|
||||||||
|
Als je eens een bijzondere figuur uit de Italiaanse folk wil belichten, kun je bezwaarlijk beter terechtkomen dan bij Stefano Saletti. Deze multi-instrumentalist en componist, heeft er al een rijke carrière op zitten als stichter en leider van bands als Novalia en Banda Ikona, maar ook onder eigen naam telt zijn oeuvre intussen een dik dozijn platen en is hij simpelweg incontournable geworden in de Italiaanse scene van vandaag. Dat heeft volgens mij zeer veel te maken met de redelijk militante wijze waarop hij “zijn” Middellandse Zee-gebied blijft promoten en verdedigen in zijn muziek en met de manier waarop hij een brede blik blijft houden op alles wat er in de wijde wereld aan de gang is.L Hij beschikt dan ook over een netwerk van bevriende muzikanten, waar je alleen maar jaloers op kunt zijn en die waren kennelijk bereid om nogal massaal mee te werken aan het nieuwe opus van Saletti. Dat begint al bij de lijst van zeven zangeressen, die present tekenden voor de negen songs van deze plaat, die de dubbele geaardheid van de Middellandse Zee bezingt: die is vreugde en verdriet, vervoering en wanhoop, heftigheid en verveling. Dat allemaal tegelijk en het is tussen die extremen dat je haar ware aard vindt. Van de zangeressen waar ik al naar verwees, is misschien niet elkeen even bekend, maar ze hebben wel stuk voor stuk stemmen, die heel bijzonder zijn. Ginevra Di Marco mag de dans openen met “Resistar” en haar kennen we natuurlijk van bij de Consorzio Suonatori Indipendenti, een gezelschap dat vanaf de jaren ’90 zowat alle bestaande conventies herschreef. De van oorsprong Turkse actrice en zangeres Yasemin Sannino neemt twee songs voor haar rekening, “O Pireas” en “Y Suzar la Noche” en haar inbreng verhoogt in géén tijd deLevantijnse bijklank, die mij de Middellandse Zee hoort. De grote Elena Ledda komt dan weer uit Sardinië en is bij nogal wat mensen hier bekend van haar concerten aan de zijde van Savina Yannatou en vanwege haar aandeel in de geweldige “Bella Ciao”-reeks, waar overigens ook de hier al genoemde Ginevra di Marco en Lucilla Galeazzi deel van uitmaakten. Die laatste zingt hier “Saltarelo de lu core”. Bijzondere aandacht verdient Fabia Salvuccin die we dan weer leerden kennen als deel van duo met Sara Marini en de fantastische plaat “Djelem do Mar”. Hier zingt zij op bijzonder energieke wijze “Mujalasa”, dat ik rustig als hoogtepunt van de plaat durf te omschrijven. Niet dat ik daarmee de anderen onrecht wil aandoen, want ook de Siciliaanse Eleonora Bordonaro maakt indruk met de titelsong van de plaat, mede omwille van de fijne toevoegingen van de accordeon van Riccardo Tesi. Gabriella Aiello, Romeinse van afkomst, specialiseerde zich in de zuid-Italiaanse folk en haar kennen we dan weer van ondermeer bij de Tamburo del Vesuvio. Als je van dit alles de optelsom maakt en daar nog de instrumentale inbreng aan toevoegt van mensen als Nando Citarella, Antonello Salis of Pejman Tadayon -om slechts die te noemen-, dan kom je aan een indrukwekkend eindtotaal. Ik moet er nog aan toevoegen dat er in nogal wat talen gezongen wordt, waaronder het Sabir, een aan de havens eigen taal, waar ik geen jota van begrijp, maar die wel bijzonder krachtig en kernachtig overkomt en ik kan dan ook maar één ding concluderen; Italië is een land van veel muziekjes en deze “Mediterranima” is daar een bijzonder mooie exponent van. Heel nadrukkelijk aanbevolen! (Dani Heyvaert)
|
|||||||