STEVEN DE BRUYN & EUGENE CHADBOURNE – TOOGENBLIK HAREN – 29 FEB. 2008

Dat de organisatoren van Toogenblik al jarenlang een spreekbuis vormen voor alternatieve en dikwijls miskende muziekgenres en muzikanten is een publiek geheim. Vanavond staat er weer zo’n fenomenaal duo op het podium. Het eerste muzikale wonder komt van Belgische bodem en staat internationaal hoog aangeschreven als getalenteerd mondharmonicawonder. Steven De Bruyn verwierf niet alleen bekendheid door zijn mondharmonicaspel bij de bluesband “El Fish”, maar verbaasde menig groot buitenlands artiest met zijn originele en gepassioneerde benadering van dit instrument. Nochtans is hij een autodidact en begon hij slechts tijdens zijn universiteitsjaren zelf muziek te spelen. Toen G.Love & The Special Sauce hem bezig zag in hun voorprogramma met The Rhytm Junks in het Rivierenhof, smeekte die Steven om met hen het podium te delen. Ik herinner me nog goed hoe hij als special guest bij Little Axe in de Botanique het optreden zo’n een enorme boost gaf, dat zelfs bassist Doug Wimbish zijn mond openviel van verbazing. Zijn wapenbroeder voor vanavond, Dr. Chad, ontmoette hij op een festival in Nancy en hij was onmiddellijk weg van ’s mans inventieve en soms gekke benadering van verschillende muziekstijlen. Als de woordvoerder van oud president Ronald Reagan je een bedreiging noemt voor de klassieke Amerikaanse cultuur, mag je jezelf wel een revolutionair vernieuwer noemen. Eugene Chadbourne noemt zichzelf componist, schrijver, instrumentalist en performer met dadaïstische trekjes. Hij is ook de uitvinder van een uniek instrument, de elektrische grashark, die voor de gelegenheid betokkeld wordt als een snaarinstrument, versterkt met een pick-up van een elektrische gitaar of micro. Ooit gitarist bij “Shockabilly” werkte hij al samen met artiesten zoals Camper Van Beethoven, John Zorn, They Might Be Giants en The Violent Femmes. Heden ten dage toert hij rond, samen met Jimmy Carl Black, de Indiaan van Frank Zappa And The Mothers Of Invention, met de “The Jack And Jim Show”. Ons gelegenheidsduo zet instrumentaal de set in met een zeer alternatief stukje free jazz. Het wordt een heel dissonant en absoluut niet melodieus duel tussen Chadbourne’s banjogetokkel, afgewisseld met mondharmonicastoten van Steven. Ze weten beide de meest gekke en ingenieuze klanken uit hun instrumenten te persen. Het publiek is hier duidelijk niet op voorbereid en fronst verontrust de wenkbrauwen, totdat Eugene zijn vingers over de banjosnaren laat rollen en de opener wat meer structuur en een wending richting bluegrass meekrijgt. De heren hebben iedereen mooi op het verkeerde been gezet. Het is de start van een dolkomische avond. De grappige, vaak absurde, karikaturale teksten krijgen nog een extra ridicuul kantje door de scherpe, cartooneske stem van Chadbourne, die qua timbre wat aan Kevin Coyne doet denken. Onze Beethoven met bril lookalike gooit ons tokkelend verhalen over macho-cowboygedrag voor de voeten en “Rhythm Junk” Steven laat zijn mondharmonica fluiten alsof er stomende treinen door het “Toogenblik” razen. Mooi is de overgang van de bewerking van de soulklassieker “Groovin’ “, van The Young Rascals, in John Lee Hookers bluesy “Driftin’ “, dat naar het einde toe opzwelt tot een ware chaotische uitbarsting tussen harmonica en dobro. Eugene Chadbourne bladert gretig in zijn gigantisch zangboek en de nummers die hij speelt lijken ons meer op een ingeving van het moment dan een vooropgestelde setlist. Meer improvisatie kan een mens zich niet wensen. Titels zoals het rockende “I Hate The Man That Runs This Bar, I Am Drowning’ In A Whiskey River, The Highway Is My Home en I Spent Every Lonely Night Dreaming’ ”, vormen een uitlaatklep voor al zijn frustraties en “Pardon Me, I Have Got Someone To Kill” barst van de absurditeit. Tijd voor Steven De Bruyn om een poging te doen onze rondgelachen buiken wat te ontspannen. In het repetitieve “My Best Secret” bewijst hij niet enkel een mondharmonicawonder te zijn, maar ook vocaal alle registers aan te kunnen. Helemaal hilarisch wordt het, wanneer Chadbourne tijdens het jazzy Rhythm Junks nummer, “Why Can’t I Get Out Of My Bed”, zijn elektrische hark boven tovert en er de meest gekke klanken probeert uit de halen. Hij valt er zelfs het aanwezige meubilair mee aan en wanneer hij met zijn wapen op oorlogspad trekt richting publiek, komt de plaatselijke presentator Luc vliegensvlug een micro bemachtigen om het einde van de show aan te kondigen. Het magische duo weet echter van geen ophouden en Steven vergast ons nog op een uitgeklede, reggaeversie van “Join The Bus” en met de “El Fish” radiohit “Copydog” mogen we een laatste keer proeven van zijn virtuoze harmonicaspel. Een ultieme verrassing wacht ons aan de cd – verkoopstand. Een creatieveling als Dr. Chad kan toch zijn exclusieve waren niet aanprijzen in een banaal cd – hoesje. Neen, elke cd zit in een handgemaakt omhulsel dat meer wegheeft van een artistieke collage. Dit vraagt om meer : een unieke avond, met unieke muzikanten in een unieke omgeving.

..

Blowfish