ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006 - JANUARI 2007


 



THE NIGHTINGALES
OUT OF TRUE
Website: www.thenightingales.org
www.myspace.com/nightingalesmusic
Mail: sean@mutane.co.uk
Label: Iron Man Records
www.ironmanrecords.co.uk
Distribution : Cargo Records
www.cargorecords.co.uk

 

 

The Nightingales will release a new album this year,
and if that doesn't make the earth move for you,
you've not got ears - Drink And Drug News

 

 

In 1976 werd in Birmingham, UK het punkgroepje The Prefects gevormd door zanger Robert Lloyd en gitarist Alan Apperley. Onder die groepsnaam brachten ze nooit iets uit op plaat maar ze namen wel 2 sessies op voor de legendarische John Peel Radio Show. Ze tourden in die wilde jaren met The Damned, The Clash, The Fall en vooral met Buzzcocks. In 1980 veranderden ze na ettelijke personeelswijzigingen hun groepsnaam in The Nightingales en brachten ze een aantal singles en 3 elpees uit. Daarna stierf de groep een stille dood. Eind 2004 verscheen er plots voor het eerst een nummer van The Prefects op een compilatiealbum over de punkperiode van de jaren ’70. De oud-bandleden waren door de positieve kritieken in de pers over hun song op dat album gemotiveerd om er eind 2004 na meer dan 20 jaar opnieuw aan te beginnen. Van punkgroep zijn ze nu geëvolueerd naar een stevige postpunk rock’n’roll band. Maar de invloeden van de muziek uit de seventies & eighties zijn overduidelijk aanwezig in haast alle nummers op dit comeback album “Out Of True” dat eind vorig jaar op de markt kwam. De intellectuele teksten van Robert Lloyd zijn spitsvondig, soms grappig, vaak cynisch maar steeds van topkwaliteit. Zijn lage tenorstem is monotoon en brengt de songs op een verhalende wijze. De muziek is zo afwisselend dat alle mogelijke genres aan bod komen en de 14 songs blijven intens kleven. Opener “Born Again In Birmingham” komt als een pletwals binnenvallen in onvervalste Captain Beefheart-stijl, de tekst is pure zwarte humor en de zang lijkt op The National. “The Chorus Is The Title” heeft muzikale invloeden van T. Rex en The Stooges. Dexy’s Midnight Runners lijken terug van weg geweest in “Carry On Up The Ante”. “Taking Away The Stigma Of Free School Dinners” (wat een songtitel!) bevat de drumbeat en het gitaargeluid dat ik in mijn jeugd (al vrij lang geleden) zo mooi vond in de glamrock van Gary Glitter en The Glitter Band. Nostalgie troef, ook bij het sarcastische nummer “Company Man” waarin de zang en de harmony vocals je zo hard doen denken aan Jonathan Richman & The Modern Lovers. Er staan ook drie goede covers op “Out Of True” te beginnen bij de door Boudleaux Bryant geschreven klassieker “Let’s Think About Living”, in 1960 voor het eerst op plaat gezet door ene Bob Luman en hier in onvervalste Stray Cats rockabilly & Clash punkstijl gebracht door The Nightingales. Ze coveren ook uitstekend “Good Boy”, een bluesrocksong uit het rijke repertoire van Kevin Coyne. De CD wordt afgesloten met de rustige ballad ‘There’s A New World Just Opening For Me”, ontstaan uit de pen van Ray Davies maar nooit uitgebracht door The Kinks. In het nummer “Rocket Pool Via Rough Hills” wordt – God zij geloofd – zelfs geëxperimenteerd met disco en een stevige basbeat. Maar de grootste verrassing op “Out Of True” is de mooie ballad “Black Country”, een duet tussen Robert Lloyd en Gina Birch (van The Raincoats), zeg maar The Beauty and The Beast, maar een dijk van een nummer. Dit album klinkt zo fris en zo vernieuwend dat je zou kunnen denken dat hier een debuut gelanceerd wordt. Maar deze doorwinterde rockers leveren werk af van de bovenste plank en bewijzen nog maar eens dat de kwaliteit zeker niet afneemt door de leeftijd. Vele jonge beginners kunnen hier gratis bijles krijgen. (valsam)


JEFF TALMADGE
At LEAST THAT MUCH WAS TRUE
Website : www.jefftalmadge.com
Label :Corazong Records
www.corazong.com
info@corazong.com

 

Met "At Least That Much Was TRUE" leverde de inmiddels in Uvalde, Texas residerende Jeff Talmadge recent zijn zesde cd af. Liefhebbers van singer-songwriters als Townes van Zandt, David Olney, Guy Clark en Eric Taylor opgelet. Jeff Talmadge behoort tot de Texaanse singer-songwriters en manifesteert zich met zijn derde voor het Nederlandse Corazong als een groot talent. Sinds hij in 1999 debuteerde met "Secret Anniversaries" heeft Jeff Talmadge al een aardig palmares bij elkaar geschreven. Na "The Spinning Of The World" (2000), "Bad Tattoo" (2001) en de Corazong releases "Gravity, Grace And The Moon" (2003) en "Blissville" (2004) houdt onze zingende advocaat op "At Least That Much Was TRUE" de Texaanse singer-songwriter tradities in ere, in zijn bekende mengsel van country en folk. Veel sobere en aardedonkere songs die stuk voor stuk de ontroerendste verhalen vertellen. Talmadge beschikt over een prettige stem en heeft een stel prima muzikanten om zich heen verzameld die de juiste muzikale accenten weten te leggen. Zijn medium-tempo songs en ballads zijn ingetogen geïnstrumenteerd: gebaseerd op zijn akoestische- en steelgitaar, en mondharmonicaspel, ondersteund door effectief swingende drums worden de accenten meestal gelegd door fiddle, dobro en accordeon. Ze onderstrepen zijn met een warme bariton gezingzegde, weemoedige teksten waarin zijn reisverhalen meestal centraal staan. Zo gaan de songs "Wrong Train" en "Train From Amsterdam", over zijn bezoek aan Nederland en het jazzy "Chet Baker Street" over zijn bezoekje aan het beeld van idool, Chet Baker, voor een hotel aan de Prins Hendrikkade te Amsterdam. Baker viel in de nacht van 12 op 13 mei 1988, waarschijnlijk onder invloed van drugs uit dit raam en overleefde spijtig deze val niet. Andere teksten draaien vooral om de liefde, en dan bij voorkeur met onverwachte wendingen. Slechts één cover, en wat voor één! Bob Dylan's "Girl Of The North Country". Bradley Kopp en Rich Brock (harmonica) accentueren hierop zijn melancholieke woorden waardoor onze bebrilde songwriter wederom schittert. En het lijkt er alsmaar meer op, dat Talmadge binnen afzienbare tijd in de bovenste la van het singer-songwritersgild zal gaan belanden. Talmadge beschikt niet enkel over een mooie rustgevende gebronsde stem, maar is daarbuiten ook een onderscheiden dichter, die in zijn nummers met zijn onnadrukkelijke woorden een continue sfeer van verlies oproept. Hij is daarbij waarnemer, geen deelnemer. Een aantal keren haalt hij instrumentaal wat feller uit, dan onderstreept dat muzikale venijn zijn beschouwende teksten en geeft ze net het reliëf dat in sommige andere songs ontbreekt. Zijn verteltrant lijkt gemakkelijk, maar dat is juist de kunst. Vakbroeders erkennen zijn talent dan ook terecht: Chip Dolan (accordeon) en Lloyd Maines (dobro) doen mee op deze verder door vaste musici vlekkeloos volgespeelde en door producer Bradley Kopp (eveneens elektrische- en akoestische gitaren, bas en percussie) opgenomen cd. Wereldschokkend wordt het nergens, wel oerdegelijk en geloofwaardig van begin tot eind. Maar al bij al een album dat bijzonder aangenaam wegluistert en waarmee Jeff Talmadge eindelijk de welverdiende doorbraak kan bewerkstelligen. Klasse!



TOMMY K. Jr AND THE FULL BLAST
LET YOUR FINGERS BLEED
Website: www.tamaskatonajr.hu
www.myspace.com/tommy katona.jr
Label: Eigen beheer
www. cdbaby.com/cd/tommykjr
VIDEO


 

Tamas Katona Jr, ofwel "Tommy K.Jr" uit Pécs, een stadje uit het zuidwesten van Hongarije, was ongeveer 4 toen zijn vader Tamas Sr. een video draaide met een opname van Ohne Filter, de Duitse live-muziekshow. Het was toen dat Tommy kennismaakte met een man die vol energie en overgave gitaar speelde en een witte hoed droeg. Deze opname zou zijn leven veranderen, al was hij dan nog maar vier, deze man liet een onuitwisbare indruk bij hen achter. Telkens hij in de buurt van de videorecorder kwam, vroeg Tommy "de man met de hoed, pappa". De opname die hij gezien had was "Look At Little Sister" van, natuurlijk Stevie Ray Vaughan. Goed te begrijpen dus dat Tommy Stevie verafgood, en van op jonge leeftijd ook gitaar wilde spelen, en dat was niet moeilijk, want vader Katona was ook een bluesgitarist. Tommy leerde gitaarspelen vanaf zijn zevende, en toen op een bepaalde dag de leden van de PMD Bluesband, de groep waarin vader gitaar speelde, thuis een soort werkvergadering hielden, plugde Tommy in de hoek van de kamer zijn gitaar in en begon trots een van hun nummers te spelen, twee weken later was er, na nog wat oefenen natuurlijk en gastoptreden van Tommy Jr, on stage with the PMD Bluesband. Na deze inleiding weet je natuurlijk wat je mag verwachten van " Let your Fingers Bleed", is van de eerste tot de laatste noot een hommage aan zijn grote voorbeeld. Regelmatig moet je jezelf er aan herinneren dat je hier niet naar "The Real Thing" aan het luisteren bent. Niet alleen speelt Tommy een fantastisch stukje gitaar om het zo te zeggen, laat hij nu ook nog die typische "Stevie Ray" stem hebben. Alle nummer zijn geschreven door Tommy, maar zijn zo puur van Stevie Ray signatuur, dat je in reincarnatie zou beginnen geloven, al staat er één nummer op deze cd "Come on Lucy" in echte Albert King stijl, maar dan met een Vaughan twist. Heel mooi is ook "Swang Thang" een jazzy instumental, en "My Blues For You" waarvan er een tweede akoestische versie de cd besluit. Luister ook even naar "The Last Sigh" waarin een typisch Hendrix effect (octavia) tot het uiterste gebruikt wordt en er een heel aparte instumental van maakt, een beetje in de stijl van "Lenny" wat we van Stevie Ray kennen. Moet ik het nog zeggen, voor liefhebbers van Texaanse gitaarblues, Hendrix fans en zeker fans van Stevie Ray Vaghan, een absolute aanrader. Een kloon, maar zeker geen plagiaatpleger. Eigen werk met Stevie's stempel. Deze jongeman is "a real Voodoo Chile"!
(RON)



 

THE STUMBLE
THE WORLD IS TOUGH
Website: www.thestumble.com
Email: TheStumble@HotLanta.fsnet.co.uk
Label: Star jam music
www.cdbaby.com/cd/stumble

 

Liefhebbers die houden van explosieve en energieke Chicago blues moeten beslist ééns aankloppen bij The Stumble. Hun debuut album "The World Is Tough", mag zonder schroom als stomend en magistraal omschreven worden. Deze Britse band uit Preston verstaat de kunst om verduiveld fraaie blues te brengen. Afgezien van enkele covers als: "You Upset Me Baby" en "All Over Again" van B.B. King uit respectievelijk het jaar 1951 en 1965, en het afsluitende "Gimme Back My Wig" van Hound Dog Taylor uit 1971 (met prachtig slidewerk van Jonny Spencer!), brengt deze band vooral eigen werk. Ongecompliceerde gitaar solo's zijn de hoofdmoot op dit bruisend schijfje. Soms heftig uithalend "Stop Leadin’ Me On", een meesterlijke slide in "Small World" om dan weer vol tedere passie in een pracht van een ballade "All Over Again" de gevoelige luisteraar aan zijn zitje gekluisterd te houden. In het totaal, tien songs op deze plaat, maar allemaal van zo'n klasse, en worden door Paul Melville (vocals), Colin Black (lead gitaar), Jonny Spencer (rhythm- en slide gitaar), Simon Anthony (sax), Dave Heath (bas) en Boyd Tonner (drums) ook zo fraai gebracht, dat je wel een diehard bluesfundamentalist moet zijn om niet te bezwijken voor hun charme. Tevens ben ik diep onder de indruk van het sterke en rauwe stemgeluid van zanger Paul Melville, maar dit niet alleen. Ook wat de back-up van de andere bandleden betreft geen slecht woord. The Stumble is meer dan de zoveelste bluesband. Vooral eigen werk met sterke arrangementen vol intensiviteit en bezieling gebracht, resulteren in een prachtig album die beslist uw aandacht verdient. Nog niet overtuigd, luister dan even naar het opende "You Upset Me, Baby" met een geweldige sax solo, de upbeat in het nummer "Greyhound", het rumba ritme in "Saturday Night", met een solo van Colin Black, de shuffle "Be My Baby" of de slow blues ballade "Work It Out". Voor originaliteit hoef je bij The Stumble niet aan te kloppen, maar als band laten zij de concurrentie niettemin met verbluffend gemak achter zich. Voor zo’n artiesten moet een grote carrière zijn weggelegd.



PIE EYED PETE
DANDILION WINE
Website: www.pieeyedpete.com
www.myspace.com/pieeyedpete
E-mail: petercimbalo@yahoo.com
Label: Lankey Monkey Records
www.cdbaby.com/cd/pieeyedpete

 

Peter Cimbalo richtte in 2001 de band Pie Eyed Pete op, na omzwervingen in een aantal bands zoals "The Gin Blossoms" en "Diplomat 6". Hun debuut" Lament Of The Common Man" en de opvolger "Dearh Of A Teenage Idol" kregen unaniem lovende kritieken. Nu is er dus de derde "Dandilion Wine" opgenomen in Chicago onder supervisie van Lance Reynolds (Ash, Alkaline trio). De rest van de band bestaat uit Jim O'Donnell op gitaar en banjo, John Wildon op bas en Phil Levin op drums. De muziek kunnen we best omschrijven als een mix van Americana en stevig rockende alternatieve country, gebracht door een groep uiterst ervaren muzikanten. Peter's stem lijkt erg op die van Steve Earle, even als de zangstijl, maar ook invloeden van The Band en Ryan Adams zijn rijkelijk aanwezig. Nummers als "Southbound" en het stevig rockende "Let’s Go" blijven reeds van bij de eerste beluistering nawerken in je hoofd door hun sterke gitaarriffs, de mooie zangpartijen en gruizige stem van Peter. Als je houdt van Bottle Rockets, Wilco en aanverwanten zal deze band je zeker bevallen. Rootsrock zoals hij moet gebracht worden, overtuigend neergezet door een groepje prima muzikanten, met een leadzanger die prima songs weet te schrijven en ze ook nog perfect weet te brengen. Meer hoeft niet gezegd, ik denk dat je het al zal doorhebben, deze groep heeft mijn hart gestolen, en vandaag is 't ook nog Valentijn, dus ik hoop dat het nog lekker lang mag duren, maar daaraan twijfel ik geen moment. Goeie wijn behoeft geen krans. En "Dandelion Wine" is lekker, heel lekker!


JINDER
I'M ALIVE
Website: www. jinder.co.uk
www.myspace.com/jinder
Info: Golly Gallagher
www.goforit-promotions.com
goforit-promotions@ntlworld.com
Label: Folkwit records
www.folkwit.biz
www.cdbaby.com/cd/jinder2

 

Jinder is een singer -songwriter, die alhoewel hij nog maar 25 is reeds in gans de States en Europa heeft opgetreden, en vooral optredens deed in Engeland gedurende de laatste zes jaar. In 2000 richtte hij de alt.countryband Candlefire op, er werd intensief opgetreden, een album zou gaan uitgebracht worden op het One Little Indian Label, maar de groep verliet het label en even later ging ook Candlefire ten gronde,de kaars was uit, letterlijk en figuurlijk. Langzamerhand begon Jinder te werken aan een solo carriere als roots artiest, en als ik zeg solo, mag je dat ook letterlijk nemen. Geen label, geen manager, geen boekingsagent, just Jinder. Maar toch ... in 2005 ontmoet Jinder een man met hij wel wil samenwerken, Nick Butcher van Folkwit Records en dadelijk verschijnt het Jinder debuut "Willow Park", heel veel optredens volgden en vorige winter begon Jinder met schrijven voor zijn opvolger, zocht een stel goeie muzikanten en de opnames voor "I'm Alive" konden beginnen. In september 2006 werd de plaat dan uitgebracht en de pers was vooral in Engeland, unaniem lovend. De radiostations draaiden veel nummers van de cd in hun rootsprogrammas en hij scoorde heel hoog in de downloadlistings. Nu is Jinder klaar om weer intensief te touren als promotie voor dit album. Maar laten we even luisteren wat hij ons te bieden heeft. De plaat is een mix van alt.country en echt ingetogen singer songwriters nummers met meer folky inslag. "Hill Country" de opener, is mooie country met pedal steel en een mooi vrolijk ritme en dit werd terecht een kleine hit in de U.K. Ook in het daaropvolgende "A Song To Myself" gaat het een beetje die kant uit. Melvin Duffy (Black Bart) is mooi bezig op pedal steel, en Simon Crabb (Breakneck Creek) op double bass is natuurlijk ook een topmuzikant. Jinder is wat de Engelsen zo mooi noemen " a storyteller" en dat is op de volgende songs, het wondermooie "Train in your voice" en "Travellin'Song" overduidelijk. Verhalen over het eeuwig onderweg zijn, over eenzaamheid, mooi omgeven door klagende steelgitaren en Jinder's aparte melancholische stem, die me soms doet denken aan Ryan Adams. Dikwijls komen me tijdens het beluisteren beelden voor de geest van desolate vlaktes, een verlaten motel of benzinestation, kortom "Paris, Texas". Het prachtige aan Townes Van Zandt opgedragen "Townes' Blues" of het mooie samengaan van stem en dobro op "1922 Blues", je kan de hoogtepunten blijven opnoemen. Jinder maakte met deze "I'm Alive" een prachtalbum. Americana from the deep south ... of England.
(RON)


 


 

BLIGGINS AND GOINES
THE LEGEND OF BLIGGINS AND GOINES, Vol. 1 & 2
Website: www.bligginsandgoines.com
Label: eigen beheer
www.cdbaby.com/cd/bligginsandgoines
www.cdbaby.com/cd/bligginsandgoines2

 

Jr. Bliggins & Rev. Truman M. Goines! Jr. Bliggins is geboren als Robert Liana Jr., op 13 September 1955 in New Jersey. Maar zijn grootste interesse ging naar de bluesharp, zijn rollercoaster mondharmonica. Dit was het begin van zijn loopbaan als bluesmuzikant. Door de jaren heen leerde hij de bluesharp spelen in de traditie van Sonny Terry, Sonny Boy Williamson I, Little Walter, Big Walter Horton en Junior Wells. Maar zijn grootste leermeester was wel harmonicaspeler Jordan Webber die hem, laat in de jaren 70, de knepen van het vak leerde en hem ook zijn bijnaam "Bliggins" gaf. Reverend Truman Goines is geboren als Seth Andrew Grossman op 7 December, eveneens in het jaar 1955 in New Jersey. Zijn zwierig akoestisch gitaarspel, de typische finger picking stijl van de Piedmont blues leerde hij pas op oudere leeftijd, want als kind ging zijn interesse naar trompet spelen en de piano. Na een lang verblijf in Azië, waarvan ik u het verhaal wil besparen, komt hij in1989 terug naar Parijs om aldaar ook weer achter de piano plaats te nemen. Maar nu door invloeden van o.a. Dr. John, Tom Waits, Randy Newman, Josh White, Brownie McGhee, Blind Blake, Rev. Gary Davis, Blind Willie McTell, Jack Daniels en vele anderen brengt hij met zijn dobrospel een mix van Piedmont met urban folk, soul en jazz. Maar goed, de twee leerden elkaar kennen, ook niet moeilijk als ze beiden opgegroeid zijn in de New Jersey Sourlands. Het uitgestrekte gebergte - wildernis - tussen Lambertville/Hopewell en Somerville, meteen de inspiratie voor hun songs op hun twee albums: "The Legend of Bliggins & Goines" Vol 1 uit 2005 en Vol 2 uit 2006. Hierop horen we Americana, maar het zijn platen die evengoed traditonele blues of country blues voorschoten, muziek in de beste traditie van Sonny Terry & Brownie McGhee en Rev. Gary Davis. Er staan geen zwakke songs op deze albums, waarvan de meeste tracks neergepend zijn door Reverend Truman Goines. De arrangementen zijn subtiel en geraffineerd en ze rekken de grenzen van de country blues op een flexibele manier iets op, zonder overigens het echte rauwe bluesgevoel te verliezen. Jr. Bliggins en the Rev. Truman M. Goines hebben met "The Legend of Bliggins & Goines" Vol 1 & Vol 2 zeer volwassen cd's afgeleverd, cd's waar de folky-blues en het spelplezier van afdruipt. Voor zowel de akoestische blues als de rootsliefhebber een aanrader en dus alle reden om dit album aan te schaffen. Deze albums zijn het resultaat van hun muzikale vriendschap en behoort tot het betere werk in zijn deelgenre.