THE CASH BOX KINGS  - BLACK TOPPIN’

“The Cash Box Kings” (CBKs) worden de ‘jonge Turken’ genoemd van de Chicago blues scene. Ze brengen in hun muziek de geest van de jaren ’40 en ’50 naoorlogse Chicago blues en de Delta blues van de jaren ’20 en ’30. Aan deze mix voegen ze hun energie, hun frisheid en voldoende eigen ideeën toe, om te komen tot hun karakteristieke sound. Hun muziek klinkt rauw en zonder franjes, net zoals de muziek van de Chess en Sun Records in Chicago en Memphis.

In 2010 werden de CBKs door het “Blues Blast Music Magazine” genomeerd als reizende sterren. Ze speelden in deze periode in clubs en tourden in Europa en waren vaak gast op Europese festivals. Op het “Chicago Blues Festival” traden ze samen op met Hubert Sumlin, Buddy Guy, Willie 'Big Eyes' Smith, Billy Boy Arnold en Lurrie Bell.

De line up van de CBKs veranderde in de laatste tien jaren regelmatig. De basis blijft: Joe Nosek (harmonica, vocals), Oscar Wilson (vocals) en Kenny “Beedy Eyes” Smith (drums). Joe Nosek  (harmonica, vocals),verhuisde als muzikant naar Chicago. Hij is zelf een liefhebber van de Chess, Cobra en de door Afro-Amerikanen gerunde Vee-Jay Records van de jaren ’40 en ’50. Toen hij twintig was trad hij als mondharmonicaspeler op bij Clyde “The Funky Drummer” Stubblefield” (was  ooit de drummer van James Brown), de gitarist Luther Allison (1939-1997) en Casey Jones. Rond zijn vijfentwintigste richtte hij met Travis Koopman, Chris Boeger, Todd Cambio en Kenny “Beedy Eyes” Smith de CBKs op. Hij is de frontman van de band. Oscar “43 Street” Wilson (vocals) is een geboren Chicago’ er en komt uit een muzikale familie. Hij maakte zijn muzikaal debuut toen hij elf was. Hij zong toen samen met zijn buurman “Honey Boy” Edwards (1915-2011). Muzikaal heeft hij wat trekjes van Muddy Waters. Bij de CBKs is hij de kenner van de Chicago muziek en, omwille van figuur, uitstraling en stem, de entertainer van de groep. Kenny “Beedy Eyes” Smith (drums) had op zijn twintigste al de wereld rondgereisd en opgetreden en opgenomen met topartiesten als pianist Pinetop Perkins, slide gitarist “Homesick” James, harmonicaspeler Billy Boy Arnold, gitarist Henry Townsend (1909-2006), zanger / harmonicaspeler Junior Wells (1934-1998) en folk zanger Jimmy Rodgers (1933-). Deze laatste is de zoon van de legendarische Willie "Big Eyes" Smith (Muddy Waters' drummer 1968-1981). Als blues drummer is hij de top en veel gevraagd. Hij speelt op drums graag de shuffles uit de achtersteegjes, de sound die hij van zijn vader leerde. De band wordt nu wat wisselend aangevuld door pas getroonde koningen als Billy Flynn (gitaar, mandoline, vocals, harmonica), Joel Paterson (gitaar en vocals), Jimmy Sutton (upright bass en vocals), Beau Sample (upright bass en vocals), Chris "CB" Boeger (bass) en Mark Haines (drums). Barrelhouse Chuck (piano en vocals) is ook een van reguliere gast van de groep.

In 2011 brachten ze hun debuutalbum “Holler And Stomp” uit met een verzameling van nummers die de traditionele blues omzeilden en zeer fris en nieuw klonken. Het album kreeg de “Blues Blast Award” als “Band of the Year”, “Song of the Year” en “Best Traditional Blues CD”. In hun nieuwe album “Black Toppin’” (2013)  gingen ze nieuwe inspiratie zoeken in de blues muziek van de voorbije zeventig jaren. Ze vonden hun gading in de Delta en Louisiana swamp en jump blues. Hier bovenop strooien ze er hun eigen blues-a-billy". Ze zochten verder hun inspiratie in musicals of bij groepen die beïnvloed zijn door de blues. Zo vind je op dit album covers van de “The Velvet Underground” (Lou Reed) en van de “Rolling Stones”. Het resultaat zijn dertien tracks, waarvan acht eigen nummers en vijf covers (Little Walter, Lightnin’ Slim, Jimmy Rogers en “The Velvet Underground”).

Laat ons beginnen aan de tracks van dit veel belovend nieuwe album van de CBKs! Met als opener: “Blues Falling Down On Me”. En wat voor een opener! Het ritme van het nummer is strak en de uithalen van Joel Paterson op gitaar zijn koel en gepast. Barrelhouse Chuck laat zich ook voor het eerste keer horen op orgel en Joe Nosek neemt van hem over op mondharmonica. Met “Black Toppin’” de titeltrack gaan we verder in dezelfde elan. Het tempo verandert en Oscar Wilson doet de zang en probeert ons uitleggen wat “Black Toppin’” is. Opnieuw is het een fris nummer vrij van overbodig gekunstel en met de bedoeling om iets nieuws te brengen. “Trying Really Hard (To Try And Get Along With You)” is een uptempo nummer met een wat ouderwetsere swing. De shuffle van Kenny Smith op drums is strak afgemeten en Joe Nosek doet ook zijn uiterste best om erbij te horen. Jerry Devivo verrast met zijn sobere, maar nodige opvullingen die hij doet met zijn sax. Ook “Oscar’s Jump” is een eigen nummer. Nu Van Oscar Wilson die het ook zelf zingt. Voor het eerst krijgen we lekkere ouderwetse nieuwe rock & roll met alles erop en eraan en soms net dat tikkeltje meer. Of is dit de eerste “blues-a-billy” die we hier voorgeschoteld krijgen? Ik denk het wel… Het nummer “Money, Marbles & Chalk” is een nummer van James A. Lane (alias James Rogers) uit Mississippi, die als muzikant de naam van zijn stiefvader Rogers gebruikte. Als gitarist en mondharmonicaspeler speelde James hij in de band van Muddy Waters. De eerste cover die de CBKs brengen is een langzame blues. Wilson doet de zang en Chuck Barrelhouse achter de piano volgt hem op de voet. Dit is nieuwe oude Chicago blues! Met “My Tinai” bluesen en blazen we verder. Alle details kloppen en passen in elkaar:  orgel, mondharmonica en zang… wat een knap nummer van Joe Nosek! “Too Late” van grootmeester componist en bassist Willie Nixon vervolgt de lijst. CBKs brengen dit opgepoetst en als nieuw(er). We gaan in dezelfde lijn verder met “Walking Blues” een traditional van de ’duivelse’ Robert Johnson. Bij een knap nummer horen knappe ideeën. En die krijgen we te horen. Zeker op gitaar door Joel Paterson. Dit zijn voor mij in deze klassieker gedegen en pientere gemeten blues stappen… In “I Don’t Wanna Fight” krijgen we inderdaad geen gevecht, maar gezelligheid en swing. Terug naar de naoorlogse gezelligheid en boogie woogie. “Tom Cat Blues”  is een compositie van Jerry West, maar is bekend van Lightnin’ Slim. Het is een goede subtiele versie met knappe gitaarsolo’ s en zang. Meer hoeven we hier niet over te zeggen. Goed is goed. Met “Hot Biscuit Baby” nadert het einde van het album, maar is de pit er zeker nog niet uit! Oscar Wilson vertelt ons heel sensueel over zijn nieuw snoepje. Sterk replieken van mondharmonica zijn nodig om Joe’s enthousiasme wat te temperen. Met “Gimme Some Of That” krijgen we wat we graag hebben: extra CBKs’ “blues-a-billy” Wat een schwung gaat er door dit nummer. Zelfs Beau Sample naast en met zijn grote bass moet zich reppen. Met “Run Run Run” sluiten we de boeken met een goed bedachte cover van Lou Reed (ex “The Velvet Underground”). Omdat we het nummer en de achtergrond kennen, wordt alles hier nog interessanter. Wat een versie! Hier bewijst de band wat ze waard is en wat moderne blues en goede covers willen zeggen.

“The Cash Box Kings” zijn er in geslaagd om de oude Chicago blues terug nieuw leven te geven met eigentijdse jump en rock & roll. Alles klinkt erg fris, intens en zonder franjes. De nummers klinken bekend, maar toch anders en nieuw, door hun extra “blues-a-billy” cachet. Met dit album bewijzen “The Cash Box Kings” wat hedendaagse blues wil zeggen en hoe je soms dingen anders kunt bekijken. Lang leve “The Kings”!

Eric Schuurmans

 

 

Line up:
Joe Nosek: harmonica, vocals
Oscar Wilson: vocals
Kenny “Beedy Eyes” Smith: drums
Joel Paterson: lead guitar, rhythm guitar
Billy Flynn: lead guitar, rhythm guitar
Beau Sample: upright bass
Mark Haines: drums
Gerry Hunt: electric bass, rhythm guitar, backing vocals
Barrelhouse Chuck: piano, organ
Jerry Devivo: sax
Alex Hall: drums

Discography:
2009: "Cuttin' Heads Live at the Cuda Cafe" – CD Baby
2010: "I-94 Blues" – CD Baby
2011: "Holler And Stomp” – Blind Pigs Records (BPCD 5142)
2013: “Black Toppin’” – Blind Pigs Records (BPCD 5150)

 

 

 

 

Artiest info
Website  
 

video