BILL TOMS – MEMPHIS

De bekende Nashville-producer Will Kimbrough schreef een ontzettend lovende quote voor het recentste album “Memphis” van de al sinds 3 decennia actieve singer-songwriter Bill Toms uit Pittsburgh: “Hij is een dichter, een souluitschreeuwende zanger en een topgitarist met één voet in de goot en één oog gericht naar de hemel. En hij is de frontman van een fantastische rock’n’rollgroep.” Moeten we hier nog meer aan toevoegen? Ja dus.

Want het gegeven dat Bill Toms muzikaal stevig beïnvloed wordt door ‘The Boss’ Bruce Springsteen en dat hij jarenlang als gitarist heeft meegespeeld in ‘Joe Grushecky & The Houserockers’ is volgens ons ook nog extra relevante informatie over deze persoon. Zijn eerste uitstap als soloartiest maakte hij in 1997 met het knappe album “Paradise Avenue” en met een zekere regelmaat volgden nadien nog meerdere soloalbums.

Voor zijn zevende onder eigen naam uitgebrachte plaat “Memphis” grasduint hij in de ruime wereld van rhythm & blues, soul, folk en rock and roll. Daarbij mag hij rekenen op de hulp van enkele vooraanstaande muzikanten uit deze muziekgenres, zoals mondharmonicaspeler Marc Reisman, toetsenist ‘Sudden’ Steve Binsberger, saxofonist Phil Brontz en snarenvirtuoos en cd-producer Will Kimbrough.

De enige coversong in de reeks van twaalf nummers op dit album is het heerlijk zweterige en bluesy “Let’s Make A Better World” van bluesgitarist Earl King. De ‘Memphis’-blues sijpelt in enkele tracks duidelijk door, net als in de verhalen die in deze nummers worden verteld. Voor die songteksten vindt Bill Toms meer dan voldoende inspiratie in zijn huidige woonplaats Pittsburgh, een oord met tonnen geschiedenis en folklore, door zijn eigen inwoners ook wel ‘Steel City’ genoemd omwille van de in deze stad allesoverheersende staalindustrie.

Muzikaal doet Bill Toms denken aan zijn voorbeeld Bruce Springsteen, maar ook aan diens discipel Little Steven of aan Graham Parker en John Hiatt. De swingende opener “I Won’t Go to Memphis No More” en het later opduikende “Lord, Don’t Take Me Now” zou evenzogoed op een plaat van John Hiatt hebben gestaan en de songs “Colleen, Goodbye” en “On The Road To Freedom” zouden ook door ‘The Boss’ himself kunnen geschreven en gebracht zijn. Het daar tussenin gebrachte “Misery” is wat meer op ‘old time blues’ gebaseerd.

De pure soul komt dan weer aan bod in nummers als “Somebody Help Me” en “I’m Getting Closer” met telkens een hoofdrol voor saxofonist Phil Brontz. In “Tear This Old House Down” en “I’ve Made Peace Now” horen we voor het eerst rustige pianoballads gebracht worden die de wat rauwe stem van Bill Toms in grotere mate lijken te accentueren.

Als conclusie voor deze recensie kunnen we u best terug verwijzen naar de in het begin vermelde quote van Will Kimbrough want beter kunnen wij deze mooie cd en deze schitterende muzikant ook niet omschrijven.

(valsam)

Artiest info
Website  
 

Label: Terraplane Records

Info: Mike Farley