|
||||||||
|
Wellicht is de omschrijving “global” zelden meer op haar plaats geweest dan hier. Immers, dit gezelschap, waarvan de naam “zeemeeuw” betekent, bestaat al ruim vijftien jaar en zeven platen lang en specialiseert in muziek en liederen, die uit flink wat hoeken van onze wereld komen en die niet zelden al uit de Middeleeuwen stammen. In de handen van het orkest -ooit opgericht door de Catalaanse harpiste Ariana Savall en de Noorse vedelaar Petter Udland Johansen en vandaag, of althans voor deze plaat, uitgebreid met mensen als Efrén López, “onze” Tristan Driessens, kemençe virtuoos Derya Turkan en percussionist David Mayoral, krijgen die stukken een vaak verhelderende nieuwe lezing en worden ze naar de dag van heden getransponeerd, wat de begrijpelijkheid en de bevattelijkheid aanzienlijk verbetert. Savall en Johansen zijn de zangers met dienst, zij als sopraan, hij met een fraaie tenorstem en onder de begeleiding van de oud van Driessens en de plejade aan instrumenten van López, krijg je een soort kamermuziekconcert van bijna 80 minuten, waarin je de ene keer in de Catalaanse twaalfde eeuw terechtkomt met “Lanqua li jorn son lonc e may” en enkele minuten verder de veertiende-eeuwse Vlaamse ballade “Het regent zeer” een bewerking hoort krijgen. Ook de Franse “Je ne cuit pas” uit de veertiende eeuw en “Chanterai por mon Corage” uit de 18de eeuw krijgen een beurt, terwijl Driessens het Koerdische “Kürdi Pesrev” en het Turkse “Nihavend-i Kebir Kâr” van nieuwe arrangementen voorziet. Uit Firenze stamt de “O Maria Stella Maris”en ook “La Bionda traçça” heeft zijn wortels in de Italiaanse 14de eeuw. Helemaal Perzisch is dan weer “La Mer et la pierre”, op tekst van de grote dichter Rumi. Peter Udland Johansen bracht “Rolandskvadet” en “På Dovrefjell” aan en zo krijg je een muzikale zeereis doorheen een flink stuk van de wereld, die we hier toendertijd kenden en wat mij, na ampele beluistering, het meest opvalt en intrigeert, is dat de stukken, hoe oud ze ook zijn en hoe verschillend ze ook van oorsprong zijn, verrassend homogeen klinken in de handen van deze stuk voor stuk meesterlijke muzikanten. Muziek heeft niet de neiging om aan landsgrenzen te stoppen, dat weten we onderhand wel en met platen als deze, blijkt dat de term “wereldmuziek”, hoezeer ik ‘m ook verafschuw, misschien nog niet zo verkeerd bedacht was. Deze plaat leert ons dat duizenden kilometers afstand niet per se van aard zijn om de diepe grond en betekenis van een compositie te wijzigen: muziek spreekt namens mensen en vertolkt hun gevoelens. Hun verhalen worden doorverteld en krijgen een nieuw leven: verlangen, heimwee en liefde zijn van alle tijden en van alle plaatsen en het is wonderlijk dat er ook vandaag nog mensen zijn, die er werk van maken om dat tot bij onze oren te brengen. Hulde daarvoor aan het onvolprezen Seyir label en aan dit fantastische zestal van muzikanten. (Dani Heyvaert)
|
|||||||