DAVID FERRARD & MIKE BROSNAN@TOOGENBLIK HAREN 5 DEC.2008

.

Aan de vooravond van de feestdag van de H. Sint wou de organisatie van Toogenblik het publiek extra verwennen met twee optredens in plaats van één. Na de nog jeugdige singer-songwriter David Ferrard sloot de doorwinterde Nieuw Zeelander Mike Brosnan aan, zodat de luisteraars kwaliteitswaar voor hun euro’s kregen. De opkomst was maar magertjes, maar dat bevordert dan weer het muzikaal nestgevoel in het folk- en bluescafé. Ook de beide muzikanten benadrukten in de loop van hun set hoe zij het welkom en het kader van het muziekcafé waardeerden. Een onthaal op repen chocolade, gastronomisch diner en een keur van biermerken maken zij blijkbaar niet zo gauw mee. En voor beiden was het een eerste bezoek aan het Toogenblik.

David Ferrard, half Schot, half Amerikaan verbleef zes jaar voordien al korte tijd in België en vierde zijn aankomst in de Brusselse Metro met de consumptie van een warme wafel. Met zijn John Denver stem, zijn schuchtere oogopslag en zijn argeloos charisma boeide hij het publiek een gans uur lang. De meeste songs kwamen uit zijn debuutalbum ‘Broken Sky’, tot nu toe zijn enige. Wel producete hij nog het compilatiealbum ‘Not In Our Name’, waarop gerenommeerde songwriters, zoals Roy Bailey en Dick Gaughan hun protest uitzingen tegen de oorlog in Irak en Afghanistan. Zijn eigen daarin opgenomen ‘Hills of Virginia’, vertolkt vanuit het perspectief van een jonge soldaat in Irak, hernam hij Live in een beklijvende versie. Aan inspiratie en maatschappelijk engagement ontbreekt het hem blijkbaar niet. Niet alleen maakte David zich verdienstelijk als activist maar hij zet zich ook in voor het behoud van het Schots/Iers erfgoed dat tot in Noord Carolina doordrong. Dit alles kwam aan bod in de loop van zijn performance waarbij anekdotes en beladen folksongs elkaar afwisselden. Hij zette in met ‘Take Me Out Waltzing Tonight’ en eindigde tien songs later met ‘Old Time Love’. Daartussenin vertelde hij met humor over zijn 95-jarige grootmoeder of over zijn jeugd, waarbij hij naargelang de seizoenen wisselde tussen Schotland en Amerika. Zijn betrokkenheid in de mars voor de vrede uitte zich in ‘Visions Of Our Youth’. Zijn aanklacht tegen de slavernij verwoordde hij via de Robert Burns song ‘The Slave’s Lament’. Die tweespalt tussen Amerika en Schotland lijkt eens wezenstrek bij David die verder nog twijfelde tussen ‘Murder’ ballades of ‘Train’ songs, wat het publiek doorgaans verwacht van een reizend troubadour. En de a-capella gezongen traditional ‘My Dearest Dear’ groeide uit tot een sterk emotioneel moment waarin de zanger zijn kwetsbare Keltische ziel liet schrijnen. Hij pikte deze heimweesong op bij de geïmmigreerde Ieren en Schotten in Noord-Carolina, die daar nog een kern vormen. Zo voer David heen en weer tussen de twee polen van zijn spirituele wateren.

Mike Brosnan uit Nieuw Zeeland, maar residerend in Duitsland, trok de lijn door en spreidde zijn breed uitwaaierende songschat uit. Deze veelzijdige songschrijver, met een vijftal albums op zijn naam, voelt zich in alle genres thuis, zowel in het middenveld van het songwriterschap als in de bluesrockende of bluesauthentieke buitenbanen. Als een uitgehouwen neergezeten Man in Black begeleidde hij zich de ganse avond met zijn zwarte gitaar. Bij de twee andere gitaren sprongen de snaren al bij hun eerste ‘slide’ behandeling, zodat Mike zich noodgedwongen moest beperken tot zijn akoestische zwarte. En vermits allround soundman Willy bij mijn weten nog geen snaren kan vervangen, althans niet in ijltempo, bleven de twee kapot-snarigen verder aan de kant. Gelukkig bleef er nog één over waarop hij moeiteloos zijn virtuositeit kon bewijzen, zowel Piedmont als ragtimegewijs naar het voorbeeld van zijn idolen Rev. Gary Davis of Blind Arthur Blake. Het ‘I Woke Up This Morning’ citerend voegde Mike eraan toe dat dit een probleem geeft als dat niet het geval is. Dixit Mike. Ook hij wisselde flegma af met gelaagde songs, waarbij hij met geloken ogen achter gekleurde brillenglazen zijn herinneringen aftastte. In de eerste set bleef hij nog in de atmosfeer van folkrock, Nashville en Americana rondwaren en koos hij voor songs als ‘Nowhere To Run’ of ‘Gonna Run Away’ uit zijn laatste ‘Beneath Southland Skies’ album, afgewisseld met de intiemere ‘Wasted Time’ en ‘Letter For A Friend’. In de tweede helft greep hij naar meer authentieke countryblues of eigen songs die er sterk bij aanleunen. Toen hij vertelde dat hij soms bij het wakker worden in de spiegel kijkt om tot zijn verrassing te constateren dat hij niet zwart is, geloofde ik hem op zijn woord. In werkelijkheid waren zijn grootouders, Daniel en Nellie, Ieren en hoopte zijn grootvader in het verre Nieuw Zeeland het geluk te vinden in het spoor van de laatste gouddelvers. Hij zou Ierland nooit terugzien. Het komt allemaal weer tot leven in het ontroerende ‘Duagh Memories’. Deze en andere verhaaltjes schetsen de persoon Brosnan die met zelfrelativerende humor terugblikt op passages uit zijn leven: ‘She Ran Off with a Country & Western Singer’, ‘Handy Man’, ‘Good Liquor, Bad Company’. Als hij dan een cover kiest zoals ‘Vigilante Man’ van Woody Guthrie of Tom Petty, Neil Young, Tommy Johnson en vooral Lowell George aan zijn favorietenlijstje toevoegt, heeft dat zijn dieperliggende betekenis. De singer-songwriter wordt nogal eens vergeleken met Ry Cooder of John Hiatt. Evenzo kan je stellen dat hij gelijkt op zichzelf. Deze in wezen dooraderde bluesartiest zoekt de spotlights niet maar gaat rustig zijn gang, rondtoerend met zijn eigen folk/rock bluessongs zoals hij dat ook deed in Toogenblik. Teruggeroepen voor een ‘Encore’ sloot hij af met een dankwoordje en Lowell’s song, Willin’, over een langeafstandstrucker, de zanger ten voeten uittekenend. Ook hij kan zeggen ‘I was kicked by the wind,…I’ll be willing to be moving’. En toen was het middernacht en mocht de wijze SINT in het echt komen. De Cd’s aan de uitgang lagen voor het grijpen, maar wel tegen betaling. Ook voor St. Niklaas is het crisis.
Marcie

Foto's: Marc De Proft