Waarom een recensie over een tenorsaxofonist die is overleden in 2012, en dit album dateert uit 1992, maar het is opnieuw uitgebracht op lp, vandaar dus. Earle Lavon “Von” Freeman (1923- 2012) is een heel bijzondere tenorsaxofonist, zijn direct herkenbare geluid met soms schrille boventonen en indrukwekkend laag gebrom in de trant van Gene Ammons, net zoals Von Freeman ook afkomstig uit Chicago. Dat verblijf in Chicago heeft ervoor gezorgd dat hij eigenlijk relatief onbekend is gebleven, om echt door te breken is een verblijf in New York de aangewezen weg. Von Freeman werd geboren in Chicago waar hij de blues met een paplepel tot zich nam. Zijn vader was politieagent en bevriend met Pops oftewel Louis Armstrong.
Voordat de blues uit het Zuiden de hoofdmoot zou vormen in de muzikale wereld van Chicago was het de tijd van de ruige tenoristen zoals Budd Johnson, J.T. Brown, Tom Archia, Johnny Griffin, Clifford Jordan en vooral Gene Ammons met een sound gelijkend op Arnett Cobb uit Texas, het broeinest van de tenorenschool. Von Freeman zat ook in het eerste orkest van Sun Ra die toen nog Sonny Blount heette. Vervolgens speelde hij met eigen groepen en bluesartiesten als Jimmy Reed, Muddy Waters en Otis Rush. Met zijn broers gitarist George en drummer Bruz vormde hij jarenlang het huisorkest van de Pershing Balroom, de band begeleidde alle artiesten die op tournee waren waaronder Dizzy Gillespie en Charlie Parker (met dank aan het artikel van fan Eddy Determeyer).
“Never let me go” werd opgenomen in Parijs, mei 1992, hij wordt begeleid door Jodie Christian (piano), Eddie de Haas (contrabas) en Wilbur Campbell (drums). Het album bevat 7 klassiekers van “I’ll remember April” tot “The end of a love affair”, allemaal composities die geknipt zijn voor het specifieke geluid van Von Freeman. De eerste keer dat ik Von beluisterde was in 1977 tijdens een concert in de Singer concertzaal in Laren, het concert werd opgenomen door de NOS en later verscheen het op het Daybreak label van Fred Dubiez, frequent bezoeker van het Bohemia Jazz Café in Amsterdam waar ik destijds werkte. Down Beat schreef indertijd over dit album “probably the best tenorsaxophone album of 1981 “ (toen kwam het album uit).