JIMBO MATHUS - CONFEDERATE BUDDHA

Singer/songwriter/multi-instrumentalist en producer James "Jimbo" Mathus groeide op in Clarksdale, Mississippi. In 1993 richtte hij in Chapel Hill, North Carolina samen met Katharine Whalen, Chris Phillips, Don Raleigh en Ken Mosher de band, The Squirrel Nut Zippers, op. De band noemde zich naar een snoepreep. Hun eclectische fusie van Delta blues, gypsy jazz, jaren '30-swing, klezmer en andere stijlen, maakt het moeilijk om hen een label op te plakken. Hun hoogtepunt kenden ze tijdens de swingjazzrevival in de late jaren '90 met de hit "Hell". Alleen daarom al zijn de platen uit die periode de aanschaf waard. De groep knipoogt dan wel naar de jazz uit de jaren 20 en 30, maar giet ook een serieuze geut blues in hun recept. Het liedje bleef echter niet duren en de "Zippers" splitten in 2000.

In 2007 beklommen de originele bandleden plots opnieuw de podia. En sindsdien zijn ze sporadisch weer te zien... Wie het meest in de kijker kwam is James "Jimbo" Mathus die nu al jaren stevig aan de weg timmert met een eigen bluesband. Want sinds de periode met The Squirrel Nut Zippers heeft hij al veel platen uitgebracht en tal van bijdragen geleverd bij o.m. Jim Dickinson, Buddy Guy, North Mississippi Allstars, Olga en Jessie Mae Hemphill. Hij omschrijft zijn stijl als 'Mississippi Music', maar best omschrijven we hem als een kameleon van de American music, daar zijn albums steeds een versmelting bevatten van jazz, ragtime, blues, country, Southern rock, swamp rock, blues rock, pre-war blues en gospel. Hij baat ook de Delta Recording Service uit, een studio waar o.m. Elvis Costello kwam opnemen. Hij is de producer van vele albums waarvan Duwayne Burnside’s "Under Pressue" en Big George Brock’s "Club Caravan" genomineerd werden voor een WC Handy Award, om er maar een tweetal te noemen.

James "Jimbo" Mathus is één van die zeldzame artiesten voor wie het werkelijk opgaat: hij leeft zijn muziek. Niet omdat het een coole pose is, maar omdat hij eenvoudigweg niet anders kan. In 2009 verscheen zijn vorige album "Jimmy The Kid", en dit was ook meteen zijn meest country getinte album met zijn pedal steelwerk, twangy licks en zijn onvervalste ballads. De zang van Mathus en hun rauwe alternatieve country namen je als het ware mee naar een vervlogen tijd waarin Hank Williams, Jimmie Rodgers en de Band nog supersterren waren. Zijn nieuwste cd "Confederate Buddha" ligt volledig in het verlengde van zijn voorganger, en waarschijnlijk omwille van het grote succes van deze plaat begint Mathus als opener meteen met een remake van "Jimmy The Kid", een Southern rocker met de prikkende twangy gitaarriffs van Mathus en een no-nonsense pedal steel gitaarsolo van Forrest Parker. Op de achterkant van de cd staat geschreven: "The Confederate Buddha, the Katfish King, people have a lot of names on a riverboat. Just a little time to dream, dark and murky, only to emerge fire and brimstone. Lightening and kudzu wisdom and wine oh... He's feeling fine, besides either you look cool with a gold tooth or you do not. So listen to the Mississippi mystic and believe.." van Chris Robinson (The Black Crowes) en ja hoor deze mystieke reis over de rivier is meteen vertrokken en dit met zijn medegezellen, de Tri-State Coalition: Justin Showah (bas), Matt "Pizzle" Pierce (gitaar), Austin Marshall (drums) en Eric "Carlos" Carlton (piano en orgel).

Soms is het alsof we aan het luisteren zijn naar de eerste platen van The Band, maar hier wel met meer warmte en oprechtheid gebracht. Andere reden is ook dat Mathus’s gin doordrenkte vocalen ook doen denken aan die van Levon Helm, met de juiste toets van Hank Williams, vooral te horen in "Town With No Shame" en "Glad It’s Dark". Dit is echte country muziek, dat ook een pop en rock gericht publiek graag zou horen. De harmonieën op het album zijn uitstekend. Op "Wheel Upon Wheel" horen we de mooie backing vocals van The White Angels (Jennifer Pierce Mathus, Gin Gin Carlton en Rosamond Posey) tussen al het delicate akoestische- en steel gitaarspel. Deze echte zuiderlijke folklore is één van de vele hoogtepunten op dit album, samen met de droevige ballade "Walk Beside", wederom met fijne harmonieën, het zoete gitaarspel van Mathus en pedal steel-speler Forrest Parker. Er is waarlijk verdriet en verlangen om Mathus's zang, die deze tracks overschaduwen, zoals veel van de songs op "Confederate Buddha". Mathus is niet alleen een ervaren muzikant, maar ook een krachtige en onderschatte tekstschrijver die weet hoe hij boeiende verhalen moet vertellen: over het ontsnappen bij dodelijke overstromingen "Too Much Water" en "Cling To The Roots", verhalen van gokkers en outlaws in "Aces & Eights" en "Shady Dealing". En hij doet dit met zo'n soort van fantasierijke beelden dat veel van hedendaagse songschrijvers tegenwoordig ontbreken. "Days Of High Cotton", een sentimenteel verhaal over betere tijden, heeft het meest melodieuze en soulvolle gitaarspel van Mathus.

Vreemd genoeg is het meest teleurstellende nummer op dit album is een cover van Charlie Patton’s "Leash My Pony", een beetje te poppy misschien. Geef ons hier liever maar de versies van andere Mississippians als Howlin 'Wolf en John Lee Hooker, die eerder deze blues klassieker met meer zuiverheid brachten. Maar dat is een zeldzaamheid in deze overigens fascinerende CD waarvan hij zelf zegt: "I break down walls and stereotypes with my music. I confuse people. I use Mississippi music, which is renegade music at heart, as my inspiration and motivation. I use it as a tool to reach people, to express my own feelings and continue to express those that came before me. I keep the old stories alive while they help keep me alive". Americana met soulvolle harmonieën, gebracht met veel toewijding, op een wijze die zeer verfrissend is voor deze tijden, meer verkoopargumenten kunnen we echt niet bedenken. Haal dit getoonzette warme bad in huis, want wat James "Jimbo" Mathus ook maar brengt, hij heeft hoe dan ook het hart op de juiste plek.

Artiest info
Website  
 

CD Baby

Label: Memphis International Records

video