NATE WAGGONER - NEVER TELL ME THE ODDS

Tijdens een eerste beluistering van Nate Waggoners “Never Tell Me The Odds” dwaalden mijn gedachten af naar de muzikale komedie “High Fidelity”, die met enkele lengten voorsprong mijn favoriete film aller tijden is. Voor de onwetenden: “High Fidelity” handelt over de drie muzieknerds Rob (John Cusack), Dick (Todd Louiso) en Barry (Jack Black). Rob is eigenaar van platenzaak “Championship Vinyl” en krijgt daarbij de ongevraagde hulp van de verlegen Dick en van grote muil Barry. Die twee typische platenzaaktooghangers slijten hun dagen in de lokale platenzaak en troeven mekaar constant af met hun zowel hippe als obscure muziekkennis. Ze voelen zich verheven boven de klanten, hetgeen tot tal van hilarische situaties leidt. Zo is er die ene scène waarin Barry een wat oudere klant afblaft omdat hij pas na 35 jaar de Klassieker “Blonde On Blonde” van Bob Dylan uit de platenbakken grist. Een verbouwereerde Barry snauwt de klant botweg toe hoe het in godsnaam mogelijk is dat hij al een half leven zonder die magistrale dubbel-LP heeft kunnen overleven.

Het was die bewuste scène die me voor de geest kwam ergens halverwege “Never Tell Me The Odds”, het debuutalbum van de uit Louisville afkomstige, maar naar Las Vegas uitgeweken Nate Waggoner. Wat een lucky bastard ben ik, dat uitgerekend deze Plaat in mijn Rootstime voederbakje gegooid werd, dacht ik bij mezelf. Ik kan me mijn verdere leven zonder deze plaat niet meer voorstellen en dus begrijp ik best het gevoel dat bij winkelhulpje Barry opwelde toen een klant die Bob Dylan Mijlpaal uit de platenbakken graaide. Zeker omdat die Dylanklassieker stamt uit een tijd waarin het singer-songwritersgild nog in zijn kinderschoenen stond en er dus slechts een handvol singer-songwriters waren die er écht toe deden. Je had Bob Dylan, Joan Baez, Neil Young, Townes Van Zandt en dat was het zowat. Zij inspireerden echter alle volgende generaties, met als gevolg dat we nu een gigantisch leger aan singersongwriters hebben, die allemaal tegelijk en om ter luidst om aandacht schreeuwen. Een vuvuzelaconcert is er niets bij.

Ik weet overigens niet of het u is opgevallen, maar de laatste drie weken verschenen in deze Rootstime sectie maar liefst 115 besprekingen van cd’s, die volgens mijn Rootstime collega’s allemaal even onmisbaar zijn. Ik ken mensen wier muziekcollectie dat aantal niet eens evenaart en bovendien kan niemand zo’n gigantisch aantal cd’s binnen een beperkte tijdspanne verhapstukken, want volgende maand zijn er uiteraard alweer minstens 100 nieuwe cd’s die u ongetwijfeld moét gehoord hebben. Het is daarom jammer en zelfs frustrerend dat een mens zintuiglijk niet in staat is om meerdere cd’s tegelijk te kunnen beluisteren. Om maar te zeggen: hoe groot is de kans dat Nate Waggoners plaatje met de toepasselijke titel “Never Tell Me The Odds” (wat zoveel wil zeggen als “spreek me niet over de kansen”) in de hedendaagse onophoudelijke tsunami aan cd-releases opgemerkt zal worden?

Bovendien is de kans groot dat Nate Waggoner potentiële toehoorders zal afstoten. Zijn stemtimbre is namelijk nog scherper en nasaler dan het timbre van Bob Dylan ooit geweest is. De jonge Nate Waggoner is daarenboven een zwartgallige doemdenker; een onverbeterlijke pessimist die zo verbitterd is over de mensheid, dat hij soms misantropische trekjes vertoont. Daarom beschouw ik Nate Waggoner als een zielsverwant die alvast mijn gedachten perfekt weet te verwoorden in veertien schitterende folksongs. Ofwel herken je je eigen gedachten ook in Waggoners sombere hersenspinsels, ofwel stoot hij je af met zowel zijn vlijmscherpe, nasale stemgeluid als zijn miserabele gedachten. Een tussenweg is er niet. Nate Waggoner dwingt je tot luisteren; je moét de hele 50 minuten durende rit van “Never Tell Me The Odds” uitzitten, hetgeen ook al geen sinecure is in dit vluchtige twittertijdperk.

Voor zijn debuutalbum viste Waggoner vermoedelijk een hoop goudschilfers uit de Kishwaukee rivier, die de steden Woodstock en Rockford in de Amerikaanse staat Illinois met elkaar verbindt. Hij trok met de gevonden goudschilfers terug naar zijn thuisbasis in Las Vegas, waar hij de schilfers versmolt tot veertien druilerige folksongs, die hij vervolgens onderbracht in dat wonderlijke debuutalbum “Never Tell Me The Odds”. Waggoner bedankt op zijn beurt de Kishwaukee River met een mooie, gelijknamige instrumentale ode, waarin het lijkt alsof de rivier onder de gitaarmelodie stroomt.

Dat Nate Waggoner een jongeling is die niet bepaald positief in het leven staat, blijkt al meteen uit openingstrack “Not Content”, waarin Waggoner alle ellende van de wereld op zijn frêle schouders torst. De slepende, breekbare gitaarmelodie en Waggoners levensmoeë zang worden net op tijd door een dartele banjo en een vettige elektrische gitaar op de rails gehouden alvorens ze in de afgrond dreigen te vallen. “Tennessee” is vervolgens zo mogelijk nog zwartgalliger en wordt gedragen door een loodzware contrabasmelodie, die de sombere sfeer nog wat aandikt. Rond diezelfde topzware contrabas breien Waggoner en zijn muzikale vrienden nadien de aanstekelijke folkanthem “Freedom In Our Eyes”, waaruit echter meer wanhoop dan hoop weerklinkt.

“In everything there is a season / But some seasons never end” jammert Waggoner in “As My Brother”. In Waggoners hoofd lijkt het in ieder geval constant herfst. Een treurende contrabas en huilende viool kerven diepe krassen in de breekbare mandolinemelodie, die ternauwernood beschermd wordt door luie slidegitaarmotiefjes. Duellerende mandolines klinken als druppelende regen in ‘Swiftly’ en de regen gutst met bakken tegelijk uit het zwaarbewolkte, gitzwarte “Bitter”, waarin een verbitterde Waggoner hopeloze naïevelingen, die nog in zoiets als eindeloze liefde geloven, onverbloemd de mond snoert. Het gevolg van een pijnlijke relatiebreuk allicht, want “Love is more than two hours long” sneert hij zijn ex-geliefde toe in “Darling, You Waltzed The Last Dance”.

Toch heeft Waggoner het moeilijk met het loslaten van zijn ex-geliefde. “I’ll regret not asking you to stay”, verzucht hij in de tranentrekkende countrysong “Let You Live Free”. Maar kijk, even later verraadt de dartele vioolmelodie van “Virginia” al een nieuwe, ontluikende liefde in het leven van Waggoner, die in deze song zowaar lichtjes optimistisch klinkt. In protestsong “I Won’t Wear A Necktie In Heaven” klinkt Waggoner zelfs strijdvaardig en reikt hij alle kantoorbedienden ter wereld een folkanthem aan, waarmee hij in ware Woody Guthrie-stijl de wereldwijd geldende dresscode-regel op kantoor in het belachelijke trekt. De kans dat de gemiddelde, druk bezette kantoorbediende dat cynische “I Won’t Wear A Necktie In Heaven”, laat staan het hele “Never Tell Me The Odds”, ooit te horen zal krijgen, is echter bijzonder klein.

De kans dat “Never Tell Me The Odds” in een remake van “High Fidelity” in 2045 opduikt, acht ik dan weer bijzonder groot. Alles komt immers terug; ook de gezellige, zelfstandige platenzaak. Daarom raad ik liefhebbers van Bob Dylan, de jonge Joan Baez, Townes Van Zandt en new folkie Alela Diane dan ook ten stelligste aan om nu al hun exemplaar van “Never Tell Me The Odds” aan te schaffen. Je zal immers maar eens tegen een verbouwereerd platenwinkelhulpje stuiten, als je de plaat pas in 2045 uit de platenbakken grist. Ook diegene die het touw al rond een steunbalk en zijn nek heeft hangen, maar nog op zoek is naar bemoedigende woorden om tot de zelfmoorddaad over te gaan, kan ik het gitzwarte “Never Tell Me The Odds” van harte aanbevelen. Geen dank.

RoenHetZwoen

 

Artiest info
Website  
 

CD Baby

video