DAVID OLNEY - THIS SIDE OR THE OTHER

 

Ik kan het niet helpen, lezer, maar een nieuwe plaat van David Olney, da’s iets waar ten huize H. telkens weer naar uitgekeken wordt. Dat heeft zo zijn redenen: we zagen de man in de loop van de voorbije dertig kaar ettelijke keren live aan het werk, hadden een paar keer de kans een heus gesprek met hem te hebben en zijn, mede omwille van de manier waarop hij met de gewone liefhebber omgaat, voor eeuwig fan.

Dat zijn we natuurlijk niet alléén maar omdat David zo’n vriendelijke mens is, neenee: hij is voor alles een begenadigde liedjesschrijver en een buitengewoon scherpzinnige observator, die daarenboven dermate origineel is, dat hij, wat ons betreft, rustig in het rijtje waar ook Bob Dylan en Townes van Zandt in thuishoren. Die Townes omschreef David ooit als “één van de beste songwriters, die ik ooit aan het werk zag en hoorde”. Nou, als je dergelijke dingen hoort, dan weet je dat je naar elke nieuwe plaat van de man moet uitkijken en blij moet zijn, zodra ze er is.

Als ik de tel goed heb bijgehouden, is deze CD de 29ste onder eigen naam. Je mag er daar nog een drietal bijtellen met The X-rays en The Nashville Jug Band uit de jaren ’80 en eentje uit 1971 met Bland Simpson, zodat David, de EP’s niet meegerekend, ruim de dertig releases overtreft. Dat kan al wel tellen, vind ik en ik denk dat je alleen maar zover geraakt, als je begiftigd bent met een talent als het zijne, om van haast elke gebeurtenis een song te maken.

Dat is ook veel andere artiesten niet ontgaan en dus werd David ook vaak gecoverd, door Mimi Farina, Steve Young, Emmylou Harris, Linda Ronstadt, Slaid Cleaves, Eric Brace & Peter Cooper, Tim O’Brien, Del McCoury, Kieran Kane en The Wailing Jennys, stuk voor stuk mensen, die zelf bekend staan om hun songschrijverscapaciteiten. Dat moet zowat de ultieme erkenning zijn voor een liedjesmaker: dat de allerbesten uit je vak jouw liedjes beginnen te lenen…

Voor zijn jongste wordt, werkte David vaak met het begrip “Muur”, zonder dat je echter van een conceptalbum kunt spreken. Een muur, dat kent vele verschijningsvormen: het dient om anderen buiten te houden, zoals het exemplaar dat Trump wil laten bouwen; of om jezelf te beschermen tegen al dan niet reële gevaren. Je kunt ook tegen een muur aan knallen, zonder dat anderen daar rechtstreeks bij betrokken zijn of je kunt een figuurlijk muur om jezelf heen bouwen, zodat niemand vat krijgt op jou, niet ten goede en niet ten kwade.

Bij opener “Always The Stranger” -het nummer drijft op een ietsje vertraagde Johnny Cash-beat, gaat het om vluchtelingen, op zoek naar een veilig onderkomen. “Wall” werd samen met John Hadley, een veelgevraagde schrijver uit Nashville, waar David al sinds de jaren ’70 geregeld mee samenwerkt. Hun song hier evoceert de muur met twee van haar kanten: een slechte kant als ze verdeelt, een goeie als ze beschermt. De harmonica van Charlie McCoy voegt hier een extra dimensie toe en in “Border Town” wordt de rol van de muur vervangen door een grens. Nog zo’n menselijke constructie, die nu eens geografisch van aard, dan weer politiek of geestelijk, zoals respectievelijk in Juarez, Berlijn en Jeruzalem het geval is. Ook hier weer een ijzersterke tekst, die extra in de verf gezet wordt door de oud-klanken van Fats Kaplin.

Nu die naam gevallen is, mag ik ook wijzen op de rol van onze favoriete Canadees, Steve Dawson, die de productie deed en zowat alles bespeelde wat snaren telt. De titelsong, geschreven met Anne Mc Cue -die ook meezingt- en nogmaals John Hadley, draagt het “muur”-idee al in de titel zelf, net zoals dat het geval is met “Death Will Not Divide Us”, waarin de McCrary Sisters, de dochters van Sam, één van de stichters van de fameuze “Fairfield Four” super straffe backing zang produceren, een truc die ze nog eens overdoen op de enige cover van deze plaat, het afsluitende “She’s Not There”, jawel, die hit van The Zombies, van de hand van Rod Argent. David blaast dat grijsgedraaid nummer werkelijk nieuw leven in en betoont op die manier zijn respect aan een groot lied. Zo eentje waarvan zijn nieuwe plaat er, deze cover inbegrepen, tien bevat.

Ik denk niet dat David Olney sowieso in staat is een slechte plaat te maken, maar hier bereikt hij weer een behoorlijk indrukwekkend niveau, mede dankzij de inbreng van de vaste band, waar hij in de States mee toert, én van de selecte groep gastmuzikanten. Het telefoonboekje van Steve Dawson moet uitpuilen van de contactnummers van dat soort mensen. Wat mogen we daar weer blij om zijn! Helaas deed de promotoer die bij deze CD hoort ons Vlaanderen niet aan en hadden onze Noorderburen meer geluk: daar speelde David tien keer. Daar mag hij volgende keer wel wat aan doen. Maar verder klagen we niet: de nieuwe Olney is weer geweldig!

(Dani Heyvaert)


Artiest info
Website  
 

Label: Black Hen

video