|
||||||||
|
ATOMATIC en KOKO MOJO Records zijn zelfstandige divisies van ROCKSTAR RECORDS Ltd. Het label werd in 1979 opgericht en is gevestigd in het Spindrift Records House in Clacton-on-Sea in het graafschap Essex, UK. De zetel van KM-Records is gevestigd in de 2de grootste Ierse stad, Cork. ‘BLACK PHANTOM ROCKERS’ is de nieuwe reeks die Koko Mojo vanaf mei lanceerde. De eerste 4 delen zijn ondertussen een feit. Met lancering van deze serie gaan ze terug naar waar ze begonnen, toen de eerste platen op het label werden uitgebracht. Bijna tien jaar geleden. In die tijd stond Rockstar Records bekend om perfect gedocumenteerde releases met uitgebreide liner notes en discografieën. Maar toen de spin-off KM zich concentreerde op minder bekende zwarte artiesten, over wie simpelweg geen informatie beschikbaar was. De missie van BLACK PHANTOM ROCKERS is om artiesten in de schijnwerpers te zetten die volledig onbekend zijn, een ongebruikelijke artiestennaam hebben gekozen of vanwege juridische problemen hun identiteit moesten verbergen. Er is het verhaal van The Equadors, een eenmalige studioband van Chuck Berry, maar wat weten we over Frank Linkenberg? (Cal Coalminer) ROCK AND ROLL JUNGLE, w/Fox Hall, Joe Benson, Guitar Shorty, Sarah “Fatwoman” Dean, Paul Kirk, Kansas City Jimmy, Dean & Jean and… Op #1 ‘RICK and ROLL JUNGLE’ openen Bob & Earl met “You Made a Boo Boo - video”- Dit nog levend duo, vooral bekend van de originele versie van "Harlem Shuffle" (1963), bestond oorspronkelijk uit Robert Byrd (°1932) en Earl Nelson (°1928). Beiden waren lid geweest van The Hollywood Flames, een doo-wopgroep uit Los Angeles die in 1958 een grote hit scoorde met "Buzz-Buzz-Buzz". In 1960 werkten Byrd en Nelson samen als 'Bob & Earl', maar met helaas weinig succes, waardoor Byrd zijn solocarrière hervatte. In 1962 nam Nelson een tweede "Bob" in dienst: Bob Relf. Ze namen verschillende singles op voor verschillende labels, voordat ze 'Harlem Shuffle' opnamen, geproduceerd door Barry White. Hier openen is een stukje “erkenning”. Pretty Boy trok daarna, door het hoge R’nR-gehalte, mijn aandacht met “Bip Bop Bip” (van Covas, Pedas & Perry Rate), maar wat doet iemand als Guitar Shorty met “Ways of a Man” hier op deze compilatie? Zijn erg bluesy nummer rockt als een slome kameel in de woestijn. Een van de dames op de tracklist is Sarah “Fatwoman” Dean met “I Got Your Boogie”. Het was het A-kantje van haar 2018-single voor Shellac. Van Pretty Boy aka Don Covay is het uitstekende, “Rockin' the Mule - video” uiteraard een hele karwei was. Don Covay (°1938†2015) was een R&B, R’nR, blues en soul zanger en songwriter. Hij zong aanvankelijk in het gospelkwartet van zijn familie en sloot zich vervolgens kort aan bij de doo-wopgroep The Rainbows. Hij was in de sixties een belangrijke figuur in de soul muziekexplosie. Zijn éérste grote hit was “Pony Time” van Chubby Checker (1961) en hij schreef ook de Aretha Franklin-hits “See-Saw” (mede geschreven met Steve Cropper) en “Chain of Fools”. Zo klein is deze wereld! Met wie maakten we nog kennis? Op plaats 15, met Wilbur Whitfeld en zijn “PB Baby” én, met (nog méér Kings…): Willie King en zijn “Peg Leg Woman” (van Ike Turner) en Clifford King en zijn “Want to Jump with You Baby”, wat heel gevaarlijk kan zijn. Alleen al voor de naam vernoem ik haar, Mamie Jenkins aka Mamie Ree. Met “Hambone” Jenkins, zet ze hier een sterk eigen nummer neer. Een twist hebben we hier nog niet gehad. Cal Valentine & The Texas Rockers nodigen uit op hun “The Boogie Twist”. Daarna sluit Celestine af met een “echte” twist, “Shake Baby Shake”.
THE DANCE, w/Jesse & Buzzy, Johnny Two-Voices, Little Papa Joe, The Blond Bommer, K.C. Mojo Watson, Little Luther and… ‘THE DANCE’ is de titel van #2. Hier zet ene Richie Richardson met Charlie Cuevas & The Jaguars met “The Jump” meteen de druk op de ketel. Jesse & Buzzy op “Goin´Back to the Mountain” en Little Papa Joe (aka Jody Williams) op “Looking for My Baby” klinken erg bezorgd en over de grenzen heen gaan Norman Sands & The Valiants op “Don´t Wanna Leave the Congo”. Big Bill & his Guitar doen “Little City Woman- video”. Big Bill (°1893 of 1903†1958) aka Bill Broonzy was zanger en blues gitarist. In de jaren ‘30 werd Broonzy bekend als één van de belangrijkste artiesten in de Chicago blues-scene. In deze periode trad hij op met andere top blues artiesten als Memphis Minnie, Tampa Red, Jazz Gillum, Lonnie Johnson en Sonny Boy Williamson. In 1938 trad Broonzy op tijdens John Hammonds beroemde Spiritual and Swing-concert in Carnegie Hall in NYC. Dit was de eerste keer dat hij voor een blank publiek optrad. Na het concert begon men hem "Big Bill" Broonzy te noemen. Zijn bekendste opnames zijn o.a. “Feelin' Low Down”, “Remember Big Bill”, “Make Me Getaway” en “Big Bill Broonzy Sings Country Blues”. In 1980 werd hij opgenomen in de Hall of Fame van de Blues Foundation. Een Portie R’nR? Ja, dat krijg je van o.a. The Blond Bomber en hun “Strollie Bun”, met wat blues harp van Big Ed & his Combo met “Biscuit Baking Mama” en van Tippie & The Clovermen met “Gimme, Gimme, Gimme”. Het kon muziek uit een film zijn, Blue Charlie’s “I´m Gonna to Kill that Hen - video”, Little Miss Jessie lijkt opgewonden op “My Baby Has Gone” en kom naar het einde toe met wat doo-wop tot rust met The Ecuadors op “Say You´ll Be Mine”. Want de deur gaat hier dicht na Harvey en hun “Da Da Goo Goo” en helemaal op slot met Little Luther en zijn “Du De Squat”. HALLELUJAH ROCK AND ROLL, w/Bobby Flare, Sandra Grims, Percy Welch & his House Rockers, Dave Kirk & The Candy Man, Little Mac and… Deel 3 kreeg de titel ‘HALLELUJAH ROCK AND ROLL’. De band van Edward Harrington aka Eddy Clearwater, Clear Waters and his Band krijgt de eer om als eerste te starten met “Hill Billy Blues”. Rolls Royce and The Wheels doen het “Topless”, Smilin Joe ontmoet een “Sleepwalkin Woman “ en Guitar Junior doet “The Crawl - video”. Guitar Jr. aka Lee Baker Jr. (°1933†2017) was een Amerikaanse blueszanger en gitarist. Hij begon een solocarrière en nam de naam Guitar Jr. aan. In 1960 verhuisde hij naar Chicago/IL, waar hij ontdekte dat Luther "Guitar Junior" Johnson die naam al gebruikte. Daarop nam hij de alternatieve artiestennaam Lonnie Brooks aan. Hij was de vader van Ronnie Baker Brooks en Wayne Baker Brooks. Nogmaals, hoe klein kan de wereld zijn! Fox Hall daarentegen, hij houdt zijn been stijf en roept “Do the Rock and Roll”. De titelsong (een nummer van F. Hall) van dit deel is een nummer van Sandra Grimms. Eddie Kirk (°1927†2011), hier met “The Hawg - video”, is ook een man die wat meer aandacht vraagt. Deze bluesgitarist, mondharmonicaspeler, zanger en songwriter was niet de minste! Hij speelde met: John Lee Hooker, King Curtis, Otis Redding (soul), Muddy Waters, Honeyboy Edwards en anderen. Hij begon in 1948 als tweede gitarist voor John Lee Hooker in Detroit. Vanaf 1962 werd hij gitarist en mondharmonicaspeler van Otis Redding en later ook van diens show. Hij maakte ook opnames voor King Curtis. Kirkland beweerde later dat hij in Jamaica was geboren. Eddie had, net als een aantal andere blueszangers, een levendige fantasie (of een gebrekkig geheugen) en sommige van zijn verhalen zijn daarom twijfelachtig. Eén verhaal dat door officiële documenten is bevestigd, is zijn huwelijk in 1949 met Ida Mae Shoulders (ondersteund door het feit dat haar zus Elise in 1962 met Eddie zong). De huwelijksakte laat zien dat zijn moeder Dixie Rainey heette. Sonny Knight houdt van een ”Teenage Party”, Bobby Long van “Jersey City” en Delmer Wilburn van “My Kissin Cousin”. Wat een wereld! Little Mac (°1933†2000) hier met “I'm Your Fool” is ook een man met een verhaal. Little Mac aka Malcolm Simmons was een Afro-Amerikaanse Chicago blues-harmonicaspeler, zanger en songwriter. In zijn jeugd raakte hij bevriend met James Cotton en samen leerden ze harmonica spelen. Op 18-jarige leeftijd verhuisde Simmons naar St. Louis/MO, waar hij bij de spoorwegen werkte. In 1954 verhuisde hij opnieuw naar Chicago, stelde zijn eigen begeleidingsband samen en had vijf jaar lang een vaste plek in Cadillac Baby's. Hij begon in 1959 met opnemen en bracht platen uit op verschillende labels, waaronder Chess. Eind jaren ‘50 en begin jaren ‘60 nam Simmons een aantal minder bekende singles op, vaak simpelweg uitgebracht onder de naam Little Mack (of Mac). Simmons' energieke stijl, begeleid door Studebaker John, deed zijn leeftijd niet vermoeden. Come Back to Me Baby (1996), met gastmuzikanten John Primer, Willie Kent en Jake Dawson (gitarist), werd ook goed ontvangen. Simmons overleed in oktober 2000 aan darmkanker in zijn woonplaats Chicago, op 67-jarige leeftijd. Model "T" Slim aka Elmon Mickle (°1919†1977) is top op harmonica op “Shake Your Boogie - video” en Don & Bob sluiten af met “Good Morning Little School Girl”. Dat nummer kennen we hoor ik er velen zeggen. Sonny Boy Williamson wordt gecrediteerd voor het opnemen van het originele nummer "Good Morning, School Girl" in 1937. In 1961 namen Don Level en Bob Love, als het R&B-duo "Don & Bob", een andere versie op met de nieuwe titel "Good Morning Little Schoolgirl" voor Argo Records, een dochteronderneming van Chess. Hoewel ze de zin "good morning little schoolgirl" gebruiken, heeft het nummer andere akkoordenschema's en teksten, inclusief verwijzingen naar populaire dansstijlen uit die tijd. Toen The Yardbirds op zoek waren naar een nummer als opvolger van hun eerste single, "I Wish You Would", kozen ze voor het nummer van Don & Bob. De cirkel is (alweer) rond… THE TWIRL, w/Bo Toliver & his Timers, Elmon Mickle, Billy Boy, Little Luther, The Dusters, Leon &the Hi Tones, Young John Watson and… Op #4 werd ‘THE TWIRL’ (de draai) geplakt. Met Johnny Chef en “Can't Stop Moving” start de trip welliswaar moeizaam. Mac Sims aka Marc Simmons ziet het zitten op zijn “Drivin' Wheel”, Little Mac doet het over op Willie Dixons “I Need Love - video” en Harmonica Fats blaast zich de longen uit het lijf op “Tore Up” van Hank Ballard. Mr. P.T. and The Party Timers doen met “Aunt Suzie” van Paul Tinson zeker belletjes rinkelen, de titelsong is een nummer van Little Luther en Velma Cross & her High Steppers voelen zich “Oh So Good”. Ook The Dusters’ “Teen Age Jamboree” klinkt erg bekend en Rufus Gordon doet al met “Long Tall Sally” van E. Johnson de volgende hit-bel rinkelen. Eddie Clay is behoorlijk bluesy op “Lorain, Lorain”, Charolette Cole stelt e.e.a. in vraag op “Ain't That Worth Something Baby” en Bea Booker laat alles zijn gang op “Comfort In My Heart - video”. Billy Boy aka William Arnold (°1935) is nog altijd een top harpist, zanger en songwriter. Zijn “Prisoner's Plea” zal niet alleen blues liefhebbers Behagen. Little Ike laat zich duidelijk horen op “She Can Rock”, Young John Watson (de naam die Johnny Guitar Watson gebruikte in zijn beginjaren) op “Space Guitar” en Bo Dudley (de artiestennaam van Oscar Coleman) op “Shotgun Rider”. Rest er nog Gabriel (aka Mitch Gabriel Hearns van The Flock-Rocker), his Trumpet & Band of Angels met “I’m Gabriel - video”, de aartsengel? Ik dacht het niet! Eric Schuurmans |
|||||||