THE KENTUCKY HEADHUNTERS with Johnnie Johnson - MEET ME IN BLUESLAND

Zouden wij The Kentucky Headhunters moeten kennen? Countryrock en southern rock vormen het hoofdmenu van dit kwartet uit Metcalfe County, Kentucky. Na eerst anderhalf decennium (1968-1982) te hebben geopereerd onder de naam Itchy Brother (naar een karakter uit de tekenfilmserie King Leonardo and His Short Subjects) werd een korte pauze ingelast. In 1986 werd de band heropgericht, nu als de Headhunters, een variatie op de naam The Headchoppers, naar de band die ooit geleid werd door bluesmuzikant Muddy Waters. Muddy gebruikte de term headchopper vanwege het feit dat zijn mannen in staat waren menige andere band van het podium te spelen. De naam Headhunters was overigens al in gebruik bij een andere band en dat verklaart waarom later het woord Kentucky aan de bandnaam werd toegevoegd.

Kenners hebben natuurlijk veel van hun LP's uit hun beginjaren in hun platenkast staan. Hun geschiedenis gaat zelfs terug tot in 1968 wanneer de broers Richard en Fred Young samen met hun neefjes Anthony Kenney en Greg Martin de band Itchy Brother starten. Repeteren doen ze in de Practice House, een schuur in Metcalfe County. Op basis van een stapel Amerikaanse en Engelse rockplaten creëren ze er hun eigen versie van rock’n’roll, maar potten breken doen ze niet. In 1986 vervangt Doug Phelps Anthony Kenney en wordt Itchy Brothers The Headhunters. Ze ruilen het landelijke Edmonton in voor Nashville en timmeren er verder aan een eigen geluid. Niet veel later wordt Doug’s broer Ricky Phelps, een country singer-songwriter, ingelijfd en vanaf dan gaat het The Headhunters voor de wind.

Naast her en der wat concerten en airplay, blijft het wachten tot in 1988 Jonathan D. W. Lyle, die er bekend om stond om beginnende band een kans te geven, hen de nodige centen toestopt om hun eerste album "Pickin' On Nashville" op te nemen. Hun showcase in de Douclas Corner in Nashville trekt de aandacht van Harold Shedd, de eigenaar van Mercury Records en in 1989 tekenen The Headhunters bij Mercury Records. The Headhunters worden The Kentucky Headhunters. De release van "Pickin' On Nashvill" in 1989 betekende de start van een nog steeds lopende carrière. Na "Electric Barnyard" in 1992 verlieten Doug and Ricky Phelps The Kentucky Headhunters en werden vervangen door neef Anthony Kenney, die oorspronkelijk deel uitmaakte van de band, en Mark Orr.

In 1993 zagen "Rave on" en "That’ll Work" het levenslicht met op de laatste plaat de legendarische bluespianist Johnnie Johnson. In 1994 verlaat Mark Orr The Kentucky Headhunters en keert Doug Phelps terug. The Kentucky Headhunters releasen nog "Stomping Ground" (1996), "Songs from the Grass String Ranch"(2002), "Soul" (2003), "Big Boss Man" (2005) en "Dixie Lullabies" (2011). En nu anno 2015 brengen The Kentucky Headhunters het album "Meet Me In Bluesland" uit op het Alligator label, duidelijk bedoeld om de fans een plezier te doen. Het project is een samenwerking van deze band met wijlen pianist Johnnie Johnson, hij was lid van The Rock And Roll Hall Of Fame, en overleed in 2005, hetgeen ook wil zeggen dat de opnames voor "Meet Me In Bluesland" jaren geleden reeds werden gedaan.

De relatie tussen Johnnie Johnson en The Kentucky Headhunters dateert uit 1992. Onderweg naar een Grammy Awards party in New York kochten de bandleden Johnnie’s nieuwe album "Johnnie B. Bad" en luisterden tijdens de rit naar niets anders dan het album. Ze hadden geen idee dat Jimmie ook in New York aanwezig zou zijn totdat ze hem alleen aan een tafel zagen zitten. Na een korte introductie hebben ze uren zitten kletsen en werden al snel vrienden. In 1993 brachten ze al het eerste samenwerkingsproject, het reeds vernoemde "That’ll Work",  uit waarna ze gezamenlijk op tournee gingen. Vanaf hun eerste ontmoeting bleven Johnnie en The Kentucky Headhunters contact houden en speelden zoveel mogelijk samen. In 2003 vroeg de band aan Jimmie met hen een album te maken en Jimmy ging snel naar Kentucky om samen met zijn vrienden te kunnen spelen. De opnames werden in 3 dagen tijd gemaakt en bleven tot dusver op de plank liggen, maar zijn nu gelukkig op deze nieuwe plaat te horen.

"Meet Me In Bluesland" staat vol met heerlijk rauwe blues: Fantastische stemmen, subliem pianospel en vooral geweldig gitaarwerk. Zo horen we in het tweede nummer "Walking With The Wolf’, waarin de slide voor de opening mag zorgen, gewoon bluesy gitaarwerk zoals je het alleen van de allerbesten hoort. Om dan verder te gaan met Chuck Berry’s "Little Queenie", en is het hier natuurlijk Johnson die hier achter zijn piano alle aandacht opeist. In het daaropvolgende "She’s Got To Have It" is het eerder zijn diepe stem die ons weet te in te palmen. Dit is blues zoals blues gespeeld moet worden: rauw, doorleefd, hard en vol passie. Jarenlang moesten The Kentucky Headhunters genoegen nemen met een bestaan in de marge, maar nu verdienen ze absoluut een plek in de spotlights. Dit is muziek die live het best tot zijn recht komt, hoewel het spelplezier en de energie toch ook echt wel van "Meet Me In Bluesland" afspat. The Kentucky Headhunters trakteren hun fans en sowieso iedereen die uitbundige blues genegen is op deze CD met een compleet nieuwe verzameling songs om "U" tegen te zeggen. Ongelooflijk uitbundig eigen werk, puike West-Coast Jump en Chicago blues gekoppelt aan rock ’n roll, jump en partymuziek. Wat The Kentucky Headhunters ook brengen, ze zijn veel meer dan een goed gerodeerde band, ze zijn gewoon indrukwekkend goed!

 

Artiest info
Website  
 

Label: Alligator Records
Distr.: V2

video