|
||||||||
|
U kent ‘m niet, zegt U? Dat treft: ik had tot voor kort ook niet gehoord van deze jonge klarinettist, wiens wieg in Barcelona stond, maar die sinds enige tijd in Rotterdam woont, studeert en werkt. Dat studeren gebeurt aan het gerenommeerde Codarts-instituut en het werken vind je onder meer in concerten met Amsterdam Klezmer Band en als oprichter van het Cinco en Clave-ensemble. Oriol legt zich met name vooral toe op de “Latin”-muziek en zijn doel is de rijkdom van de klarinet in de kijker te zetten middels een heel verregaand vermogen tot improviseren én het bijzonder knap samenspel met Oud-virtuoos Talal Fayad, dat hier mee in de verf gezet wordt door de ritmetandem, die bestaat uit drummer Lucas Zegri en bassist Thodoris Ziarkas. Vier Codarts studenten samen, dus en je kunt aan alles horen dat deze kerels elkaar door en door kennen. Samen brengen ze nu een eerste, ronduit indrukwekkende plaat uit, waarop negen originele composities staan, min of meer gelijkelijk verdeeld over de vier groepsleden. De gemene deler van de plaat kun je als “Mediterraans” omschrijven, wat gelet op de afkomst van de heren, nauwelijks verwondering hoeft te wekken: Catalunya, Syrië, Andalusië en Griekenland liggen, al met al, niet zo gek ver uit elkaar en het is dan ook allicht geen toeval dat de vier elkaar in Rotterdam echt troffen. Een estuarium is de plaats vaan een rivier en een zee elkaar ontmoeten: zoet en zout water mengen er zich tot een nieuw soort vloeistof, die nochtans in wegen net zo goed water blijft heten. Zo gaat het ook op deze plaat: Arabische vermengt zich met Latin muziek en wordt simpelweg een soort muziek, waarin de kenmerken van beide genres blijft herkennen, maar die tegelijk helemaal apart klinkt. Marès noemt zich schatplichtig aan mensen als Paquito D’Rivera en Chucho Valdes, terwijl je aan de Oud-lijnen van Fayad kunt horen dat hij gepokt en gemazeld is in de authentieke Arabische muziek. Waar die twee samenkomen, ontstaat iets heel fascinerends, zeker als ze aan het improviseren slaan en je wordt al gauw helemaal meegevoerd door de kruisbestuiving die plaatsvindt. Latin wordt een beetje Arabisch, Arabisch krijgt Latin-accenten en dat klinkt van A tot Z bijzonder innemend, mede doordat de ritmesectie een solide ruggengraat vormt, waar omheen beide solisten naar hartenlust kunnen experimenteren. Dat elk van de vier mee aan de schrijftafel zat, maakt des te meer een groepsplaat van dit overheerlijke debuut. Ik mocht ervaren dat de plaat op veel verschillende momenten van de dag helemaal tot haar recht komt en dat iw, wat mij betreft, een troef extra. In dezen schuw ik de Grote Woorden niet: dit is helemaal apart, bijzonder origineel en uitermate geslaagd. Iets zegt mij trouwens dat dit ook live heel knap moet zijn, zoals de filmpjes op de website van Marès overtuigend aantonen. Absoluut te ontdekken, als je ’t mij vraagt! (Dani Heyvaert)
|
|||||||