ARCHIEF - OKTOBER 2008 - NOVEMBER 2008 - DECEMBER 2008

JANUARI 2009 - FEBRUARI 2009 - MAART 2009

EACH MONTH MORE THAN 100 REVIEWS FOR YOUR ROOTS LOVIN' EARS!

 

ERIC LINDELL - GULF COAST HIGHWAY

DR. G.B. BURT - THEY CALL ME DR. BURT

DR. LONNIE SMITH - RISE UP!

PIERCE PETTIS - THAT KIND OF LOVE

SWEET SUZY & THE BLUES EXPERIENCE - UNBROKEN

VINCE BELL - ONE MAN’S MUSIC

KENT EASTWOOD - THROUGH THE DAYS

GUY DAVIS - SWEETHEART LIKE YOU

WILLIAM CLARKE - ONE MORE AGAIN

JOANNE SHAW TAYLOR - WHITE SUGAR

 


 

 

ERIC LINDELL
GULF COAST HIGHWAY
Website
VIDEO
Label: Alligator Records
Distr : Munich Records

 

 

Dit is het zevende album van de, in 1969 in San Mateo, Californie geboren, maar nu vanuit New Orleans opererende Eric Lindell. Buiten deze zeven cd's kwam in 2003 "EP Volume 1" met drie nummers op de markt. Deze EP en de vier eerste albums – "Bring it Back" (1996), "Eric Lindell" (2002), "Piety Street Session" (2003), "Tragic Magic" (2005) - werden uitgebracht op de kleine labels Sparco, Flying Harold en z'n eigen label. Maar na het verschijnen van zijn debuutalbum "Change In The Weather" (2006), "Low on Cash, Rich in Love" (2008) en nu zijn nieuwste "Gulf Coast Highway", voor het Alligator label, wordt singer/songwriter/vocalist Eric Lindell gerekend tot de grootste beloften voor de toekomst, een belofte die hij inmiddels volledig heeft ingelost met zijn twee voorgangers.

Deze ex-skate punker verliet een aantal jaren geleden San Mateo om zich, via New York in New Orleans te vestigen. Na jaren van touren heeft hij zijn muzikale invloeden tot een eigen geluid weten om te smelten en is momenteel de meest getalenteerde muzikant in de New Orleans muziekscène van de afgelopen jaren. Soul vormt de basis voor deze prachtige plaat, maar ook invloeden uit de blues, jazz, funk, raggae, rock ’n roll en zelfs country bepalen de sfeer op "Gulf Coast Highway". Funky-blues is nog steeds de basis, alhoewel de songs meer pop gericht zijn met veel blaaswerk. Maar laat vooral "pop" u niet afschrikken. Sommige tracks op deze plaat zijn inderdaad meer toegankelijk dan zijn muziek op "Change in the Weather" bijvoorbeeld. Zo zijn de album openers "Love Can’t Find a Way" en "Turnin’ It Out", vrij eenvoudige love songs ondanks het prachtige blaas- en gitaarwerk, maar blijf gerust verder luisteren want voor de rest van het album haalt Lindell het niveau van de voorgangers en zelfs meer. Lindell is iemand die tevens ook nog over een schitterende gitaar techniek beschikt (wel nooit geen solowerk, enkel Lindell's gitaar bepaalt hier de sound), en bovenop nog een begenadigd songschrijver is. Met een container vol aan lovende recensies krijgt hij nu steeds meer voet aan land, gewoon omdat 't puur draait om de intensiteit die Lindell met zijn soulvolle stem uitstraalt, gekoppeld aan het soort swingende muziek dat verrekt slim is opgebouwd. Naast drie covers van Buck Owens, Delbert McClinton en Waylon Jennings & Willie Nelson, schreef Lindell twaalf songs zelf, die stuk voor stuk uit kunnen groeien tot hits. Zonder schroom borduurt hij op deze plaat voort op de 1970-sound van Van Morrison en Delbert McClinton waarin ook invloeden van Stevie Wonder, Curtis Mayfield, Ray Charles en Sly and the Family Stone terug te vinden zijn in het meer originele werk, maar gedateerd klinkt de muziek geenszins en dat is een grote verdienste. De meeste songs voltrekken zich in een strak en energiek tempo, met een geweldige band, die een authentiek soulgeluid weet te combineren met een meer eigentijdse sound. In de zeer uitgebreide begeleidingsband vinden we o.a. Galactic’s drummer Stanton Moore en bassist Robert Mercurio op zes tracks van de cd terug, en zijn samen met Lindell het best in het nummer "Country Livin’". Op zijn twee vorige albums voor Alligator Records, was het steeds Lindell’s stem en gitaar die de hoofdrol opeisten, daar nu meer zijn medespelers de kans krijgen om in de spotlight te treden. Let wel op, Lindell’s gitaarwerk blijft centraal op "Gulf Coast Highway", hetgeen hij bewijst in tracks als "Willin’ and Able", "This Love is Gonna Last" en "It’s a Drag". Vele songs zullen Lindell fans direct aanvoelen als de nieuwe klassiekers, zoals "It’s a Drag". Deze song klinkt als een echte Chicago blues met verbazend harmonicawerk van Sean Carey, daar in een song als "Lullaby for Mercy Ann" een meer eenvoudige begeleiding steun geeft aan Lindell’s beheerste stem. Luister maar even naar het met blaaswerk overladen "The Look" met een tenor sax solo van Jimmy Carpenter of het andere hoogtepunt, het bijna vier minuten durende "Raw Doggin' " met zijn funky naar jazz gaande riffs en daarmee zullen u me zeker niet tegenspreken, want dit is een verfijnd soulalbum. OK, dit is verschillend. Het is iets om te laten marineren. Laat het inwerken. Luister dan opnieuw.

Tracks:
1. If Love Can't Find A Way
2. Willin' and Able
3. Love and Compassion
4. This Love Is Gonna Last
5. Turnin' It Out
6. It's A Drag
7. Lullaby for Mercy Ann
8. The Look
9. I Can Get Off On You
10. Country Livin'
11. Dirty Bird
12. I'll Be Around
13. Here Comes The Blues Again
14. Crying Time
15. Raw Doggin'


 

DR. G.B. BURT
THEY CALL ME DR. BURT
Myspace
Label: Music Maker
Distr.: Blues Promotion / Parsifal

 

 

Pas na je zeventigste een debuutalbum uitbrengen, het is één van die toevaltreffers die je zelden meemaakt. Dankzij de non-profit Stichting ‘Music Maker Relief Foundation’, die er werk van maakt om origineel bluestalent te ondersteunen, kon Dr. Burt uit Alabama, zijn ongepolijste blues op plaat vereeuwigen of toch bestendigen. En wat kan ‘een oude man beter doen dan de blues zingen’ zoals hij in deze song zo inlevend weet te vertolken. Met zijn zang- en gitaarstijl herinnert hij vaagweg aan de repetitieve songs van John Lee Hooker. In ‘Hey Bo Diddley’ eert hij de meester zelf met soortgelijke beat. Zowel het gitaar- als drumspel lijken zo overgeheveld uit de préwar-tijd, als het ware meegezogen in het schuim van de rivierboten en de seizoenen. Zijn vader werkte trouwens op een scheepswerf. Zelf kan Dr. Burt ook terugblikken op een zwaar en woelig verleden. Behalve bokser/trainer en loondienst bij Ford Motors in Michigan, bracht hij vijf zonen groot en werkt hij nu nog als zelfstandig mechanicus tweeënzeventig jaar oud. Wat echter alle generaties verbindt is hun liefde voor de muziek. Zijn vader en ooms waren bluesgitaristen. Zijn moeder pianiste die gospels zong. Zelf was hij nog een puber toen hij naar de gitaar greep. Aan zijn zonen geeft hij door waar hijzelf in gelooft: dat je beter over de liefde zingt dan over geweld. Zijn overtuiging maakt hij waar in deze twaalf songs die een weergave zijn van zijn familiale en culturele achtergrond. Hij zingt zowel traditionals, gospels als countryblues, happy songs en ‘sad’ songs. Het trieste ‘Where Can I Go’ sleept zich voort als een weeklagende hymne. De song ‘I’m A Man’ reveleert echter nog het meest de persoonlijkheid van Dr Burt, een rots die doorheen de jaren stand houdt ongeacht welke stormen tegen hem aanbeuken. Geprezen zij ‘Music Maker’ en hun bluesmissie die verhoedt dat rasartiesten in de vergetelheid geraken. Door van deze authentieke bluesman een album uit te brengen bewezen de stichters een dienst aan alle fans van rauwe blues. Drummer Ardie Dean is hier de producer en onlangs speelde deze nog samen met Dr. Burt op een Limburgs podium naast andere bluesveteranen. Wie er toen bij was weet wat Dr. Burt bedoelt met zijn uitspraak ‘I want the audiences to know who I am’. In dit album wordt dit vertaald als: het is hoe ik leefde en wat ik gezien heb. ‘The Blues is My Life’. (Marcie)


 

 

DR. LONNIE SMITH
RISE UP!
Website Myspace
Label: Palmetto Records
Distr.: Codaex

 

 

Na het overlijden van Jimmy Smith in 2005 is Dr. Lonnie Smith (geen familie) zowat de belangrijkste jazz hammondorgelspeler ter wereld. De man draait al meer dan 40 jaar mee in het jazzwereldje en werd talrijke keren onderscheiden met allerlei prijzen en ronkende titels als 'Organ Keyboardist of the Year' (2003, 2004, 2005 - Jazz Journalists Association). Hij speelde onder meer met mensen als George Benson en Lou Donaldson (op het Blue Note label) en werkte als gastmuzikant op platen van oa Gladys Knight, Dionne Warwick, Etta James, Esther Phillips, the Impressions en the Coasters. Het laatste decennium beleeft Smith als het ware een nieuwe lente want deze ‘Rise Up!’ is al zijn vijfde plaat sinds het jaar 2000. Opmerkelijk hierbij was ‘Boogaloo To Beck: A Tribute’ dat hij als eerbetoon maakte aan de muzikale duizendpoot Beck. En nu is er dus ‘Rise Up!’, een plaat die niemand onberoerd zal laten. Op de hoes ziet de goede Doctor er een beetje uit als een Indiase Maharadja, maar dit is slechts schijn. Zijn tulband draagt Lonnie al jàren en is zo’n beetje zijn handelsmerk geworden. Als men hem vraagt waarom hij dit hoofddeksel draagt antwoordt Lonnie meestal doodleuk: ‘For no particular reason’. Maar eens gezeten achter zijn Hammond B3 Organ ontpopt de Doctor zich als een bevlogen muzikant die zijn toehoorders betovert met funky grooves en diepgravende souljazz. Op deze plaat wordt hij daarbij bijgestaan door Peter Bernstein (gitaar), Donald Harrison (gitaar) en Herlin Riley (Drums). Elk van deze muzikanten weet prima weerwerk te bieden aan het fantastische orgelspel dat Lonnie Smith hier eens te meer serveert. Dat is onder meer te horen in ‘ A Matterapat’, een geweldige Smith compositie die opvalt door nerveuze streepjes cowbell percussie, een soulvolle sax, knap gitaarwerk en - last but not least - de jazzy Hammond van Smith zelve. En dan moet het beste nog komen! Het bekende Beatlesnummer ‘Come Together’ wordt door de Doctor getransformeerd tot een onweerstaanbare brok groovy souljazz, waarbij geen mens onbeweeglijk kan blijven. Grappig is ook dat Dr. Lonnie Smith de song opfleurt met zijn eigen ‘vocalen’, bestaande uit een soort onverstaanbaar gegrom à la Tom Waits, die de originele Lennon lyrics vervangen. Een andere cover op deze plaat is deze van ‘Sweet Dreams’ (Eurythmics), maar hier blijven Smith & Co iets dichter bij het origineel. Een nummer als ‘Dapper Dan’ kon zo uit de betere Blue Note catalogus van de jaren ’60 gerukt zijn en de treurmars ‘And The World Weaps’ zou het niet slecht gedaan hebben als soundtrack van een film noir uit de jaren ‘50. Samengevat mogen we zeker stellen dat deze ‘Rise Up!’ een schot in de roos is en ongetwijfeld bij de beste jazz releases van dit jaar zal behoren. Verder kunnen we alleen maar hopen dat Dr. Lonnie Smith niet zal ontbreken op de grote zomerse Jazz Festivals in de Lage landen. Genoteerd? (Shake)


 

PIERCE PETTIS
THAT KIND OF LOVE
Website: Great Big World
Myspace
Label : Compass Records
VIDEO 1 VIDEO 2

 

Voor zij die Pierce Pettis's activiteiten reeds enige tijd volgen, zal zijn nieuwste album "That Kind of Love" wederom tot verplichtte aanschaf leiden, want het niveau van de songs wordt meesterlijk gecontinueerd. De teksten zijn doordacht, persoonlijk, spiritueel en geven een weerslag van alledaagse gebeurtenissen, die voor een ieder herkenbaar, maar slechts door weinig zo subliem kunnen worden verwoord. Voor Pierce Pettis was het de laatste jaren nogal rustig geweest, want het is toch al weer een tijdje geleden dat zijn vorige cd's "State of Grace" (2003) en "Great Big World" (2004) verschenen. In hoeverre dat deze vijf jaar, echt van invloed op het nieuwe album "That Kind of Love" is geweest, weet ik niet, maar feit is wel dat het zijn beste plaat sinds zijn debuut-cd "Moments" uit 1984 is. Niet dat "That Kind of Love" met zijn gekende lyrisch getinte poëtische teksten zo heel veel anders is dan zijn andere acht albums, maar de accenten liggen net op andere plekken, waardoor de melodieën net iets sterker gedefinieerd lijken, terwijl ook de opbouw van de nummers wat dwingender schijnt, hetgeen het geheel een wat rauwere sound meegeeft. Pierce Pettis is een opmerkelijk singer-songwriter. De meeste zingende cowboys zijn gemakkelijk onder te brengen in categorieën als country, blues, folk of rootsrock. Pettis, die nu al vijfentwintig jaar aan de weg timmert, heeft het verleden in zijn geheel in zich laten wortelen en vertaalt dat in liedjes die behoorlijk van elkaar kunnen verschillen. Deze troubadour heeft werkelijk een stemgeluid dat doorleefd en gevoelig is, weliswaar met een beperkt bereik, maar weer daardoor uit duizenden herkenbaar. Pettis heeft niet alleen gevoel voor melodie, die met zijn stem erbij een bepaalde melancholieke sfeer oproept, daarbuiten schrijft hij heel beeldend, meestal over dagelijkse zaken, maar hij weet er toch een universele draai aan te geven. Maar het zijn niet alleen de teksten die indruk maken, het is ook de muziek, die wat betreft diepgang en ingenieuze aanpak perfect bij de teksten past. Luister maar eens naar het soulvolle "Veracruz" of het wat meer rockende "Lion’s Eye", om er slechts een paar te noemen. 12 Songs is dit album rijk, wellicht niet voor iedereen, maar een warm hart kan deze subtiele toondichter niet ontzegd worden. Op zijn eigen songs na covert hij "Nothing But The Wind" van Mark Heard, "Pastures of Plenty" van Woody Guthrie en "Talk Memphis" van Jesse Winchester. Muzikale bijdragen waren er van een stelletje uitgelezen muzikanten, zoals Stuart Duncan, Andrea Zonn, Kenny Malone, Katie Herzig, Todd Phillips, Russ Pahl, e.a. De echte fans hebben hem natuurlijk al in huis, maar voor wie slechts af en toe behoefte heeft aan een plaat van de man, is "That Kind of Love" een aanrader.


 

 

 

SWEET SUZY & THE BLUES EXPERIENCE
UNBROKEN
Website
Label: Blues Boulevard
Distr.: Music Avenue

 

 

We beginnen het hier bij Rootstime stilaan gewoon te worden: Blues Boulevard heeft weer eens een wat (onterechte) over het hoofd geziene bluesrelease van twee jaar geleden opgedoken, zoals steeds voorzien van een mooiere hoes en (zeer terecht) terug in de schijnwerper geplaatst. Wat een prachtig werk leveren ze daar toch, maar dat is ondertussen geweten. Zulke goede artiesten een tweede kans geven op het Europese front is mooi, want stuk voorstuk is het steeds weer kwaliteit wat op dit label verschijnt. Ook deze weer. Sweet Suzy & The Blues Experience, okee de naam klinkt wat gewoontjes en niet bijster origineel, maar de muziek is dat allerminst. Met een stem als een misthoorn, genre bluesdiva’s als Etta James, Koko Taylor en Bessie Smith brengt deze dame een aantal sterke covers, aangevuld met eigen werk. Zo "Sweet" als haar naam laat vermoeden klinkt ze ook al niet, eerder rauw en intens. Met "Unbroken" haar opvolger van het debuut "Torn", brengt ze de kracht, de warmte en de intensiteit in die stem naar boven en houd die vast van de opener "Bad Axe" van Son Seals tot The Band's mijlpaal "The Weight" waarmee deze schijf eindigt. Ondertussen passeren sterke songs als "I'd Rather Go Blind" de revue, inderdaad veel gecoverd, maar buiten Etta James heb ik weinigen deze song beter weten coveren, zelfs Shemekia Copeland of Christine Perfect niet. Billy Holiday's "God Blees The Child" mag er ook zijn. Ook de eigen composities vallen niet uit de toon op deze "Unbroken". Sweet Suzy laat het binnenste van haar ziel zien, de emotie is puur en intens. Doorheen de cd wisselen funky horns, the "blue-est" bluesballads en de "deepest" soul elkaar in snel tempo af, en zorgen zo voor een klein meesterwerkje, dat, ik herhaal het, deze tweede releasebeurt meer dan verdient, zodat een plaat als deze niet onopgemerkt voorbij, of zelfs helemaal verloren gaat. Sweet Suzy... where you've been all my life? (RON)


 

 

VINCE BELL
ONE MAN’S MUSIC
Website Myspace CDBaby

 

 

Als John Lennon in Texas geboren was en niet Townes Van Zandt geweest was, dan was hij Vince Bell geweest. Het vraagt wat Belgisch surrealisme om deze uitspraak te snappen, maar dat maakt ze niet minder waar! Neen, serieus, Vince Bell is –helaas- een van de best bewaarde geheimen onder de Texaanse songschrijvers. Hij was en is nog steeds de meest gesofisticeerde van de generatie songschrijvers en performers die in de jaren ’70 de podia van de clubs in Houston en omstreken onveilig maakte. En nochtans was dat gezelschap niet van het minste: Townes Van Zandt, Guy Clark, Lyle Lovett, Lucinda Williams, Nanci Griffith, ... dat zwierf allemaal rond de Anderson Fair, The Old Quarter en aanverwante tenten. Het stond in de sterren geschreven dat Vince het zou maken. Hij was een plaat aan het opnemen en had net een sessie met Stevie Ray Vaughn achter de rug, toen hij ’s avonds laat van de baan werd gemaaid door een stomdronken chauffeur. De volgende morgen stond in de lokale krant zijn overlijdensbericht. De journalist van dienst die ’s nachts de spoeddiensten ‘deed’ gaf het hoopje overblijfselen dat binnengebracht werd geen schijn van kans...

I looked into the eyes of God. And he blinked.

Zevenentwintig jaar en een traag herstel van een langdurige coma later, heeft Vince Bell een nieuwe plaat uit (zijn vijfde), is zijn autobiografie ‘One Man’s Music’ uitgegeven in de reeks ‘Lives of Musicians Series’ (uitgegeven door de University of North Texas Press) en gaat hij op tour met een one man show waarin hij zijn songs genereus aaneen praat. Wie Vince kent, weet dat hij een rasverteller is en het is dan ook te hopen dat we hem gauw eens op het podium van een club in de buurt zullen kunnen zien. Tot dan is er de nieuwe plaat, die ook ‘One Man’s Music’ heet. Vince heeft voor de gelegenheid een selectie van songs uit zijn catalogus opnieuw opgenomen. Vele komen uit zijn eerste plaat (‘Phoenix’, uit 1994 geproduced door Bob Neuwirth) die, behalve op Vince’s website, niet meer te verkrijgen is. Op One Man’s Music heeft Vince veertien songs uitgekleed en tot hun essentie herleid: heel directe vocals, heel nabij (‘so live’ noemt Bob Neuwirth het) en Vince’s volstrekt unieke gitaarspel, dat het midden houdt tussen finger-picking en strumming -voor de gitaarfreaks: dit moet je horen om níet te begrijpen wat het is en hoe hij het doet. Vince zou waarschijnllijk zeggen dat je daar een gebroken en opgelapte arm voor nodig hebt. Verder voegt Ned Albright verfijnde toetsen Steinway toe, net voldoende om wat bij te kleuren maar meer ook niet. De formule werkt! Behalve zijn gitaar staat er niets tussen Vince en zijn songs en dat levert ultieme versies op van songs die sowieso al betoverend mooi zijn. Hoe anders kan je songs beschrijven die deze parels bevatten:

The sun and moon and stars make the wind blow
Took me twenty years to understand
Lost to me is how the lives of friends go
Like autumn leaves in Oklahoma wind
(Sun & Moon & Stars).

A hundred miles from Mexico
Me and my amigo, the coral orange moon
Dark so black poets don’t go
Ol’ fateful, willin’ who I am on a fateful, winding stretch of road.
(100 Miles from Mexico).

Of nog, uit de allereerste song die Vince schreef na zijn ongeval – hier voor het eerst opgenomen:

A luckless night
After a luckless day.
The frying fish commits filet.
The waitress was a plate of babe.
He eyed the price.
A pair of dice.
(Pair of dice)

Vince’s werk is van een buitengewoon niveau en ‘One Man’s Music’ is ofwel de uitgelezen kans om er kennis mee te maken, ofwel te genieten van nieuwe vierentwintigkaraatsversies. Het boek en de CD zijn beide te bestellen op Vince’s website.

Zonder enige twijfel nu al een van de platen van het jaar!
(Duke J)


 

KENT EASTWOOD
THROUGH THE DAYS
Website Myspace Contact
Label : Lately Records
CD-Baby

 

 

Kent Eastwood is een Australische singer-songwriter uit Sydney wiens stem om onverklaarbare redenen bij ons herinneringen oproept aan die van Nick Lowe. Ook aan die van de jonge Elvis Costello en zelfs aan Paul Carrack. Verder heeft deze performer van akoestische popsongs echter geen enkele affiniteit met deze heren, zijn songschrijverstalent dan wel buiten beschouwing gelaten. Want mooie liedjes neerpennen kan hij absoluut wel. Luister maar eens naar “Time And Time Again”, “Make A Difference” en de aan Ron Sexsmith gespiegelde prachtsong “Still”. Kent Eastwood brengt zijn overwegend akoestische folkliedjes met een minimale begeleiding op akoestische gitaar of op piano hetgeen de songs een intiem en persoonlijk karakter meegeeft. We moeten nochtans ook meegeven dat volgens onze smaak een liedje als “Victims Of Neglect” een beetje misstaat tussen de overige nummers op zijn debuutalbum “Through The Days”. Maar al gauw kunnen we deze misstap vergeten en vergeven want met de song “Special Room” maakt Kent Eastwood al snel veel terug goed. Als singles verschenen reeds twee tracks uit deze cd, zijnde “Differences” en “Better Place”. Beide songs konden regelmatig op de nationale radiozenders in Australië beluisterd worden en werden meermaals als mp3 gedownload. “Better Place” heeft iets onweerstaanbaars in zich door de laidback-wijze waarop het gebracht wordt en ook de vlotte accordeonklanken spelen een belangrijke rol in het succes van de song. Ook heel gemakkelijk om mee te neuriën. Op pianoklanken worden “Someone Like You” en “Still” zeer aanstekelijke liedjes. En het afsluitende “Song For Cinderella” kan er nog vlotjes bij als een typisch singer-songwriterliedje. Kent Eastwood is een artiest die we ook in de toekomst graag in het oog zullen houden want er zit zeker nog een reeks mooie songs in de pen van deze beloftevolle muzikant. (valsam)


 

 

GUY DAVIS
SWEETHEART LIKE YOU
Website
Label: Red House Records
Distr.: Music & Words

 

Guy Davis wordt door velen beschouwd als de hoeder van de traditionele blues en schaart zich daarmee in het rijtje van artiesten als Taj Mahal, Corey Harris en Alvin Youngblood Heart. De in 1952 in New York geboren Davis is de zoon van acteurs, regisseurs en activisten Ossie Davis en Ruby Dee. Inmiddels mag hij gerekend worden tot het beste dat de hedendaagse blues te bieden heeft. Ook "Sweetheart Like You" is weer een hele goede plaat. Een plaat met akoestische Delta-blues die je meesleept naar het zuiden van de Verenigde Staten. Deze cd zorgt bij het beluisteren onmiddellijk voor de nodige adrenaline, deels omdat de man een geboren verteller is, maar zeker ook omdat de muzikant in Davis zoveel te bieden heeft. Voor sommigen blijft Davis echter een illustere onbekende, maar voor ons geldt deze verbluffende rootsmuzikant als een top bluesman met sterk verhalende songs en dat hij daarbij gezegend is met een warme bronskleurige zangstem en een meesterlijke snarentechniek hoeven we voor velen wellicht niet meer te vertellen. Op "Sweetheart Like You", zijn nu al negende cd voor het Red House label etaleert en combineert hij weerom moeiteloos zijn uitzonderlijk talent en aanstekelijk charisma en laat hij ons weer eens genieten van veertien parels die bij elke luisterbeurt nog sterker voor de dag komen. Alle rootsy stijlen laat deze gitaar- en banjovirtuoos aan bod komen, gaande van akoestische blues, fingerpickin’ pickin’ blues en country blues geïnspireerd door de grote voorbeelden van vóór de oorlog. Naast covers van Lead Belly, Son House, Willie Dixon, Muddy Waters en Big Joe Williams zijn de andere songs allemaal van de hand van Davis zelf en de verhalen die er achter schuil gaan zijn weer eens overwegend geniaal, zoals het nummer "Words to My Mamma’s Song", opgedragen aan zijn moeder. Songs die een zeer sterke indruk op mij nalieten waren de lange (meer dan 7 minuten) openende titeltrack, een nummer dat één van de hoogtepunten was op het prachtige Bob Dylan-tribuut "A Nod to Bob", het zojuist vermelde iets meer funky "Words to My Mamma’s Song", en klassiekers als "Hoochie Coochie Man", "Ain’t Going Down" en "Can't Be Satisfied", reeds veelvoudig gecoverd, maar zoals dit laatste nummer hier toch in een zeer straffe versie op banjo. Akoestische blues in al zijn facetten is de boodschap achter de plaat en of het nu om ragtime, folk- of plattelandsblues gaat, allen worden ze met dezelfde begeestering en overtuiging en met de hulp van een schare uitstekende muzikanten, waaronder producer en gitarist John Platania (Van Morrison, Bonnie Raitt, Chip Taylor ...) aan de man gebracht. Het verrassingseffect is door de jaren bij een nieuwe plaat van Davis misschien wel een beetje zoek, toch straalt deze "Sweetheart Like You" ongelooflijk veel vakmanschap uit.


 

WILLIAM CLARKE
ONE MORE AGAIN
Website Myspace
Label: Watchdog Records
Distr.: Blues Promotion / Parsifal http://www.blues-promotion.be/
VIDEO 1 VIDEO 2 VIDEO 3

 

William Clarke werd geboren op 29 maart 1951 in Inglewood. Zijn interesse in bluesmuziek werd gewekt toen hij covers hoorde van Chicago-bluesklassiekers. Aanvankelijk speelde hij gitaar en drums, maar in 1967 wijde hij zich geheel aan de mondharmonica's. Als voormalig machinist, stopte hij in 1987 met werken om full time bluesmuzikant te worden. Hij tourde de hele wereld rond maar helaas heeft William niet lang kunnen genieten van zijn succes. Na een hartaanval pakte hij zijn mondharmonica weer op, maar stierf kort daarna op 3 november 1996 aan een bloedende maagzweer. Door zijn mix van traditionele Chicago Blues en West Coast Swing wist hij één van de beste mondharmonica spelers ter wereld te worden. Hij speelde met o.a. blues legendes als T-Bone Walker, Eddie ‘Cleanhead’ Vinson, Big Joe Turner, Pee Wee Crayton, Lowell Fulson, Big Mama Thornton, Hollywood Fats, Shakey Jake Harris, en de man waar al zijn inspiratie vandaan haalde, ex-Muddy Waters harmonica virtuoos George ‘Harmonica’ Smith. Clarke was een meester in het mengen van zijn chromatische harp met jazz en swing elementen, waardoor hij ook in contact kwam met o.a. Jack McDuff, Jimmy McGriff, Gene Ammons en Eddie Lockjaw Davis. Zijn stijl kan omschreven worden als "West Coast high energy harp blues". Zijn vroegere opnames tussen 1978 en 1989 leverden hem zes Handy Awards op. Daarna bracht hij tussen 1990 en 1996 voor het Alligator label vier cd's op de markt, waarvan het nummer "Must Be Jelly" op zijn debuut "Blowin' Like Hell" een Handy Award kreeg als het beste bluesnummer van 1991. Zijn laatste Alligator release "The Hard Way" ging nog wat meer de jazztoer op, maar ook weer zonder zijn handelsmerk van swingende jump blues op te geven. Raar maar waar, nu verscheen "One More Again!" een live cd van William Clarke, opgenomen in 1993 in Los Angeles. Bijgestaan door drummer Eddie Clark, bassist Rick Reed, pianist Rick Reed en de gitaristen, jawel, Alex Schultz en Greg Verginio horen we hier tien nummers, waarvan acht nooit eerder uitgekomen zijn op cd. Alleen de nummers "Five Card Hand" en "Educated Fool" vinden we terug op zijn Alligator releases. Buiten het uitstekende en dynamische harpspel beschikt Clarke over een buitengewoon maar roerend stemgeluid. Op prima wijze vertolkt hij het nummer "Home Is Where the Heart Is", zowel in de trage versie als de afsluitende snelle versie. Een nummer dat wel haast geschreven lijkt op het lijf van deze hele band. Zoals ook de titelloze instrumentaal (track 8), met uiteraard het prima blaaswerk van Clarke maar ook gast Juke Logan is erg sterk aanwezig op deze song. Dat er weinig gerommeld en verfijnd is op deze release maakt: "One More Again!" nog interessanter en proef je des te meer de rustige live sfeer tijdens het optreden. William’s weduwe Jeanette Clarke Lodovici die deze opnames pas nu ontdekte heeft er goed aan gedaan om deze opnames te laten zoals ze zijn en vervolgens als producer dit meer dan vijftien jaar na data op de markt te brengen. Want er wordt hier zoveel energie tentoongesteld dat een mens er even stil van wordt. Gewoon een geweldige cd met een geweldige band en een nog meer geweldige William Clarke.



 

JOANNE SHAW TAYLOR
WHITE SUGAR
Website Myspace Contact
Label: Ruf Records
Distr.: Munich records

 

 

Als je deze cd beluistert zonder het meekrijgen van enige achtergrondinformatie, dan zal er geen haar op je hoofd ook maar denken dat dit product afkomstig is van Groot Brittannië. En toch beste lezers, Joanne Shaw Taylor is een rasechte Britse jonge dame maar eentje uit het juiste hout gesneden. En niet alleen Thomas Ruff had al snel in de gaten welk talent deze blonde schone bezat maar ook Dave Stewart ( Eurythmics ), die regelmatig wat gaat jammen in de Britse kroegen. Zeker nog even vermelden dat Joanne toentertijd nog maar net 16 was. Ondertussen is er 5 jaar verstreken en heeft het talent nog wat meer kunnen en mogen rijpen. En het resultaat van dat rijpingsproces draait nu al enkele tijd mee in de cd-speler van mijn firmawagen en regelmatig gaat het volumeknopje wat meer richting plus. De jonge dame beweert beïnvloedt te zijn door o.a. SRV, Jimi Hendrix en Albert Collins, niet van de minsten en dat is duidelijk te horen in haar gitaarspel. Maar ook hoor ik hier en daar wat invloeden van de 3 King’s en dat geheel zorgt ervoor dat White Sugar een zeer gevarieerd schijfje is geworden. Geopend wordt er met de song ‘Going Home’, een songs die stuwt op een riff die je zo in Mississippi doet wanen. ‘Just Another Word’ begint dan weer met een lekkere basgroove welke overgenomen wordt door heerlijk gitaargetokkel van Joanne. Negen van de tien songs op deze CD zijn dan ook nog eens door deze jonge dame zelf neergepend. Enkel track nr drie ‘Bones’ is er eentje van uit de rasstal van The Hoax. Als deze dame werkelijk zoveel talent en noten in haar mars heeft dan ze hier op deze CD laat horen dan zal volgens mij het culturele centrum van Bierbeek op 4 april regelmatig op zijn fundamenten daveren. En voor wie dan de cd nog niet in huis heeft zal het drummen worden aan de cd stand want dit kleingoed gaat volgens mij de kans niet krijgen de toonbank te raken. Enkele songs waar ik al naar uit kijk op 4 april zijn ‘Just Another Word’, de lekker vettige slowblues ‘Time Has Come’ en ‘Watch ‘Em Burn’. En ik durf nu al te voorspellen dat zij die er niet bij zullen zijn op 4 april meer dan spijt gaan hebben. (Blueswalker)

JOANNE SHAW TAYLOR LIVE
6th Bierbeek Blues'd Up
zaterdag 4 april 2009
CC De Borre te Bierbeek