JENNIE LOWE STEARNS AND THE FIRE CHOIR – BLURRY EDGES

Jennie Lowe Stearns, laat deze naam nooit meer je muzikale geheugen ontglippen, want deze jongedame uit Ithaca, New York heeft met “Blurry Edges” de plaat van haar leven gemaakt. Voorlopig toch, want ze sloeg me al met verstomming met haar voorlopers "Sing Desire" en "Bird’s Fall". In 2004 deed ze me regelmatig naar adem happen met haar in melancholie gedrenkte folky americana, in het voorprogramma van stadsgenoot Johnny Dowd, in de Brusselse Botanique. Geen enkele vrouwelijke artieste heeft zo een breekbare tristesse en een heerlijke tremolo in haar stem als Jennie, een uitzonderlijke artistieke gave die ook Neil Young beheerst en de songs nog een diepere, emotionele dimensie geeft. Ooit flatteerde ik haar in een interview met het compliment dat zij de enige artieste op de wereld is die mag doorgaan voor de vrouwelijke incarnatie van Neil Young. Bovendien is deze multi getalenteerde dame een uitmuntend tekstschrijver en kunstschilder, die bovendien zelf het artwork van haar albums verzorgt.

Vandaag heeft ze voor het elf, zelfgeschreven songs tellende “Blurry Edges”, haar eigen band rond haar verzameld met de toepasselijke naam The Fire Choir. Voor de productie deed ze ditmaal geen beroep op Gurf Morlix , maar nam ze zelf alle touwtjes in handen samen met haar rechterhand, Michael Stark, een fenomenaal toetsenist die we eveneens aan de zijde van Johnny Dowd opmerken. De percussie wordt verzorgd door drummer Matt Saccuccimorano en bassist Brian Dozoretz, terwijl Joe Novelli en Emily Arin (zelf ook een knappe singer-songwriter) ons respectievelijk rillingen bezorgen met hemelse slidegitaarklanken en backing vocals.

Vergelijkingen met Lucinda Williams of Gillian Welch zijn natuurlijk niet uit de lucht wanneer je de donkere vrouwelijke kant van de americana scene belicht, maar vergelijkingen gaan eigenlijk niet op voor Jennie, want zij heeft zulk een unieke, dromerige stijl, stem en frasering dat ze zichzelf alle eer mag toe-eigenen. Ik heb haar nooit live mogen bewonderen met een volledige band, maar de subtiele instrumentale accenten laten de songs nog meer ademen en leggen meermaals fantastische solomomenten bloot, waarin je zalig kan wegdromen in opwellende passages, die een mens aanzetten tot reflectie. Jennie heeft niet veel woorden nodig om schitterende beelden te scheppen. De teksten zijn bondig en dikwijls repetitief, maar met gevatte zinnen die tot de verbeelding spreken. De plaat opent sterk met de geheimzinnige en tegelijkertijd plechtig klinkende ballade, “Shadows On A Lake”, die je onderdompelt in donkere basklanken, opgelicht door twinkelende Fender Rhodes tonen van Stark en Jennie die met bedwelmende stem een beeld ophangt dat je kan bundelen in de wijsheid van één zin, “Nothing Lasts Forever”. De donkerste processie van de plaat, in Robin Proper Sheppard stijl, kruipt onder je huid in een versmachtend “Under Water”, gezongen in een als echo weerkaatsend duet met Emily Arin, dansend op glasheldere pianotonen, een jazzy slepende bas en knarsende viool. Het beklemmende “Thieves” is het perfecte voorbeeld van hoe het samenspel van minimale instrumentale accenten de spanning ten top kan drijven en geeft bij elke beluistering meer van zijn geheimen prijs.

Dit album legt vele muzikale muzikale facetten van Jennie Stearns bloot, die ze echter allemaal in haar eigen stijl giet. Zo gidst “Pale Blue Parca” je verliefd en passend walsend door Berlijn in tedere country folk stijl, terwijl “Grasp” en “In From The Cold” teruggrijpen naar de country stijl van Neil Young ten tijde van zijn succesalbum “Harvest”, knap opgeluisterd door de lapsteel gitaar van Joe Novelli . Andere hoogtepunten zijn het dramatisch repetitieve “Lose Control”, dat een risicovolle autorit op besneeuwde straten uitbeeld, statig glijdend op piano en de bevende stem van Jennie en het hartverwarmende “Light Of Day”, dat twinkelt als de morgenstond, zoals de titel het doet veronderstellen, op een lekker strummende akoestische gitaar en een zonnige pedal steel. Eén van de mooiste schatten van het album wordt opgespaard tot het einde en bundelt zijn kracht in het emotionele titelnummer “Blurry Edges”, waar Jennie haar emoties uitschreeuwt en klaarheid wil, geaccentueerd door het doorleefde pianospel van een schitterende Michael Stark en de gierende lapsteel van Joe Novelli.

Met “Blurry Edges” heeft Jennie Stearns en haar Fire Choir het laatste wazige hoekje glashelder gepolijst en toont nog maar eens aan welk een groot talent er in deze dame schuilt. Dit album is simpelweg briljant, verstillend en verslavend en zal je bij elke beluistering nog meer inpalmen. Je bent gewaarschuwd.

Blowfish

 

Artiest info
Website  
 

 

Label: Continental Record Services
Distr.: Munich Records

Interview