AMY HELM - THIS TOO SHALL LIGHT 

Amy Helm is de dochter van Levon Helm, de drummer van de legendarische The Band, die met, maar evenzeer, en misschien nog meer zonder Bob Dylan een fikse brok rockhistorie schreven, zeker in de periode tot 1976, toen de groep via een nooit geziene sterrenparade in Winterland, San Francisco, afscheid nam. Martin Scorcese blikte dat in, hoewel het iconische ‘The Last Waltz’ pas in 1978 uitkwam. Levon was ook één der zangers van The Band: denk aan ‘The Weight’, hun signatuursong, waar Levon de eerste strofe vocaal van voor zijn rekening nam. The Band zou nog weerkeren en tussen 1983 en 1999 in vlagen best interessante dingen doen, maar gitarist en songschrijver Robbie Robertson wilde er niets meer mee te maken hebben. Levons rol had meer gewicht dan men over het algemeen denkt, zowel in de bloeiperiode als in de herfstdagen van de band.

Levon introduceerde dochter Amy Helm (Woodstock, 1970) al heel snel in de muziekwereld waardoor ze al even gezwind op eigen vleugels vloog want ze bleek het talent van vader zo mogelijk nog te overtreffen: haar moeder Libby Titus was ook al een zangeres van stand! Ze was lid van Levon Helm’s Midnight Rambling Band (ze stond mee in voor de bekende Midnight Ramble concerten bij papa thuis in Woodstock) en richtte het briljante Olabelle op in 2001 (de naam is een hommage aan de legendarische folk zangeres en banjospeelster Ola Belle Reed… We korten af, want over Olabelle valt véél te vertellen, over die tien jaar en hun drie cd’s) Amy deed eindeloos veel invalbeurten en sessiewerk waar ook mogelijk. Je vindt haar naam weer (vooral voor backing vocals en… whistling!) bij onder veel meer Mercury Rev, Matt Andersen, Sean Costello, Chris Smither, Donald Fagen en Steely Dan (‘Two Against Nature’), The Holmes Brothers, Colin Linden, Ben Sidran (op die knappe ‘Dylan Different’), Linda Thompson (op haar comebackplaat ‘Won’t Be Long Now’), Rosanne Cash, Marcia Ball, Tracy Bonham en zelfs… The Band. En zoals gezegd, dat is maar een heel kleine greep!

Ze produceerde mee de bijzonder succesrijke ‘Dirt Farmer’ van haar vader (2007; Grammy for Best Traditional Folk Album in 2008) en ze maakte ook deel uit van de ploeg van opvolger ‘Electric Dirt’ dat de allereerste Grammy Award for Best Americana won in 2010. Het zou het laatste studio album blijken van Levon die overleed in 2012. Ze deed ook mee op het ‘Ramble At The Ryman’ live album, dat, je raadt het, opnieuw een Grammy Award for Best Americana won (2012) Amy kwam uiteindelijk, intussen al een stuk over de veertig, met een eerste soloplaat voor de pinnen, ‘Didn’t It Rain’ (2015), opgenomen met haar touring band en met vader Levons laatste drumpartijen, wat aantoont dat het project over vele jaren liep. De productie lag bij Byron Isaacs, bassist bij Olabelle, maar ook weer zo’n alleskunner met een indrukwekkende diensstaat. Byron is tegenwoordig baas van zijn eigen Lost Leaders, toerbassist van de succesrijke The Lumineers en veelgevraagd sessiemuzikant (zelfs voor… Axelle Red, op haar ‘Un coeur comme le mien’ uit 2011!), maar hij was ook lid van Levon Helm’s Midnight Ramblers, Ollabelle en de Amy Helm Band. Isaacs heeft sinds dit jaar ook een eigen plaat uit, ‘Disappearing Man’, die we nog moeten ontdekken...

Didn’t It Rain’ was, niet verrassend na al het voorgaande, artistiek een voltreffer. Je kan bezwaarlijk van een ‘debuut’ spreken. Ja, de gastenlijst oogt indrukwekkend, maar dat is natuurlijk niet het belangrijkste, wel dat Amy zich met die plaat hees tot het niveau van pakweg een Rhiannon Giddens, een Julie Fowlis of een Olivia Chaney, de top van de vrouwelijke folky zangstemmen. De opvolger moest van eenzelfde niveau zijn, maar hoe doe je dat? De volgende stap was drastisch: ze veranderde het geweer helemaal van schouder. Ze nam zowaar topproducer Joe Henry onder de arm. Die bracht zijn eigen toppers in, onder wie meesterdrummer Jay Bellerose. Met de gitaar van Doyle Bramhall II en de keys van Tyler Chester kan het ook al niet mis gaan. Ook zo’n prachtige keuze: Birds Of Chicago (Allison Russell en JT Nero), dit jaar nog de auteurs van het schitterende ‘Love In Wartime’, mochten de superieure koortjes leveren. ‘This Too Shall Light’ lost alle verwachtingen in, dankzij de tien zorgvuldig gekozen songs. Amy schrijft opteerde voor andermans songs en verder liet Joe Henry, naar goede gewoonte, zijn magische toets de vrije loop.

Voor wie eraan zou twijfelen: er staat geen enkele misser op ‘This Too Shall Light’, van de openende titelsong, aangeleverd door MC Taylor (dus Hiss Golden Messenger) en soulzanger en songschrijver Josh Kaufman, tot het sluitstuk, traditionele gospel ‘Gloryland’. Natuurlijk bracht Henry één van zijn pareltjes aan, het hier zeer indringend gezongen ‘Odetta’. Dat stond al op zijn album uit 2011, ‘Reverie’. Je struikelt over de schitterende nummers: ‘Michigan’ (Kenneth Pattengale & Joseph Edward Ryan) dat je niet kan beluisteren zonder een krop in de keel te krijgen. Iets gelijkaardigs kan je zeggen over ‘Mandolin Wind’, van toen Rod Stewart nog iets te vertellen had en af en toe verdomd knappe nummers op de wereld losliet. Tussen die twee in, het bekende ‘Freedom For The Stallion’ van Allen Toussaint, de gentleman-songsmid en producer die met zijn tientallen hits voor anderen mede de grootheid van New Orleans uitmaakt.

Als we één lied hier niet verwacht hadden was het ‘The Stones I Throw’ van Robbie Robertson, die tot op het laatst een gespannen relatie had met Levon Helm. Als het een uitgestoken hand is van Amy, we weten het echt niet, maar dan vinden we dat een hoofs en moedig gebaar. Ongewoon is tevens de inclusie van ‘Long Daddy Green’, ongetwijfeld een eerbetoon aan de hier veel te weinig bekende Blossom Dearie, de jazzangeres en -pianiste met het frêle stemmetje en het brede repertoire. ‘River Of Love’ van Joseph Henry Burnett III, die we kennen als T-Bone Burnett, is weer zo’n onverwoestbare classic (uit ‘T-Bone Burnett’, 1986) Nodeloos te zeggen dat het gezelschap hier weer prachtige dingen mee aanvangt. Met ‘Heaven’s Holding Me’ voegt ze dan toch een eigen nummer toe, al is het samen gepend met haar vrienden Paul Olsen en Theodore Pecchio, met latere toevoegingen van Henry. Het zijn de laatste woorden van iemand die gaat sterven, omringd door zijn geliefden, misschien wel het mooiste nummer, en zeker het pakkendste statement van ‘This Too Shall Light’. Wij alvast kunnen daar niet naar luisteren zonder zakdoek in de buurt, maar ach, da’s de aard van het beestje. Amy beschrijft het ontstaan van de song en de rol van Henry in een clip .

In de loop van een jaar kom je wel dertig à veertig platen tegen waar je van denkt dat ze thuishoren op de Rootstime eindejaarslijst. Daar is echter maar plaats voor tien cd’s… Je mag er donder op zeggen dat deze ‘This Too Shall Light’ daar, net als ‘Love In Wartime’, hoog zal tussen staan.

Antoine Légat

 

Artiest info
Website  
 

Label: Yep Roc Records

video