MARC O’REILLY - MY FRIEND MARX

Soms kan de natuur onrechtvaardig zijn in het uitstrooien van gaven en talenten. In elk geval werd de jonge Ier Marc O’Reilly erg gul bedeeld: hese gevoelige stem, warm en gevarieerd gitaarspel, poëtische teksten, meeslepende melodieën, intense passie en een drive als van een jonge blueshond die de muziek wild in het rond najaagt en gretig opsnuift. Ieren worden doorgaans gevoed met de muzieknoten gemixt in hun papfles, maar de veelzijdigheid die O’Reilly in zijn debuutalbum ten toon spreidt benadert de genialiteit van Yeats. Natuurlijk krijgt hij hulp van een getalenteerd groepje muzikanten, waaronder Emmet Quann op drums en Kate Curran op trompet. Deze laatste intrigeert in het bittere ‘Get Back’ naast de sowieso al grillige instrumentatie. Op de titeltrack ‘My Friend Marx’ valt een violenkwartet in. Op het nostalgische ‘Narrow Street’ zingt Melaine O'Reilly mee. Het gehele album ademt oprechte emotie uit als van een gedesoriënteerde ziel die een uitweg zoekt.

Ook Marc’s songs willen als het ware verschillende richtingen uit. Het heftige ‘Lord Of War’ keert zich tegen de oorlogsgod. Het opjagende ‘Tell Old Joe’ met opzwepende drum ademt blues uit vanuit alle poriën. De onheilszwangere song wordt voorafgegaan door een mysterieuze intro op slidegitaar maar evolueert dan naar een meer gipsy tempo. Ook op ‘La Question’ valt die gipsy feeling op. In ‘Family Reunion’ gedenkt Marc een tafereeltje uit zijn jeugd als een groepsfoto op muziek gezet en met humor omkaderd. Het pakkende ‘Hail’ is onaards mooi en kruipt onder de huid met een koortje dat je nog meer doet rillen. De sound en Marc’s warme stem doen aan Ray LaMontagne denken. En het instrumentale ‘An African Day’ met vingervlug gitaarspel wekt de illusie van een woestijnrit temidden van opstuivend zand.

De mooiste songs zijn deze waarin de cello van Jess Maderson opduikt als het ware de belichaming en verklanking van het menselijke onzegbare. In het gepassioneerde ’20 Minutes For 2 Years’ lijkt deze cello de hellepijn van de verworpene te willen verzachten. In het hypnotische ‘F.O.O.’ vloeit diezelfde cello over van medeleven. Door de gitaarritmes leunt deze song ietwat aan bij de tranceblues van Otis Taylor. Behalve gitaar speelt O’Reilly ook nog piano en bas. En de poëet voegt bovendien nog een kleurrijk tekstboekje bij het schijfje. Vooraleer Marc O’Reilly solo zijn zelfgekozen troubadourpad insloeg speelde hij in alternatieve rockbandjes, maar op grond van dit debuut zou je denken dat folk/blues zijn enige bestemming is die een familie-elf al bij zijn geboorte voor hem heeft uitgestippeld. Het schijnt dat dit album al op menig toptienlijstje opdook. Dat ik hem eind mei in Toogenblik gemist heb betreur ik inmiddels als een doodzonde. Hopelijk wordt hij vlug terug naar hier gehaald.

Marcie

Engelse vertaling:

Sometimes nature can be unfair in the distribution of gifts and talents. Anyway, young Irishman Marc O’Reilly got more than his proper share: a hoarse and sensitive voice, warm and varied guitar playing, poetical lyrics, moving melodies, intense passion and the drive of a young blues wolf, chasing music that runs wild everywhere and soaking it up with eagerness. In general Irish people are fed with musical notes mixed into the baby bottle, but the versatility that O'Reilly exhibits in his debut album comes close to the genius of Yeats. Of course he gets help from a bunch of talented musicians, the likes of Emmet Quann on drums and Kate Curran on trumpet. Curran intrigues in the bitter ‘Get Back’ throughout the arrangement that's already quite unpredictable. On the title track ‘My Friend Marx’ a string quartet drops in. On the nostalgic ‘Narrow Street’ Melaine O'Reilly sings along. The complete album breathes genuine emotion, emanating from a disoriented soul looking for a way out.

Marc’s songs seem to wander out in different directions. The ardent ‘Lord Of War’ gives head to the war god. The impelling ‘Tell Old Joe’ with its lashing drums exudes blues out of all its pores. This ominous song is preceded by a mysterious intro on the slide guitar but gradually takes on a gipsy tempo. On ‘La Question’ too that gipsy feeling is apparent. In ‘Family Reunion’ Marc recalls a scene from his youth like a group photo set on music and framed in humour. The compelling ‘Hail’ is unwordly beautiful and gets under your skin through a choir that makes you shiver even more. The sound of 'Hail' and Marc’s warm voice refer to Ray LaMontagne. The instrumental ‘An African Day’ with its dazzling dexterity creates the image of a desert ride through the drifting sand.

The most beautiful songs are those wherein the cello of Jess Maderson emerges like the embodiment and audible expression of what's humanly impossible to explain. In the passionate ’20 Minutes For 2 Years’ this cello seemingly seeks to alleviate the atrocious pains of the outcast. In the hypnotic ‘F.O.O.’ that same cello abunds with compassion. Because of the guitar rhythms this tune has some affinity with the trance blues of Otis Taylor. Besides being a guitar buff, O’Reilly also masters the piano and the bass. The poet puts a colourful booklet to the CD on top of all that. Before Marc O’Reilly chose to take the path of the lone troubadour, he played in indie rock bands, but on the grounds of this debute one tends to believe that folk-blues is his natural environment, one that was outlined at birth by the family fairy. It appears that this album has already found its way to many top ten lists. That I missed his concert in Toogenblik, I already regret as if it were a capital sin. Hopefully they bring him back soon.

Marcie


Artiest info
Website  
Label: Salt & Shake Records