EDDIE DATTEL - BEHIND BLUE EYES

Ruim vierentwintig jaar na de oprichting van label Inside Sounds, presenteert stichter Eddie Dattel zijn eigen album: “Behind Blue Eyes”. Dattel zorgde in de voorbije jaren voor geslaagde producties van Memphis artiesten als Billy Gibson, Daddy Mack Blues Band, Last Change Jug Band en anderen. Met het label heeft hij ook bijgedragen aan de carrières van ondermeer Sandy Carroll, The Memphis Sheiks, Becc Lester en Wally Ford. Verscheidene van zijn nummers werden ook opgenomen door andere artiesten. Maar op deze, voor ons eerste kennismaking met ’s mans werk brengt hij, vergezeld door enkele uitstekende gastmuzikanten, dus een bloemlezing van elf eigen nummers.

We zijn geneigd dit te catalogeren als een brave maar nergens saaie of vervelende plaat. Eddie bezit een bijzonder aangename, karakteristieke stem en brengt de Blues zoals hij die aanvoelt en duidelijk zich tegelijk te hoeden voor te vervallen in bijhorende clichés.Misschien zullen sommige bluespuristen wat aan de zijlijn willen blijven staan en toch is deze plaat een meer dan luisterend oor waard.

Opener “Real Slow Down Home Blues” lijkt ons bij eerste gehoor ook wat op onze honger te laten, ondanks de prima solo op sax van Carl Wolfe. Graag wat ruiger mijmeren wij..het klinkt wat te gepolijst. Meer overtuigd zijn we dan weer van het hieropvolgende “I Ain’t Goin’ Fishin’”. In dit heerlijk verwoorde nummer doet hij ons zowaar spontaan aan Lennon denken en de sobere maar efficiënte slide van Eric Lewis doet ons al een eerste keer goedkeurend knikken.

Helemaal mee zijn we dan met het gospel geïnspireerde “Deep-Fried Hallelujahs” met fantastisch slide werk van Brad Webb en imponerend achtergrondkoor. Dit is echt een briljant nummer. Hetzelfde niveau wordt aangehouden met “In New Orleans I Had A Prayer”. De schitterende arrangementen op dit beklijvend nummer kunnen op spontaan applaus rekenen na afloop. Het wat klassiek te noemen maar zich verder van de gekende bluessfeer situerende “Can’t Make It Without Your Love” en het hierna volgende “Always Want You”werden eerder al op plaat gezet door Daddy Mack maar kunnen hier voor het eerst ontdekt worden in de versie van de schrijver zelf. Ongetwijfeld twee nummers waarmee je bij je geliefde kan scoren!

Wij noteren vooral het meestampbare “Memphis Sate Of Mind” met expressief saxwerk van Beale Street veteraan Richie Hale. Prima ode van Eddie aan zijn geboortestad! Het folkachtige “I Can’t Take You With Me When I Go” is een meezingbaar nummer met dobro van Matt Isbell en sober harmonicawerk en achtergrondzang van dezelfde artiest. Het prima fingerpickingwerk is van Dattel zelf. Op “Prince Of New Orleans” zijn we geneigd het etiket “hoogtepunt” te kleven. De tragesong doet in meer dan één opzicht aan Nick Lowe denken. Ondanks de volwassen tijdsduur is het voorbij voor je het weet en tegelijk een garantie voor de repeatknop. Het toetsenwerk van Tony Thomas en achtergrondzang van Jackie Johnson is om duimen en vingers van af te likken.

Het meest bluesy nummer, in geijkte termen dan, is ”Orphan Blues”. Het autobiografische , intrieste nummer is wondermooi en meelijwekkend tegelijk te noemen maar behoort ook zeker tot onze favoriete nummers op de plaat en wat schittert Webb alweer op de snaren! Als Dattel zelf achter de piano kruipt voor het afsluitende “If Ever I’m Wrong” doemt ons opnieuw de geest van Lennon voor de ogen. Het moge duidelijk wezen dat dit als een absoluut compliment is bedoeld! Het ook al, trage nummer is een meer dan waardige afsluiter van een album dat ik dus als braaf maar warm catalogeer.

Luc Meert

Artiest info
   
 

Label: INSIDE SOUNDS