ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

THE INSOMNIACS - AT LEAST I'M NOT WITH YOU

WILLIE NILE - HOUSE OF A THOUSAND GUITARS

BOB MOULD - LIFE AND TIMES

THE TAINTS - 'TAINT BLUES

THE HANDSOME FAMILY - HONEY MOON

HEADWATER - LAY YOU DOWN

WILLEM MAKER - NEW MOON HAND

THE KITCHEN SHAKERS - DEEP FRIED AND COUNTRIFIED

CHRISTOPHER REES - DEVIL'S BRIDGE

THE WHISKEY SAINTS - WEST

 


 

THE INSOMNIACS
AT LEAST I'M NOT WITH YOU
Website
Label: Delta Groove
Distr.: Coast to Coast
VIDEO 1 VIDEO 2

 

The Insomniacs zijn een vrij jonge bluesband uit Portland, Oregan. Ze staan bekend om het gebruik van hun "vintage" instrumenten en de daaraan aangepaste stijl, allebei jaren 50/60 gedateerd. Hun kleine geblutse bestelbus waarin ze van optreden tot optreden toeren, alles doet het wat erop lijken dat de tijd voor hen heeft stilgestaan, toch staan deze jongens met beide voeten in de cyberwereld, want tijdens hun optredens door en tijdens hun ritten van club tot club zitten deze muzikanten op Myspace en facebook met hun draadloze laptops. De "best of both worlds" dus, hedendaagse kerels die houden van de muziek, meer bepaald de blues, van weleer. Mede daardoor bestaat hun publiek uit jonge snaken die de blues ontdekken plus de ouderen die de roots van vroeger duidelijk blijven genieten. Hun talent werd snel erkend door de vakpers, en na het winnen van talrijke awards, is hun naam nu reeds een gevestigde waarde aan het worden. Zowat het bekendste blueslabel momenteel: "Deltagroove" tekende hun, en dit is er hun tweede cd ondertussen. Gitarist en zanger Vyasa Dodson, die zijn aparte voornaam van zijn moeder kreeg, die erg in sanskriet geinteresseerd was, kwam via SRV en Clapton terecht bij de echte bluesroots roots, wat zo vaak gebeurd bij de wat jongere lichting gitaristen. Daardoor is hij nu zijn inspiratie gaan halen bij mensen als Junior Watson en Little Charlie Baty, wat resulteert in een authentiek swing geluid. Naast dat mooie gitaarwerk dat hij hier laat horen blijkt Vyasa ook nog over een meer dan uitstekende stem te beschikken, zo goed zelfs dat we hem in die rol zeker zo belangrijk vinden. Hij blijkt dus duidelijk de spilfiguur in deze groep te zijn. "Blues is niet dood." zegt Vyasa, het evolueert verder nu in andere richtingen. En bassist Dean Mueller voegt eraan toe dat hij wist dat hij zijn thuis gevonden had toen hij de kans kreeg te jammen met John Cephas, Louisiana Red en Honeyboy Edwards. Met "Lonesome", de opener, zetten ze meteen de toon. Vyasa laat daarin horen dat hij een volleerde swing-gitarist is, en de invloed van Little Charlie Baty is overduidelijk. Het country tintje in "Broke and Lonely" dat ikzelf leerde kennen van een héél vroege Johnny Winter versie, maar in feite een Johnny Guitar Watson songs is, is leuk om nog eens terug te horen, hier krijgt het wat New Orleans sfeer. Little Richard's "Directly From My Heart To You" is geschoeid op een "Guitar Slim" leest, een heeft de sfeer van de jaren vijftig, net als de titelsong die volgt. Een ander hoogtepunt is "She Can Talk" met een zeer humoristische tekst om te beginnen, en waar Vyasa zichzelf overtreft met een zeer originele gitaarsolo, deze jongen kan dadelijk plaatsnemen in het rijtje van de grote gitaristen die dat echte jaren vijftig "swing" geluid kunnen neerzetten, zoals Junior Watson en Hollywood Fats. "Baby Don't Do It" is er nog zo eentje, een echte radiosong. We stoppen hier met de opsomming van knappe songs, want anders zijn we nog wel een tijdje bezig. Als speciale gast is ondermeer Mitch Kasmar van de partij, en ook Al Blake, en beiden voorzien zij deze sterke tweede cd van de Insomniacs van bijkomend sterk mondharmonicawerk. (RON)


 

 

WILLIE NILE
HOUSE OF A THOUSAND GUITARS
Website Myspace
Label : Blue Rose Records
Distr.: Sonic Rendezvous

 

 

Willie Nile is één van die lieden van wie het talent zo apart en opulent aanwezig is, dat je je verbazing, ontgoocheling en niet ingeloste verwachtingen toch steeds weer kon wegslikken als het wéér eens niet lukte: waarom kon deze man zich niet eens met één krakende klap op tafel, één grote glanzende cd, voor heel de wereld waarmaken? Te scherpe productie, te snijdende songs, te kwaadaardige teksten, te Lourdes op de bergen, te eigenzinnig kortom? Want hoeveel parels hij ook heeft vastgeregen in het oeuvre dat achter hem ligt? maar genoeg ingeleid, u voelt onderhand wel waar dit naartoe wil: Nile, 'approaching sixty from the wrong side'’, heeft met deze respectabele leeftijd in 2006 het tijdloze "Streets Of New York" (2006) afgeleverd. Eindelijk heeft Nile hiermee de plaat gemaakt die hem de massa voor de voeten kan brengen. Nile zingt beter dan ooit, en dat wil wat zeggen, en dat gouden mes heeft hij dan in een collectie van de beste songs gezet die hij ooit op een cd heeft samengebracht. Wie deze rootsrocker pas ontdekt heeft met "Streets Of New York", kon dit live horen en zien op de CD/DVD "Live From The Streets Of New York" die vorig jaar verscheen. Willie Nile werd bijna dertig jaar geleden samen met andere als Bruce Springsteen, Little Steven, Graham Parker of Lou Reed in een hokje geplaatst, maar net als deze heren heeft hij zijn voorliefde voor verschillende muziekstijlen nooit onder stoelen of banken geschoven. Stevige rootsrock met knetterende gitaren vermengt Nile al jaren met punky rock & roll. Wellicht door het feit dat de vorige cd's zo goed ontvangen zijn, dat het befaamde Blue Rose Records nu ook deze uit New York afkomstige Nile nieuw leven wou inblazen met zijn nieuwste album, "House of a Thousand Guitars". Nile's nieuwe project bevat wederom heerlijke nummers met sterke teksten, vakkundig gespeeld en opgenomen in het najaar van 2008. Van rockers als de titeltrack en "Doomsday Dance" over de nasleep van de oorlog in, "Now That The War Is Over" tot de hartverscheurende schoonheden "Her Love Falls Like Rain" en "Touch Me", Willie Nile heeft waarschijnlijk het beste album gemaakt van zijn carrière. "House of a Thousand Guitars" werd opgenomen met twee duidelijk verschillende groepen muzikanten. Zes nummers zijn opgenomen met Nile's all-star-band, the Worry Dolls: gitarist Andy York (John Mellencamp), bassist Brad Albetta (Teddy Thompson, Sean Lennon, Martha Wainwright) en drummer Rich Pagano (Fab Faux, Rosanne Cash, Patty Smith). Dat The Dolls een powerhouse trio zijn met veel lef en ambitie en hoofdzakelijk willen rocken, horen we in de upbeat nummers "Run", "Little Light" maar vooral in het ruwe Stones getinte "Doomsday Dance". Dit laatste nummer is meer een klassieker met Nile's sociale en politieke commentaar, hetgeen een vreemd beeld geeft van de mensheid over zelfvernietiging. "I'll take your bony hand/you're gonna shake your hips/I'm gonna squeeze you tight/Kiss your apocalypse/There'll be a body count/We're gonna watch it rise/the folks at CNN/They won't believe their eyes/We'll do the dead man's twist/This is our last chance/Down at the doomsday dance". "Give Me Tomorrow" werd geschreven en opgenomen vlak voor de verkiezingen en hoewel het niet geïnspireerd is door de campagne, dachten velen dat Nile dit werkelijk geschreven had om dit naar Obama's mensen te sturen, wat hij uiteindelijk toch heeft gedaan. Op iedere plaat van Willie Nile vinden we hartverscheurend nummers met zoete melodieën en teksten over hoop en liefde. De song die Nile hier het dichtst bij zijn hart ligt is "Touch Me", een song als herinnering aan zijn broer John, die precies een jaar voor het vastleggen van de basistracks met de andere band stierf, een band waarin we ook Nile's vriend Frankie Lee, gitarist Steuart Smith (The Eagles, Rodney Crowell) en Stewart Lerman (Loudon Wainwright, Jules Shear, The Roches) verder aantreffen. De rode draad in dit album is best terug te vinden in de titeltrack, een zeer gedreven song over een denkbeeldige plaats waar veel muzikanten wonen en hun muziek in vrede kunnen maken. "You can spread your fingers 'cross the universe . . . in the House of a Thousand Guitars" zingt Nile, terwijl hij de inwoners naamdroppend noemt: Jimi Hendrix, Robert Johnson, Hank Williams, Bob Dylan, The Rolling Stones, John Lennon, Muddy Waters en John Lee Hooker, die, zoals hij zo lyrisch zegt: "gonna kick your ass" , zoals dit rockende album! Voor iemand die bijna dertig jaar met flinke tussenpozen aan de weg timmert lijkt Willie Nile over een onuitputtelijke bron van jeugdigheid en energie te beschikken. Gaat de wereld dan eindelijk van Willie Nile horen?


 

BOB MOULD
LIFE AND TIMES
Website Myspace
Label : ANTI Distr.: PIAS

 

De inmiddels 48-jarige Bob Mould vergaarde roem als gitarist, zanger en songwriter bij de alternatieve rockgroep Hüsker Dü die hij eind jaren ’70 oprichtte met drummer en zanger Grant Hart en bassist Greg Norton. Hüsker Dü hield in 1988 op met bestaan na drugsproblemen en interne strubbelingen tussen de bandleden. Bob Mould begon aan een solocarrière en richtte tegelijkertijd de groep Sugar op waarbij hij het frontwerk voor zijn rekening nam van 1992 tot 1995. Zijn eerste soloalbum “Workbook” verscheen in 1989 en nadien volgden er nog zeven andere soloplaten. Nu verschijnt zijn negende plaat onder de titel “Life And Times” met tien nieuwe songs. De opvolger van de cd “District Line” uit 2008 werd gemixt en geproduceerd door Bob Mould zelf. Als ge-oute homoseksueel is hij een actieve voorstander van het legaliseren van het homohuwelijk hetgeen in Amerika nog steeds geen algemeen aanvaard principe is. Ondanks de titel is “Life And Times” geen autobiografische plaat geworden, hoewel de broosheid van relaties ook op zijn privéleven van toepassing had kunnen zijn. Ook provocerende teksten gelden als algemene regel voor de songs. Het album duurt nauwelijks 36 minuten maar rockt er stevig op los van bij het eerste nummer dat ook de titeltrack is. “The Breach” en “City Lights (Days Go By)” drijven op een stuwende gitaarriff die door een stevige, drijvende drumbeat ondersteund wordt. De punkrock die we van bij Hüsker Dü al gewoon waren zit ook subtiel verwerkt in songs als “MM17” en “Argos”. Enkele nummers op dit album zijn al wat ouder en werden reeds tijdens live optredens gedurende de voorbije jaren op het publiek uitgetest. Zo stonden “City Lights”, “The Breach” en het schitterende “I’m Sorry, Baby, But You Can’t Stand In My Light Any More” ook al op zijn in 2007 uitgebrachte dvd “Circle Of Friends”. “Wasted World” en “Spiraling Down” zijn eveneens zeer hedendaagse pop- en rocksongs. De plaat wordt afgesloten met een wat mysterieuze, filmisch en etherisch klinkende song: “Lifetime”. Bob Mould speelde alle instrumenten zelf in op dit album behalve de drums die door Jon Wurster werden aangeslagen. De momenteel in Washington DC wonende muzikant heeft met “Life And Times” een memorabele plaat opgenomen die hem wellicht terug een welverdiende plaats in de rockgeschiedenis zal bezorgen. Een verdienstelijke werkje, dus. (valsam)


 

 

THE TAINTS
'TAINT BLUES
Label: Taxim Records
Distr.: Bertus

 

Sinds Cream, de allereerste supergroep in de geschiedenis van de rockmuziek, zijn we voortdurend lastiggevallen door popsterren die het met elkaar doen. En wie dacht dat de Americana-beweging niet aan zulke nonsens doet, komt na een voorzichtige aanraking met The Taints bedrogen uit. Het zou ook erg oneerbiedig zijn om The Taints zomaar een hobbyclubje te noemen. Deze in Colorado gehuisveste roots-rock band hebben hun sporen in dienst van derden of als soloartiest ruimschoots verdiend. Singer-songwriter/gitarist Steve Hohn, Nashville singer-songwriter/producer Fred James en Appalachian singer-songwriter Bleu Jackson zijn dan ook niet de eersten de besten. Elk voor zich schreven ze al een aardig hoofdstukje rootsmuziekgeschiedenis samen in bands als The Amazing Rhythm Aces, Badfinger, Cold Blood, Dr. Hook, Ken Saydak, The Sam Lay Blues Band, Homesick James, Tommy Tutone, Iron Butterfly, Billy Joe Shaver, The Jelly Roll Kings, en vele anderen. Ervaring zat dus. En dat hoor je op "'Taint Blues", hun eerste collectieve studioplaat voor het Taxim label. En net als het werk van de qua opzet enigszins vergelijkbare The Resentments zal ook dat album ongetwijfeld hoge ogen gaan gooien in rootsmiddens. Wie er ook postvat achter de microfoon, het lijkt allemaal niet zo heel erg veel uit te maken. De flair waarmee hier gemusiceerd wordt, heeft immers iets buitengewoon aantrekkelijks. Je zou het qua sfeer allemaal een beetje kunnen vergelijken met The Band in zijn hoogdagen. Met dat verschil dan, dat The Taints drie uitstekende vocalisten in hun rangen tellen. Afgetrapt wordt er met het enigszins naar Springsteen lonkende rootsrockertje "Solitaire". Van daaruit komt men bij "Time Is Money", een heerlijke ballad met zoals in het eerste nummer dat verfijnde slide gitaarspel van Fred James. Wat volgt is een bont allegaartje van sfeervolle en ongelofelijk toegankelijke roots muziek met traditionele country soul aroma. Bij het zomerse "Koko Road" een nummer geschreven door diezelfde Fred James worden invloeden van soul- en blueslegende Tony Joe White niet geschuwd, maar het superdrietal zoekt samen met drummer Lenny Campanaro en bassist 'Fingers' Farrell voornamelijk hun vertier in traditionele blues, country, rock, soul en zelfs rockabilly als in "Let It Slide" waar Steve Hohn het vocale en gitaarspel voor zijn rekening neemt. Al moet ik zeggen dat "'Taint Blues" zeker als een band klinkt dan naar op zich alleen staande individuen. Natuurlijk drukken de geroutineerde singer-songwriters een bepaald stempel op de liedjes maar de samenhang is compacter. Luister maar eens naar het diepe Zuiden geurende "Preaching to the Choir" waar respectievelijk Bleu, Fred en Steve de vocals afwisselen. Als absolute blikvangers gaat naast de slow blues "The House That Love Lives In" van Fred James, onze keuze naar twee instumantals: De titeltrack en de bijna zeven minuten durende afsluiter "Misty Rivers" met jawel onze vriend James op slide. Het moet gezegd dat "'Taint Blues" een behouden genreplaat is. Er wordt vakkundig gemusiceerd en de productie is natuurlijk dik in orde. Om de beurt mogen ze hun eigen liedjes ten gehore brengen, de luisteraar kan daarvan dan ook proeven op "'Taint Blues" een cd met veel indrukwekkend gitaarwerk in de persoon van Fred James.

TRACKS:
1. Solitaire (Steve Hohn) 5:17
2. Time Is Money (Steve Hohn/Bleu Jackson) 5:01
3. Koko Road (Fred James) 3:41
4. Shootin’ For My Heart (Steve Hohn) 4:27
5. I’ll Be With You (Steve Hohn/Bleu Jackson) 3:05
6. The House That Love Lives In (Fred James/Stan Webb) 5:38
7. Let It Slide (Steve Hohn) 3:36
8. ‘Taint Blues (Steve Hohn) 3:23
9. You’re the Reason It’s All My Fault (Fred James/Mary-Ann Brandon/Zimmermann/LaValley-Stallings) 3:22
10. Preaching to the Choir (Fred James/Steve Hohn/Hawks/Ken Saydak) 2:39
11. You Gotta Stand Tall (Steve Hohn/Bleu Jackson) 4:54
12. Misty Rivers (Fred James/Stan Webb) 6:45


 

THE HANDSOME FAMILY
HONEY MOON
Website Myspace
Label : Carrot Top Records
Distr. : Bertus

 

 

Het moet zowat tien jaar geleden geweest zijn dat ik voor het eerst hoorde van The Handsome Family. Ik stelde me daar toen een uitgebreide bende van familieleden bij voor die samen voor het nodige entertainment zorgden. Zoiets als The Kelly Family, dus. Een beetje verbaasd moest ik al snel vaststellen dat deze familie uit amper twee mensen bestond, zijnde man en vrouw Brett en Rennie Sparks, een echtpaar uit het Amerikaanse Albuquerque in de staat New Mexico. The Handsome Family werd opgericht in Chicago in 1993 en de taken worden zo gelijkmatig mogelijk verdeeld tussen beide leden. Brett is de componist van de muziek en Rennie staat in voor alle teksten. Voor hun cd-opnamen en live optredens werken ze steevast met gastmuzikanten. Zo ook voor hun net verschenen achtste studioplaat die onder de titel “Honey Moon” verschijnt. Hoewel ze beiden instaan voor het zangwerk kan Brett toch als leadzanger omschreven worden en zorgt Rennie voor harmony vocals of backing vocals. De muzikale stijl van the Handsome Family situeert zich ergens tussen traditionele country, folk en bluegrass. Meestal zijn de songs opgebouwd als trage ballads met een eigen verhaal dat vaak thema’s als moord, zelfmoord, duistere geesten of andere macabere onderwerpen bezingt. Niets om echt vrolijk van te worden, dus. Maar dat is ook niet de bedoeling van het echtpaar Sparks dat nochtans in 2009 hun 20e huwelijksverjaardag te vieren heeft. Toch zijn er deze keer op “Honey Moon” meer liefdesliedjes te vinden, dit in schril contract zijnde met hun vorige albums. Op deze cd vallen er voor het eerst eens geen doden te bespeuren wat op een revolutionaire vooruitgang wijst. Rennie legt uit dat ze zich voor de liedjes op dit album geïnspireerd heeft op de aloude traditional “Twilight Time” van The Platters en zelf ook eens simpele ‘love songs’ wilde schrijven in plaats van de gebruikelijke ‘tristesse’. Die ‘Platters’-stijl kan je al meteen in de eerste song op deze cd horen: “Linger, Let Me Linger”. Opvallend is ook dat de jazzmuziek zijn weg heeft gevonden naar The Handsome Family zoals te beluisteren valt in “The Loneliness Of Magnets”. Een echte pedal steel countrysong is “Little Sparrows” en het Hammondorgeltje in “My Friend” - volgens ons de beste song op dit album - is onweerstaanbaar als sfeermaker. Dat ze beiden fans zijn van de countrymuziek van artiesten als Townes Van Zandt of Willie Nelson tonen ze respectvol in het mooie “June Bugs”, in “Darling, My Darling” en in een rasechte countrysong “A Thousand Diamond Rings”. Het verlangen in de liefde wordt subtiel bezongen in het nummer “The Petrified Forest” en het ritme van “Wild Wood” is zowat het meest swingende dat we ooit van The Handsome Family te horen kregen. We wensen de heer en mevrouw Sparks dan ook een ‘Happy Honeymoon’ toe en veel inspiratie voor hun 9e plaat. (valsam)


 

HEADWATER
LAY YOU DOWN
Website Myspace Contact
Label : HWT Records
Distr. : G Promo PR Contact
CD-Baby

 

Toen de akoestische rootsformatie ‘Headwater’ in 2006 hun debuutplaat “My Old Friend” lanceerden verkochten ze al meteen duizenden exemplaren in hun thuisbasis Vancouver en in hun thuisland Canada. Frontman van ‘Headwater’ is singer-songwriter Matt Bryant met als verdere bandleden Jonas Shandel (gitaar, banjo en harmony vocals), Tim Tweedale (steelgitaar) en Patrick Metzger (staande bas). Voor de opnamen van hun tweede cd “Lay You Down” haalden ze nog wat extra muzikale ondersteuning in de studio met toetsenist Tyson Naylor (piano, orgel en accordeon) en drummer Mark L’Esperance, die ook nog in de producerstoel plaats nam. Voor de nieuwe plaat werden elf liedjes geschreven en opgenomen die allemaal aanleunen bij folk en country. Oerdegelijke thema’s als liefde, verlies en de dood vormden de basis van de meeste songteksten. De desolate sound van cd-opener “Death Of Me” is ijzingwekkend. In “Picture Show” en “Under The Rocks And Stones” leidt de banjo ons fragiel doorheen de songs. Het stuwende ritme van de country-roots-rocksongs “Brown Stone Road” en “Freight Train” toont daarna aan dat ‘Headwater’ een formatie is die zowel song- als muziekstijldiversiteit hoog in het vaandel wil houden. Omwille van die veelgebruikte repetitieve banjo- en mandolineklanken en het wat klagerige zangwerk van Matt Bryant zou je hun sound misschien wel het best kunnen vergelijken met die twee andere succesvolle Canadese bands ‘Timesbold’ en ‘Great Lake Swimmers’. Ook nog even vermelden dat “The Drifter”, “Never Going Back” en de emotioneel gezongen songs “Pleasure And The Rhyme” en “Follow You Around” aantonen dat ‘Headwater’ een formatie is waarin groot songschrijverstalent en nog groter zangtalent verscholen zit. We zouden deze vier jongens maar al te graag eens op een podium in deze Benelux-contreiën aan het werk willen zien. (valsam)



WILLEM MAKER
NEW MOON HAND
Website Myspace
Label: Big Legal Mess / Fat Possum
Distr.: Bertus
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Een smerige, moddervette rat die in een vuilnisbak zit te woelen: het piepkleine, maar daarom niet minder geweldige Fat Possum Records had geen beter logo kunnen kiezen voor het soort muziek dat het al jaren hardnekkig aan de man probeert te brengen: de blues in al zijn vormen en maten, zolang het maar niet de iets te lang in viersterrenhotels ondergebrachte en in wijn van een exquis jaar gemarineerde Eric Clapton-variant is. Wel integendeel! Fat Possum duikelt zijn artiesten bij voorkeur in één of ander aftands trailerpark op: of het is 'white trash' waar geen enkele andere platenfirma nog aanwil of het zijn morsige, stokoude bluesknakkers die steevast drie voortanden missen, een toogzweer torsen en al een leven lang moeten afrekenen met warm bier, koude vrouwen en een gevarieerd assortiment onheil. Eén van die typische gevallen is Willem Maker die in 2007 debuteerde met "Stars Fell On" een rockplaat die hij zelf had opgenomen in zijn eigen Foxhole studio in Turkey Heaven Mountain. Oorspronkelijk uitgebracht door Makerworks Recordings in datzelfde jaar, werd deze plaat heruitgegeven door Big Legal Mess Records (Fat Possum) in 2008, in afwachting van de nieuwe cd "New Moon Hand", waarvan de release dit jaar voorzien is op 27 april. Willem Maker klinkt op zijn nieuwe plaat als een stokoude bluesman die terugkijkt op een leven vol ellende. "New Moon Hand" bevat invloeden uit de gospel, folk en blues, zoals die vele decennia geleden werd gemaakt in het diepe Zuiden van de Verenigde Staten door legendarische bluesmuzikanten als Charley Patton. Net als zijn illustere voorgangers is Willem Maker gefascineerd door de donkere kant van het leven. "New Moon Hand" is een plaat van een gekwelde geest met thema’s als dood, verderf en zonde, waarbij de eerste 30 minuten dadelijk de toon inzetten voor de volgende 50 minuten. Donker, onheilspellend, maar niet een deprimerend geluid dat versterkers met grommende elektrische gitaren laat horen is de tweede track "Rain on a Shinin", enigszins vergelijkbaar met RL Burnside. Maar ook Tom Waits getinte songs zijn hier terug te vinden, voornamelijk het zo gevoelige "Saints Weep Wine" met hier de piano als instrument in de hoofdrol. De begeleiding bestaat uit Scott Bomar, Cedric Burnside, Jim Dickinson, Alvin Youngblood Hart, Pete Commings, Tony Crow, Phyllis Duncan, Ben Hall, Ben Martin en William Tyler, waarvan we deze laatste artiesten kennen uit de bands Lambchop en Silver Jews. Maar nergens op het album staat geschreven wie speelt op welke track, dus als recensent wel een frustrerende missie. Teksten worden weggemoffeld onder grofkorrelige riffs, en bij de meeste van de twaalf lappen bluesrock is het even zoeken naar de songs, maar zodra die komen piepen is er geen weg terug. Dat is met platen van het gereputeerde Fat Possum-label wel vaker het geval. Zo laten "Old Pirate's Song" en "Lead and Mercury" zich het beste omschrijven als ZZ Top outfit, wel trager, maar met een even onontkoombare groove als zijn eveneens bebaarde broertjes. Deze laatste song is een meer autobiografisch nummer, over een bijna dodelijke vergiftiging door inhalatie die hij als jonge volwassene heeft meegemaakt en dit omwille van een corrupt milieu waarin hij toen vertoefde. De afsluiter is dan meer een kerkelijke ballad, "Rosalie" met natuurlijk de bijhorende orgel klanken. "New Moon Hand" overvalt je als een zombie die op een snikhete zomeravond aan de oevers van de Mississippi opduikt en je genadeloos bij de strot grijpt. De muziek van Willem Maker is buitengewoon rauw, direct en getergd en snijdt één ieder die er gevoelig voor is dwars door de ziel. "New Moon Hand" bevat een collectie songs die niet hadden misstaan in de collectie van de roemruchte oude bluesmannen die Willem Maker voor gingen, maar ook Tom Waits en Bruce Springsteen zouden waarschijnlijk graag een plaat als "New Moon Hand" op hun naam hebben staan. Zonder meer één van de meest indrukwekkende platen van het moment.


 

 

THE KITCHEN SHAKERS
DEEP FRIED AND COUNTRIFIED
Website Myspace
CD-Baby
Label : Blue Hog Productions

 

 

De Canadese muzikanten Kevin Mark en Dale Boyle hebben zich in Quebec en omgeving doorheen de voorbije jaren een stevige reputatie opgebouwd als bezorgers van leuke avonden met hun vele optredens in de lokale clubs. Dat leverde hen diverse prijzen op waaronder ‘beste blues live act’ (4 keer in 5 jaar tijd) en zorgde er voor dat elk optreden al snel voor volle zalen werd gedaan. Ze brengen onder de groepsnaam “The Kitchen Shakers” een op rootsmuziek geënte setlist en nodigen regelmatig andere lokale artiesten uit om mee te doen op het podium. Ook voor hun nieuwe cd “Deep Fried And Countrified” mogen deze keer een vijftal ‘local heroes’ meedoen onder het motto ‘hoe meer zielen hoe meer vreugde’. Dit album bevat elf songs die meestal zelfgeschreven zijn maar ook drie herbewerkte traditionals, met name het tijdloze “Froggie Went A Courtin’”, “St. James Infirmary” waarin Louis Armstrong lijkt teruggekeerd te zijn op deze wereld en de alomgekende klassieker “House Of The Rising Sun” (hoewel dit zeker niet de beste versie van dit nummer is). Meestal zit de beuk er stevig in en zijn de liedjes voorzien van een swingende rockabilly- of Cajun sound en ritme. Dat geldt hier in elk geval voor “Shake Your Kitchen Down” (geachte heren Seatsniffers: hier zit een heel toffe cover in voor jullie setlist), “If I Come Back”, “Travelin’ Bone’, “She’s Mine” en “Tennessee”. Als jarenlange inwoners van Quebec is het natuurlijk ook altijd populair om een song in de Franse taal te zingen. Op deze cd leidde dat tot “Je T’Aimerai Pour Tout L’Temps” dat door Kevin Mark geschreven en gezongen werd. Op honky-tonk pianoklanken brengt Dale Boyle het jazzy “Crack In The Pavement”’. En een oerdegelijke country-tearjerker vond ook zijn plaatsje naar dit album met “So Blue Without You”. Deze cd bestaat uit liedjes die stuk voor stuk opgebouwd werden rond zeer catchy en makkelijk in het gehoor liggende melodieën die de luisteraar meteen naar de strot grijpen en daarna niet meer loslaten. Deze swingende muziek nodigt ook onweerstaanbaar uit tot dansen en dat is iets wat deze al wat ouder wordende jongen de laatste tijd alsmaar minder lijkt te overkomen. Daarom alleen al een reuzengrote pluim voor “The Kitchen Shakers” en hun typisch zuiderse sound. “Deep Fried And Countrified”: even snel ontdooien die handel en dan terug in de cd-speler voor een tweede rondje fun. (valsam)


 

CHRISTOPHER REES
DEVIL'S BRIDGE
Website Myspace
Label: Red Eye Music
Distr.: Bertus

 

Mijn Schotse vriend Rob Ellen tipte me Christopher Rees zo'n vier jaar geleden als een tamelijk geniale singer-songwriter met rootsinvloeden. Dit was te horen op het toen verschenen "Alone On A Mountain Top", zijn tweede cd. En later bij het beluisteren van zijn debuut-cd "The Sweet Ache" (2004) waren we zeker dat we hier met een groot talent te maken hadden. En laten we eerlijk zijn: "Cautionary Tales" dat in 2007 verscheen was ook een zeldzaam indrukwekkende plaat die fris en krachtig klinkt. Door alle nabeschouwingen ben ik dan ook lang bij deze cd's blijven hangen. Christopher Rees is een Welshman in een Amerikaans genre: alt. country, die emotioneel, oprecht en soms heftig zijn songs brengt waarin invloeden van zijn geliefde blues en country artiesten zoals Skip James, Son House, Townes Van Zandt, Johnny Cash en Elvis Presley maar ook rockabilly helden als Johnny Burnette en Gene Vincent terug te vinden zijn. Zo is de eerste singel "What Walks Outside My Window?", meteen ook de opener op zijn nieuwste album "Devil’s Bridge", een brullend in de vijftiger jaren getinte rockabilly - murder blues - nummer, over paranoïde mensen die om vier uur 's morgens de medemens begluren. Moord, gebroken harten en verlossing worden op dit album allemaal behandeld, maar gelukkig is het niet alleen maar kommer en kwel. Dus grotendeels meeslepende verhalen over moord en wangedrag, maar ook andere thema’s als nieuwsgierigheid, karma, bekentenissen, schaduwen, hemel, hel, verlatenheid, veroordeling en bewustwording creëren zijn onderwerpkeuze op deze plaat. Met "Prescott's Confession" maakt hij gebruik van traditionele teksten uit 1833 en plaatst deze terug in een nieuwe banjo gedreven song, terwijl zijn zelf gepende songs "What Walks Outside My Window?" en "Shadows In The Night" klinken alsof ze zouden opgenomen zijn in de Sun Studio in Memphis. De aanwezigheid van de oudere rockabilly gitaristen Pete Mathison (Ray Davies) en John Lewis (The Rimshots) geven deze songs meer vinnige authenticiteit mee. Katy Rowe's onweerstaanbare vioolspel in het bluegrass-getinte "Kicked Out By Love" overheerst het geïnspireerd drummen van Dan Tilbury (The Snakes, Redlands Palomino Company). "Devil's Bridge" vertoont duidelijk Rees' liefde voor Americana en dit gaande van Rock’n’Roll naar bluegrass, gospel, blues, country, spaghetti western, rockabilly en Appalachian - allemaal vinden we dit hier terug. Het filmisch gitarenspel zoals we dat kennen van Quentin Tarantino en David Lynch, kleuren songs als "All Our Beds Are Made" en "World’s Fall Apart Everyday". "Devil's Bridge" is een mooie plaat, vol met twangy melodrama en stevige rock. Twaalf nummers lang smijt Rees eens met vuige noisepartijen en dan weer met demonen uitdrijvende folksongs, waardoor hij deze plaat zowel donker als opgewekt doet klinken. Tel daar zijn krachtig, kruidig en soepele stem bij op en je hebt een muzikant om verder in de gaten te houden.


 

 

THE WHISKEY SAINTS
WEST
Website Myspace Contact CD-Baby

 

 

“An alt-country album with way more rock than twang”. Zo omschrijft CD-Baby de nieuwste plaat van de formatie The Whiskey Saints uit Los Angeles, Californië. We zouden het zelf niet beter kunnen omschrijven, vandaar deze schaamteloze kopie van de Amerikaanse site voor platenverkoop van betere muziek. De viermansformatie met zanger David Sparrow, gitarist David Bloomfield, bassist Rob Hughes en drummer Jeff Bell pende over een periode van drie jaar de twaalf nummers bijeen die we op hun debuut-cd “West” kunnen beluisteren. De rode draad doorheen de liedjes wordt al meteen blootgelegd in de eerste song “With The Lights On”: moderne pop- en rocksongs met een traditionele muzikale opzet van gitaar, bas, drum en zang. In enkele songs wordt er gretig naar de countrymuziek gegrepen om de typische Americana-sound van deze cd te bereiken. Voeg daarbij in enkele liedjes nog een vleugje piano, orgel en mandoline toe en je krijgt een wat duidelijker beeld van de bredere pallet aan instrumentatie die voor de opnames van “West” werd ingezet. De invloeden van andere succesvolle Amerikaanse bands in dit genre zoals Jayhawks, Wilco, Uncle Tupelo, Guided By Voices en Tom Petty & The Heartbreakers zijn ook duidelijk waarneembaar. Ook de catchy melodieën en knap uitgewerkte teksten mogen natuurlijk niet ontbreken. “Can’t Come Back”, “I Need Some Luck” en de countrydeun “Take You Home” illustreren het best wat we daarmee mogen bedoelen. The Whiskey Saints hebben duidelijk hun tijd genomen om een geheel eigen sound te ontwikkelen met een hele resem invloeden van diverse muziekstijlen. In de Amerikaanse ‘City Of Angels’ heeft de band zich intussen al een stevige reputatie opgebouwd door middel van de vele optredens die ze al deden in de lokale clubs. In “Under Los Angeles” kiezen ze even voor een moderne popballad waarin de vocale capaciteiten van zanger David Sparrow mooi tot uiting kunnen komen. Onze favoriete tracks moeten echter nog komen want we selecteren voor die categorie “She’s The Lonely Heart”, “Making You Cry”, het in een opzwepend ritme gebrachte “Made Her Up (To Make You All Mine)” en het naar Creedence Clearwater Revival knipogende “Apple Dumpling Shop”. Dat zijn de liedjes die van deze stadsjongens echte cowboys maken en die ons doen vermoeden dat The Whiskey Saints nog een breed uitgesponnen toekomst voor zich hebben. “West” is alvast een cd die plezant is om naar te luisteren. (valsam)