ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006 - JANUARI 2007


 

 





ZACH WILLIAMS
ZACH WILLIAMS AND THE RAMPARTS
Website: www.zachwilliams.com
www.myspace.com/zacharywilliams
Label : Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/zachwilliams

 

The music of Zach Williams is based out of story telling and finds itself in soulful roadtrip rides
- CD Baby

Zach Williams woont in Brooklyn, New York, waar heel veel muzikaal talent een onderkomen heeft, denk bijvoorbeeld maar aan Ryan Adams en Jesse Malin. Deze CD is het resultaat van een samenwerking tussen Zach Williams met The Ramparts in West Palm Beach, Florida. Zelf beweert Zach Williams dat niemand minder dan Jezus Christus zelve hem het geloof in eigen kwaliteiten als singer-songwriter heeft bijgebracht. Wel, dan heeft ons aller vriend van hierboven een goede klus geklaard want de songs die terug te vinden zijn op dit album zijn kwalitatief zeer hoogstaand en getuigen van vakmanschap. Het geloof en lessen moraal zijn dan ook een belangrijke bron van inspiratie voor de songs op dit album. Bovendien heeft Zach Williams ook nog eens een begenadigde stem waarmee hij op meer dan overtuigende wijze zijn boodschap aan de luisteraar weet over te brengen. De produktie van dit project was in handen van Nick Dipace en Matt Goodwin. Zij hebben de orchestratie zeer sober gehouden hetgeen de kwaliteit van de songs ten goede komt. Opvallend is ook dat 2 songs op dit album ("James" en "Goodbye") gezongen worden door een getalenteerde dame met name Alison Fowler. De zangkwaliteiten van Zach Williams komen ten volle tot hun recht in de meeste songs met als uitschieters "Hospital Dream", "Tightrope", "Storms", "Tremble", "Maybes" en "Teach Your Young". Er is ook een opvallende plaats voorbehouden voor een prachtig filmisch instrumentaal werkje, getiteld "Not For The Faint" met heerlijk gitaarwerk van special guest Elliot Shaw. Voortreffelijk debuutalbum dat doet uitkijken naar meer.
(valsam)




THE FLYIN' A's
BLACKTOP, BACK ROADS
Website: www.theflyinas.com
Info: theflyinas@gmail.com
Label: Flying-A Records
www.stuartadamson.com
www.youtube.com/watch?v=REhaHjsx5KI
www.cdbaby.com/cd/flyinas

 

Met de albums "Weekends Were Made For Living" ('01) en "I've Got Lonesome" ('05) verzekerde Stuart Adamson zich van een plaatsje in het "honky-tonk, grab-a-beer-and-your-favorite-girl" wereldje dat zich voornamelijk in Texas afspeelt. In 2005 liep hij de bevallige Hilary Claire Tompkin tegen het mooie lijf en dat resulteerde niet alleen in een muzikale samenwerking maar al vlug werden de trouwringen boven gehaald. Voila, weer twee mensen van de straat ... Hilary kon haar echtgenoot overtuigen (!) om wat van haar Southern blues en Texified Jazz invloeden te combineren met zijn honky-tonk roots, zij kropen niet alleen dicht bij elkaar, maar ook in de pen voor een aantal prima songs, gingen met "How High the Moon" (Hamilton/Lewis) en "Fly Me to the Moon" (Bart Howard) eventjes terug in de tijd ... en besloten voortaan als The Flyin' A's door het leven te gaan. Bovendien kon het duo voor hun debuutalbum "Blacktop, Back Roads" rekenen op de steun van Texas grootheden als Paul Pearcy (drums), Glen Fukunaga en Charlie "the Clock" Irwin (bas), Elana James (fiddle), Lloyd Maines (pedal steel), Floyd Domino (piano), Bradley Kopp (guitar), Frank Webster (slide gt), Redd Volkaert (gt) en East Side Flash (dobro). Het selecte gezelschap is erin geslaagd om niet alleen een voortreffelijk album op de markt te brengen, Hilary Claire laat zich gelden als een serieuze aanwinst/versterking in het vrouwelijke singer/songwriters gebeuren. Zij beschikt over een stel "pipes" die in hun eentje de verplichte aanschaf van dit album rechtvaardigen. Zowel in het leven "on the road" met de nadruk op het honky-tonk gebeuren ("Rollin' on", "Don't Need the Road", "Mistakes", "Now I Know") als in de meer tot onze verbeelding sprekende alt. country pareltjes "I Want More", het wondermooie "I Know I Made A Promise", het hemelse "Running Deep" ... I don't know what I've done wrong, but I always end up alone of het Valentijn cadeautje "This Feels Right" komt dit (nieuwe) talent tot ontbolstering. De harmony vocals op George Ensle's "Eye of a Hurricane" en "When the Party's Over" linken voorzichtig naar the glory days van het duo Harris/Parsons en zorgen er mede voor dat the Flyin' A's, en vooral Hilary Claire Tompkin, mogen beschouwd worden als een van Texas sterkste muzikale troeven.




DR. RAGE AND THE UPPERCUTS
HITTIN’ WOOD AND DIAMOND HARD
Label: Absurb Machine Records
Website: www.drrage.com
www.myspace.com/drrageandtheuppercuts
www.absurbmachine.com
contact@absurbmachine.com
www.cdbaby.com/cd/uppercuts


Op hun site staat te lezen: Hun muziek is een mix van blues en rock die Nickleback doet klinken als The Backstreet Boys. Hebben ze dan nog wel iets met rootsmuziek of blues te maken hoor ik je nu waarschijnlijk zeggen. Wel als je Walter Trout, Rob Orlemans etc. hiertoe rekent dan moet ik zeggen ja. Hiermee weet je ook al meteen uit welk vaatje Dr Rage tapt voor hun brouwsels. De jongere generatie zal deze nieuwe lichting zeker weten te waarderen en als ze hiermee ook de andere lichting bluesbands ontdekken dan is dat alleen maar een pluspunt. Muzikaal zit alles goed in elkaar en kan je ook horen dat deze heren hun instrumenten meer dan behoorlijk beheren. Alles klinkt verder rauw, vettig en doorspekt met de nodige boosters en distortions met daar bovenop een zanger die waarschijnlijk enkele nachten goed is doorgezakt. Normaal gesproken zou ik bedanken voor het bespreken van zulk een cd maar ik kom ze meer en meer tegen, dus moet ik concluderen dat er wat aan het veranderen is in de blues – en rootswereld. Of ze in Europa op veel roots – en bluesfestivals gaan spelen blijft een vraag, indien het zo wel is dan hebben de ouderen, waartoe ik mij nu ook reken, een reden om even tot rust te komen ver weg van het podium. Persoonlijk zie ik ze eerder een festival als pukkelpop betreden, waar ze zeker tot hun recht zouden komen. Hun herwerkte versie van ‘Goodmornin’ Little Schoolgirl’ kan ik me nog net bekoren. Maar wat ze gemaakt hebben van ‘I Just Wanna Make Love To You’ is er voor mij net over. Veel jongeren gaan dan binnenkort weer denken dat dit nummer van hen hand is en alle eer aan Willie Dixon gaat dan weer verloren. Twee maal luisteren voor aanschaf is de boodschap.
Blueswalker


REVIVAL
HORSES OF WAR
Website: www.gypsyeyesrecords.com
www.myspace.com/revivalx
Label: Gypsy Eyes Records
www.gypsyeyesrecords.com

 

Josh Read werkte in enkele louche bars in Los Angeles en Evan Berodt zag zijn groepje Canyon overkop gaan en was op zoek naar creatieve zielsgenoten. Toen ze elkaar in 2005 tegenkwamen in Washington begonnen ze met een nieuwe groep: Revival. Dit ging aanvankelijk gepaard met een paar keer vallen en opstaan. Josh had wat rocknummers bij elkaar gepend waarin een cocktail van oudere folkmuziek en recentere countrymuziek werd vermengd. Noel White werd er bij gesleurd als drummer en samen trokken ze een studio in Baltimore in om een eerste CD op te nemen: "Horses Of War". Liefdesliedjes in al zijn vormen zoals nieuwe liefde, verloren liefde, liefdesverdriet en eeuwigdurende liefde werden geselecteerd voor de plaat en voorzien van diverse soorten muziek, gaande van ballads tot psychedelische rock en postpunkmuziek met veel gitaarklanken. Zanger Josh Read, die vroeger de microfoon hanteerde bij groepjes als The Getaway en The Child Ballads, schreeuwt zijn gevoelens uit op elke song waardoor je de indruk krijgt dat je ergens in een bar zit, maar tegelijkertijd toch ook aan een open haard waar je in alle intimiteit naar de verhalen van hun songs zit te luisteren. De Telecaster-gitaar van Evan Berodt doet de rest op een sierlijke maar eenvoudige manier. In de 9 afwisselende songs met alt.country in de ballads en poprock in de meer swingende nummers vertellen de jongens hun verhaal aan wie het horen wil. De professionele pers vergelijkt deze Revival met o.a. Band Of Horses, beïnvloed door een vleugje Radiohead, Counting Crows en Nickelback, waarmee je het scala zo breed maakt dat ze allicht wel ergens in passen. Voor mijn gevoel zijn ze vrij origineel bezig en staan er gewoon enkele heel mooie songs op dit album, zoals "Fog Rolling In", "Dizzy", "Favorite One" en de geïnspireerde afsluiter "When You Come Calling" waarin tegelijkertijd vocale hoogtes en laagtes worden opgezocht. En voor zo'n plaat probeer ik nog steeds een plekje in mijn CD-kasten te reserveren. "Horses Of War" wordt deze maand in onze contreien uitgebracht en je kan dus nog steeds beslissen om hetzelfde te doen.
(valsam)



 

 

 

JACKIE LEVEN
OH WHAT A BLOW THAT PHANTOM DEALT ME!
Website: www.jackieleven.com
www.myspace.com/thejackieleven
E-mail: info@cookingvinyl.com
Label: Cooking Vinyl
www.cookingvinyl.com

 

Jackie Leven is een “Leven”-de legende (ter staving van deze understatement: zie bovenstaande indrukwekkende discografie) die 57 jaar geleden geboren werd in een Roma-zigeunerfamilie met een Ierse Cockney-vader en een Britse moeder uit Northumberland (Geordië). Hij bracht zijn jeugd door in Fife, Schotland in nogal moeilijke omstandigheden die er toe bijdroegen dat hij zich al snel een hoge graad van zelfstandigheid wist aan te meten. Met weinig vrienden om zich heen verkoos hij om zich in het weidse Schotse landschap tussen glooiende heuvels en rivieren op te houden en vooral fantasierijke essays te lezen en te schrijven. Thuis vond hij een moeder die een grote fan was van de Amerikaanse bluesmuziek van o.a. Lightnin’ Hopkins. Zij had dan ook geen enkel bezwaar dat de jonge Jackie - zichzelf begeleidend op gitaar - in lokale groepjes en als solo-artiest in lokale folkclubs begon op te treden. Op 18-jarige leeftijd besloot hij om naar Londen te verhuizen waar hij als straatzanger brood op de plank probeerde te krijgen. Daarna woonde hij ook nog in Ierland, Berlijn en Madrid. In 1971 verscheen zijn eerste plaat “Control” onder zijn toenmalige artiestennaam John St. Field. Vervolgens werd hij zanger-gitarist bij een groep Doll By Doll, die gedurende 4 jaar een voor die tijd behoorlijk controversiële podiumact bracht tot de leden beseften dat ze de tijdsgeest te veel voor waren en er dan maar mee stopten. Toen braken voor Jackie Leven enkele behoorlijk moeilijke jaren aan. Na een overval op straat waarbij hij bijna gewurgd werd en zijn strottenhoofd zwaar beschadigd werd kon hij niet meer zingen. Hij leefde in afzondering met als enige vriend zijn dagelijkse shot heroïne, de drug van de hopelozen. Om van zijn verslaving af te raken stichtte hij “The Core”, een centrum dat heden ten dage nog steeds actief is in Londen om verslaafden te helpen bij het afkicken en dat zelfs de aandacht kreeg van prinses Diana. Terug clean begon hij aan het opnemen van platen voor het label Cooking Vinyl. Stuk voor stuk pareltjes waarbij de liefhebber van de indrukwekkende diepdonkere stem van Jackie Leven en van zijn gedetailleerde beschrijvende verhalen in zijn songs de volle gading krijgt. Gedichten en kortverhalen vormen een inherent onderdeel van elke plaat die hij in de afgelopen 20 jaar heeft uitgebracht. Na het succesvolle “Elegy For Johnny Cash” uit 2005 - opgenomen in Beirut en met nogal wat hip-hop en rap-invloeden - komt hij nu met deze schitterende “Oh What A Blow That Phantom Dealt Me”, zijn 14e album waarvoor hij een beroep heeft gedaan op de hulp van enkele muzikale zielsgenoten zoals Johnny Dowd, Leon Hunt en D.J. Unfit for Work. Mijn persoonlijke favorieten op dit album zijn “Another Man’s Rain”, “Childish Blues” en het swingende “I’ve Been Everywhere”, waarin hij - anders dan in zijn normale doen - op een zeer vrolijke wijze alle mogelijke plaatsnamen in Duitsland al rappend declameert waar hij al ooit geweest is. “The Skaters” is een “spoken word”-song waarin hij een tekst declameert alsof hij een gedicht voorleest op de jaarlijks terugkerende Poëzieavond. Afsluiter “Mellow My Madness” is een typische Jackie Leven-song en als die voorbij is weet je dat het aanschaffen van deze CD het eerstvolgende is wat je moet gaan doen. Topplaat, zonder meer.
(valsam)

Discografie :
• Control (Jackie Leven als 'John St. Field' -1971)
• The Mystery of Love Is Greater Than The Mystery of Death (1994)
• Forbidden Songs of the Dying West (1995)
• The Argyll Circle (1996)
• Fairytales for Hardmen (1997)
• Night Lilies (1998)
• Defending Ancient Springs (2000)
• Creatures of Light and Darkness (2001)
• Shining Brother Shining Sister (2003)
• For Peace Comes Dropping Slow (2004)
• Songs for Lonely Americans – met Jackie Leven als 'Sir Vincent Lone' (2004)
• Jackie Leven Said (met Ian Rankin (2005)
• Elegy For Johnny Cash (2005)
• Oh What A Blow That Phantom Dealt Me! (2007)

 



HAYWARD WILLIAMS
ANOTHER SAILOR'S DREAM
Website: www.haywardwilliams.com
www.myspace.com/haywardwilliams
Email: hayward@haywardwilliams.com
Label: Machine Records
www.machinerecords.com


 

De Amerikaanse singer/songwriter Hayward Williams is in deze lage landen nog relatief onbekend. Maar daar zal in de komende maanden verandering gaan in komen. De uit Milwaukee (Wisconsin) komende Williams debuteerde in 2005 met "Uphill / Downhill", dit album leverde hem in de Verenigde Staten in no-time een hoop werk op want vorig jaar verscheen enkel het EP'tje "Trench Foot". De vier songs op deze EP werden vereeuwigd onder de productionele hoede van Peter Mulvey (Redbird). Alle vier nummers waren zeer beklijvend en volop smakend naar meer. En nu is er het nieuwe volwaardige album, "Another Sailor’s Dream", dat verscheen op het Machine Records-label, zijn derde plaat vol gruizige troubadourfolk. Op dit nieuwe album kreeg Williams de hulp van vriendje Mulvey en Dan McMahon (Wandering Sons). Wederom geproduceerd door Mulvey, brengt Williams een collectie van kleurrijke nummers met prachtige combinaties van banjo, dobro, piano, lap steel, accordeon, harmonica in combinatie met alle soorten gitaren. Vocaal staat uiteraard Williams teder rauwe stem centraal, waardoor deze plaat van het begin tot het einde zeer melodieus en intens blijft. De verveling gaat daardoor allerminst toeslaan. Luister maar eens naar het weemoedige "You Were Right", de countryjazz van "Doctors", het bluesy "Careful Please" en de countryrockers "Redwoods" en "A Glance Back". De spanning op deze plaat komt hier immers vooral voort uit deze tien knap geschreven songs, een prachtig gebrachte versie van Bruce Springsteens "Thunder Road" en het gedreven samenspel van de musici, waardoor de folk-blues en country van Williams op "Another Sailor’s Dream" een voorlopig hoogtepunt bereikt. Een singer/songwriter van hoog niveau!



TONY FURTADO
THIRTEEN
Website: www.tonyfurtado.com
www.myspace.com/tonyfurtadomusic
Email:TFhepcat@aol.com
Label: Funzalo Records
contact@funzalorecords.com
www.funzalorecords.com
www.cdbaby.com/cd/furtado3

 

Je hebt van die plaatjes die eigenlijk typisch muzikantenplaten zijn. Er wordt virtuoos op gemusiceerd, op zodanige wijze dat voor collega-snarenwonders het allemaal nog wel te pruimen valt, maar waarbij de gemiddelde muziekliefhebber na tien minuten luid snurkend terzijde stort. Tony Furtado is echter een begenadigd muzikant, die zijn luisteraars niet verveelt met gepriegel, maar de lol die hij zelf uitstraalt wil delen met zijn publiek. Dat valt tenminste op te maken uit zijn nieuwste album "Thirteen", de opvolger van "These Chains" (2004) en "Bare Bones" uit 2005. Naast songwriter en zijn relaxte manier van zingen, manifesteert hij zich voornamelijk op banjo en slide gitaar. Deze voorliefde voor de slide kwam er bij het horen van Ry Cooder’s "Paradise And Lunch" uit 1974. Maar nu anno 2007, balanceert deze op slide en banjo excellerende Amerikaan op het snijvlak van blues, rock en fusion, en pikt van alle genres het beste mee. Van de dertien tracks op dit album schreef Furtado er tien zelf, waarvan het nummer "The Alcohol" co-written is met Amelia White. Covers zijn de verrassende Who-cover "Won't Get Fooled Again" met de aangename backing van Stephanie Schneiderman, Elton John's "Take Me To The Pilot" en de delta blues van John Fogerty's welbekende "Fortunate Son". De opnames gebeurden in de Wavelab Studio van Craig Schumacher in Tucson, Arizona. Schumacher is ook de producer van dit geheel dat er echt is voor de liefhebbers van banjo en slide gitaar, ook door de aanwezigheid van Nick Luca (slaggitaar en wurlitzer) en Jim Dickinson (clavinet, piano en orgel) die wel behoorlijk tekeergaan op deze plaat. Verder bestaat de begeleiding uit Winston Watson op drums en Dusty Wakeman op bas. Maar wat de songs aaneensmeedt is de virtuositeit, het spelplezier en de ongeëvenaarde kracht die dit album doorstroomt. Aanrader!



CHET LOTT
ERASED IT
Website : www.chetlott.com
info: CD@chetlott.com
Label: Augustus Hill Records
www.cdbaby.com/cd/chetlott



29/8/2005 ... de inwoners van Southeast Mississippi zullen het niet vlug vergeten. Hurricane Katrina trok een verwoestend spoor door het landschap en het was Chet Lott, musician, geslaagd zakenman en zoon van een Amerikaans senator, die bij het overschouwen van de ravage in zijn geboorteplaats Pascagoula, het initiatief nam om met de opbrengst van zijn album "Erased It" de ergste noden te helpen lenigen. Chet Lott kroop in de pen voor de opener "Where Am I From", het titelnummer "Erased It" en stak ondermeer Bob Dylan's "Knocking On Heavens Door", "Blue Moon of Kentucky" (Bill Monroe), Jim Morrison's "Light My Fire" en "Tupelo Honey" (Van Morrison) in een fraai upbeat bluesjasje. Ondanks alles bleef optimisme troef bij Chet Lott, wiens stem mij soms doet denken aan onze betreurde Luke Walter Jr., en voor deze gelegenheid mocht rekenen op de steun van onder meer J.P. Pennington (songwriter en lid van de band Exile) - guitars, keyboards, mandolin, harmony vocals en behoorlijk wat blazers. De opnames namen bijna elf maanden in beslag maar het resultaat mag er wezen. Veertien songs die Chet Lott als bluesartiest in de belangstelling plaatsen en hopelijk wat dollars in het laatje van het Amerikaanse Rode Kruis brengen. Het was erg deprimerend te zien dat niet alleen de hulp moeilijk op gang kwam, bijna twee jaren na de feiten is ook van de beloofde wederopbouw nog altijd niet veel te zien. Misschien is het album "Erased It" een druppel op een gloedhete plaat, het is een erg lovenswaardig project. Het blijft anderzijds schandalig dat een land dat de wereld beheerst, niet alleen zijn zonen in Irak een zekere dood injaagt maar ook zijn eigen volk in New Orleans schaamteloos in de steek laat. Grayson Capps liet op zijn album "Wail & Ride" terecht zijn ongenoegen over George Bush's leugens blijken met de song "New Orleans Waltz, George Bush, you're a lying hypocrite, we all saw what you're said right there on tv", hopelijk trekken de Amerikanen er lessen uit als ze nog eens naar de stembus trekken.



GENTRY BRONSON
NO WAR
Website: www.gentrybronson.com
www.myspace/com/gentrybronson
E-mail: gentry@gentrybronson.com
Label : Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/bronson3

 


Winner of best loser of all time / Heartbreaking heartbroken lover of women / Grandiose champion of the lost cause / Tori Amos with testicles / Punk rock poet pianist / A young Tom Waits

 

Bovenstaande omschrijvingen zijn allemaal quotes van diverse mensen over Gentry Bronson, oorspronkelijk een klassiek geschoolde pianist die op 14-jarige leeftijd al enkele prijzen in de wacht kon slepen voor zijn kwalitatief hoogstaande pianospel. Wat later ontdekte hij dat de liedjes die hij speelde beter aansloegen als hij er ook nog songs met een verhaal bij bracht. Hij verhuisde van Los Angeles naar de Amerikaanse westkust in Seattle en vormde er in 2001 een nieuwe groep "The Night Watchmen" waarmee lustig geëxperimenteerd werd met een mix van rock, jazz, pop en cabaret. Eind 2004 besloot Gentry Bronson om de groep op te doeken en solo verder te gaan werken. In de voorbije 6 jaar verschenen er 7 albums van deze artiest die eind 2006 met "No War" op de proppen kwam. Het werd een schijfje met 14 nummers die allen een vrij originele aanpak op vlak van compositie en arrangement hebben gekregen maar toch ook raakpunten vertonen met werk van grote namen als Ryan Adams, David Gray, Tom Waits, Billy Joel, Mark Lanegan, Joseph Arthur en Nick Cave. De produktie van "No War" is in wel zeer deskundige handen gegeven van Scott Llamas, die dit album zijn Star Wars trilogie noemt. De liedjes op "No War" gaan allemaal over energie en volgens Bronson moeten ze voornamelijk dienen om op de IPod te zetten en ze daarna luid in de wagen af te spelen. En dat is wat je best kan doen met de volgende songs: "Shine", "You Are The Woman I Love", "The Tombstone Blues", "Song About You" en "War Is Over Now". Om af te sluiten nog dit : het antwoord van Gentry Bronson zelf op de vraag wie hij is : "I’m just a punk rock hippie kid with big dreams who became a singer, a producer, a player of the keys and a songwriter". Klopt allemaal volgens mij. Zeer genietbare schijfje dat naar meer doet verlangen en dat zal er binnenkort zeker aan zitten komen. (valsam)



LAWRENCE BAKER "LoneWolf"
FORCE OF NATURE
Website: www.lawrencebaker-lonewolf.com
E-mail: info@lawrencebaker-lonewolf.com
Label: www.songhouse.de
www.cdbaby.com/cd/lawrencebaker


 

"Down Under" is ver van hier, daarom dat cd's van Australische artiesten ons niet zo veel bereiken en dat er weinig van hun hier ook echt doorbreken. Maar daar schijnt verandering in te komen, net als in de jaren tachtig, toen een golf van Australische bands hier bekendheid verwierven, zo komen er nu ook goede artiesten uit die regio aan bod, vooral dank zij internet. Andy Gorwell, the Waifs, Derrin Nauwendorff, allemaal zeer goede rootsperformers, spijtig dat hun echte doorbraak achterblijft. Misschien te rootsy, enkel voor puristen? Dan kan er nu verandering in komen dankzij Lawrence Baker uit New South Wales. Zijn muziek is toegankelijk voor een groot publiek, eerlijke rock, recht uit het hart, met echte "street credibility", om het eens met een veel misbruikt woord te zeggen. Lawrence ging niet over een nacht ijs, aan de cd is twee jaar gewerkt, de songs zijn langzaam bijgeschaafd en beproefd tijdens de vele live optredens. Na vanaf zijn zestiende met muziek maken te zijn begonnen, schreef Lawrence zijn eerste eigen song op 17 jarige leeftijd. Op zijn 23ste richtte hij de groep Glass Cannons op, met als voornaamste activiteit: voorprogramma's spelen van de grotere Aussie rock acts. Het was hoofdzakelijk een cover band, maar Lawrence wou meer eigen nummers brengen, een singer- songwriter worden. Na 5 jaar verliet hij dan ook de Glass Cannons en deed hij vooral solo optredens tijdens "Sunday Night Unplugged Sessions". Het was met collega muzikanten van deze sessies dat in 2001 de groep "Lone Wolf & the Bad boys" is opgericht. Een tournee door Amerika volgde in november en december 2005, maar ondertussen waren ook de opnames voor deze cd al volop aan de gang. De volgende uitdaging is nu een internationale tournee, en het gaat in de goede richting, want Songhouse, het grote Duitse platenlabel heeft Lawrence als eerste internationale artiest getekend. Voor Europa is er ook exclusief een single uitgebracht die niet op de full cd staat, spijtig, want "As the Crow Flies" en "Down To The Water" zijn beide prachtsongs. Even de cd doorlichten: "Force of Nature" begint sterk met "Shine on", een goede rocksong waarvan de sound onmiddellijk doet denken aan Springsteen en BobSeger in hun gloriedagen, mede dankzij de prachtige sax van Andy Bickers. Op rustigere, meer laid-back songs ("For You"), lijkt de stem van Lawrence op die van Chris de Burgh, maar zonder diens zoeterigheid, meer met een ruw randje. Dan weer horen we invloeden van Tom Petty en John Mellencamp. Een van mijn favoriete nummers op de cd is "Used To Be My Girl" een song die mits wat radioplay echt hitpotentiel heeft. Helemaal 'Rootstime'- stijl wordt het op "Roar" en "Downtown", bluesy, rockende songs met Peter Healy op mondharmonica, en "Shut Up And Kiss Me". Dit is een cd geworden vol met sfeervol opgebouwde nummers en teksten waarin de artiest zijn ziel blootlegt. Als je een rockplaat wil kopen die wat te vertellen heeft, Lawrence Baker is your man, and get hit by his "Force of Nature".
(RON)