WILLIE SALOMON - TOOGENBLIK HAREN - 11 APRIL 2008

Authentieke countryblues scoort nu eenmaal niet hoog op het verlanglijstje van de moderne doorsnee bluesrockfan. Des te prijzenswaardiger van de organisatoren van folk- en bluesclub ‘Toogenblik’ om toch een akoestisch bluesartiest te programmeren op hun vaste vrijdagavond. Al waren de stoeltjes spaarzaam bezet, diegenen die er waren konden drie uur lang genieten van onvervalste countryblues van het zuiverste soort. Willie Salomon is in België en de buurlanden geen echt bekende naam, met uitzondering dan in Duitsland. Aan het begin van de avond stelde hij zichzelf voor als de zoon van een Joods Amerikaanse vader en een Duits Rooms Katholieke moeder. Geboren in Duitsland in 1954 zag het ernaar uit dat hij voorbestemd was om musicus te worden. Als tiener leerde hij klassieke piano spelen, alhoewel klassieke muziek hem minder aantrok dan pianoblues. Dan maar liever de gitaar opgepakt, die trouwens handiger was om mee te reizen. Hij bracht zijn jeugd afwisselend door in New York City en Duitsland en koos voor de Duitse nationaliteit om Vietnam te vermijden.

Inmiddels reist hij constant met minstens vier gitaren in zijn koffers, naast zijn Gibsons ook een ‘National Triolian’1930 die hij verkiest boven zijn in 2004 gebouwde ‘Resonator’. Deze oude ‘Triolian’ nam hij dan ook het liefst ter hand als hij naar getrouwe uitvoeringen greep van de bluesstandards van Rev. Gary Davis , Willie Brown (‘I Feel So Good’), Muddy Waters (Country Boy), Willie Dixon (Little Red Rooster) en het gevoelig vertolkte ‘Write Me A Few Lines’ van Fred McDowell in een eigen versie. Als hij zijn 12-snarengitaar oppakte koos hij voor ‘Broke Down Engine’ van Blind Willie McTell, maar ook voor Blind Boy Fuller. Respect betonen aan zijn bluesidolen betekent voor Willie hen vooral in de geest benaderen, vermits hij klassiekers of de ‘traditionals’ aanpast met een eigen arrangement of gewijzigde teksten. Tussendoor wisselde hij af met boogie, swing of ragtime. Want na de pauze zette hij zich aan de niet zo bijster juist gestemde piano. Je kon echter duidelijk aan zijn geïnspireerd pianospel horen dat hij daar als kind mee begonnen was. In een zestal nummers wist hij de valse noten te omzeilen en via Champion Jack Dupree of Leroy Carr’s ‘How Long Blues’ de jaren van toen op te roepen. Gelukkig dat een opmerkelijke fan hem daartoe terug aanzette nadat hij twintig jaar lang zijn pianoblues had verwaarloosd.

Willie Salomon kwam enkele keren terug op de verloren jaren dat hij zonder gitaren door het leven ging. Want als twintigjarige speelde hij in clubs en restaurants en omstreeks 1977 had hij nog, op doorreis door Amerika, memorabele ontmoetingen met Furry Lewis en Homesick James (‘Gotta Move’). Maar daaraan maakten huwelijk, drie kinderen, huis en job een einde, vermits zijn echtgenote het niet zo had begrepen op zijn muzikantenbestaan. Met haar in gedachten speelde hij trouwens het wrange ‘Mistreatin’ Woman Blues’. Maar de kruik gaat zolang te water tot ze barst en nu is Willie dus al geruime tijd ‘Back On the Road’ zoals hij zo intens wist te zingen. Als hij naar een eiland drie dingen mag meenemen dan is het zijn Triolian, zijn vriendin en over het derde bleef hij in het ongewisse. Aan zijn fingerpicking stijl en de wijze waarop hij de slidetechniek beheerst, kan je immers merken dat hij oorspronkelijk de intentie had om als volbloed bluesman zijn muzikale weg te zoeken. Je kon ook vermoeden dat de laatste jaren en wat hij heeft moeten achterlaten, hun sporen nalieten. Willie McTells’ ‘Statesboro Blues’ en zijn eigen ‘Rainy Day Blues’ straalden behoorlijk wat melancholie uit, evenals het bisnummer ‘Future Blues’. De sfeer die hij telkens met zijn Resonator wist op te roepen bepaalde de gevoelstemperatuur van de ganse avond. Zoals hij in het schitterende ‘Goin’ To Brownsville’ of ‘Catfish’ de pure countryblues liet herleven, kwam over als een ‘all time’ ‘erlebnis’. Toehoorders werden a.h.w. in een tijdscapsule teruggevlogen naar de vooroorlogse jaren in Mississippi, waarbij de amicale sfeer van Toogenblik meereisde als beschutting. Wie weet vonden er enkelen in hun droom vaste voet.

Foto's: Marc De Proft
Marcie