BILLY BOY ARNOLD - BLUE AND LONESOME

Chicago harmonicalegende Billy Boy Arnold draait inmiddels ook al lang genoeg in het blueswereldje mee om te weten dat eenvoud vaak de beste keuze is; al in de jaren vijftig was hij een vaste klant in de Chess-studio's. Arnold behoort tot de eerste generatie Chicago bluesartiesten die ook daadwerkelijk in Chicago geboren is. Al zijn voorgangers, w.o. Muddy Waters, Sonny Boy Williamson, Howlin' Wolf, zijn afkomstig uit het arme Zuiden net als de ouders van Arnold. Billy Arnold werd op 16 september 1935 geboren. Al op zeer jonge leeftijd leerde hij de blues kennen en vooral de platen van John Lee 'Sonny Boy' Williamson (de eerste Sonny Boy) maakte veel indruk op hem. In 1948 ontdekte Arnold dat Sonny Boy Williamson in de buurt woonde. Deze mocht zijn jonge fan graag en hij leerde hem enkele trucs op de mondharmonica. Helaas werd Williamson kort daarna overvallen en hij overleed aan zijn verwondingen. In de volgende jaren raakte de jonge Billy bevriend met artiesten als Blind John Davis, Big Bill Broonzy, Memphis Minnie, Muddy Waters, Johnny Jones, Johnny Shines, Otis Rush, Little Walter en Earl Hooker, die allemaal een rol speelden in zijn ontwikkeling.

In 1952 - op 17-jarige leeftijd - kreeg Billy zijn eerste platencontract bij het Cool label uit Chicago. Zijn eerste plaat "I Ain't Got No Money"/"Hello Stranger" werd uitgebracht onder de naam Billy Boy Arnold. Daarna sloot Billy zich aan bij een jonge straatmuzikant/electronicafreak Ellis McDaniel, beter bekend als Bo Diddley, die van een sinaasappelkist een versterker voor hem maakte. In 1955 scoorde Bo Diddley, met Billy Boy Arnold als begeleider, de eerste van zijn vele hits, "Bo Diddley"/"I'm A Man". Hij zou een goede toekomst tegemoet kunnen gaan, maar Arnold wilde geen begeleider zijn. Hij wilde platen maken onder zijn eigen naam. Na een onenigheid met Leonard Chess stapte Arnold de deur uit en hij liep meteen naar de overkant waar zich de studio van VeeJay Records bevond. Hij nam daar "I Wish You Would" op, wat al snel een regionale hit werd. Het nummer werd veel op de radio gespeeld en Billy kreeg de gelegenheid op te treden met mensen als Little Walter en Junior Wells. Ook Muddy Waters nam de jongeman onder zijn hoede. Al snel volgden er meer hits als "I Ain't Got You", "She's Fine, She's Mine" en "Prisoner's Plea" en Billy Boy Arnold - 20 jaar oud - had het gemaakt. Arnold bleef verder spelen in de clubs in Chicago en nam nog meer singles op in de late jaren 50. Zijn debuutalbum "More Blues From The South Side" uit 1963 is een klassieker geworden. Maar helaas kreeg hij in de 60er jaren steeds minder de gelegenheid op te treden en om zijn gezin te kunnen onderhouden moest hij er een baan als buschauffeur bijnemen. In het midden van de negentiger jaren kreeg hij weer de gelegenheid een nieuwe cd op te nemen. "Back Where I Belong" bracht hem weer de status die hij verdiende als Chicago harmonicavirtuoos, en de volgende cd "Eldorado Cadillac" bevestigde deze status nog meer. In 2001 werd dit gevolgd door de uitstekende "Boogie 'n Shuffle" waar hij werd begeleid door Duke Robillard en diens band.

Voor het pas verschenen album "Blue And Lonesome", gaan we echter terug in de tijd. Namelijk in oktober 1977 staat deze legendarische harpspeler in de Pathway Studios in West London met gitarist Tony McPhee als grootste uitschieter. Op dit album laat Arnold een staaltje van zijn harmonica vuurwerk horen en bewijst hij als geen ander de harmonica te beheersen. Begeleid door deze Tony McPhee (gitaar, vocals), Alan Fish (basgitaar), Wilgar Campbell (drums), zijn de The Groundhogs, stookt Arnold vanaf de eerste noten van "Dirty Mother F..." het bluesvuurtje hoog op, om dan niet meer uit te laten gaan voor de laatste klanken van Robert Petway's klassieker "Catfish" drie kwartier later verstorven zijn. Ook andere zelf gepende klassiekers als "Wish You Would" en "Don't Stay Out All Night", passeren de revue. Ok, Billy Boy Arnold heeft wereldklasse en bij sommige tracks klinkt hij vrij herkenbaar, bij andere is het duidelijk dat hij samen met The Groundhogs naar een eigen identiteit streeft. Vocaal is Arnold zeer sterk, maar zijn harmonicaspel is nog uitstekender. Producer van dit prachtige album, dat uiteraard toen op LP verscheen, was Peter Shertser, labelbaas van het Red Lightnin' label in Londen. Naast covers van Hawkins en W. Broonzy ontbreken er ditmaal echter wel songs van zijn mentor John Lee Williamson. Dat het deze band niet alleen te doen is om het brengen van zuivere blues waar mondharmonica de boventoon heeft, is een niet mis te verstane boodschap. Zo levert Tony McPhee op gitaar de perfecte notatie om het geheel boeiend en variƫrend te houden. De Chicago blues, de unieke sound van de jaren '50 staat wel degelijk neutraal op "Blue And Lonesome". Zet alvast uw stereo maar op luid, want dit is genieten! Een goudeerlijke bluesplaat.

Artiest info
Label: Music Avenue