|
||||||||
|
In de blueswereld is Jimmy Reed (1925-1976) de Big Boss Man. Zijn direct herkenbare, soepel rollende, slepende beat is al lang een kenmerkend geluid. Die onmiskenbare, strelende groove doordrenkt deze heldere ode van een sterrencast van Austinse bluesgrootheden, aangevoerd door zanger en gitarist Omar Kent Dykes en de gerespecteerde Jimmie Vaughan, het baken van ingetogen gitaarspel. Na talloze platen met zijn vaste band The Howlers besloot Omar Kent Dykes een uitstapje te maken en hulde te brengen aan Jimmy Reed, een inwoner van Mississippi. Zoals bij alle goede snelwegreizen pikte Dykes onderweg vrienden op, waardoor de reis uiteindelijk belangrijker werd dan de bestemming, terwijl de medereizigers genoten van de gedeelde ervaring. In dit geval zaten onder Dykes voorpassagiers: de mondharmonicaspelers, Kim Wilson, James Cotton, Gary Primich en Delbert McClinton (die zingend grote indruk maakt op "Hush, Hush"), Lou Ann Burton (zang), de drummers Jay Moeller, Jake Dykes en George Rains en ten slotte Barry Bhim (bas). Ronnie James, Wes Starr (drums), George Rains (bas) en Dykes zoon Jake Dykes vullen de achterbank en zorgen ervoor dat alles in orde is. En de reis? Zoals geschreven, draait het allemaal om de simpele, maar bijtende blues van Jimmy Reed en zijn levenslange gitaarpartner Eddie Taylor. Hoewel enkele klassiekers van Reed hier te horen zijn, zoals "Big Boss Man", "Baby What You Want Me to Do" en "Bright Lights, Big City", is dit niet zomaar een compilatie van greatest hits. De snelweg maakt namelijk omwegen langs voor de hand liggende stops zoals "Honest I Do", "You Don't Have to Go", "Going to New York" en "Ain't That Lovin' You Baby". Dat is maar goed ook, want zo kun je langer blijven hangen bij minder bekende nummers zoals "Aw Shucks, Hush Your Mouth" of "Hush Hush" in plaats van alleen maar mee te knikken bij alweer een versie van een nummer dat je al een miljoen keer hebt gehoord.
|
|||||||