DIAMOND RUGS – DIAMOND RUGS

John McCauley, frontman van het indie rock ensemble Deer Tick, is er niet de man naar om stil te zitten. Ongeveer gelijktijdig bij de start van één van zijn andere projecten , Middle Brother, besloot hij in zijn nieuwe thuisbasis Nashville nog een andere plaat op te nemen met producers Adam Landry en Justin Collins. Zo gebeurde en vandaag mogen we genieten van de release van het zelf getitelde album van een ander gelegenheidsproject, Diamond Rugs. Het resultaat is een feestelijk album waarvan het speelplezier veertien nummers lang afdruipt, in een gevarieerdheid van stijlen die zijn inspiratie haalt uit de verscheidenheid van de muzikanten, die niet alleen instrumentaal hun beste beentje voorzetten, maar ook met eigen inbreng de songs op dit album doen schitteren.

Deer Tick fans zullen in de wolken zijn met deze plaat, want hun sound met op kop het zeer herkenbare, krakend scherpe stemgeluid van John McCauley , stroomt doorheen gans het album. De historiek achter het album is ook de moeite waard. Toen John McCauley samen met Bryan Dufresne (Six Finger Satellite) na een show van The Black Lips een stapje in de wereld zette met bandlid Ian Saint Pé en er tussen pot en pint de conversaties over rock’n roll hoog opliepen, besloot het trio de daad bij het woord te voegen en een groep te stichten. Een paar weken later backstage, na een optreden van Los Lobos, wist hij de saxofonist – toetsensist Steve Berlin te overtuigen deel te nemen en Deer Tick maatje Robbie Crowell en Hardy Morris van Dead Confederate maakten het clubje compleet.

Zo’n bont allegaartje van artiesten, gebundeld onder de naam Diamond Rugs, levert een uniek staaltje muziek op, waar duidelijk iedere artiest met veel overtuiging zijn steentje aan bijgedragen heeft en wat garant staat voor een avontuurlijk losse mix van rock, garage, country, soul, blues en punk. Het album loopt van stapel met de vinnige garage rocker “Hightail”, in pure Jonathan Ritchman stijl, nog meer energie ingeblazen door bluesy mondharmonica stoten en een brommende bariton sax. Het feestje moet nog beginnen, want daar komt punkrocker en ambiancenummer bij uitstek “Gimme A Beer”, met verrassende inbreng van pedal steel en blazers, je lekker dronken tollend de dansvloer opsleuren om je daarna helemaal in het zweet te werken op de pompende bas beats en snijdende gitaren van “Big God” . Zo prijken er een trits schitterende feestneuzen op Diamond Rugs, met als toppers de niets verhullende, ruige rocker “Hungover And Horny” dat Jason And The Scorchers een poepje laat ruiken, de uitzinnige Pixies achtige grunge -punkrockers “Big God” en “Blue Mountains” en het zwierig rockende “Tell Me Why”, dat het benepen stemmetje van een uitzinnige McCauley recht op het lijf geschreven staat. Maar er is nog veel meer. Wat te denken van de soulvolle, door blazers en een mannenkoortje gestuurde bluesy rocker in Willy DeVille stijl “Call Girl Blues”, de macabere, groezig trashy country rocker “Country Mile” waar de krakende stem van McCauley heerlijk meedrijft op een dissonant in de achtergrond zwevend en bevend orgeltje samen met zwaar beukende, overstuurde gitaren of het in hopeloosheid drijvende “Totally Lonely”, dat precies klinkt of men Roy Orbison en Johnny Cash tezamen stomdronken in een whiskyvat heeft opgesloten om daar in totale droefheid hun eenzaamheid uit te janken.

Waar vele topgroepen enkel van dromen, doet dit bonte gezelschap van Diamond Rugs op hun zelf getiteld debuutalbum precies in een handomdraai. Diamond Rugs bewijst met dit heerlijk fris rockend en origineel klinkend album veel meer te zijn dan een gelegenheidsgroepje van topartiesten dat vlug een plaatje in elkaar gebokst heeft. Geef de voorjaarsdepressies geen kans en haast je naar de platenboer voor deze schitterend ruwe diamant.

Yvo Zels

Artiest info
Website  
 

Label: Partisan Records
Distr.: PIAS