ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006 - JANUARI 2007


 

 



 

MATTHEW RYAN
FROM A LATE NIGHT HIGH RISE
Website: www.matthewryanonline.com
www.myspace.com/matthewryan
E-mail: monika@thinkpress.net
Management Info: abesaywhat@2minutes59.com
Label: 00:02:59 (2 Minutes 59)
www.2minutes59.com

 

Op 7 November 1971 werd Matthew Ryan, wiens echte naam Ryan Webb luidt, geboren in Chester, Pennsylvania als zoon van muzikale ouders. Er werden vele platen gekocht ten huize Webb en zelf begon hij in zijn jeugdjaren geld te investeren in muziek van U2, The Clash, Bob Dylan, The Replacements en Leonard Cohen. In 1993 verhuisde hij naar Nashville en begon er een groepje The Caustics. Twee jaar later ontstond er een nieuwe band The Fisher Kings met Matthew Ryan als zanger en songschrijver. Zij versierden een platencontract bij het grote label A&M Records dat hun eerste album “May Day” uitbracht, gevolgd door een tweede “East Autumn Grin” in 2000. Op een Indie-label WaxySilver verscheen eind 2001 een derde CD onder eigen naam getiteld “Concussion” met daarop een duet met Lucinda Williams. Tussendoor werd voornamelijk getourd met optredens in voorprogramma’s van Steve Earl, Josh Rouse, Turin Brakes, Starsailor en Lucinda Williams. In 2003 verscheen dan het album “Regret Over The Wires” en werd een korte tournee in Europa afgewerkt. Een jaar later verscheen alweer een nieuwe album “Strays Don’t Sleep”, overigens ook de naam van de nieuwste band, dat heel goede recensies kreeg in de vakpers. Zo zijn we tenslotte aanbeland bij de recentste CD van Matthew Ryan “From A Late Night High Rise” (release: december 2006). Matthew Ryan zelf zegt dat dit werk voornamelijk geïnspireerd is op de tragische dood van een goede vriendin aan de gevolgen van kanker en op de recente veroordeling van zijn broer tot 30 jaar opsluiting in de gevangenis. Deze CD werd zijn beste album tot nu toe omdat het een heel menselijke, persoonlijke, hoopgevende en warme plaat over menselijke vergankelijkheid en moraal is geworden. Matthew Ryan heeft voor dit album de hulp ingeroepen van enkele vrienden die ook “Strays Don’t Sleep” hielpen maken zoals Neilson Hubbard, gitarist Brian Bequette en Kate York, wiens prachtige stem ook te horen was op “For Blue Skies” waarmee Ryan eerder al een underground hitje scoorde. De muzikale basis voor al zijn songs ligt bij simpele voorgeprogrammeerde beats komende van keyboards en synthesizer. Daar voegt hij dan betekenisvolle teksten en verhalen aan toe die hij met een typerende lage en wat schorre tenorstem zingt. Alle songs op “From A Late Night High Rise” zijn van uitstekende kwaliteit en precisie. Afgetrapt wordt er met “Follow The Leader” dat opvalt door de cynische tekst : “If you ever really want to get lost, then follow me”. "And Never Look Back", “Victory Waltz”, “Babybird”, “Misunderstood”, “ Love Is The Silencer”, “Everybody Always Leaves” en “Providence” (de enige cover op deze CD) vormen samen met “Gone For Good” (over de dood van zijn vriendin en een bloedstollend mooie song!) en “The Complete Family” (een zeer persoonlijke “spoken word track” over zijn veroordeelde broer), een uitstekend conceptalbum dat je lijkt te beluisteren alsof je een spannende film bekijkt of een goed verhaal in een boek leest . Het geheel zorgt voor een speciale, donkere en toch intieme sfeer. Dit doet me toch even nadenken over hoe deze songs zouden klinken als ze niet door elektronica ondersteund werden maar gebracht zouden worden in een meer intimistisch kader met akoestische gitaar of piano. Laat dit echter duidelijk zijn : “From A Late Night High Rise” is een open en eerlijke plaat geworden waarvan ik de aanschaf inclusief veelvuldige beluistering hierbij aan iedereen kan aanbevelen.(valsam)



 

BRETT DENNEN
SO MUCH MORE

Website: www.brettdennen.com
www.myspace.com/brettdennen
Email: leslie@brettdennen.com
Label: Dualtone
www.dualtone.com
Distr.: Bertus
www.bertus.nl
www.cdbaby.com/cd/dennen2
VIDEO

 

Met Tom McRae, Emmett Tinley en Brett Dennen is een nieuwe generatie jonge singer/songwriters opgestaan die gelukkig geen genoegen neemt met de ‘happy-go-lucky’ van bijv. een Jack Johnson. De laatste van dit trio, Brett Dennen zit vooral op de goede weg. Tourdata met John Mayer en Sheryl Crow staan al vast en dat met net zijn tweede album op zak. Sinds eind vorig jaar ben ik een groot liefhebber van de muziek van Brett Dennen. Via Bertus kwam ik nu in het bezit van zijn CD, want deze roodharige knul heeft na zijn titelloze debuut (2004), die hij in eigen beheer uitbracht, nu reeds bij een platenmaatschappij zijn opvolger, het album "So Much More", mogen uitbrengen, waardoor het nu zelfs wereldwijd verkocht wordt. Met wie hebben we hier te maken? Brett Dennnen grossiert in easygoing en plezierig in het gehoor liggende moderne folkliederen. Op het eerste gehoor niets aan de hand, maar al snel nestelt de opvallende stem zich in je hoofd en dwingt je te luisteren. Vloeiend gitaarspel, scherpe teksten, hier is het woord smaakvol voor uitgevonden. In een prettig intieme sfeer en met de hulp van grootheden als Greg Leisz en Keb’Mo stort de singer/songwriter zich vooral op de liefde en bijbehorende vreugde en pijn. Hoogtepunt bereikt zijn album echter bij "I Asked When", een bijna monotoon en lekker lang uitgesponnen protestsong in de beste Dylan-traditie tegen de oorlog in Irak. Zijn teksten gaan verder over liefde en eenzaamheid en gemene vriendinnetjes die er met de bokskampioen om de hoek vandoor gaan, ze zijn gewoon prachtig, simpel en geniaal tegelijk en vol simpele levenslessen. "Darlin' Do Not Fear" en in "Ain’t No Reason" somt hij alle negatieve dingen uit het leven ongezouten op, maar op een dusdanige manier dat het allemaal niet uitmaakt, want je hebt er zin in! Je staat inmiddels al een tijdje te dansen door de kamer en deze songs zijn daarmee, naast het swingende, blanke soulnummer "She's Mine", potentiële radiohits. Ondanks een aantal van die toegankelijke nummers, die voor de publieke radio geknipt lijken, schrijft hij intelligente teksten, die blijk geven van humor en taalgevoel, zoals het Paul Simon-gospelachtige "When You Feel It". Gastmuzikant Keb’Mo horen we op slide gitaar in het fraaie "Because You Are A Woman". Kortom: Zijn muziek bevat ook elementen uit soul, blues en jazz. "So Much More" roept daardoor uiteenlopende artiesten in herinnering, zoals Bob Dylan, Donavon Frankenreiter, Tracy Chapman, James Taylor, Joni Mitchell,James Taylor, Joni Mitchell, Dave Matthews en Paul Simon. En die laatste kwalificatie is het meest raak. Dennen heeft een vakbewame hand van songschrijver, die zich niet beperkt tot het geijkte sjabloon, maar ook buiten de gebaande paden treedt, zoals ook Simon dat doet. Meest opvallend is zijn wat aparte stem, een ietwat nasale, maar zeer penetrante stem, en zijn relaxte manier van zingen, waardoor hij ondanks het feit dat zijn muziek niet altijd even origineel is, toch een eigen geluid weet te creëren. Brett Dennen uit Oakdale, Californië heeft dus wel zo’n beetje alles in huis om een grote te kunnen worden.



 

JOHN MELLENCAMP
FREEDOM'S ROAD
Website: www.mellencamp.com
Label: Universal Republic
Distr.: Universal Music
www.umusic.com

 

 

Americana rock 'n roll legende John Mellencamp, zelf verantwoordelijk voor een aanzienlijk aantal klassiek geworden Amerikaanse songs, brengt op zijn alweer 22ste album, "Freedom’s Road", uitgebracht op Universal Republic Records, allemaal songs door John zelf geschreven, dit in tegenstelling met zijn vorige album "Trouble No More" uit 2003. Dit was in feite zijn eerste CD met louter covers, een fraai eerbetoon aan invloedrijke voorgangers uit de country, blues en folk. Zo waren er op deze plaat overtuigende versies te horen, als "Stones In My Passway" (Robert Johnson), Death Letter (Son House), Johnny Hart (Woody Guthrie) en Baltimore Oriole (Hoagy Carmichael). "Trouble No More" was zeker geen tussendoortje, maar zonder twijfel één van de beste albums die de man de afgelopen jaren had uitgebracht. Onze rocker uit Indiana blijft hij voor velen een jukeboxheld dankzij een rijk oeuvre aan albums dat zulke American classics als "I Need A Lover", "Jack And Diane", "Paper In Fire" en "Teardrops Will Fall" omvat. Maar gelukkig neemt hij toch met regelmaat de tijd om een nieuwe plaat te maken, al is het deze keer alweer een tijdje geleden dat Mellencamp met nieuw werk op de proppen kwam, nieuwsgierigheid wekte het zijpad zeker. Met "Freedom’s Road" is daar dus eindelijk de opvolger. Hoewel deze plaat zeker over verrassingselementen beschikt, sluit het album vooral aan bij het vijftal platen dat Mellencamp na zijn definitieve doorbraak met "Scarecrow" uit 1985 maakte. Mellencamp beschrijft dit nieuwe album als "een Woody Guthrie rock album". Guthrie is één van Mellencamp's helden. "Freedom's Road", is gebaseerd op de zestiger jaren garage rock, en Mellencamp en zijn band namen het zelfs op in de oefenruimte (wat van origine eigenlijk een garage was) van zijn eigen studio in Belmont, waar hij alle albums heeft gemaakt sinds "Scarecrow". Mellencamp schreef en produceerde alle 10 songs op "Freedom's Road", songs over de huidige situatie en het politieke klimaat in de Verenigde Staten, waarvan het nummer "Our Country", (wat eigenlijk een zeer nationalistische volkslied is), geïnspireerd is op Woody Guthrie's "This Land Is Your Land". Zijn maatschappelijke betrokkenheid is nog steeds voelbaar in zijn songs, net als Bruce Springsteen (niet toevallig iemand waarmee Mellencamp veelvuldig vergeleken is) is Mellencamp niet blijven steken in oude idealen, maar is in de loop der jaren behoorlijk veranderd. Nummers als "Ghost Towns Along the Highway", "Rural Route" en "Heaven Is A Lonely Place" laten zich dan ook bijna programmatisch lezen. Gastoptreden is er van Joan Baez met wie hij een prachtig duet aangaat in de protest ballade "Jim Crow". Mellencamps typerende 'feel good' gevoel en de fijne koortjes waarmee hij veel nummers laat swingen is goed waar te nemen in de gedreven afsluiters "My Aeroplane" en "Heaven Is A Lone Place". Kortom "Freedom’s Road" is dan ook een uitgebalanceerde mix van rockers, up-tempo nummers en ingetogen ballads. Dit werkje klinkt weer heel vertrouwd, en dus gewoon heel goed. Rest mij nog een verrassingselement uit te lichten, want zowat tien minuten na de laatste track hoor je een geweldige hidden track "Rodeo Clown", met zijn gevatte maatschappelijke en politieke commentaar. Mellencamp gaat in de zomer van dit jaar verder werken aan een Broadway musical met de legendarische horror schrijver Steven King. De twee werken hier al aan sinds 2000 en hopen de musical op de planken te krijgen voor het eind van 2007. King schreef het verhaal voor de musical, getitelt "The Ghost Brothers of Darkland County", en Mellencamp schreef 17 nieuwe songs voor het project.


GRAINNE RYAN
ALL THE MONEY
Website: www.grainneryan.com
www.myspace.com/grainneryan
Email: info@grainneryan.com
Label: eigen beheer

 

Americana is een hokje dat zo groot is dat het geen hokje meer is. D'r past bijna alles in: ouderwetse country, oude pop & rock, oude soul, doo-wop, singer-songwriter, folk, bluegrass, old-time, roots, ja zelfs oude jazz. En niet alles hoeft uit Amerika te komen. Als er maar puur op staat en men nog het oude handwerk in ere houdt. Het is vooral ook een reaktie op de vercommercialisering van de platenindustrie, waardoor mensen die niet in kleine hokjes pasten geen kans meer kregen. Grainne (spreek uit Grawn-Ya) Ryan heeft net haar debuut-EP "All The Money" uitgebracht, waarvoor de pers haar meteen tot het grootste talent van Canada bestempelde. Het leverde haar ook vergelijkingen op met Emmylou Harris, Lucinda Williams, Sarah Harmer, Patty Griffin, Aimee Mann of een jeugdige Sheryl Crow, maar Grainne Ryan maakt toch echt haar eigen country/folk-muziek, en legt daar haar eigen persoonlijheid en kijk op de wereld in. Op "All The Money" gunt Ryan ons immers een blik op pareltjes uit haar eigen geschreven songs. Slechts zeven songs, maar daar mogen wij best wel blij om zijn. "All The Money" blijkt immers gezien de fantastische Canadese en Amerikaanse bezetting, met o.a. Chris Brown (The Citizen's Band, The Bourbon Tabernacle Choir, Broken Social Scene, Bare Naked Ladies) op rhodes, Hammond en piano, Jason Mercer (Ani DFranco, Ron Sexsmith) op bas en banjo, Corey Richardson op drums en het prachtige gitaar en pedal-steel werk van Drew Glackin (The Silos, Tandy, The Jack Grace Band, Crash Test Dummies), een bijzonder coherent EP'tje te zijn geworden, boordevol met heerlijk singer-songwritermateriaal. We doelen dan bijvoorbeeld naar de meest uitschietende nummers: "Cotton Candy", "Brace Yourself", "What You Are To Me" en "Souls and Shoes". Maar het merendeel van de liedjes zijn gewoon ingetogen schoonheden, waarin deze in Toronto, Ontario, wonende singer-songwriter kan illustreren niet enkel over een bijzonder vaardige pen te beschikken, maar ook een buitengewoon begenadigde zangeres te zijn. Haar knap gemaakte liedjes zijn intense korte verhalen, dewelke ze zingt op een oprechte, heldere manier, waarin ze veel zelfvertrouwen uitstraalt. De reeds vernoemde nummers "Cotton Candy" en "Brace Yourself", dit laatste met de tweede stem van Ana Egge, zijn nog maar de openers van deze prachtig EP, die samen met de andere nummers van eenzelfde kaliber, een intiem meesterwerkje tot stand brengen, gespeeld vol passie en plezier. Liefhebbers van singer-songwriters en liefhebbers van de bovengenoemde grootheden mogen dit prachtplaatje echt niet missen. Conclusie: een absolute aanrader voor wie smelt bij Aimee Mann, Lucinda Williams, Sarah Harmer ... dat soort vertederende stemmen met een uitgesproken mening!



 

SPICEY TUNES FOR BLUES ENTHUSIASTS
LABELSAMPLER PEPPER CAKE
Website: www.zyx.de
E-mail: music.garden@zyx.de

 

Het voortreffelijke Pepper Cake label, een bluesy sub-divisie van de Duitse platenmaatschappij ZYX, heeft ons een sampler toegestuurd die vol staat met heerlijke bluesopnames. De klemtoon ligt bij Pepper Cake vooral op het hardere bluesrockwerk, zoals we dat al gewoon zijn van labels als Provogue en Dixiefrog. Vooral liefhebbers van het betere gitaarwerk kunnen bij deze verzamelaar hun hart ophalen. Het begint al dadelijk uitstekend met de Hendrik Freischlader Band, een bij ons (nog) minder bekende band, waarvan de naam niet zo lekker bekt, maar hun sound is wel heel erg lekker. Hun openingsnummer "The Blues" begint nog erg puur ouderwets, met een mooie dobro slide solo maar even later barst het nummer uit zijn voegen en horen we Hendrik tekeer gaan als een duivel in het spreekwoordelijke wijwatervat. Ook de hierop volgende traditional "You Don't Love Me" van Swiss Blues Authority, met Bernard Allison is bluesrock van de bovenste plank. Mark Selby hebben we een tijdje geleden nog alle lof toegezwaaid en ook Innes Sibun zal voor onze bluesliefhebbers geen onbekende zijn, het nummer "Natural High" wat hij hier brengt is een puike song met een aangenaam funky ritme. Voor mij is de verrassing op deze cd Charlie A'Court, een Canadees met een unieke stem en sterke songs, de twee nummers op deze cd van zijn hand zijn voor mij ook meteen de beste, we kijken dan ook reikhalzend uit naar de komst van de cd "Bring On The Storm". Charlie is een echt rustpunt tussen deze gitaargeweldenaars, want hier staat Rudy Rotta al aan te schuiven en vervolgens Paul Camillieri, twee uitstekende bluesrock gitaristen. Een volgend rustpunt komt van Paddy Milner, die ons Willy Dixon's "Love The Life I Live" brengt in een lekker relaxte jazzy versie. Ook de minder bekende Till Kersting is verassend goed bezig, zijn "If You Ever Had It Better" swingt heerlijk, met de ontspannen, jazzy gitaar van Till in een hoofdrol. The Bluesband, (ja ze zijn nog steeds bezig), brengt met "Sticks and Stones" een nummer uit hun Ray Charles tribute "Thank you Brother Ray". Een laatste verrassing komt van Richie Arndt & The Bluenatics met het country-achtige "Heading Towards Las Vegas", mooie Americana uit Westfalen, Duitsland. Deze cd, die luidruchtig begon, maar halverwege naar het rustiger werk overgaat, heeft ons laten kennismaken met enkele artiesten waarvan we in de volgende weken de full cd's uitgebreider onder de loupe zullen leggen. Het voorsmaakje gaf ons in alle geval zin in meer. A spicey appetizer indeed! Let me have more Pepper Cake, please!
(RON)

TRACKS:
1. The Blues Henrik Band Freischlader
2. You Don't Love Me Swiss Blues Authority
3. Reason Enough Mark Otis Selby
4. Natural High Innes Sibun [03:30]
5. BRING ON THE STORM Charlie A'Court
6. Papa Grooves Funk Rudy Rotta
7. Another Sad Goodye Paul Camilleri - Popa Chubby
8. Dancing With The Devil Tony Trio Nash
9. I Live The Life I Love Paddy Milner
10. I'm In The Groove Rudy Rotta
11. If You Ever Had It Better Till Kersting
12. STICKS AND STONES The Blues Band
13. Heading Towards Las Vegas Richie & Bluenatics, The Arndt
14. BROKEN MAN Charlie A'Court
15. Last Goodbye Mark Otis Selby
16. Banana Boogaloo Erico Crivellaro
17. Banana Boogaloo Raphael Wressnig



BROTHER SHAMUS
MANIFEST
Website: www.brothershamusmusic.com
info@brothershamusmusic.com
www.myspace.com/brothershamus
Label: eigen beheer
wwwcdbaby.com/cd/brothershamus

 

Brother Shamus is een vijfkoppige formatie uit Washington DC. Met “Manifest” mogen we kennismaken met hun debuut en laten we maar met de deur in huis vallen, voor 'n eerste cd is dit zeer sterk materiaal. Funky, bluesy singer-songwriter nummers met oersterke teksten. Leadzanger Michael ”Todd” Miller heeft een aparte zangstijl en aangename stem en heeft als voorbeelden o.a. Otis Redding, Tom Waits en Marvin Gaye. Verder is er als tweede zanger en percussionist James Main, bassist Richard Delos Reyes, drummer Eddie Hartness en vooral het vermelden waard: gitarist Bobby Thompson, die in 2000 een eigen band onder zijn naam startte en daarna, na wat omzwervingen in groepen met diverse stijlen, zijn texas-blues gitaarstijl toevoegde aan het geheel en Brother Shamus was een feit. Verwacht hierdoor echter geen pure, 13 in een dozijn blues-cd, want de band brengt eerder een combinatie van pop, blues en funky ritmes, met mooie vocals, prachtig gitaarwerk door Bobby Thompson, die de kunst verstaat van net de juiste dingen op de juiste plaats toe te voegen, zonder zich op de voorgrond te dringen. De rustige vocals van Todd Miller, geven deze plaat eerder het etiket “singer-songwriter” dan “blues” mee. Het is Bobby Thompson die op subtiele wijze de bluesinvloeden toevoegt. De cd opent zeer ingetogen met “Manifest” met een wat complexe aanvang die echter halverwege de goeie “groove” te pakken krijgt en vanaf dan weet je dat dit een plaat wordt om te koesteren, als ze zo doorgaan tenminste. En dat doen ze zeker. “State” wat dan volgt is een prachtig funky nummer, dat je na een paar beluisteringen niet meer uit je hoofd kan verbannen. “Josephine” is zo mogelijk nog funkier, met een leuke J.J Cale getinte gitaar doorheen ’t ganse nummer. Constant op dit niveau gaan ze verder, nummer na nummer blijft deze plaat boeien. Up-tempo ("Cant Slow Down"), sfeervol en mysterieus ("Reverends And Spartans"), met een country tintje ("Weathervane") en rockend als Dire Straits in hun begindagen ("When It’s All Said And Done"). Ik beluister dit juweeltje nu voor de derde keer vandaag en ik weet dat deze cd zal blijven groeien bij iedere beluistering, en dat zullen er nog vele zijn. Brother Shamus’ debuut: 12 songs, 12 parels. Onthouden die naam!
(RON)



ADAM BALBO
6 OUTTA 9 W/BEATS
Website: www.myspace.com/adambalbo
Email: adambalbo@gmail.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/adambalbo

 

Adam Balbo werd geboren in Indiana, het land van de indianen, woonde daarna een hele tijd in Peking en probeert nu zijn tijd nuttig te besteden met muziek in San Francisco, Californië. Met zijn studentengezichtje inclusief intellectueel brilletje lijkt hij niet meteen op een podiumartiest. Hij heeft echter een opvallend eigen stijl ontwikkeld met folksongs met een boodschap die worden gebracht met minimale begeleiding van muziekinstrumenten. Naast de obligatoire folkgitaar keert ook de Casio-drumbeat vaak terug, maar ook een dwarsfluit of een eenzame discodreun kunnen de basis van zijn nummers vormen. Twee jaar geleden bracht Adam Balbo een eerste album uit in eigen beheer "More Stuff Other People Said" dat enkel in een kleine circuit afzet vond. De titel van dit nieuwe album "6 Outta 9 w/Beats" slaat op het feit dat hij in 6 nummers zijn Casiotje heeft gebruikt en de overige 3 songs louter akoestisch gebracht worden met de gitaar. In die songs durft hij nogal eens keihard uithalen naar de politiek van zijn Amerikaanse president. Het opvallendst gebeurt dit in "Talking Bush" waarin hij de numero uno in het Witte Huis de huid volscheldt met alles wat lelijk en nog lelijker is. Na 2 minuten weet iedereen dat hij Bush haat als de pest ("a lieing lier, a cheating cheat", "he makes Hitler look like a lazy butt") en hem een incompetente, arrogante nietsnut vindt die zijn eigen landgenoten de dood injaagt voor eigen gewin. Als ook maar iemand weet krijgt van dit nummer in de omgeving van Bush dan kan Adam Balbo tot het einde van zijn dagen erop rekenen dat hij door iemand van de CIA in de mot zal gehouden worden. Naast de politieke nummers staan er ook enkele heel leuke songs op "6 Outto 9 w/Beats" zoals de opener "Samba Blues", het emotionele "Let"sFeel Terrible Together", het swingende "Rock Ballad" en afsluiter "Let's Make A Porno" waarin hij overigens ook niets aan de verbeelding overlaat en ik jullie de expliciete tekst hier best wijselijk bespaar. Alhoewel de meeste nummers nooit langer zijn dan 3 minuten is er één opvallende uitschieter "Long, Quick Tango" dat hij letterlijk neemt en 9 minuten 26 seconden laat duren. Toch is dit de beste song op deze CD temeer omdat de instrumentatie het volst is door de subtiele toevoeging van een mondharmonica en ook omdat het verhaal in een opbouwende vorm tot de climax reikt. Kortom, een schijfje dat in mijn CD-lader in de wagen ettelijke rondjes mag komen afleggen.
(valsam)


 

MIKE ANDERSEN BAND
Website: www.mikeandersen.com
www.myspace.com/mikeandersenmyspace
Email: info@mikeandersenband.com
Label: Black & Tan
/ www.black-and-tan.com
-Custom Records-

 

 

“He is much more than an imitator...there is no doubt that he sets himself apart from the rest of the new breed of guitarists as a man consumed by the blues. Whether it was determination or an in-built sense, he managed to find a voice and a guitar style that are uniquely his own. He shows that he had many influences from Johnny 'Guitar' Watson to BB King, but in the end, what you listen to is pure Mike Andersen.”
-Otis Grand


Een tijdje geleden kregen we de drie nummers bevattende E.P (Custom Records) van de Deense Mike Andersen Band binnen, een voorsmaakje van zijn binnenkort te verschijnen nieuwe C.D. Toen ik in 2002 zijn eerste cd aankocht was ik meteen verloren, goede bluescomposities, goed gitaarwerk, maar vooral wat een sublieme stem. Als je, zoals ik, al heel lang intensief bezig bent met muziek, dan heb je natuurlijk al duizenden goeie stemmen gehoord, wel ik mag zonder overdrijven stellen dat Mike Andersen in mijn top 3 staat, en wat soulgehalte betreft kunnen zelfs veel van onze donkere broeders nog veel van hem leren. Met deze nieuwe opname kan ik alleen maar bevestigen dat hij steeds beter wordt, terwijl ik deze bespreking intik en ondertussen luister naar "You Can Have My Love" lopen er rillingen langs mijn ruggegraat richting nekharen, een duidelijk teken voor mij dat we hier te doen hebben met een absolute topzanger."All Over" is een in 'n langzaam reggaeritme gezongen soulsong waar weer hart en ziel ingelegd zijn. Superklasse! Afsluiter "A Little Something" is ook weer zo'n prachtsong waarin de geest van Al Green ronddwaalt. Laat ons niet te lang wachten op’t volledige meesterwerk, Mike! Soul van absolute topklasse! Het is ook daarom dat ik besloot van Mike even in de spots te plaatsen en een blikvanger bijdrage te maken om ook zijn vorige 2 cd's even door te lichten.


De Mike Andersen Band begon in 2000 als 6 koppige formatie, waaronder 2 blazers, in 2002 zag hun debuut "My Love For The Blues" het daglicht, de cd verscheen op ‘t Black & Tan label en was een soulvol bluesalbum, waarop vooral, hoe kan het anders, de vocals mijn aandacht trokken, onder andere de langzamere songs "How Do You Sleep at Night" en "Jealousy and Disbelief" waarin Mike ons laat horen dat hij evenveel soul heeft als zijn Atlantic en Stax broeders. De blazers zijn goed op dreef, mooi gitaarwerk ook van Mike, kortom een zeer beloftevol debuut.

 

 

 

WIn 2004 komt er dan "Tomorrow", en de Mike Andersen Band is duidelijk gegroeid, in de openingstrack horen we al dadelijk een rapper, Al Agami, maar die is zo mooi geintegreerd in het soul en bluesthema van "Same Damn Time" dat het een prachtig geheel vormt, en geen botsing van 2 totaal verschillende stijlen, zoals we dat in andere pogingen soms wel zien. Deze CD is vernieuwender dan zijn voorganger, minder blues, iets meer soul, vooral in de stijl van de Hi-opnames uit de jaren 70, zoals Al Green en Ann Peebles, met prachtige blazersbijdragen, Hoofdzakelijk eigen composities ook, een cd zonder zwakke momenten. "Stuck With Me" is daar een mooi voorbeeld van. Dit nummer won in 2005 ook bij de "Indipendent Music Awards" de titel van "Song of the Year". De songs "Lessons" en "Fooling Yourself" sluiten deze mooie cd af, en nu na dit voorsmaakje van nummer 3, wat weer sterker en anders klinkt dan zijn twee voorgangers is het ongeduldig afwachten naar nummer 3 van deze Mike Andersen, A Great Dane!
(RON)

The band:
Mike Andersen – vocals & guitar
Claus Sand - keyboards
Paul Jr - bass
Mads “Tiny” Andersen - drums
Rasmus Boegelund – Trumpet/Congas
Morten Elbek – sax/guitar

 



JAMES COHEN
HI PHI

Website: www.espyderweb.net/james-cohen
Email: elsie@james-cohen.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/jamescohen2

 

 

Django Reinhardt, de manouche-zigeuner (geboren in België), was een van de invloedrijkste gitaristen ooit. Daarnaast was hij de man die de Europese jazz tot grote hoogte bracht, en die de sound van de zogenaamde gypsy swing bepaalde. Zoals Bill Monroe de grondlegger was van de bluegrass, zo is Reinhardt de grondlegger van de gypsy swing. Dat had niet alleen met zijn jaloersmakend virtuoze gitaarspel te maken, maar ook met de samenstelling van zijn bands, met een gedreven slaggitarist en een fel swingende violist. De muzikanten die over de hele wereld de gypsy swing levend houden proberen meestal juist ook de sound van Reinhardt te pakken. Als het goed gaat doen ze daar vervolgens ook nog eens iets eigens mee. Een mooi voorbeeld van Django-adepten die qua virtuositeit vaak niet aan Django kunnen tippen, maar die zijn muziek toch een stapje verder brengen is onder andere de uit Ottawa, Canada, komende gitarist James Cohen. Vijfentwintig jaren geleden was hij in feite een rockgitarist en was hij meerdere malen tezien op de podia met rockgrootheden, zoals een Mick Ronson. Naast de invloed van Reinhardt op zijn gitaarspel, ging zijn interesse in 1996 over naar de flamenco. Zo was hij in 1999 samen met Ottmar Liebert te horen in de groep 'Del Norte" in een compilation CD "Puro Flamenco". Deze interesse in de moderne flamenco zijn ook te horen op zijn vorige platen "La Tormenta", "Heart of Velcro" en "High Side of Lowdown". En wederom treffen we deze invloeden, als Django Reinhardt, Paco De Lucia, Tomatito, of Miguel de la Bastide, terug op zijn nieuwste album "Ho Phi". Een aantal tracks geven dat pure flamenco gevoel en de anderen zijn dan meer puur gypsy jazz gericht. James Cohen is wel degelijk een virtuoos op de gitaar, en doordat hij ook nog eens een geweldige band om zich heen verzameld heeft brengt hij deze muziek weer een stap verder. Mooie door elkaar geweven arrangementen, geïnspireerd spel en de flamenco/gypsy jazz achtergrond zorgen ervoor dat je hier bijna van een blues fusion kunt spreken. In zijn spel zit een ongeëvenaarde intensiteit en men kan gerust stellen dat er geen enkele grote gitarist is die niet op de één of andere manier iets van de reeds vermelde grootheden heeft opgestoken. Al wordt er op dit album virtuoos gitaar gespeeld, het klinkt nergens als een vertoon van virtuositeit. Integendeel zelfs. Hij is een virtuoos gitarist met een groots gevoel voor lyrisme, evenwicht en structuur. Dat levert een zeer ontspannen plaat op, maar tegelijkertijd een plaat waar ontzettend veel op te beleven is. De muziek is zo onnadrukkelijk subliem dat je de neiging hebt er aan voorbij te gaan, maar als je beter luistert bevat dit album het ene juweeltje na het andere. Kortom: James Cohen neemt elementen uit de flamenco, swingjazz en blues, hersmeedde dit op een zo overtuigende originele en tijdloze manier dat men werkelijk van genie kan spreken. "Ho Phi" is gewoon een verslavend album!



MARTHA SCANLAN
THE WEST WAS BURNING
Website: www.marthascanlan.com
www.myspace.com/marthascanlan
Label : Sugar Hill Records
www.sugarhillrecords.com
Distr. : Munich Records
www.munichrecords.com

 

Akoestische muziek wordt steeds weer opnieuw uitgevonden, lijkt het wel. De laatste tijd vinden we steeds meer bands en jonge mensen die op hun manier bluegrass en aanverwante akoestische muziekstijlen nieuw leven inblazen door er op hun manier nieuwe dingen mee te doen die dit soort muziek van hun suffe imago afhelpen. Zo ook is Martha Scanlan (ex-Reeltime Travelers) met haar band ook weer één van die aangename verrassingen - haar debuut voor Sugarhill records - en het klinkt allemaal fantastisch. Het album is geproduceerd door Dirk Powell, ex-Band-drummer Levon Helm, die zijn studio beschikbaar stelde en ook plaats nam achter de drums. Powell zingt en speelt (gitaar, bas, banjo, fiffle, mandolin) ook mee, samen met Riley Baugus (banjo), Guy 'Fooch' Fischetti (steel), Michael Juan Nunez (dobro), Gina Forsyth (fiddle), Eric Frey (bas) en dit met de backing vocals van Helm's dochter, Amy (ook drums) van de rootsband Ollabelle, en haar maatje Glenn Patscha (ook piano). Een voortreffelijke band en met Powell, een meer dan voortreffelijke combinatie. Mooie liedjes ook, meestal over eenzaamheid en romantiek, elf in het totaal, waarvan de meeste door Scarlan zelf zijn geschreven, en een aantal traditionals en covers, die door Scarlan en consorten heel mooi naar hun hand zijn gezet. Hoogtepunten zijn voor mij: vooral de door haar geschreven songs, zoals het bluegrass en old-time gekleurde "Seeds Of The Pine", het trage country aanvoelende "I Don’t Even Have To Ask" en de ballade "Up On The Divide" en als covers konden Bob Dylans "Went To See The Gypsy" en het bluesy "Get Right Church" van James Cleveland ons het meest bekoren. Het is eerlijk gezegd bijna ongelooflijk dat dit een debuutplaat is, want het klinkt allemaal al zeer gerijpt en vol. Scarlan heeft een stem die dicht tegen die van Iris DeMent aanzit, en die je mooi vindt of niet, en daarmee heb ik de meeste moeite gehad. Aan de kwaliteit van de songs ligt het zeker niet. Martha Scanlan heeft een nasale stem, en Powell versterkt die met zijn samenzang ook nog eens behoorlijk. Het album "The West Was Burning" is een ingetogen diamantje, een album waarin Scarlan slaagt om haar old-time country gerichte muziek een meer nieuwer, actueler kleedje aan te passen. Martha Scanlan heeft het nodige in haar mars, ze schrijft mooie songs en weet aardig wat variatie in haar debuut te brengen. Als dat geen aanbeveling is ... Ja, ik mag dat wel, die klankkleur veranderingen, en voor de bloednodige variatie in het genre kan ik deze ook gerust aan u aanbevelen.