NINA ATTAL - WHA

Soms lopen de dingen echt wel raar in Muziekland. Neem nu deze CD: de plaat dateert al van twee jaar geleden en sloeg best wel wat gensters in Frankrijk, Duitsland en Canada, maar ze komt nu pas bij ons in de catalogi, vermoedelijk omdat Nueva Onda Records, het label dat ons ook Milk & Green en de jongste Pura Fé schonk, pas recent in de catalogus van onze Nederlandse vrienden van Xango Distribution opgenomen werd. Nu, beter laat dan nooit, zou ik zeggen, want bij dat Franse label blijken ze echt wel oren aan hun kop te hebben en het is nooit te laat om goeie muziek te horen te krijgen.

Nina Atta dus…een Franse jongedame (°1992) -ik vermoed dat ze uit de Parijse regio komt-, was pas zeventien, toen ze met een Big Bang de bluswereld binnenstapte: eind 2009 won ze immers in vijf verschillende categorieën op de “Tremplin National Blues sur Seine”, iets wat nooit eerder vertoond was en ook tot op vandaag niet overgedaan werd. Die lauweringen leverden haar ook een aantal contracten op voor concerten op de grote bluesfestivals in Frankrijk en in Canada en het is vooral dààr dat de vonk in 2011 oversloeg.

Ondertussen kwam er een eerste EP in de zomer van 2010 (“Urgency”) en daarop was al te horen dat de zangeres/gitariste langzaam maar zeker van de blues naar de soul en de funk evolueerde. Veel concerten volgden en in 2011 was er een eerste volwaardige CD (“Yellow 6/17”), waarop de evolutie van Nina nog beter tot uiting kwam en je ook de eerste streepje rhythm ’n blues kon ontwaren. Ook met die plaat ging ze flink de hort op en zo gebeurde het dat zij in 2013 op een Zuid-Frans festival mocht optreden net voor het de beurt was aan Chic. De bassist van Nile Rodgers, Jerry Barnes, had haar vanuit de coulissen aan het werk gezien en gehoord en hij nodigde Nina en haar vaste gitarist en co-auteur Philippe Devin uit om bij hem in New York in zijn Avatar-studio een plaat te komen opnemen en dat werd dus deze “WHA”, waarvoor Barnes ook meeschreef aan twee nummers, “Ain’t Gone” en “Baby”.

Nu heeft Jerry Barnes nogal veel vriendjes in Muziekland en hij nodigde een paar van hen uit om een stukje te komen meespelen en zo komt het dan weer, dat Clapton’s drummer Steve Jordan op de plaat te horen is, net als Bashiri Johnson, de percussionist van Michael Jackson, om maar die twee te noemen. Als je het korte, instrumentale “Interlude” meerekent, bevat de CD twaalf nummers die, qua compositie, arrangement en productie zeer goed in orde zijn en als je je niet te zeer stoort aan hel lichtjes Frans klinkende accent van Nina, of aan haar soms iets te nasaal gebrachte hoge uithalen, dan is dit simpelweg een fijne plaat. Maar toch past een waarschuwing: drie kwartier van dit soort funk is best wel veel en ik heb telkens als ik de plaat beluisterde, met het gevoel gezeten, dat dit eerder een verzameling singles is, dan we een consistent geheel.

Ik heb de debuutplaat nooit gehoord en dus beluister ik deze tweede, alsof het de eerste was en de balans is zeer zeker positief: naast de al vermelde co-writes, vallen ook “Good Guy”, “Know Your Name” en “Somebody To Love” in positieve zin op.Dat levert als slotsom op, dat Nina er wellicht beter aan gedaan had, hier een nieuwe EP van te maken. Ik begrijp dat de kosten van de reis naar New York, het verblijf daar en de prijs die grote sessiemuzikanten vragen, de drang om er toch maar een full-CD van te maken, een beetje aangescherpt hebben, maar de dingen zijn wat ze zijn. Geen enkele zangeres is tot volle wasdom gekomen op de leeftijd van (toen nog altijd maar) 22. Ik zie op het web, dat de nieuwe van Nina, “Verso” getiteld, een EP met vijf nummers geworden is. Daar ben ik blij om en totdat ik die te horen krijg, kan ik mij wel behelpen met de programmeerknop van m’n cd-speler. Fijne, maar iets te lange plaat dus van een jongedame, die ongetwijfeld veel belooft ! Ik blijf benieuwd en ik blijf haar volgen….

(Dani Heyvaert)

 


Artiest info
Website  
 

label: Nueva Onda Records
distr.: Xango

video