U.S. ELEVATOR – U.S. ELEVATOR

Een raad van een goede vriend-muzikant mag je niet in de wind slaan en zet een artiest soms aan het denken. Zo gebeurde met Johnny Irion, de helft van het folkduo Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion. Een goede formule moet je onaangeroerd laten en toen op een dag Johnny Irion een gesprek had over zijn liefde voor de sixties rockklanken van The Beatles, Neil Young and Crazy Horse, Gram Parsons en The Hollies, kreeg hij de raad mee van vriend-drummer Zeke Hutchins, dit apart te houden van zijn originele band. En zo gebeurde. Vandaag kunnen alle sixties en seventies fans naar hartenlust genieten de schitterende debuutplaat van U.S. Elevator, die al deze klanken in harmonie doen herleven en een tijdloos album hebben gemaakt.

Als duo met zijn echtgenote heeft Johnny Irion al vijf albums op zijn conto, maar een zijstapje naar je alter-ego doet dikwijls wonderen en is zeker goed voor de ziel. Een paar jaar gleden hadden we zelfs het plezier om het duo Sarah Lee Guthrie & Johnny Irion live hier in Brussel in AB een memorabel concert te zien spelen. Hoewel het concert toen ook stomende momenten kende met een virtuoze Johnny Irion op gitaar, overheerste de country en de folk. Met U.S. Elevator ligt dat wel even anders. Vooraleer het album live werd ingeblikt, zelfs zonder koptelefoons, onder het wakend oog van producer, gitarist-pianist en tevens medelid Tim Bluhm, werd een andere eerste aanzet gegeven door filmmaker Alan Kozlowski, waarmee Johnny bevriend raakte en die zowel een verzameling vintage studiomateriaal als gitaren bezit. Verdere banden werden gesmeed met oud bassist Nate Modisette en diens collega drummer Erich Riedl, aangevuld met gitarist Anders Bergstrom en pianist Brett Long en het septet U.S. Elevator is geboren.

Het elf nummers, waarvan één reprise, tellende album is een album dat recht naar het hart van de sixties en seventies rock en alternatieve popliefhebbers mikt. Het is de sfeervolle opener “Pierre Lafond” die een reprise krijgt als slotnummer, maar eerst start op een spannend en filmisch start, met weids duellerende elektrische gitaren, zwevend op een ijle stem en als nummer elf op de plaat een even geslaagde, meer elektronische Re-Mix krijgt, aangevuld met synthesizers en elektrodrum. Nummer twee “Can I Make It Up To You” neemt ons echter al vlug mee op roestige countryrock paden die Crazy Horse ook bewandelt, verrassend gecombineerd met psychedelische Beatles pop en krachtige harmonische zang. Als meest poppy, op piano rockend nummer van de plaat, gaat “Community Service”, dat niet gespeend is van enige Ben Folds gekte, met de eer lopen. Het best klinkt U.S. Elevator echter wanneer ze teruggrijpen naar de oude sixties gitaarsound van Crazy Horse, wiens geluid ze een eigenzinnige draai geven, zoals het op heerlijk stuwende elektrische gitaren drijvende Cry For Help”. Eén van de meest wervelende rocksongs op het album is echter het ingenieuze “Dangerous Love”, dat ons tegelijkertijd nostalgisch doet mijmeren naar de gitaarklanken uit Neil Young's “Everybody Knows This Is Nowhere” periode , gecombineerd met het ruigere werk à la Velvet Revolver. In het traag bluesy walsende “Wall Of Grief” grijpen ze terug naar de romantiek van een emotionele Lennon klassieker en de verhalende countryrocker “Sleep Ain´'t Nothing But Death's Brother” drijft op een meerstemmig meezing refrein, dat moeiteloos elke keet op zijn kop zal zetten.

U.S. Elevator heeft met zijn debuutplaat zijn start niet gemist en boetseert verder op de klanken van zijn muzikale helden, om er zo een eigen geluid uit te filteren. Doen waar je zin in hebt en waar je hart ligt is belangrijk in een mensenleven en iets wat met zulk een liefde en passie gemaakt is klinkt gewoon schitterend, zonder in nostalgie te vervallen, want deze sound is tijdsloos.

Yvo Zels


Artiest info
Website  
 

Label: Rte 8 Records

video