JOHNNY MASTRO & THE MAMA BOYS - BEAUTIFUL CHAOS

De mondharmonica staat niet direct bovenaan op mijn lijstje van lievelingsinstrumenten, maar op een of andere manier, wanneer Johnny Mastro erop blaast, klimt de bluesharp weer pijlsnel hogerop. Johnny oefende dan ook al vanaf zijn negende levensjaar. Ook zijn soulvolle gravelstem gebruikt Johnny als een instrument alsof zijn emoties als ongeleide projectielen via zijn vocalen een uitweg zoeken. De gruizige gitaar van Smokehouse Brown -ook co-schrijver- en de zware drum van Jim Goodall passen als gegoten bij de gepassioneerde ‘Mama Boys’ blues waarbij je zou gissen dat zij een hangar als repetitiekot afhuren om er elektrische stoom af te kunnen blazen.

De ‘Mama’s Boys’, een in 1993 opgerichte bluesrockende Southern California band, ontleenden hun naam aan Mama Laura Mae Gross, in wiens club zij lange tijd als huisband speelden. De clubeigenares overleed in 2009, net geen negentig geworden, maar de jongens kregen van haar ongetwijfeld wat levenslessen mee, zoals hoe je energie voor het volle pond naar het publiek te verspreiden. Behalve aanhangers van de Chicago bluesstijl injecteren zij ook wat ‘Lo Fi’ mood in hun rauwe blues met respect voor de roots van Howlin’ Wolf, Hound Dog Taylor, Billy Boy Arnold, Elmore James en Little Walter. Ook elementen van Canned Heat vind je in hun power/blues terug, maar dan ‘mega’-versterkt. Toch werkten zij tevens aan hun eigen compromisloze sound, een van de andere lessen van hun ‘Mama’ clubpatrones.

Die sound tref je ook weer aan in hun inmiddels vijfde album. Songs als het fascinerende ‘Love Train #2’ en ‘The Dirge’ - met songteksten van Peter Green - illustreren de zielsverbondenheid van zanger en instrumentalisten in hun gemeenschappelijke overgave aan hun driftig rockende blues. Jim Goodall’s hamerende drums bij ‘Kings & Queens’ zwepen nog meer op en ook Mike Hightower’s bas is essentieel voor het groepsgeluid. Op de ‘KGB Boogie’ probeert vanuit de achtertuin een hond aan te sluiten. Bij de slowblues ‘Shades Of Grey’, wederom een van Mastro’s zelfgeschreven songs, verzet Mastro zich echter niet langer tegen de hem overvallende melancholie. Drum en mondharmonica begeleiden de stappen van de eenzame nachtridder.

Zanger en mondharmonicavirtuoos Johnny Mastro doet afwisselend denken aan een blueszanger van het rebelse soort ‘Midnight Cowboy’, dan weer aan een schattenzoeker die steenkoolgruis opdelft in de hoop een parel te vinden. De mooiste weliswaar ruwe parels zijn ‘Spider’, ‘Howlin’ en Lester Butler’s ‘Night’ omwille van dat bezwerende dat je in de ban houdt. Jim Diamond producete dit album, opgenomen in de ‘Ghetto Recorders’ studio’s in Detroit City, in een week tijd en met minimale overdubs. De Chicagoblues, door de boys naar de eenentwintigste eeuw getransponeerd als stereofonische ‘beautiful chaos’, heeft dezelfde koortsige gloed bewaard als destijds, zowel oplichtend als verschroeiend.

Marcie

Artiest info
Website  
 

Label: Rip Cat Records