MATT BLAKE - ALL THE DIRT IN TOWN

Hoe vreemd de dingen soms kunnen lopen....Op een dag liep Doug Pettibone, de bekende gitarist van Lucinda Williams, een muziekwinkel binnen. Daar was Matt Blake een gitaar aan het uittesten. Hij zong één van zijn liedjes. Pettibone luisterde ongemerkt mee en toen Blake klaar was, stapte hij op hem af en zei hij “That's my new favorite song”. Een jaar later zat Matt Blake in de studio met Doug Pettibone en waren ze deze plaat aan het opnemen.. Doug speelde overal mee gitaar, haalde al eens zijn Weissenborn uit, bladerde eens door zijn adresboekje en belde vervolgens een paar vrienden. Kwamen langs in de studio om een bijdrage te leveren aan deze debuutplaat: bassist Taras Prodaniuk, ook al van Lucinda's band, drummer Jim Christie, bekend van Flaco, Dwight Yoakam, The Blazers, Lucinda en een miljoen andere platen, accordeonist Phil Parlapiano, bekend van bij Rod Stewart, Lowen & Navarro, John Prine en negenhonderdduizend andere platen, Redd Volkaert, gitarist par excellence en vooral bekend van zichzelf net als Marc Anthony Thompson, alias Chocolate Genius. De laatste bekende invitée was Gia Ciambotti, die backing zingt bij zowel Lucinda als Springsteen...met zo'n bezetting is er al gauw sprake van “supergroep” en het verbaast me dan ook niet dat deze club na nauwelijks twee studiodagen buitenkwam met een heel knappe plaat.

Die bevat tien zelfgeschreven songs van Blake, die je kunt situeren in het grensgebied tussen country en americana. Het is vooral de stem van Blake die de aandacht trekt, al kan je er natuurlijk niet omheen dat, wanneer muzikanten als deze die hierboven vermeld zijn, hun gitaar of hun mond opentrekken, je dat ook kunt horen: Redd Volkaert klinkt altijd en overal als Redd Volkaert en dus ook op “I Don't Want To Have To Explain”. Net zo goed haal je de vocalen van Lucinda onmiddellijk uit duizend anderen en herken je dus haar stem meteen op “Whichever Way The Wind Blows”.

Los daarvan, heeft Blake een heel fijn tiental songs uit de mouw geschud, nu eens in de stijl van Johnny Cash (zie “Poor Men”), dan weer knijpt hij een typische West Texas-ballads uit z'n strot (zie “That Wasn't Me”) of komt hij erg grappig uit de hoek (zie “Keith Richards' Bones). Enfin, dit is een heel plezante kennismaking met een niet meer piepjonge debutant. Ik kan Lucinda begrijpen, als ze hem, op het hoesje van haar jongste plaat een speciaal “thank you” vermeldinkje geeft. Als ik u was, ik zou deze meneer maar in de gaten houden, want, al is deze plaat met haar 31 minuten erg kort, ze is precies lang genoeg om ook ondergetekende te overtuigen van de aanwezige kwaliteiten. U moest maar eens gaan luisteren, me dunkt.

(Dani Heyvaert)

Artiest info
Website  
 

CD Baby

video