PETER CASE – TOOGENLIK HAREN – 14 MAART 2008


Vrijdagavond, singer-songwriters time in Toogenblik te Haren. De naam ‘Peter Case’ lokte een talrijk publiek, want geen stoel of staanplaats bleef onbezet. Peter Case is dan ook geen onbekende, op grond van zijn buskerreputatie, zijn avontuurlijk zwerven en zijn vele albums. Ook zijn rock-’n-roll-bandje ‘The Plimsouls’, waarmee hij een tijd rondtoerde, trok de aandacht, waarin de wildere kant van zijn persoonlijkheid oplichtte. Maar de laatste twintig jaar bouwt Peter Case zijn solocarrière uit en dus beklom hij vrijdagavond ook solo het podium, alleen in het gezelschap van zijn akoestische gitaar. Zoals hij daar stond in zijn zwart kostuum, met hoed en lang haar, had Peter Case iets van een woestijnprediker uit een western. Maar prediken deed hij niet. Integendeel, met humor en lichte spot, zette hij zichzelf graag voor schut in de schaduw van Bob Dylan en Bono. Tekstueel en qua songs met weerhaakjes moet Peter nochtans niet onderdoen voor genoemde muziekmaten, zoals hij ruim twee uur lang bewees. Maar Dylan ging naar het Oosten en opwaarts, terwijl hij Westwaarts trok naar San Francisco en dus neerwaarts, wat hijzelf met de nodige ironie becommentarieerde. Peter Case die in 1954 in Buffalo, New York, geboren werd, koos al vroeg voor de avontuurlijke route, vastbesloten zijn droom te volgen. Amper elf jaar oud testte hij al een eigen song uit met de openingszin ‘Stay Away, I’m Not Good For You’. Zijn zin voor humor en jongensachtige speelsheid kenmerken zijn aard, als een eigentijdse Peter Pan, eeuwig jong. Maar Peter Case heeft al heel wat volwassen observaties en ervaringen achter de rug zoals uit zijn songteksten blijkt. Zijn songs putte hij intuïtief uit zowel zijn eerste als laatste album en alles daar tussenin. Een setlist had hij niet nodig en ook zijn intro’s en interacties met het publiek welden spontaan op. Daardoor wist hij de ganse avond een intieme sfeer te creëren, nog versterkt wanneer hij aan de piano ging zitten. Dat hij goed piano kan spelen wisten wij al vanaf zijn album ‘Six-Pack of Love’, waaruit hij het nostalgische ‘Beyond The Blues’ bracht. En dat iemand die zelf gitaarlessen geeft a.h.w. blindelings het maximum uit zijn gitaar kan halen, konden wij ter plekke vaststellen.

Maar toen hij ook een fragment uit zijn boek ‘As Far As You Can Get Without A Passport’ ging voorlezen, ontstond er een gewijde stilte. Zoals een authentieke beatnikdichter verhaalde Peter a.h.w. op de cadans van de wielen hoe hij in maart 1973 als achttienjarige met de Buffalo Greyhound Bus op weg toog naar California met tussenstop in Chicago, waar hij de trein nam en reisgezellen vond tot hun gezamenlijke eindbestemming in de bergrand van het zgn. sprookjesland Californië. Wie een zin schrijft zoals ‘I’m carrying my duffel, the Gibson, and a paper sack that holds a bottle of wine’ doet automatisch aan Jack Kerouac of maatje Neal Cassady denken. Of aan Dylan’s Kronieken. Afwisseling in overvloed, want naast gevoelvolle gitaar- en pianobegeleiding, greep Peter Case ook regelmatig naar de nekholster en mondharmonica om meer bluesgeïnspireerde songs te brengen. Dat hij de bluesklassiekers kent is duidelijk als je zijn covers hoort van Honeyboy Edwards, Bukka White, de traditional ‘Brokedown Engine’ of zijn Gospeltribuut aan Mississippi John Hurt. Ook de ‘Get Away Blues’ van Robert Wilkins zat in zijn repertoire. In het spoor van Woody Guthrie en de bluespioniers zoekt Peter Case zijn inspiratie langs de weg, verhalend over gebeurtenissen en ontmoetingen. Vaak vermeldde Peter waar en wanneer hij de song had geschreven: in Washington, Philadelphia, San Francisco…of in een kerk of de bus...wat een troubadoureffect geeft. Peter Case die steeds pen en papier bij de hand houdt, zoals hij in zijn boekje vermeldt, refereerde naar ontmoetingen en invloeden op zijn levensweg. O.a. Freedy Johnston of de rocker Terry Reid, aan wie hij ‘A Whiter Shade of Pale’ opdroeg, of nog Nic Jones, van wie hij een mooie Goldminer’s folksong vertolkte. Op de buffetpiano bracht hij eerder ragtime en swingende songs naast het melodieuze ‘Mean Old World’, enz, enz. Met reizen is Peter Case nooit gestopt. Een tijdje toerde hij zelfs met zijn zoon, -‘On The Way Downtown’-, voor die er de brui aan gaf. Sinds Peter Case soloalbums uitbrengt en solo toert stapelen Case’s songschatten zich op. Uit zijn door T-Bone Burnett geproducete cd uit 1986 bracht hij het dynamische ‘I Shook His Hand’. De meer wrange songs kwamen uit het Blue Guitar Album, waaruit hij ‘Put Down The Gun’, ‘Poor Old Tom’ en ‘Hidden Love’ plukte. Uit zijn laatste schitterend album ‘Let Us Now Praise Sleepy John’ greep hij naar de meer naakte songs, deels aanklacht omvattend, deels songs met grote tristesse. ‘Million Dollars Bail’, ‘Ain’t Gonna Worry No More’ en vooral het bloedmooie ‘Underneath The Stars’ over het lot van de daklozen ontroerden stuk voor stuk. Maar het absoluut hoogtepunt was volgens mij toch ‘Cold Trail Blues’ met gesloten ogen gezongen en intens vertolkt, waar hij alle geïntensifieerde emotie wist uit te puren. In de poëzievers ‘ I could use any kind of sign that you’re still on the line’ toonde hij de kwetsbaarheid van zijn ziel, wat hij graag achter humor verbergt. Want zijn anekdotische spot deed vaak lachen, zoals hoe hij een Grammy misliep tussen de ‘losers’ of hoe zijn bejaarde moeder naar die plezante song over die zelfmoord vroeg. Als geen ander weet Peter Case te boeien, waar zijn ervaring als straatzanger voor iets tussen zit. Door zich beweeglijk te verplaatsen, oogcontact te zoeken en zich zelfs bij de bisnummers temidden van het publiek te begeven, trekt hij als een magneet de aandacht naar zich toe. Voeg daarbij nog een Elvis Presley imitatie in de Bis en je weet dat het aanwezige publiek die avond rijkelijk werd verwend. Op het einde bedankte Peter Case met het compliment dat hij hield van een club zoals Toogenblik, een ‘place with a Good Vibe’. Hopelijk beseft hij dat hij daar grotendeels zelf verantwoordelijk voor was, naast de ‘Good Drive’ en de ‘Good Choice’ van de organisator.

..

Foto's: Marc De Proft

Marcie