|
||||||||
|
Je kunt er donder op zeggen, maar telkens als er in het Vlaamse folkgebeuren een nieuwe naam opduikt, zie je daar wel op één of andere manier de naam van Ward Dhoore opduiken.Zo konden we het voorbije jaar zo’n beetje de genese volgen van het duo Thalas, waarin Ward ploeg vormt met accordeonist Guus Herremans. Nu ja, “genese” is een beetje een groot woord, want beide heren maken al heel lang deel uit van de scene en geen Boombal was hen teveel, geen plaatopname of gastrol te lastig en wat we ooit heel bescheiden maar prachtig zagen beginnen bij De Twintigers van Klara -vast nog wel ergens on line te vinden- is vandaag klaar met zijn officiële plaatdebuut. Een paar digitale singles gingen de release van het grote werk vooraf en maakten ons al verlekkerd. Nu we de hele plaat al zo’n elfendertig keer tot ons konden nemen, kunnen we niet anders dan zeggen dat alle hooggespannen verwachtingen volop waar worden gemaakt. Nu is dat allemaal niet zo verwonderlijk= de pedigree van Ward is intussen genoegzaam bekend van iets grotere namen als Siger, Snaarmaarwaar en Trio Dhoore, naast talloze gastverschijningen, maar Guus stond -en nu overdrijf ik misschien een beetje, een ietsje meer in de schaduw, al blijven we hier graag luisteren naar zijn soloplaat van enkele jaren terug en al hebben we erg goeie herinneringen aan wat hij liet horen aan de zijde van Didier Laloy of de Bottasso-broers. Hoe dan ook, kun je er niet omheen, dat deze “match made in heaven”, vandaag tot volle wasdom is gekomen. De tien composities van deze plaat zijn allemaal eigen werk en laten een duo horen dat na jaren veelvuldig samenwerken, elkaar feilloos aanvoelt. Deze twee hebben elkaar en zichzelf de tijd gegeven om te rijpen en de nodige diepgang te bereiken. De plaattitel lijkt me veelzeggend: niks overhaasten en de muziek spelen zoals ze zich aandient. Dat proces en vooral het geduld en het respect die daarmee gepaard zijn gegaan, maken van deze plaat een luisterervaring, die diepe, diepe indruk maakt. Het is wellicht niet aan mij om voorspellingen te doen, maar dit is een werkstuk met flink wat tijdeloosheid in zich. Het zal mij alleszins niet verwonderen als deze “As it comes” over een paar decennia bijgezet wordt in de Canon van de Vlaamse Folk. Als die tegen dan nog bestaat, tenminste. Heerlijke composities, vloeiend en rijk geschakeerd spel, dat nergens overdrijft en als vanzelf het evenwicht lijkt te vinden tussen dansbaar en puur luisteren…dit is ruim veertig minuten genieten. Titels vermelden heeft weinig zin, aangezien de ervaring mij geleerd heeft dat dit een plaat is, die je in haar geheel moet savoureren, maar toch: Opener “We’re Off”; “Airco is a Lie” ende titelsong zijn geweldige nummers om met de plaat kennis te maken. Gun uzelf echter vooral het plezier om dit juweeltje helemaal te beluisteren. U krijgt er geen spijt van, beloofd! (Dani Heyvaert)
|
|||||||