ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006 - JANUARI 2007


 

 


DUFUS
THE LAST CLASSED BLAST
Website: www.dufus.tv
www.myspace.com/dufus / Mail:dufus@dufus.tv
Label: Iron Man Records / www.ironmanrecords.co.uk
Distribution : Cargo Records / www.cargorecords.co.uk


“Listening to Dufus is like being thrust into a child’s drawing. It’s capable of changing the world.” -City Hub

 

Chaos, verwarring en freaky gedoe alom op “The Last Classed Blast” van Dufus, het maniakale, knotsgekke, muzikale project van Seth Ouankmeyer Faergolzia (bijna 32 jaar) uit Utica, New York. Hij noemt zichzelf de leider van Dufus en van de “Non-Church of The Complete and Absolute Dissassemblement of Reality” en maakt hiermee meteen duidelijk dat hij “gene gewone” is. Doorheen de voorbije 10 jaar waren er meer dan 30 leden bij Dufus, eigenlijk iedereen die dat wilde kon meespelen als de groep in één of andere stad het podium beklom. Faergolzia noemt dit collectief de Dufamily en dat het concept aanslaat bleek bij optredens die Dufus verzorgde als voorprogramma van o.a. Adam Green, Regina Spektor, Cornershop, Moldy Peaches, Akron/Family en The Yeahyeahyeahs. Ik heb in mijn leven toch al enkele duizenden CD’s gehoord maar ik moet eerlijk bekennen dat ik dit nog nooit eerder heb mogen ervaren. Het is een opeenstapeling van woorden, experimentele muziek, lawaai, geluiden van speeltjes, potten en pannen, toeters en bellen. Wie Dufus live heeft gezien noemt de optredens fenomenaal en impressionant. De vorige CD’s noemden “1:3:1” (hun eerste uit 2002) en “Ball Of Design” (2004). De pers omschreef beide albums als “anarchistisch, inventief, uniek”. Soms lijken ze op The Dead Kennedys of The B-52s, daarna weer zeer sterk op Frank Zappa met hun muzikale mengelmoes van folkrock, punkrock, rockopera, hippie death metal en noise. Het is kortom een geheel uitzonderlijke esperimentele rockpuzzel, een muzikale Muppet Show inclusief een reeks weerzinwekkende monsters. Toch merk je dat de teksten weloverwogen zijn en proberen om een boodschap mee te geven over de dingen des levens, zoals daar zijn : liefde, politiek en onverdraagzaamheid. Ik ga voor een keertje eens niet in detail gaan over de 15 songs op de plaat, gewoonweg omdat ik niet zou weten wat er over te zeggen zonder afbreuk te doen aan het geheel. Dufus : je houdt er van of je moet er helemaal niks van hebben. Ik ben er eerlijk gezegd nog niet helemaal uit tot welke categorie ik zal behoren. Misschien toch nog maar eens een keertje luisteren naar deze “The Last Classed Blast”. Gegarandeerd valt er nog wel iets nieuws te ontdekken.
(valsam)



 

BILLY SKINNER
TOMORROW'S SUN
Website: www.tomorrowssun.com
www.myspace.com/billiyrayskinner
Mail: mail@tomorrowssun.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/billyskinner


 

Billy Ray Skinner begon zich op vrij late leeftijd te interesseren voor het maken van muziek. De oorzaak hiervoor lag voornamelijk in het feit dat hij zich voordien louter toelegde op trainen. Gedurende 23 jaar van zijn leven was hij namelijk actief als professionele lange-afstandsloper waarvoor hij wekelijks zowat 130 km afmaalde. Tijdens deze lange en eenzame tochten was alle soorten muziek in de oortjes zijn enige metgezel. Toen hij in 1998 stopte met atletiek begon hij zelf muziek te spelen en het duurde nog enkele jaartjes tot hij in 2001 zijn eerste eigen nummers schreef. Billy Skinner werd geboren in Clearwater, Florida en heeft zijn jeugd doorgebracht in Duitsland, Kentucky, Tennessee en vooral in Georgia. Dat reizen en verhuizen werd vooral veroorzaakt door het beroep van zijn vader die beroepsmilitair was. De muzikale invloeden waren eerder afkomstig uit het zuiden van Amerika en dat kan je in de nummers op "Tomorrow's Sun" horen. Een mengelmoes van countryrock, folkmuziek, klassieke rockmuziek, blues en Americana werd in 2005 mee de East Side Mansion opnamestudio binnengebracht en na veel zwoegen en enkele grijze haren slaagde producer William Ferraro er toch in om een puntgaaf album af te leveren met 14 door Billy Skinner zelfgeschreven songs. Titelsong "Tomorrow's Sun", "Shadows In The Night", "Don't Wanna Go" en "The Flame Within" zijn de beste nummers, maar alle andere songs zijn ook goed gemaakt en worden op een gepersonaliseerde wijze gebracht. Het album is nog maar net uitgebracht in de Verenigde Staten en Billy Skinner vertelt ons in zijn begeleidend briefje dat hij net begonnen is met de promotie ervan. Benieuwd of zijn succes tot hier in het verre Europa kan reiken. De gedrevenheid van deze artiest verdient alleszins een beetje wereldroem en wie weet : misschien schijnt morgen een beetje "Tomorrow's Sun".
(valsam)



 

PAULO FLORES
BEST OF
Label: Frikyiwa / Nocturne
www.nocturne.fr
arielle@nocturne.fr
Distr.: Munich Records
www.munichrecords.com

 

 

Paulo Flores is geboren in Luanda, Angola, in 1972. Dit was juist de periode op het eind van het schrikbewind van dictator Salazar (Angola was destijds een Portugese kolonie). Wie weet wat er in die periode onder zijn bewind is gebeurd, kan zich nauwelijks voorstellen dat men nog kans zag ook goeie platen op te nemen in die tijd. Maar muziek is dan ook wel de meest ideale uitingsvorm in tijden van oorlog en onderdrukking. Je moest wel oppassen met wat je zong natuurlijk, maar wanneer je in een stamtaal zong was er toch veel mogelijk. De artiesten in die tijd, de jaren 1965 tot 1975, hebben met elkaar gemeen dat ze naar nieuwe muzikale wegen zochten binnen de traditionele stijlen als de kazukuta, de rebita en de semba. Ze gebruikten voor het eerst elektrische gitaren en bassen en hoorden op de radio af en toe beat- en soulplaten van overzee die hoe dan ook invloed hadden op hun eigen ideeën over muziek. Paulo Flores is zo'n artiest. Zijn land werd pas in 1975 onafhankelijk, en de 'cultuurtaal' bleef het Portugees. Op jonge leeftijd verhuisde hij naar Lissabon, waar hij dadelijk aan de slag kon als danser bij de funk zanger Teresa Mukuyo. Even later, hij was toen zestien jaar, verscheen reeds zijn debuutplaat "Kapuete Kamundanda" (1988). Dit was meteen het begin van een grote carrière en in landen als Afrika, Canada, Spanje en Frankrijk verwierf hij grote populariteit, maar vooral in Angola is hij een Grote Naam, misschien wel de meest gerespecteerde singer/songwriter. In zijn melancholische songs zijn al jaren dezelfde thema's die aan bod komen: oorlog, corruptie, honger, regering ... hij is dus wel degelijk zijn afkomst niet vergeten. Flores vermengt zijn inlandse muziek met Brazilaanse stijlen, vooral samba. "Paulo Flores - Best Of ..." is het eerste deel uit drie delen in een nieuwe serie op het Frikyiwa label met verzamel albums van top artiesten uit Angola. De songs voor deze verzamelaar zijn uitgekozen door Frédéric Galliano, uit een tiental platen sinds zijn debuut en het laatst verschenen "Xé Povo" (2003). Zijn songs zijn een aanstekelijke mix van Afrikaanse melodien (Angolan Semba) en Braziliaanse ritmes (Brazilian Samba). Subtiel, sensueel maar altijd uiterst dansbaar. Daarom is deze "Best Of" wel een terechte release van een in Europa nog vrijwel onbekende Afrikaanse meester, alshetware de Gilberto Gil van Angola. Kortom: Een relaxte sound (lounge?) waarop vooral 'latin lovers' met graagte richting dansvloer zullen trekken.



 

 

 

 

 

 

UNDERGROUND BALLROOM
CONTRADICTIONS

Website: www.undergroundballroom.co.uk
E-mail: info@undergroundballroom.com
Info: Golly Gallagher
www.goforit-promotions.com
goforit-promotions@ntlworld.com
Label: Eigen beheer

 

Recorded in Cheshire, England, using the finest organic steam-driven analogue non-technology and with no artificial additives... (Aaah, sounds you can actually smell...).


Van een aparte plaat gesproken, beeld je even de sound in van groepen als Cream, Deep Purple of Led Zeppelin met hun eind 60’s, begin 70’s geluid vol lange improvisaties en instrumentale bombast, voeg daarbij jazzy tempowisselingen à la Ornette Coleman en je hebt Underground Ballroom. Vier muzikanten uit het Britse Lancaster, die een soort new blues, old style spelen. Hoewel de Hammond (Leslie) orgels, Fender piano en Moog partijen (Jake Jackson), overgoten met ouderwetse bluesrock gitaarsolos (Mike Atherton) een sfeer uitademen van de eerste Britse bluesboom ten tijde van Taste en Brian Auger, toch heeft deze plaat een eigentijds gezicht, en zou het me niet verwonderen deze band op de Pukkelpop programmatie te zien, eerder dan op het BRBF festival. Dit komt vooral door de combinatie van moderne stijlelementen met die oude klankpatronen van vroeger. Baslijnen die zo uit een Massive Attack album (van prima bassist Gary Thislethwaite) zouden kunnen komen, samen met Animals of Vanilla Fudge orgeltjes en vocals als Steve Winwood of Al Kooper. Zo is het nummer “Devil my Deceiver” een juweeltje dat zo van een Traffic LP geplukt lijkt. Nog even vermelden dat drummer Jimmi Bamber een drumstijl heeft die erg aanleunt bij die van Ginger Baker. Zelfs de lengte van de CD is aangepast aan de speelduur van een normale LP uit het begin van de jaren 70, namelijk 38 minuten. Deze jongens slagen er in je te laten teruggaan naar de sfeer van Woodstock, alleen door de authenticiteit van hun geluid. Dit is het Britse antwoord op de Amerikaanse Jam-bands zoals Gov’t Mule en Allman Brothers. Lijkt me een fijne groep om live te zien! Deze jongens zijn prima muzikanten. Chokri, boeken die kerels, je zult het je niet beklagen!
(RON)



 

 

 

 

 

 


 

 

LUCINDA WILLIAMS
WEST
Website: www.lucindawilliams.com
www.myspace.com/lucindawilliams
Label: Lost Highway Records
www.losthighwayrecords.com
Distr.: Universal Music
www.umusic.com

 

Met haar geweldige optreden op 3 november van vorig jaar in de AB en de bijzonder fraaie Deluxe Edition van "Car Wheels On A Gravel Road", was ook 2006 weer een mooi Lucinda Williams jaar. 2007 zal veel mooier gaan worden, want eindelijk ligt het langverwachte "West" in de winkel. Een plaat die akelig dicht in de buurt komt van "Car Wheels On A Gravel Road" uit 1998, toen ze met succes een poppubliek wist te bereiken met een Americana-plaat. Lucinda Williams is al heel lang bezig in de muziek maar is lang bekend geweest bij een klein clubje liefhebbers. Dit had ook te maken met Lucinda zelf omdat ze door perfectionisme nooit veel platen heeft uitgebracht. Het schitterende 'Car Wheels', waar maar liefst zes jaar aan gewerkt was, zorgde dat ze ook bij een groter publiek bekend werd. Gelukkig is ze sindsdien iets minder kritisch, zodat er wat vaker een plaat uitkomt. Net als de albums Essence (2001) en World Without Tears (2003) klinkt "West" redelijk los en ontspannen. Ook hier overheersen de melancholieke country-ballads, de een nog fraaier dan de andere, wat deze albums wat minder geschikt maakt voor de popstations. Maar nochtans is "West" met afstand haar beste plaat sinds "Car Wheels On A Gravel Road". Als geen ander is Lucinda er in de loop van de tijd in geslaagd om uit verschillende stromingen traditionele Amerikaanse muziek- country, folk, soul, gospel, blues- haar eigen stijl te brouwen. Haar geluid kan dan ook best omschreven worden als een rauwe mix van zompige blues, grimmige countryrock en hartverscheurende ballads. Met haar beeldende teksten, waarin heftige en gebroken liefdes, autoritten over stoffige wegen en drank een prominente rol spelen, neemt ze de luisteraar mee naar -een geromantiseerde versie van- het Zuiden van de States. Haar ruwe stem, Southern Drawl en lome frasering dragen daaraan bij, maar wat Lucinda Williams echt speciaal maakt is haar vermogen om prachtige songs te schrijven. De productie van het nieuwe "West" was in handen van Hal Willner (Marianne Faithful, Lou Reed, maar ook bekend van Saturday Night Live), die met de hulp van sessiekanonnen: drummer Jim Keltner, bassist Tony Garnier, gitarist Bill Frisell, keyboardist Bob Burger en violist Jenny Scheinman samen met Williams’ vaste gitarist Doug Pettibone en de harmoniën van Jayhawks' Gary Louris, heeft gezorgd dat de plaat subtiel en gelaagd klinkt. Met zulke goede songs en zo'n geweldige band kan er eigenlijk al niets meer mis gaan, maar Lucinda zingt haar nummers ook nog eens prachtig. Rauw, doorleefd en vol emotie, precies zoals we haar graag horen. En de thema’s die ze wederom aanroert zijn dus ook niet veranderd: lust, liefde, verlies, verdriet, valse hoop en berusting- veel relatieleed natuurlijk, maar ook het overlijden van haar moeder bezingt ze pijnlijk eerlijk in "Mama You Sweet" en "Fancy Funeral". De tijdloze en melancholische liedjes van vroege tijden zijn alshetware weer terug. Nauwelijks staan er op deze sfeervolle "West" uptemponummers, en daar zijn we beslist niet boos om want in een laag tempo is onze koningin van de alt. country op haar best. Voor afwisseling zorgen de meer trage bluessongs als "Unsuffer Me" en "Come On". Dit is gewoon Lucinda Williams-muziek op zijn best: hartverscheurend!



JUSTIN RUTLEDGE
THE DEVIL ON A BENCH IN STANLEY PARK
Website: www.justinrutledge.com
Email: www.myspace.com/justinrutledge
label: Six Shooter Records
www.SixShooterRecords.com
fire@sixshooterrecords.com
Distr.: Bertus
www.bertus.nl

 

In 2004 leverden Justin Rutledge And The Junction Forty uit Toronto met "No Never Alone" één van de allermooiste platen van het jaar af. Wat Rutledge And Co. op dit debuut laten horen is namelijk van zeldzame klasse. Donkere, melancholieke alt country songs staan centraal op deze cd, een cd die vooral met "Heartbreaker" van Ryan Adams werd vergeleken, maar net zo makkelijk de vergelijking met de beste platen van Neil Young, Townes van Zandt of Gram Parsons wist te doorstaan. Pas verscheen (release: 12 februari) eindelijk de opvolger, "The Devil On A Bench In Stanley Park", van het zo bewierrookte debuut. De alt.country/Americana scène is al vol verwachting over wat zijn tweede album gaat brengen. En dat is veel. Want al vanaf de eerste beluistering zijn we weer diep onder de indruk. Ook "The Devil On A Bench In Stanley Park" staat weer vol met vaak wat weemoedige alt-country. Gemixed door Darryl Neudorf (Neko Case, New Pornographers) en gemastered door Peter Moore (Lucinda Williams, Cowboy Junkies), bewandeld Justin hier ook andere paden: Weelderig geïnstrumenteerd (gitaren, pedal steel, piano, Hammond, mondharmonica, dobro, accordeon, trompet, viool en banjo) en aangenaam poëtisch werpt hij wederom een zelfde schaduw op als Ryan Adams. Door het inschakelen van een heel bataljon gastmuzikanten als gitarist Greg Keelor (Blue Rodeo) en accordeonist Tim Vedely (Rheostatics) is de muzikale begeleiding niet alleen stemmig, maar ook zeer afwisselend. De emotievolle stem van Justin Rutledge doet de rest, hier en daar bijgestaan door vrouwelijke vocalisten als singer-songwriter Oh Susanna weet Rutledge wederom te ontroeren met het ene na het andere prachtliedje. Zij gaven Rutledge de ideale backing om zijn songs vrijwel live op band te zetten in slechts tien dagen. Opvallende troef op deze plaat is Burke Carroll die met smaakvolle dobro en pedalsteel partijen Rutledge’s songs van de nodige melancholie voorziet. In de arrangementen zit iets meer variatie en ook de songs zijn volwassener. Misschien net wat lichtvoetiger dan het erg donkere "No Never Alone", maar het blijft muziek die overloopt van melancholie. 2007 is nog maar twee maanden ver, maar gezien de constante en hoge kwaliteit van "The Devil On A Bench In Stanley Park", dient wederom een jaarlijstplaat zich hierbij nadrukkelijk aan.



BLACKIE AND THE RODEO KINGS
LET'S FROLIC
Website: www.rodeokings.com
www.myspace.com/blackieandtherodeokings
Email: info@rodeokings.com
Label: True North Records
www.truenorthrecords.com
general_inquiries@truenorthrecords.com

 


Supergroepen zijn meestal geen garantie voor kwaliteit, gelukkig zijn er uitzonderingen die wel meer dan de som der delen zijn. Dat laatste geldt voor Blackie And The Rodeokings, die de toch al niet geringe kwaliteiten van Stephen Fearing, Colin Linden en Tom Wilson herbergt. Met hun vierde album, "Let's Frolic" zetten ze gelijk de kroon op hun werk, want hier is bepaald geen sprake meer van een jammend barbandje, zoals ze begonnen, maar van een volwaardig collectief waarin één ieder de ruimte krijgt zijn vorm te etaleren. Dit trio uit Ontario, Canada, bestaat uit drie leden die ieder voor zich al carrière gemaakt hebben. Gitarist, singer songwriter en producer Colin Linden, folkzanger Stephen Fearing en de frontman van de groep Junkhouse, Tom Wilson kwamen in 1996 voor het eerst bij elkaar toen ze een plaat maakten met daarop allemaal nummers van Canadese legende Willie P. Bennett, "High Or Hurtin - The Songs Of Willie P. Bennett". Want ze vonden elkaar in hun gezamenlijke liefde voor het werk van deze Willie P. Bennett, die voor het leven benoemd staat tot hoofdassistent van Fred Eaglesmith. Het trio noemde zich tevens naar een liedje van Bennett uit 1978. Dit debuutalbum bevatte maar liefst veertien nummers van hun idool, die zelf trouwens ook meezong en mandoline speelde. Daarna volgde de platen "Kings Of Love" (1999) en in 2004 het prachtige "Bark". Intussen bleven de Rodeo Kings ieder ook gewoon aan hun eigen carrière werken en verschenen er tal van solo-platen. Het aardige is dat deze heren zich qua stijl solo van elkaar onderscheiden en dat levert op hun gezamenlijke albums een boeiende variatie aan songs op. Dat wordt nog eens versterkt doordat iedereen composities inbrengt en de leadvocals daarop afgestemd zijn. Colin Linden is een uitstekende gitarist die de nummers sfeerrijke accenten geeft, zoals zijn zelfgepende "Let’s Frolic", "Life Is Golden" en "Into The Grey", meteen ook voor ons drie uitstekende uitschieters met een hoog bluesgehalte. Andere prijsnummers zijn de meer singer-songwriter-gerichte songs, geschreven door Stephen Fearing, als het soulvolle "I Give It Up Everyday" of het rockende "Buried In Your Heart". Als gastmuzikanten horen we keyboardist Malcolm Burn in "House Of Soul", "Heaven For A Lonely Man", "Under The Rain" en in "Crown Of Thorns" horen we naast de bijdrage van Burn ook het mooie pedal steelwerk van Daniel Lanois. "Let’s Frolic" laat een coherent geluid horen, dat ergens tussen country, blues, folk, singer-songwriter en rootsrock ligt. Het is duidelijk waar deze oergezellige bar-band de mosterd haalt, ergens in het diepe en broeierige zuiden. Kortom: Uitstekende rootsrock!



 

TOM HELSEN
Website: www.tomhelsen.be
www.myspace.com/tomhelsen
E-mail: michel@mtc-worldwide.com (management : Michel Lenaerts)
Label : Great Records
Distributie : PIAS
www.pias.be

 

De man uit Bertem bij Leuven beloont ons alweer voor het lange wachten. Tom Helsen stelt in februari 2007 zijn nieuwe CD voor : "Hilite Hotel" en dat is een zeer goede plaat. Dit gezegd zijnde misschien toch wat meer informatie over deze 30-jarige man en zijn werk tot op heden. "Hilite Hotel" is zijn vierde album na "Tom Helsen" (1998), "Tom Is Doing Great" (2000) en "More Than Gold"(2004). In 1996 belandde hij op een tweede plaats in Humo's Rock Rally met zijn song "Rebecca". Zeg nu zelf, geklopt worden op de meet door Joost Zweegers en Novastar is absoluut geen schande. Hij bleef hierbij echter wel voor An Pierlé en Arid en dat zijn nu toch ook allebei topartiesten in België en buiten deze landsgrenzen. Een ander hoogtepunt in de nog prille maar toch reeds 10 jaar durende carrière van Tom Helsen is zijn serie voorprogramma's voor Dido die hij eind 2004 mocht afwerken. Voor zijn tweede full-CD had hij de hulp ingeroepen van Joost Zweegers en als ik eerlijk ben hoor je dat ook in "Hilite Hotel" nog steeds terug. Vocaal leunt zijn stem sowieso al sterk aan bij de zanger van Novastar en wat betreft muzikale arrangementen nog meer. Toch werd de produktie van deze CD in handen gegeven van David Poltrock, die ook voor het in grote mate op deze plaat aanwezige toestenwerk zorgde. Eerder deed Poltrock dit ook al in Hooverphonic en op platen van Monza, Janez Detd, Stash en Jan Leyers. Daarnaast heeft hij ook nog zijn eigen band "Savalas". Poltrock en Helsen hebben voor dit album een reeks puntgave arrangementen afgeleverd in een zeer professionele en internationaal kwalitatieve produktie. De sympathieke Tom heeft bovendien ook sterke songs geschreven - deze keer van achter de piano en niet met de akoestische gitaar - en dat is toch uitermate belangrijk voor een singer-songwriter als basis voor een sterke CD. "Sun In Her Eyes" is de eerste single uit het album en wordt grijs tot donkerzwart gedraaid op de nationale radiozenders. Uitermate mooi is ook "Sleepless Nights" waarop Rheen-zangeres Hannelore Bedert één regeltje tekst zeer leuk komt inzingen. Daarna volgt "Easy" waarin een hoog gehalte Novastar zit, niet in het minst omwille van de sterk op het voorplan tredende pianoklanken. En als we de sticker op de hoes mogen geloven zal de volgende single "Change Yourself" heten, alweer een zeer hitgevoelige song. Persoonlijke favoriet op "Hilite Hotel" is "Love Yourself To Death", waarempel een leuke manier om aan je einde te komen. Samenvattend nog even: de vierde van Tom Helsen kan je zonder verdere voorbeluistering gewoon aanschaffen. Je zal hem in intieme kring thuis toch vanzelfsprekend ettelijke keren door de speakers jagen in de eerstkomende weken.
(valsam)



 

 

 

 

 

 


ENDRICK BROTHERS
ATTRACTION VERSUS LOVE
Website: www.endrickbrothers.com
www.myspace.com/endrickbrothers
E-mail: info@endrickbrothers.com
Label: Hypertension
Distributie : Bertus
www.bertus.nl

 

Met dit album zijn we in Glasgow, Schotland aanbeland om kennis te maken met de alt.country en Americanamuziek van de Endrick Brothers. Er zitten hier en daar ook wat keltische invloeden in de songs op “Attraction Versus Love”. De Endrick is een klein riviertje in de Gargunnock Hills in Schotland dat de natuurlijke habitat vormde voor deze jongelui, die overigens helemaal geen familie van elkaar zijn. De Endrick Brothers zijn wel een sympathiek vijftal dat 2 jaar geleden de wereld probeerde aangenamer te maken met hun debuutalbum “Built To Last”. De positieve kritieken die hierover in de pers verschenen waren een serieuze aanmoediging voor de groep en motiveerden hen tot het maken van deze nieuwe CD “Attraction Versus Love” die op 19 februari zal verschijnen. Voor dit schijfje hebben ze 12 nieuwe nummers geschreven in de hun intussen eigengemaakte stijl. Voor opener “Thorns On Every Rose” werden ze bij het schrijven geholpen door niemand minder dan ene Mr. Ryan Adams. Dit nummer is dan ook de meest getipte song om spoedig op single te verschijnen, kwestie van handig gebruik te maken van deze beroemde “kapstok”. Toch mag je hieruit niet afleiden dat de overige nummers van een mindere kwaliteit zijn, integendeel zelfs. Zanger Niall Holmes en gitarist Yorick Cormack hebben als volleerde songsmeden hele goeie teksten op voortreffelijke muziek gezet. Ook de prachtige arrangementen en produktie in handen van Chris Gordon (van Union Of Knives) verdient een pluim. In de vakpers wordt regelmatig vergeleken met superbands als R.E.M., Wilco, Grant Lee Buffalo en The Jayhawks. Niall Holmes heeft dan ook een mooie en krachtige stem die een extra dimensie geeft aan de meeste sterke nummers op deze plaat. Zo zijn tearjerkers “Beautiful Rejection” en afsluiter “The Loser’s Excuse” natuurpareltjes tussen het overige countryrock-getinte werk in de nummers “Irish Angel”, “Questions and Answers”, “Waiting Round The Corner” en “Dear Jane”. De swing komt er pas echt in bij “So Last Night” en “Destinations”. De hele CD heeft een zeer volwassen en frisse sound. In de voorbije jaren stonden de Endrick Brothers ook al op het podium als voorprogramma van hun Schotse collega’s van Teenage Fanclub, maar ook voor Lucinda Williams en voor Jesse Malin, best buddy van de reeds eerder vernoemde Ryan Adams. Deze en volgende maand touren de Endrick Brothers samen met Richmond Fontaine door Europa wat nog maar eens een extra blijk van erkenning voor deze groep aangeeft. Op 2 maart (Nijmegen), 3 maart (Den Bosch) en 4 maart (Assen) kan je de Endrick Brothers aan het werk zien in Nederland. België wordt in deze tournee jammerlijk over het hoofd gezien, hetgeen toch een gemiste kans kan genoemd worden om ook bij het Belgische publiek wat breder bekend te geraken. Want dat verdient deze band toch wel.
(valsam)



TERRY GILLESPIE & THE GRANARY BAND
BROTHER OF THE BLUES

Website: www.terrygillespie.ca
E-mail: terry@heavensradio.ca
Label: eigen beheer
www/cdbaby.com/cd/tgatgb

 

Terry Gillespie is een grote naam in de Canadese bluesscène, sinds 1976 woont hij in Ottawa, nadat hij een tijd begeleider was van o.a. Albert Collins en Howlin Wolf. Hij nam in '79 en '80 twee elpees op en toen deze niet zo succesvol bleken, gaf hij er de brui aan en verdween voor 20 jaar van het muzikale toneel. Een vijftal jaar geleden echter dook hij terug op als lid van "The Granary band", een band van bluesveteranen. De vocals werden afwisselend gedaan door Brian Monty en Terry zelf, maar nu op deze tweede is Brian verdwenen en gaat alle aandacht naar Terry. Speciale gast op deze cd is Sue Foley (zie foto), die als 13 jarige tiener regelmatig de optredens van Terry bijwoonde sinds het begin van de jaren 80, omdat Terry speelde in de bluesclubs bij haar om de hoek. Sue is een echte fan, en dat laat ze op het hoesje ook duidelijk merken in de liner notes. Originaliteit is troef op deze opnames, het is geen doordeweekse bluesplaat. Terry Gillespie flirt met andere muziekstijlen en verweeft die in zijn composities, geen covers, alles is van eigen hand. Opener en tevens titelsong "Brother Of The blues" heeft wel iets van wat John Mayall momenteel doet, het is een meer rustige, half parlando song. In "Yellow Moon" zit de sfeer van Jamaica en is de blues netjes verpakt in een reggaeritme. "Big Boy" is Jimmy Reed meets J.J Cale en "Carl Nicholson" is opnieuw een bluesy reggae, waar hij achtereenvolgens zijn muzikale voorbeelden bedankt voor hun invloed. Nummer na nummer blijft de plaat boeiend, het ritme blijft steeds rustig, de songs herinneren dikwijls aan de manier van zingen van Van Morrisson, hoewel de stem gans anders is. "Those Days Are Gone" is een traditionele blues, maar ook weer met een scheutje van wat anders, jazz ditmaal. Kortom, een CD die me kon bekoren, vooral door zijn afwisseling van allerlei aparte benaderingen van de blues, van reggae, over jazz naar Stax soul, en dit alles subtiel gebracht en met klasse. Hoed af voor Terry!
(RON)