisselende playlist met als rode draad hun in vitriool gedrenkte folksongs. Of de nadruk nu ligt op duistere folk, rock of totale psychedelische waanzin, ten alle tijden blijft de groep goed bij de les en houdt de boel strak. Heerens fanatieke podiumpresentatie (met opeengeklemde kaken worden de teksten de zaal ingespuwd) zorgt voor een extra scheut adrenaline en is simpelweg de kers op de taart. Kiss The Anus Of A Black Cat is dan ook de uitgelezen groep om het publiek klaar te stomen voor de hekkensluiter van de avond: Daniël Higgs, in een vorig leven frontman van de punkband Reptile House. Hoewel tegenwoordig ook nog actief als dichter, grafisch artiest, zanger bij postrockers Lungfish én tatoeëerder wist dit heerschap enkele jaren geleden bij zichzelf alsnog een onontgonnen creatief talent aan te boren. Onder de naam Daniël Arcus Incus Ululat Higgs gaf hij in 2006 'Ancestral Songs' uit, een koortsige plaat vol bezwerende, repetitieve acid-folk. Tot op heden volgden er nog twee vergelijkbare cd's met als laatste wapenfeit het dit jaar verschenen 'Atomic Yggdrassil Tarot'. Net als op voornoemde platen heeft Higgs vanavond genoeg aan een banjo, een mondharp en zijn eigen stem om het publiek in te palmen en mee te voeren naar de veraf gelegen uithoeken van zijn eigen muzikale dimensie. Hypnotische improvisaties op beide instrumenten worden afgewisseld met prachtige, mantra-achtige songs als 'Love Abides' en 'Living In The Kingdom Of Death'. Dat er tussendoor tijd wordt gemaakt om een sigaretje te rollen en een babbeltje met het publiek te slaan doet geen moment afbreuk aan de broeierige sfeer die zo kenmerkend is voor 's mans optredens en die nog minutenlang nazindert als Higgs het podium in Scheld'apen heeft verlaten. Een meer dan waardige afsluiter van een opmerkelijke avond.
(BENN)

.

 


IAN SIEGAL - - 2 NOV. 2007


Langsheen Vlaamse wegen en Limburgse grachten en beken kom je dan plots de Bosuil tegen. M.a.w. het was even vragen en zoeken om deze muziektempel te vinden zonder de nodige handwijzers en zonder navigatiesysteem. Om de website stond vermeld aanvang 20:00h, deuren open om 20:30h en dat was niet gelogen, we hoorden ze soundchecken om 20:10h maar de deuren waren nog dicht. Tien minuten later mochten we dan toch binnen en kregen we onze eerste kennismaking met deze toch wel mooie zaal die qua grote naar behoefte kon worden aangepast. Omstreeks 21h mochten de jonge gasten van Big Blind het uur aan het lont steken. Deze jonge band uit de regio, ontstaan ergens in 2006, heeft heel goed geluisterd naar hun landgenoten Cuban Heels. Toch miste het ergens nog wat bezieling en afwerking maar wil ik zeker zeggen doordoen gasten, jullie zijn op de goede weg. De zaal was intussen goed volgelopen en er werden dan ook enkele wanden open geschoven zodat er meer ruimte ontstond. Om 22:30h was het dan eindelijk tijd voor de man die men momenteel looft met woorden als “nieuwe blueslegende” , “beste bluessongwriter” etc. Ian Siegal. Tijdens de eerste dagen van deze tournee deed hij beroep op Lord Julius, van de Backbones, daar de vaste bassist nog andere belangrijke verplichtingen had. Er werd krachtig geopend met een Bo Diddley beat en al dadelijk kregen we vier ( Ride on Josephine, Pretty Thing, Pay Bo Diddley en Who Do You Love ) klassiekers te verorberen. Al dadelijk viel op dat zowel Ian Siegal, als drummer Nik Bjerre en bassist Lord Julius in goeden doen waren en het publiek ook meteen mee hadden. Maar natuurlijk was Ian Siegal in het land en aan het touren om zijn nieuwste parel van een cd Swagger te promoten. Dus kregen we ook een heel aantal songs van die cd zoals “High horse”, “Catch 22”, “Stranger Then A Green Dog” en “God Don’t Like Ugly”. Halverwege de set mochten zowel de gitarist als bluesharpspeler van Big blind even het podium op om 2 nummers mee te doen en dat beviel zowel de beide jonge knapen als het publiek. Zowel de gitarist als harpist zette hun beste beetje voor en ik durf haast te zeggen dat ze samen met Ian beter tot hun recht kwamen dan tijdens hun job in eigen band. Na ongeveer anderhalf uur zat het erop en liet hij een moe maar tevreden publiek achter, een publiek dat gretig zijn nieuwe en vorige cd’s kocht en geduldig wachtte op de signering. Besluit: Ian siegal is een grote meneer, een klasbak bluesman en geweldig entertainer. Onderweg naar huis hebben we nog lang nagenoten van wat volgens ondergetekende één van de betere optredens van dit jaar was.

.

Meer foto's op: Lady Blue
Blueswalker

ZIE OOK INTERVIEW MET IAN SIEGAL


MEL DUNE & ELVIS PERKINS - AB CLUB BRUSSEL - 27 OKT. 2007

Dankzij Jan De Mars van Beggars Banquet konden we op het laatste nippertje nog toegangstickets krijgen voor het concert van Elvis Perkins in de AB Club in Brussel. De grote zaal had Siouxie (zonder The Banshees) geprogrammeerd en dat concert was bijna uitverkocht. Maar ik had helemaal geen spijt dat we in de gezellige AB Club naar 2 uitstekende optredens kon kijken.

Voorprogramma was een nieuwe West-Vlaamse formatie met de naam Mel Dune. De kern van deze groep is zangeres Bieke Verstegen en gitarist Jan Myny. Voor deze show werden ze bijgestaan door H.T. Roberts, een man die uiterst behendig omgaat met zowat elk snareninstrument en vanavond op banjo, mandoline, banjoline, ukulele en omnichord te bewonderen viel. Vierde man van de partij was Niels Delvaux op drums en percussie. Mel Dune bekoorde onmiddellijk met liedjes uit hun zonet verschenen eerste album dat de groepsnaam als titel meekreeg. “From A Room With A View”, ‘Time Hangs Heavy On Your Hands”, “Till Morning Comes” zijn vlot in het gehoor liggende popdeuntjes en de naïef ogende maar uitstekende zangeres Bieke Verstegen controleert het podium op een uiterst minzame wijze en krijgt het publiek al snel op haar hand, allicht ook omdat er zich heel wat vrienden en familie tussen de menigte hadden verspreid. “Refill My Heart” is een heel mooi intimistisch liedje en de vrolijkheid straalt af van “Try And Turn The Tide”. In de pers wordt Bieke Verstegen als zangeres vergeleken met een jonge Marianne Faithfull maar zelf herken ik eerder de stemkwaliteiten van Hope Sandoval (Mazzy Star) en van de Zweedse schoonheid Sophie Zelmani. Op hun debuutalbum staat als bonustrack ook nog een alternatieve versie van “Time Hangs Heavy On Your Hands”, hun leuke bijdrage aan de soundtrack van de film “Ex Drummer” (de verfilming van het boek van Herman Brusselmans). We hebben ons echt geen moment verveeld met Mel Dune als voorprogramma.

Maar dan kwam een schuchtere man met ziekenhuisbrilletje en baard op het podium. Met een stel kettingen om de hals en kleurrijke armbandjes om de pols was de vrees voor een afknapper nog gegrond. Maar toen pakte Elvis Perkins zijn akoestische gitaar ter hand om solo “It’s Only Me” ten gehore te brengen en vanaf dan kon de avond niet meer stuk. Wat een zanger, wat een talentvolle muzikant, wat een stel fantastische songs, wat een schitterende groep: Larry Rott op staande bas, Ethan Gold op gitaar, harmonium en vibrafoon en de bij momenten met trommel krankzinnig rondhossende drummer Osgood Perkins. 14 songs en 2 toegiften lang boeide deze band van start tot aankomst. Alle songs op de mooie debuut-CD “Ash Wednesday” kwamen aan bod en werden vakkundig afgewisseld met enkele sterke covers of nieuwe nummers die we wellicht op een volgend album zullen kunnen terugvinden. Elvis Perkins beschikt over een formidabele stem waarmee hij zich moeiteloos langsheen alle octaven beweegt zonder ook maar één enkele vals gezongen noot. Je krijgt echt helemaal kippenvel van de wereldsong “Ash Wednesday”, maar evengoed van “Emile’s Vietnam In The Sky”, “The Night & The Liquor” of “While You Were Sleeping”. En hun uptempo-nummers zijn echte fuifsongs “All The Night Without Love” en “May Day”. Wat bovendien fijn is om te vernemen is dat de nieuwe liedjes allemaal heel mooi zijn: “Dooms Day”, “1 2 3 Goodbye”, “Shampoo” en “Hey”, die soms zelfs doen denken aan de hits van de Britse groep Clap Your Hands Say Yeah !! waarvoor Elvis Perkins tijdens zijn voorbije doortocht in België het voorprogramma verzorgde. Wij hebben ons uitermate geamuseerd en een schitterend concert gezien, waarvoor nogmaals dank aan Jan De Mars.

(valsam)

 


ERIC TAYLOR – TOOGENBLIK HAREN – 26 OKTOBER 2007


Wars van moderne stromingen houdt ‘Toogenblik’ in Haren zich al decennia lang staande, niet alleen als bruin jeugdcafé waar menig artiestenfoto de muren siert, maar ook als folkclub, waar singer-songwriters graag even halt houden. Zo ook de in Atlanta opgegroeide Eric Taylor, die rondhangend in Texas ooit de oude bluescountryzangers bezig zag en met muziekgezellen Townes Van Zandt en Guy Clark de cafés afschuimde. Vermits Eric Taylor al voor de vierde keer op het Toogenblik-podium stond, zag hij er geen graten in om te soundchecken voor het voltallige publiek. Het leven van Taylor liep meer over doornen dan rozen, wat ook in zijn songs tot uiting komt. Studies afgehaakt, gestrande huwelijken, financieel aan de grond zitten, drank en zwerversleven, het laat zijn sporen na. Maar E.T. weet littekens tot poëzie en kunst te verheffen. Uitgerust met een akoestische gitaar, een fles Glenfiddich aan zijn voeten en op de muziekstandaard een bladerboek met eigen songteksten, begon hij aan een boeiende act, die intuïtief open bloeide. Afhankelijk van zijn stemming grasduinde hij in dat Lyrisch boek op zoek naar de juiste song. Daarom verschilde de eerst helft wat van de tweede, al bleef de kern van zijn songteksten grimmig. In de eerste helft vertolkte Eric Taylor introspectief met gesloten ogen zijn songs, als het ware de beelden uit zijn verleden voor zijn geestesoog oproepend. Terwijl hij zich na de pauze liet verleiden tot interactie met het publiek. Vanaf het begin stond Mathias Schneider hem met elektrische gitaar terzijde, gevoelvol inhakend op de getormenteerde teksten van Eric. Soms maakte de Duitse gitarist uit Heidelberg gebruik van de Lap Slide en vormde met resonerende klanken de ideale bedding om de songteksten van Eric te laten oplichten. Aanvankelijk putte Eric Taylor hoofdzakelijk uit zijn ‘The Great Divide’ cd, gezongen met die schroeierige stem, ergens tussen Calvin Russell en Townes Van Zandt in, maar toch met zijn eigen merk roestig schuurpapier. Het lang uitgesponnen ‘Brand New Companion’, overvloeiend in het intense opgejaagde ‘Dirty Dirty’, wierp nachtschaduwen over het publiek. ‘Big Love’, uitvoerig ingeleid, dreef op compassie voor de fysiek minder bedeelden en hun hunker naar communicatie. Daartussenin enkele bluesy songs zoals ‘Manhattan Mandolin Blues’ of het zwaarmoedige ‘Carnival Jim and Jean’ uit zijn laatste cd. Uit die cd koos hij ook het bittere ‘Hollywood Pocketknive’, daarmee als een doorwinterde Beatnikdichter de grimmige gevoelskleur in de verf zettend. Taylor weet immers zijn aanklacht en mededogen steeds in prangende beelden om te zetten. Sideman Mathias voelde Eric’s stemmingwisselingen goed aan en als deze begon te vertellen hield hij zich op de achtergrond, geduldig Eric’s speelse plaagstoten incasserend. Soms werd hij ook beloond met een verstandhoudinghanddruk wanneer het samenspel van beide gitaren quasi volmaakt aaneensloot. De vertelkunst van Eric Taylor nam soms hilarische proporties aan, zoals zijn beschouwingen over het koffietafel/salontafelboek, gewoonlijk een buitenmaats sierboek dat men met kerstmis als cadeau krijgt en dat dan zijn tijd moet uitliggen tot het onder de canapé kan worden geschoven…. Of over Hemingway met zijn ‘testeron’ voorliefde voor de jacht zelfs met een onschuldige zebra in het vizier. Op tijd en stond pikte hij in zijn boek een nieuwe song op met ter afsluiting “The Great Divide’. Deze laatste song linkte hij aan de folkzangeres Kate Wolf, singer-songwriter uit Californië, te vroeg bezweken aan leukemie. Geen betere song denkbaar om zijn emotioneel songparcours af te ronden als een symbolisch overbruggen van de scheidingslijn tussen leven en dood. De expressie die hij legde in ‘I Got Another Woman Just Rocks Me When I Cry’ sprak boekdelen, zoals trouwens alle verhalen in Eric’s songboek, die hij als zijn overlevingskit na afloop meenam.
Marcie

Foto: PhilBe


JOHN HAMMOND - STADSSCHOUWBURG MECHELEN - 22 OKT. 2007

VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3 VIDEO 4

In een (te) schaars gevulde stadsschouwburg van Mechelen kwam op deze eerste echte koude avond van het jaar de blueslegende John Hammond ons een lesje bluesgeschiedenis voorschotelen. Vijfenzestig is de man ondertussen, maar het is hem geenszins aan te zien. Gedurende twee uur loodste hij door een lading bluestraditionals om U tegen te zeggen, gebracht met enkel een akoestische gitaar, afgewisseld met een National Resophonic en zijn onafscheidelijke mondharmonica in nekholster. Met die karakteristieke stem van hem wist hij het ondanks de sobere omlijsting, (slechts enkele spots en een voor de rest pikkedonker podium en dito zaal) boeiend te houden van begin tot einde. Dat John in zijn bijna 50 jarige carrière heel wat memorabele ontmoetingen had met de "Fathers Of Blues" konden we horen uit de bindteksten tussen de nummers in. John is een begenadigde verteller en archivaris van de bluesgeschienis om het zo te zeggen. De ontmoetingen met legendes als Howlin Wolf, Muddy Waters, Sleepy John Estes, de verhalen die Wolf hem vertelde over Charlie Patton en anderen, werden omlijst met doorleefde versies van songs van deze muzikanten. Zijn vriendschap als tiener met Michael Bloomfield, die hem bij al deze mensen "binnenloodste" om het zo te zeggen, en de verhalen die dit allemaal opleverde, blijven uiterst boeiend voor de echte liefhebber van de countryblues, je kreeg om zo te zeggen een aangename les over de blues vanaf 1955 tot nu in een notedop en voorzien van hoogst aangename cover versies met de eigen "Hammond" stempel. Zo hoorden we onder andere Robert Johnson's "Come On Into My Kitchen" gevolg door een eigen song die naar eigen zeggen geinspireerd werd door de muziek van die man die volgens de legende zijn ziel aan de duivel verkocht zou hebben in ruil voor roem. De duivel is zijn verbintenis wel nagekomen. Robert Johnson zal voor altijd de belangrijkste bluesartiest aller tijden blijven, al stierf hij straatarm. Ook enkele covers van Howlin' Wolf ontbraken natuurlijk niet, want John bewondert deze man enorm (net als ik trouwens, maar dit terzijde), hij bracht ondere andere "How Many More Years" en "Rocket Oldsmobile" van Chester Burnette, die het zingen naar eigen zeggen leerde van platen van Jimmie Rogers, "the yodeling cowboy", alleen het jodelen lukte niet en zo onstond de "Howl" van the Wolf. Dit en andere weetjes en anekdotes maakten dit optreden een afwisselend geheel en kruidde de reeks van countryblues traditionals met wat humor en wetenswaardigheden. Sinds tien jaar schrijft John nu ook zelf songs, iets waar hij zich voorheen nooit aan waagde en hiervan kregen we er ook enkele te horen. Een ander hoogtepunt in zijn carrière was zijn ontmoeting met Tom Waits, waarvan hij het voorprogramma moest doen bij één van zijn optredens, en die hij helemaal niet kende, toen hij echter Waits hoorde was hij totaal overrompeld door diens talent en voelde hij zich ongemakkelijk om na zo een artiest nog op te treden. Na het concert kwam Waits echter de kleedkamer in en vertelde hem dat hij een grote fan van Hammond was en al diens platen had, hetgeen resulteerde in een samenwerking en vriendschap en een cd opleverde met 12 songs van Waits. Het mooie en gedreven uitgevoerde "Get behind the Mule" was hier het bewijs van. Ondertussen heeft John een indrukwekkende palmares bij elkaar gespeeld (32 cd's), en omdat de platenfirma’s vanwege de muziekcrisis enkel zijn platen nog in Amerika uitbrengen, richtte hij onlangs zijn eigen label op om zijn platen toch ook in Europa te kunnen verdelen. Hiermee is hij de zoveelste artiest op rij die ontevreden is over de werking en denkwijze van de platenfirma’s. Na twee uur boeiende muziek sloot John Hammond dan af met de Muddy Waters cover "Can't Be Satisfied", één van de vier bijgevoegde clips die U een indruk geven van wat je in Mechelen gemist hebt op maandag 22 okt. '07. Om een collega van mij te citeren: de (talrijke) onwezigen hadden (weer eens) afgelijk!

(RON)


ASYLUM STREET SPANKERS - M.O.D HASSELT - 9 OKT. 2007

 

Het eerste wat opvalt als we rond 20.00 uur Muziekodroom betreden is de magere opkomst. De naam Asylum Street Spankers doet in Hasselt kennelijk niet al te veel belletjes rinkelen. Niet dat ik zelf zo'n grote kenner ben van het oeuvre van de Texanen, maar het is toch nog opvallend leeg in en om de zaal. In het daarop volgende half uur zal er nog wel wat volk binnendruppelen zodat de club van M.O.D. bij aanvang van het optreden toch al enigzins gevuld lijkt. De Spankers zelf laten het zich duidelijk niet aan hun hart komen. Met zichtbaar speelplezier serveren ze ons vlotjes drie nummers van hun onnavolgbare 'vaudevillebillie' zodat de sfeer er snel inzit. Onmiddellijk valt ook op dat we hier te maken hebben met een bende rasmuzikanten. Gebruik makend van een instrumentarium uit (schijnbaar) lang vervlogen tijden en bijna allemaal gezegend met een prachtige zangstem slaan ze op slinkse wijze een muzikale brug tussen de jaren 1930 en 2007. En dan heb ik het alleen nog maar over de eerste drie nummers. Tijdens de rest van de avond palmen ze het publiek moeiteloos in met een gevarieerde set op topniveau. Dat vele bandleden 'dubbelen' op verschillende instrumenten en dat er om de twee, drie nummers iemand anders de zang voor zijn of haar rekening neemt houdt de zaak fris. Voeg daarbij nog het hoge niveau van musciseren, de hilarische teksten alsook de invloeden uit alle muzikale windstreken en de verveling krijgt gewoon geen kans om toe te slaan. Zanger/mondharpist/wasbordspeler/menselijke walrus Wammo geeft enkele mooie harpsolo's ten beste maar blinkt ook uit als zanger in nummers als 'You only love me for my lunchbox' of zijn tirade tegen burengerucht 'Leafblower'. Natuurlijk krijgen we ook zijn rapnummer 'Hick Hop' te horen waarin hij wordt bijgestaan door mandoline- en dobrospeler Charlie King die, de baseballcap scheef op de kruin geplaatst, Beastie Boys-gewijs de tweede vocalen verzorgt. Ambiance! Diezelfde Charlie King komt ook zeer verrassend uit de hoek als hij op opmerkelijke wijze een countrynummer voorziet van een refrein in Tuvaanse keelzang. Verderop in de set eigent men zich het nummer 'Tv Party' van de Californische hardcore-pioniers Black Flag toe om er een geslaagde hoempaversie van te spelen. Dit alles overgoten met een overduidelijk Spike Jones-sausje en allemaal gebracht met de glimlach, alstublieft! De enige die niet echt lijkt te delen in het zichbare plezier waarmee de rest van de band op het podium staat is Christina Marrs. Gedurende de hele avond maakt ze een vermoeide en knorrige indruk. Dit belet haar echter niet om als bespeelster van banjo, mandoline en gitaar toch indruk te maken. In een soort van Transsylvansisch walsje is ook zij het die met de zingende zaag voor de juiste spookachtige sfeer weet te zorgen. Maar vooral als zangeres vind ik haar de ster van de avond: zonder moeite en met verve wisselt ze af tussen doorleefde bluesvocalen ('Got my mojo workin'), melancholische country, Betty Boop-achtige tekenfilmstemmetjes en krolse jazz ('Breathin'). Straffe madam. Na de obligate en door het publiek uit volle borst meegebrulde afsluiter 'Beer' zit het muzikale gedeelte van de avond er op en blijken de Spankers achteraf ook nog eens uitermate toffe gasten waarmee het goed pinten pakken en over muziek zeveren is. Een zeer geslaagde avond, voor herhaling vatbaar. De onwezigen hadden overduidelijk afgelijk.
BENN

ZIE OOK INTERVIEW MET ASYLUM STREET SPANKERS

 


AMERICANA TREASURES

CHIP TAYLOR EN CARRIE RODRIGUEZ
7 OKT. 2007 - CCLEOPOLDSBURG

 

Net als vorig jaar was Americana Treasures weer te gast in het CC. van Leopoldsburg. Een lovenswaardig initiatief van Vivesco ism. Rounder Records die er telkens in slagen om het mooiste van erkend of aanstormend talent uit de schatkist van de Americana te presenteren. De tocht van vorig jaar: Caroline Herring, Slaid Cleaves en vooral Jeffrey Foucault, werd door het "Kamp" erg enthousiast onthaald (zie rev: extra support '06) en effende de weg voor een nieuwe aflevering. Ditmaal werd er beroep gedaan op levende legende Chip Taylor (1/1/1940) & Carrie Rodriguez, beiden vormen nu al enkele jaren een uitzonderlijk en bijna onafscheidelijk muzikaal duo (al ging Chip Taylor voor het Blue Highways festival 2007 eventjes "vreemd" met Kendel Carson). In laatste instantie haakte de eveneens aangekondigde John Platania af en werd vervangen door Hanz Holzen (gitaar) en Kyle Kegerreis (upright bass). Onder hun drietjes mochten zij het concert openen en volgens mijn bescheiden mening en enkele opgesnoven reakties in de pauze, was dat nu niet bepaald een groot succes. Beide heren gaven een nogal apatische aanblik en het leek wel of ze een verplicht conservatorium proefwerkje moesten afleveren. Weinig emotie en bezieling in hun doen en laten en ook Carrie zelf kreeg het vuur niet in de pan. Een aarzelende start met wat gitaar gepluk en enkele nieuwe songs die niet aansloegen ... het was wachten op de titelsong van haar solo-album "Seven Angels on a Bycicle", het hanteren van de fiddle (zoals ze zelf aangaf ... feitelijk "haar" instrument) en het afsluitertje met guest Chip Taylor om het niveau wat op te krikken. Na de pauze bewees zijne grijze eminentie hoe je een goedgevulde zaal moet inpakken... gitaar losjes omgehangen, de mondharmonica zachtjes beroerend, wat leuke verhaaltjes als bindteksten en een aantal songs die de tand des tijds moeiteloos hebben doorstaan. "Zijn" klassiekers "Wild Thing"en "Angel of the Morning" mochten natuurlijk niet ontbreken, maar Taylor ging ook eventjes shoppen bij J. Cash ("Big River"), Merle Heggard "Today I Started Loving You Again" en Chuck Berry ("Mabellene"). Ook al vergat hij bij de laatste song zijn tekst en slaagde de gitarist er maar niet in om ook maar een enkele flard van Chuck's beroemde gitaarrif te doen weerklinken (en dan hebben wij het nog niet over een eindje "duckwalk"). Het kon de pret niet drukken want Chip Taylor weet door zijn erg innemende persoonlijkheid en jarenlange ervaring iedere concertganger te overdonderen. Een flink staaltje van zijn kunnen bewees hij met de schitterende songs "I' Don't Believe in That" en "I Need Some Help with That" uit het "Unglorious Hallelujah album en nu kwam Carrie Rodriguez beter aan bod met de backing-harmony vocals en fiddle op ondermeer "I Don't Wanna Play House Anymore", "Let's Leave This Town", "Must Be The Whiskey" en "The Real Thing". De Americana liefhebbers reageerden verrukt en dat stond averechts op hetgene wat men Chip & Carrie in de oren had gefluisterd ... schrik niet van de lauwe reakties van het overwegend Limburgse publiek! De beloning liet niet lang op zich wachten ... een verdiend applaus en een uitstekende verkoop van cd's bewezen het tegendeel.
(SWA)

ZIE OOK INTERVIEW MET CHIP TAYLOR EN CARRIE RODRIGUEZ