THE QUIET AMERICAN – VOL II

The Quiet American is de artiestennaam van Aaron Keim. Hij begon in de muziek op een blaasinstrument en volgde opleiding hierin. Na zijn middelbare school trad hij toe tot de Paradise String Band. In 2003 verhuisde hij dan naar de Unief van Colorado om er hogere studies in muziek te doen en hij schakelde over op snaarinstrumenten. Zo richtte hij de Boulder Acoustic Society op, een verzamelnaam om artiesten te verenigen die met akoestische muziek bezig waren. In 2009 bracht hij zijn eerste plaat uit. Deze is opgenomen op heel oude apparatuur om zo authentiek mogelijk te klinken. En nu is er die nieuwe plaat.

Op deze plaat speelt hij akoestische gitaar, banjo en ukelele. Allemaal instrumenten die hij zelf bouwt. Hij krijgt steun van zijn vrouw Nicole (met wie hij een duo plaat maakte) en op enkele nummers van Katie Glassman op viool en Neil Mc Cormick op bass. Op deze plaat staan 11 nummers bestaande uit eigen songs, traditionals en 1 cover.

De cover is een prachtige versie van M. Ward zijn “Carolina”, ingetogen gebracht met de tweede van Nicole die mooi zijn stem aanvult. Het is een van de beste nummers op deze plaat. Sterk is ook het openingsnummer “I Will Be The One” , een mooi liefdeslied dat je direct in de sfeer brengt van deze plaat: traditionele folk, met voeten in de traditie uit de periode van de depressie (denk Woody Guthrie) maar met een hedendaags klinkende sound. Door de samenzang klinkt dit als een nummer van Dan Reeder, nog zo’n onderschatte artiest..

Maar echt traditioneel is “KC Jones” een song met viool en ukelele die zo uit de farms van de Amish kon komen. Beklijven doet “Whiskey Johnny” meer. Deze solo gebrachte song over de problemen die alcohol kan meebrengen is een typische folksong zoals die 80 jaar geleden gemaakt werd.

Het solo gebrachte, zo goed als instrumentale, “Old Greasy Coat” heeft een lichtjes jazzy inslag ondanks dat hij enkel bas en ukelele gebruikt. Een ander hoogtepunt op deze plaat is “Talk Is Cheap”, een eigen nummer waarbij hij alle instrumenten bespeelt : ukelele, elektrische gitaar, bas, percussie en lap steel. Maar vooral: het is een song die blijft hangen.

Dat een nummer met een titel als “When Death Come Creepin’ In The Room” een gospelinslag heeft hoeft niet te verwonderen. Hier krijgt hij de hulp van zijn vrouw op stem en handgeklap. Mooi. Afsluiter “Black Jack Daisy” doet me denken aan het werk van William Elliot Whitmore. In dit nummer is de viool zeer aanwezig en is de “old time Music” sfeer zeker van toepassing.

Het valt me op dat de nummers die ik als de sterkste bestempel voornamelijk de eigen nummers zijn. Laat dat een tip zijn voor volgende platen: genoeg eigen nummers schrijven van deze kwaliteit. Het is geen muziek die een groot publiek zal aanspreken. Maar voor de fijnproevers is dit het neusje van de zalm. Dus oprechte liefhebbers van rootsmuziek en meer bepaald “ old time Music”: dit is een plaat die je zeker in huis moet halen.

(Lisael)


Artiest info
Website  
 

CD Baby

Label: Boulder Acoustic Music Society
Info: Bloodygreatpr.