KADIALY KOUYATÉ - TOÑA

Artiest info
Website
facebook
label: Arc Music
distr.: Xango

U weet het intussen al wel heel zeker: een Senegalese muzikant, die Kouyaté heet…dat betekent wellicht koramuziek van heel hoog niveau en die premisse blijft ook bij deze nieuwe plaat van Kadialy Kouyaté overeind. Het is zijn negende plaat en wellicht zijn meest introspectieve. De man behoort tot een geslacht van verhalenvertellers, die we hier doorgaans als griots omschrijven, maar in Senegal jalis heten. In het Mandinka betekent de plaattitel “waarheid” en die term staat hier symbool voor al datgene wat we te zien krijgen, wanneer we echt naar onszelf gaan kijken. Helemaal fraai oogt dat lang niet altijd en Kadialy is niet te beschroomd om de waarheid onverbloemd te bezingen, zelfs als ze niet zijn meest fraaie aspecten belicht.

Het uitgangspunt is dat je, zolang je niet weet waar je vandaan komt, nooit kunt weten waar je heen gaat. Ken je verleden, als je je toekomst wil kennen, zoiets. In tien songs, die in het bijgevoegde boekje telkens een beetje uitleg meekrijgen over wat in elke song aan bod komt. Dat zijn vaak beschouwingen of overpeinzingen over migratie, traditie, identiteit en liefde, stuk voor stuk zaken, die een belangrijke rol speelden in het leven van Kadialy, die al geruime tijd geleden Senegal inruilde voor Loondon en die ons van daaruit bekend werd, onder meer door zijn samenwerkingen met mensen als Baaba Maal, Abel Selacue en Mumford & Sons.

De opener, “Kana Cumbo”, klinkt niet helemaal vreemd in de oren en blijkt leentjebuur gespeeld te hebben bij het traditionele wiegenliedje “Ayo Nene” en kijkt vanzelfsprekend terug op de kindertijd van de zanger.. In “Kibaroh” en “Karafoh” wordt dan weer teruggekeken op de positie van de jali als bewaarder van de geschiedenis en op de rol die ouderen, zoals in casu de oom van Kadialy gespeeld hebben in diens muzikale ontwikkeling en scholing, die hem tot in de hoogst aangeschreven instituten van Londen brachten. Dezelfde voorvaderen worden bezongen in “Kana Dah”, dat gemaakt werd naar aanleiding van de remake van het feuilleton “Roots”, dat dstijds ook hier bij ons furore maakte, maar opnieuw gedraaid werd om de al te nadrukkelijk blanke insteek van het origineel te corrigeren. “Famo Keta” is een instrumentale mijmering over weemoed en heimwee, die onvermijdelijk met migratie verbonden zijn. Die migratie, met haar onvermijdelijke karakteristieken van twijfel, angst en hoop komt aan bod in “Hameh Julo, terwijl afgesloten wordt met de aanmoedigingen van “Ça Ira”.

Waar sommige kora-platen al eens ten onder durven gaan aan een gebrek aan variatie, wordt dat op deze heel eenvoudig en doeltreffend vermeden door de inbreng van gastmuzikanten in andere instrumenten. We kennen niet al de namen, maar die van Mamadou Sarr, Josh Middleton en Abdulaye Samb deden wel een belletje rinkelen. Deze Kouyaté is, sinds zijn debuut van nu alweer twintig jaar geleden, uitgegroeid van een niche-speler, die als begeleider knap uit de erf kwam, tot echte leider, die een ernstig werkstuk als dit vlotjes tot een goed einde kan brengen. Deze plaat is een topper in wording, zeker weten!

(Dani Heyvaert)