LINCOLN DURHAM - THE SHOVEL VS. THE HOWLING BONES

Producer Ray Wylie Hubbard had het gevoel dat een adder zich in hem vastbeet toen hij een EP van Lincoln Durham voor het eerst in een caravan beluisterde. In plaats van het gif er dadelijk uit te zuigen liet hij dat gif zijn werk doen waardoor heel zijn wezen doordrongen geraakte van de rauwe blues van de jonge Texaanse singer-songwriter. Niet lang daarna producete hij dit debuutalbum samen met gitarist George Reiff. Beiden spelen mee op enkele songs. In die elf songs maak je kennis met de bevreemdende wereld van de zanger/gitarist die zijn onstuimige blues met intense passie uitschreeuwt. Het duurt niet lang of je geraakt eveneens geïntoxiceerd door dat duivels spul dat zich als gasoline door je aderen verspreidt. Het beeldrijke ‘Last Red Dawn’ bijvoorbeeld fascineert als het opdoemen van een verloren wereld.

Lincoln heeft een hees rauwe stem en klinkt zoals een kruising van Ray Lamontagne, Ian Siegal, Luther Dickinson en Ralph Stanley, één van de Stanley Brothers. Met zijn zelfgeschreven songs roept hij de gestaltes op van hobo’s, truckers en gitaarspelende verandameisjes die hij als het ware plaatst in een landschap van zijn voorouders, Charlie en Lila. Het waren ook zij en zijn ouders Ed en Sarah die hem aanmoedigden. Als kind al leerde hij viool spelen en als tienjarige was hij laureaat op het ‘Texas State Youth Fiddle Championship’. Daarna wendde hij zich tot de gitaren, zowel de elektrische als de akoestische of bottleneck. Blues en bluegrass spraken hem eveneens aan zodat hij zich thans bedient van dezelfde grondstoffen waarmee een Fred McDowell of Big Joe Williams de stoffige velden introkken. Lincoln deed hetzelfde in Arkansas, Oklahoma en Texas en vertolkt met veel verve en slidegitaar oeroude blues overgoten met wat ‘O Brother, Where Are Thou’ sepia kleuring.

De drum van Rick Richards voegt nog meer authenticiteit toe aan het gitaar- of harmonicaspel van Lincoln. Gastmuzikanten zijn o.m. Jeff Plankenhorn op mandoline. Idgy Vaughn en Lincoln’s vrouw Alissa zingen een enkele keer mee in een backingkoortje. Zo komt ‘People Of The Land’ over als een herrijzen van sluimerende geesten. Alle songs zijn doordrongen van het stof en de lichtinval van de oorspronkelijke blues. Op het bezoedelde ‘Love Letters’, in het afscheidslied ‘Clementine’, de portrettering van ‘Georgia Lee’ of het tranceachtige ‘Reckoning’ laat de zanger dezelfde slijksporen achter als de baanbrekers in vorige eeuw. Je gelooft hem onvoorwaardelijk wanneer hij ‘I’ve been washing myself in muddy water’ zingt. En in de werkmansong ‘Living This Land’ is het alsof hijzelf fruitplukker was.

In het land van de geluidsoverschrijdende elektrisch rockblues komt de jonge Lincoln over als een buitenbeentje met zijn primitieve instrumenten en het opwekken van diezelfde groove die je ook op vinyl aantreft. Zijn lyrisch graaien in oude thema’s komt erg oprecht over ook als hij zich voorhoudt ‘use that pain to sing them blues’. De kans bestaat dat Lincoln Durham volgende jaar naar Europa komt. Hopelijk vaart zijn tot de verbeelding sprekend schip ‘made up of skin and bones’ ook richting België uit.

Marcie

Artiest info
Website  
 

Label: Rayburn Publishing
Info: G Promo PR

video