JOE ELY - SATISFIED AT LAST

De Amerikaanse singer/songwriter en gitarist Joe Ely groeide op in Lubbock, een klein plattelands stadje onder Austin, waar de wieg stond van bekende artiesten als Buddy Holly, Roy Orbison en Waylon Jennings. In zijn tienerjaren (1972) richtte Joe daar samen met Jimmie Dale Gilmore en Butch Hancock The Flatlanders op, een gezelschap dat, ondanks het ontbreken van commerciële successen, inmiddels binnen de wereld van rootsliefhebbers de status van legende heeft weten te verwerven. Na het uiteenvallen van de band toonde Joe een uitstekende neus te hebben voor eigentijdse muziek. Met zijn soms gespierde mengelmoes van rock, country, folk en Tex-Mex wist hij namelijk probleemloos een brug te slaan tussen rootsmuziek, punk- en new-wave. Zo opende hij steevast de Amerikaanse optredens van één van de belangrijkste representanten van die newwave, The Clash. Ely vormde ook later in 1998 samen met Los Lobos-wolven David Hidalgo en Cesar Rosas het tex-mex vriendenclubje Los Super Seven - in songs over de losers die zich ophouden in de flatlands van Zuidwest-Texas.

Joe Ely heeft al een grote reputatie als live-artiest opgebouwd, wanneer hij in '77 een platencontract krijgt. Met de band waarmee hij ook live optreedt, neemt hij "Joe Ely" op. De elpee valt op door een originele mengeling van traditionele countrystijlen als honky-tonk, western swing en cajun. De instrumentatie, met o.a. accordeon, is al even opvallend. Ely zelf en z'n maat Butch Hancock schrijven de meeste nummers. "Honky Tonk Masquerade" (1978) is een vervolg op "Joe Ely" en levert met het titelnummer een kleine hit op. De laatste jaren specialiseerde Ely zich in kleurrijke Mexicaanse muziek. Dat leverde uitstekende cd's op als "Letter To Laredo" (1995) en "Twistin' In The Wind" (1998). In 2000 was er het indrukwekkende "Live at Antoine's", een live album, waarop ook de Friese flamenco gitarist Teye te horen is, en later liet hij nog van zich horen in the Flatlanders met het album "Now Again" (2002). Maar een soloplaat van de Texaanse troubadour, dat was alweer een tijdje geleden. Tot in 2003 zijn album "Streets of Sin" verscheen. Daarna was het vier jaar wachten op de opvolger "Happy Songs From Rattlesnake Gulch" (2007) die ruw en bluesy klinkt en datzelfde jaar verschijnt ook "Silver City". Dit album bevat eerder archiefmateriaal, tien akoestische songs die hij tussen 1968 en 1972 schreef, maar pas in de laatste twee jaren werden opgenomen.

Na twee liveplaten in 2008 en 2009 is zijn nieuwste soloalbum "Satisfied at Last" een echt Ely album geworden. Door de laatste jaren over de hele wereld gespeeld te hebben is het nu goed om te horen dat Joe Ely tevreden is. Hij is nog steeds een geweldige songwriter, een dynamisch performer en producer. Hij is gewoon de Godfather van de americana. Al jaren maakt Ely albums waarbij uptempo rocknummers worden afgewisseld met ingetogen rootsnummers, en dat pakt keer op keer uitstekend uit. Zo ook in deze "Satisfied at Last" waarop we wederom vier jaar hebben mogen wachten. De altcountry-troubadour avant la lettre is inmiddels 64, maar Joe Ely’s niet aflatende werklust blijft prachtmuziek opleveren. Ely hanteert de elektrische en akoestische gitaar en wordt bijgestaan door gelauwerde muzikanten uit Austin, die soms hun bijdragen op verrassende manieren lenen. Wie weet dat accordeonvirtuoos Joel Guzman ook wat funky bas kan spelen, zoals hij doet in de opener, "The Highway is My Home "? Deze song, één van de favoriete thema's van Ely, zit vol met uit de jaren '70-getinte instrumenten, waaronder Pat Manske de conga's bespeeld naast Ely's gitaarriffs.

Ely wentelt zich in de muziek die hij al zo lang maakt. Dat levert niet meer de spanning op die zijn albums uit de jaren negentig zo bijzonder maakte. Al blijven zijn verhalen over loners, losers en lovers op en rond eindeloze wegen verleidelijk. In het tweede nummer "Not That Much Has Changed" zingt hij weer eens over naar huis gaan en dit in de voor ons bekende stijl. Maar ook hoe vertrouwd dat sommige van zijn zinnen klinken, met lyrics als "the watertower has more names".. blijven we benieuwd naar de resterende songs, waarbij het verhalende "Mockingbird Hill" en Butch Hancock’s "Leo and Leona" sterk gelijken op liedjes die hij eerder reeds heeft opgenomen. Op deze plaat heeft Ely vier verschillende gitaristen die hun elektrische licks toevoegen aan zijn akoestische twang. Ze bieden een dramatische finale als hij verklaart: "I didn’t come here with nothin’/just a slap on the ass/You can bet when I’m leavin’/I’ll be satisfied at last.” Hij verraadt hierbij even zijn Texaanse trots; maar weet anderzijds ook een dosis humor te injecteren met de zin, "I traveled the country/Oklahoma, too..."

Voor een man die steeds in de achteruitkijkspiegel van het leven kijkt is het normaal een song als "You Can Bet I’m Gone" te schrijven, het is een beetje zijn reflectie op de mortaliteit. In zijn charmante stijl, zingt Ely over hoe wil begraven worden: "When I die, don’t toll no bells/Just put my ashes in some shotgun shells/Get all my friends some windy day/to say goodbye, watch me blow away". Deze song, een echte Texaanse twanger vertoont daarbij ook het lekkere gitaarspel van David Holt. Het zeer ingetogen "Live Forever", een cover van Billy Joe en Eddy Shaver is misschien zo wat de leidraad door deze plaat. Door de bijdrage van Guzman’s accordeon in dit gevoelige nummer, is deze song bijna het tegenovergestelde van het vrolijke en gedreven "You Can Bet I’m Gone". Het is wel een afwisselende plaat geworden, mede te danken aan de vele muzikanten die hun bijdrage geleverd hebben, zodat de bezetting vrijwel elk nummer anders was. Niet compleet anders, maar wel op onderdelen zoals gitaar die door 4 verschillende muzikanten bespeeld wordt. Veel verschillende muzikanten, veel verschillende stijlen maar allemaal binnen de Americana. The Stones hoorden we zingen "(I Can’t Get No) Satisfaction" in hun jaren '60, maar als we nu Ely horen zeggen dat het leven goed is, geeft dit ons eigenlijk wel meer voldoening. Geen klassieker in het oeuvre van Joe Ely. Maar voor de liefhebber van americana wel een aanrader.

 

Artiest info
Website  
 

Label: Rack ‘Em Records
Distr.: Munich Records