|
||||||||
|
In alle eerlijkheid: we mogen blij zijn dat we leven in een landje waar het muziekonderwijs van meer dan degelijke kwaliteit is en waar, al is het soms in achterafzaaltjes of op niche-avonden, de volksmuziek ook vandaag, in dit lastige tijdsgewricht, nog altijd in volle glorie kan gedijen. Naragonia, het kwartet rond stichters en koppel Pascale Rubens / Toon Van Mierlo, is sinds het toetreden van gitarist Maarten Decombel en violist Luc Pilartz -beiden ook met een flinke pedigree behept- het vierde album onder deze naam en in deze vorm. Rubens en Van Mierlo weten en kennen letterlijk ongeveer alles wat de diatonische accordeon betreft en ze voegen daar nog flink wat viool, doedelzak, sax en fluiten aan toe, met als gevolg dat je bij momenten het gevoel hebt naar een uitgebreid orkest te zitten luisteren. Ik heb meermaals mogen ervaren hoe Naragonia weet te begeesteren en bespelen en hoe ze erin slagen hun onmiskenbaar gevoel voor melodie, waar gewenst om te zetten in onbeschroomde zin om te dansen. Dat is bijzonder, zeker in ons landschap, waar, om begrijpelijke redenen, de meeste artiesten kiezen voor één van beide richtingen: ofwel speel je luistermuziek, ofwel speel je dansmuziek. Naragonia, met zijn niet te ontkennen muzikale meesterschap, kan beide disciplines aan en dat blijkt ook weer op deze plaat, die vol staat van composities van de hand van Van Mierlo, in arrangementen van het hele kwartet. Zelf ben ik meer een kijker dan een danser en ik kan met de hand op het hart verzekeren dat het een waar genot is, toe te kijken naar de manier waarop de muzikanten elkaars nabijheid en muzikaal gezelschap opzoeken en weten te vinden. Eén blik naar elkaar volstaat, al hebben ze vaak zelfs die ene blik niet nodig: deze vier vinden elkaar zelfs in het donker, durf ik denken. Overigens, dat Trad-man Jeroen Geerinck op één nummer de bodhran toevoegt en Grégory Jolivet zijn draailier een paar keer mag bovenhalen zijn bijzonder fraaie toevoegingen, die de reeds aanwezige kwaliteit van de muziekjes alleen maar nog sterker laten uitkomen. Met al die ingrediënten kom je uit bij een plaat van zo’n 38 minuten, die, zo mocht ik de voorbije weken bij herhaling ondervinden, de bijzondere eigenschap heeft telkens weer veel te snel voorbij te zijn. Ik mag natuurlijk alleen voor mezelf spreken, maar ik kan er niks aan doen dat ik helemaal weg ban van zowel opener “Limosa” als van de titeltrack die daarop volgt. Nochtans zijn dat grondig verschillende melodieën, net zoals “Heppiestep” weer een andere richting uitwaaiert, met zijn doedelzak-drone die voorbereidt op een uitbundig dansgedeelte. Ik ben zo vrij te denken dat “We All Steal from Andy and we Love it”, verwijst naar de grote Andy Cutting, de man die werkelijk alles kan op accordeon. Met “The Mistle Trush” lijkt Naragonia een bruggetje te slaan naar de aankomende theatertournee die ze gaan ondernemen met Begijn Le Bleu. “Blij met een dode mus”, heet die voorstelling en dat is nu net diametraal het tegendeel van wat ik bij deze “Nehallenia” voel: blij, zeer zeker. Meer dan blij zelfs, want dit is zonder twijfel nog maar eens een topplaat en elk beetje dode mus is in de verste verte niet te bespeuren… (Dani Heyvaert)
|
|||||||