TRIBUTE TO GEERT VINCX@TOOGENBLIK HAREN - 18 OKT. 2008

Decennia lang volgde ik van op de zijlijn het wel en wee van folkclub Toogenblik. Aanvankelijk werd dit jeugdcafé als Tsleutelgat boven de doopvont gehouden, gerund door Rie Vandenberg, thans Stand Up Promotor die met zijn Brosella Vrienden de Brusselse folk- en jazzscène van blijvende zuurstof voorziet. Tussen hem en de huidige organisator van Toogenblik, Luc Gheldof, die met zijn Brusselse panache nu het clubje draaiende houdt, situeerde zich jarenlang de persoon van Geert Vincx, talentscout, muziekliefhebber, Cd-verzamelaar, complexe mens met een eerlijk hart en tien jaar geleden weggevallen. In ‘Brussel Deze Week’ wijdde Georges Tonla Briquet nog een artikel aan hem in aanloop van het vijfuren durende Tribuut op zaterdagavond.

Tien jaar na zijn dood bewezen zijn vrienden, clubgenoten, muzikanten en de talrijke opkomst dat zij Geert niet vergeten waren met, daartoe uitgenodigd, een gezamenlijk symbolisch heffen van het glas. Bovenaardse krachten speelden vanaf het begin mee, want al bij het eerste optreden van Cro Mignon ging het alarm af en doofden wat later de lichten. Gelukkig bleef het daarbij want de rest van de avond kon het publiek met volle teugen genieten van wat op het podium werd geboden. ‘Cro Magnon’ mocht destijds in hun beginperiode Toogenblik als repetitieruimte gebruiken. Nu stonden zij enigszins afgeslankt als Cro Mignon geafficheerd met contrabassist Chris Carlier als nieuwkomer. Frontman Geert Waegeman verzekerde ons echter dat volgend jaar Cro Magnon weer voltallig zal zijn. Om hun optreden te beschrijven ontbreken adequate woorden. Hun ‘Urban Chamber Music’ is opgebouwd uit rijke klanksymfonieën, die je best ruimtelijk en weerloos ondergaat. Het subliem vioolspel van de twee violisten samen met de tenor- en baritonsax van Koen Van Roy vervoerden en ontroerden. Daarbij komt nog de ritmische contrabas van een bevlogen Chris Carlier die, wanneer nodig, zelfs zijn bas als djembe betrommelde. In die waterval van chaotische klanken, die toch harmonisch samengaan, kon je met je ogen dicht inbeelden dat hier de Belgische Goran Bregovic aan het musiceren was. Als een exuberante soundtrack van invoelende en visuele muzikaliteit. Daarbij gebruikten zij behalve viool en veelsoortige saxinstrumenten ook nog triangel, jew harp, uitheemse fluit en samplers. Zelfs uit een witte ballon werden zangnoten gewrongen door multi-instrumentalist Stef Coltura. En het fijngevoelige mandolinespel van Waegeman zou zelfs tranen aan een steenuil kunnen ontlokken. Inspiratie haalden zij uit oude en nieuwe nummers, klassiek of exotisch georiënteerd. Zelfs een ‘cassette’ jeugdwerkje dook op, naast hun succesnummer ‘Treponema’. Hun composities gijzelden de toeschouwers bijna een vol uur. In de Bisnummers sloot Steven de Bruyn aan, wat resulteerde in een communicatief musiceren tussen viool en harmonica. Alles paste en verrukte. Tijdens hun samenspel eerden zij ook Geert Vincx met een anekdote, toen hij destijds Toumani Diabate aankondigde als de prins van Mali in plaats van de Kora Prins.

Ook troubadour Johnny Gotting wijdde songs aan Geert Vincx, die hem meermaals in Toogenblik had uitgenodigd. Jaren geleden ging Johnny G. als ‘One-man Band’ door het leven. Nu hield hij het bescheidener met alleen zijn gitaar en af en toe wat harmonicabegeleiding. Zijn stem is zo wendbaar dat hij zowel blues, pop, jazz als liefdessongs kan brengen. Onvoorstelbaar hoe hij maar in zijn songboek te graaien had om zonder tussenpauze de ene song aan de andere te rijgen. Johnny Gotting, een in Indië geboren Engelsman, heeft immers de hele wereld rondgezworven en constant zijn liedjesschat aangevuld. Moeiteloos schudde hij er daarvan een twintigtal uit zijn reiszak, zich begeleidend met of zonder slidegitaar. Zijn hoge stem paste zich aan bij de gevoelslaag van de songtekst. Breekbare liefdesliedjes zingt hij zoals een oudere Nick Drake, gesteld dat deze had blijven leven, pré-war songs zingt hij gegroefd of met falset, Afrikaanse songs uitheems, ‘Jesus Make Up My Dying Bed’ soulvol en ‘Wild Romance’ nachtelijk jazzy. Deze muzikant/gitarist is blijkbaar vooral in de regio Brussel en bij connaisseurs een legende. Een tijdlang aan de horizon verdwenen is hij nu weer terug en zaterdagavond demonstreerde hij hoe fenomenaal zijn muzikaal geheugen is. Daarbij is hij een gevoelig artiest wat je kon merken toen hij bij ‘Blue Eyes Crying in the Rain’ Geert Vincx leek te gedenken.

Dat deed ook Roland Van Campenhout toen deze overschakelde naar ‘Midnigth Star’ nadat Steven de Bruyn Geert Vincx memoriseerde. Roland en Steven toonden zich als vanouds de spitsbroeders die zij al jaren zijn, elkaar aanvoelend vanaf de eerste noot. Bovendien waren er nog de getalenteerde ‘& Friends’. Zowel de briljante percussionist Tony Gyselinck, bruisend van levenslust en vaste waarde in ‘The Rhythm Junks’, als gitarist Geoffrey Burton, die ooit met Arno samen speelde, deelden het podium. Blijkbaar probeerden zij het repertorium voor de eerste keer gezamenlijk uit. De gitaren van Roland en Geoffrey sloten qua timbre goed aan. Door een gitaarexpert liet ik me voorlichten dat Geoffrey met een Fender Bass VI speelde. Hiermee kon hij de vreemdste geluiden uit zijn instrument toveren: gruizig, spacy, onheilspellend of beroezend. In ‘Fine Sugar Mama’ wervelden swampy stofdeeltjes rond. Roland maakt het ‘as usual’ compleet met stem en bluesattitude. Steeds blijkt hij vernieuwend, hoe vaak je hem ook ziet spelen. Zowel met zijn ‘Never Too Soon’ als met het helse ‘It All Has to Do With It’, mijn ‘all time’ favoriet, behekste hij de zaal. Magisch om telkens vast te stellen hoe hij vanuit het soundchecken het publiek vanaf de eerste noten doet verstommen.

Steven De Bruyn, pas terug uit China en dus in oosters touwtjeshemdje, beleefde een van zijn hoogdagen. Deze mondharmonicaspeler met totemnaam ‘Dance with Harmonica’s’, nam afwisselend de zangpartij voor zijn rekening, waarbij hij soms zijn Wim Mertens stemmetje uitprobeerde. Met wisselende harmonica’s, - mega, middelgroot en klein - of met omnichord zwengelde hij het jungleritme aan. Het reggaeachtige ‘Join The Bus’, megahit van de ‘Rhythm Junks’, ontbrak ook niet. De vier rasartiesten zweepten elkaar op als in een eindpeloton en in de Bisnummers hoorde je een ware Frank Zappa kakofonie. In de Encore spijtig genoeg geen ‘Mustallah’ of ‘Bad Tattoo’ uit het ‘Waterbottle’ album, maar een mens kan niet alles hebben. Wat je wèl kreeg benaderde al het summum waaraan Geert Vincx ongetwijfeld veel plezier had beleefd. Dit gezegd zijnde moet je niet altijd wachten tot het te laat is. Soms is het gepast om ook aan de levenden een tribuut te wijden. O.m. aan de huidige ploeg die het Toogenblik geolied en drijvende houdt. Daarmee doel ik zowel op de vriendelijke kassadame, de stoïcijnse tappers als op soundman/medeorganisator Willy en de alomtegenwoordige Luc, programmator/coördinator. En ik ontdekte ook het geheime wapen van de Club of waarom de artiesten in Toogenblik stelselmatig zo’n hoge toppen scheren. Het geheim ligt gewoon verborgen in wat de genereuze chefkok telkens de muzikanten aanbiedt. Als een Marie Laveau - maar hier een Gerrit -, voegt hij namelijk op ingenieuze wijze allerlei magische ingrediënten aan zijn kookkunst toe.


Marcie

Meer foto's: Blowfish