AMERICANA TREASURES:
SLAID CLEAVES - MICHAEL O'CONNOR & MELANIE HORSNELL

TOOGENLIK HAREN - 8 FEB. 2008

.

De mond aan mond reclame deed zijn werk want op vrijdagavond was er in Toogenblik geen enkel vrij plaatsje meer te vinden in de gezellige folkclub. Als daar het kruim van de singer-songwriters staat geprogrammeerd dan mag je rekenen op een kleine toeloop. Behalve de Amerikaanse zanger Slaid Cleaves uit Maine met zijn magnetische aantrekkingskracht, stonden er nog andere namen op de affiche zodat een mix van folk, americana en tekstschrijvertalent verzekerd was. Slaid Cleaves liet zich begeleiden door gitarist Michael O’Connor, die zelf een getalenteerde songschrijver is. De Texaan mocht openen met een selecte keuze uit zijn eigen songs. En wat voor songs. Probeer maar eens onbewogen te blijven bij zijn ‘Flesh and Bone’ en ‘Live Like the River’. De anekdotes die hij daarbij vertelt verraden zijn mededogen met mensen, die met onzichtbare littekens door het leven gaan. Met gesloten ogen verdiepte hij zich in hun lot en in zijn gitaarspel. Michael’s songs leunen aan bij de blues, waarnaar ook zijn liefde uitgaat. Als twaalfjarige kon hij al gitaar spelen. Want al vroeg had hij met alerte ogen het gitaarspel van bluesmannen afgekeken en hen desnoods aan hun mouw getrokken als hij iets van hen wilde weten. De Afro-Amerikaanse countryzanger Charlie Pride uit Mississippi, rekende hij tot zijn eerste invloed, maar verder stond hij open voor alles. Zijn fijngevoelig genuanceerd gitaarspel deed soms aan John Renbourn denken. Zoals hij met zijn Martin gitaar D-35 als vanzelfsprekend die warme klanken kan laten opklinken, toont hij zich een telg van de bluestroubadours van het eerste uur, die om het even wat kunnen spelen. Met zijn hese stem zong hij trouwens een ‘Robert Johnson’ song. Naar het einde toe, bij het jazzy ‘Trampoline’ vervoegde de Australier George Rigatos zich bij hem op het podium, daarmee de aansluitende act van Melanie Horsnell introducerend.

.

De jeugdige Melanie komt uit Australië, zingt en speelt ook gitaar. Haar begeleider George Rigatos, weefde met slidegitaar nog meer gloed rond de songs van Melanie. Tweemaal speelde Melanie solo, waarbij zij fragiel en timide haar liedjes bracht, als een buurmeisje dat bij het eerste ochtendgloren de vogels toezingt. En waarbij heel de buurt dan stil valt om mee te luisteren. Maar haar songs staan stevig als dichtersprieeltjes. Want zij heeft de ervaring en spirit van een busker. ‘Deep Blue Sea’, ‘Beautiful Excuse’ komen recht uit het hart. Met haar ‘Sometimes’ betoverde zij door haar kristalheldere wijze van zingen, uitermate geconcentreerd en verdwaald in haar meisjesherinneringen. De jongedame uit Sydney heeft een dichtersziel en het is nu nog wachten op haar nieuwe cd, waarvan zij er enkele vertolkte.

.

Dan even pauze, waarna Slaid Cleaves met overgave aan zijn singer-songwriteruurtje begon, samen met zijn muziekmaat Michael. Samen toeren beiden nu toch al een achttal jaren samen en dat hoor je aan hun samenspel, waarbij Michaels gitaarspel de warmte van Slaid’s stem goed laat uitkomen. Dadelijk was de toon gezet: sfeervol en intiem vanaf het begin. Slaid’s liedjes zijn meestal droevig. Hij is zo iemand van het type ‘close your eyes and let the memories in’ en zoekt dan de kern op van zijn song. Ontvankelijk gaan de toehoorders daarin mee, richting waarheen Slead’s stem hen leidt. Velen kennen zijn liedjes al van buiten. Tussen de verzoekjes zaten ‘One Good Year’ en het tedere ‘Lydia’ werd zelfs zacht meegezongen vanuit het publiek. Slaid koos er ook enkele van zijn muziekmaat Rod Picott o.a. het wrange ‘Broke Down’, beeldend zoals hij dat zo goed kan. Bij ‘Horseshoe Lounge’ kon je de tristesse aan den lijve voelen van de eenzaat in de bar. Hij bracht ook gloednieuwe songs, één waarvoor hij zelfs nog een titel zocht. Tussen de songs in smokkelde hij wat humor, bijv. door het visuele beeld op te roepen van het bajespubliek dat als een muur van gekruiste armen toekeek bij de song ‘The Sinners Prayer’. Uitgenodigd door de gevangenisdirectie speelde Slaid dit voor hen, zoals ooit eens Johnny Cash vóór hem. Eenmaal zong en speelde het duo zelfs zonder microfoon om het schrijnend verhaal beter uit te lichten van een jockey tijdens de depressiejaren, vertrappeld tijdens een race en alleen betreurd door zijn maat Thommy Luther. Hij haalde dat verhaal uit het boek Seabiscuit, over een paard dat iedereen kansloos achtte. En ‘Wishbones’ klonk al even desperaat, een verhaal over gestrande dromen. Slaid heeft een goede neus voor dergelijke minimalistische verhaaltjes, waarin het lot van verliezers met deernis wordt bezongen. Onvermoeid had Slaid Cleaves gemakkelijk de nacht kunnen overbruggen, gezien het aantal songs die hij al bijeen schreef op zijn zeven cd’s of meer. Gezien het late uur gaf hij nog één bis door Woody Guthrie’s ‘This Morning I Am Born Again’ tot afscheid te zingen. Herboren waren alleszins de toehoorders na een werkweek van vermoeienis, dankzij alle muzikanten en de organisator die als steeds op tien plaatsen tegelijk moet zijn en toch nooit verzaakt.

Foto's: Marc De Proft

Marcie