LELAND SUNDRIES – MUSIC FOR OUTCASTS

Of hoe het etiketje ook mag luiden, dat ik geacht word hier op te plakken... Leland Sundries is het vehikel dat Nick Loss-Eaton gebruikt voor zijn rootsgetinte, stadsgebonden songs. De band resideert in New York, klinkt nu eens als de Velvet Underground, dan weer als Jonathan Richman, of The Doors, The Stooges of The Band. Dat zijn wel heel erg uiteenlopende begrippen in muziekland en toch is het exact hoe deze band klinkt: bijzonder veelzijdig, van vele muzikale markten thuis, maar altijd erg beluisterbaar en boeiend. Het platenhoesje vermeldt acht leden in de band, al kan ik niet meteen zeggen of ze ook alle acht op alle elf de songs meespelen. Wat ik wel kan, is meegeven dat deze plaat keer op keer fijn uit de boxen komt knallen. Dat werkwoord gebruik ik met opzet, want dit is een plaat, die veel volume vereist.

Dat de plaat midden in de winter werd opgenomen in een niet of nauwelijks verwarmde studio, mag triviaal klinken, maar, als je er bij neemt dat Nick Loss-Eaton midden in een afkickperiode zat, na een, naar verluidt redelijk zware alcoholverslaving, krijgt het meteen een diepere betekenis en verklaart het de rauwheid en de energie, die van de plaat af spatten. Ik vermeldde het al: elf songs op de plaat, die op 38 minuten afklokt. Dat veronderstelt enige vaart en inderdaad: dit is een plaat van behoorlijk hoog tempo, wat maakt dat je ze niet meteen moet beluisteren, als je een goed boek aan het lezen bent, maar voor bij de vaat of bij het koken, werkt ze prima.

Rock is het hoofdbestanddeel, dat geregeld met heel bluesy en rootsy accenten wordt vervolledigd. De stem van Nick herinnert heel vaak aan die van de jonge Lou Reed en de sfeer van de CD is heel erg stadsgericht. Waarmee ik bedoel dat heftigheid, intensiteit en doorgedreven alleenzaamheid nadrukkelijk aanwezig zijn. Dat levert, alles bijeen opgeteld, een bijzonder fijne kennismaking op met een band, die zich tot doel gesteld lijkt te hebben, de good old days of rock, in herinnering te brengen. Of je nu opener “Apocalyps Love Long” neemt, een beetje Tom Robnson Band, een beetje Kinks, een beetje Lou Reed, dan wel het afsluitende, trage,ook al aan Velvet herinnerende “The Tide”, of de tussenin gelegen “Freckle Blues”, waarin je stukjes Doors hoort doorschemeren of het razende “Bad hair Day”, dat je met één klap terug voert naar je eigen late jaren '60, telkens weer word je onmiddellijk meegezogen in telkens weer een andere sfeer, waaraan je ook telkens weer voorbeelden uit je eigen muzikale leven weet te koppelen.

Is dit een plaat voor nostalgici? Misschien wel, maar vooral is het een heel knappe, veelzijdige, hedendaagse, stadsrockplaat. Ik denk overigens dat het heel fijn moet zijn, deze band op een festivalpodium aan het werk te zien....Iemand?

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

Bandcamp

Distr.: Bertus / V2

video