ROOTSTIME cd reviews

ARCHIEF - OKTOBER 2006 - NOVEMBER 2006 - DECEMBER 2006 - JANUARI 2007


 

 




 

 

DAVID CHILDERS
THE BACKSHOP LIVE
Website: www.davidchilders.com / Email: moboko@msn.com
www.BackShopMusic.com / Distr.: Running Time Music
www.RunningTimeMusic.com / infomgr@Running-Time.com


"Blessed In an Unusual Way, David Childers - Childers merges Pentecostal fervor into what's now called alt-country, which James Talley deems in "the tradition of Dock Boggs and the primitive musicians of the '30s and '40s." Damn straight."
- Dave Marsh

Opgenomen tijdens een uitverkocht liveconcert van held David Childers afgelopen jaar (4/8/2006) in South Carolina. Deze Backshop Live concerten zijn zeer intieme live sessies die voor en door echte liefhebbers worden georganiseerd en gelukkig ook worden opgenomen. Nu hoor ik u zeggen, er is toch pas al een nieuwe cd van Childers verschenen? Ja, dat klopt, want een jaar na Childers laatste album "Jailhouse Religion" (2006) werden we weer beloond met een werkelijk fantastische plaat, "Burning In Hell" (2007) die als een kroonjuweel op zijn toch al indrukwekkende oeuvre mag gelden. Reden ook dat deze plaat N°1 staat in de Euro Americana Chart van deze maand. Childers is meer dan effectieve singer - songwriter - rootsrocker, Childers is niet enkel bij de Amerikanen in the picture gekomen maar ondertussen ook hier in de lage landen, hij heeft dus wel degelijk met "Burning In Hell", zijn naam in rootsland definitief gevestigd. En deze "The BackShop Live" kan dit alleen maar bevestigen. Echter op deze Backshop live zijn bijna allemaal andere nummers te horen. Zo horen we hier intense, pure versies van een groot aantal nummers, zoals van het nummer, "Mama", het beginnummer van "Burning In Hell", een volledig akoestische versie, waar ze anders wel flink tekeer in gaan. Uit de andere platen horen we prachtige versies van o.a. "El Grandito", "The Price I Had To Pay" en "Lonely Beauty". We horen hier Childers in zijn ééntje met alleen zijn gitaar maar direct bij de openingstrack "Street Of Dreams", hoor je dat deze sobere begeleiding meer dan voldoet. David Childers heeft geen opwarmtijd nodig om lekker in zijn spel te komen, hij gaat er gelijk voor en geeft zich nooit minder als voor honderd procent. Tussen sommige van de liedjes op deze cd verteld David leuke anekdotes over zijn liedjes of over grappige dingen die hij heeft meegemaakt. Deze worden op de cd als aparte tracks aangeduid als 'Intro'. Op dit album horen we ook nog bloedstollende versies van oudere nummers als het afsluitende "Blue Morning" uit 2001, "The Devil Loves To Make My Baby Cry" uit 2002 en zelfs "Northern Highway" uit 1999. Na Greg Trooper en David Ezell is deze concertregistratie wederom een must voor iedere singer-songwriter liefhebber!




 

 

 

SOUTHER STILL
DIZZINESS AND DARKNESS
Website: www.southerstill.com
www.myspace.com/southerstill
E-mail: rosie@piranha-pr.co.uk
info@southerstill.com
Label: Open Plan Records
www.openplanrecords.com

 

 

3 enthousiaste kerels uit Londen en 1 verre vriend uit Nieuw-Zeeland vormden in de herfst van 2001 een nieuwe country-folk Americana band onder de naam "Souther Still". Zanger Bradley Putze en gitarist Kevin Stokes schreven een assortiment songs bijeen en konden dan met de makkers de studio intrekken voor de opname van hun eerste mini-album "The Open Plan" uit 2002. Afgelopen winter verzamelden ze opnieuw in een studio in Cornwall waar ze hard werkten aan het 2e album, een eerste full-CD "Dizziness and Darkness" die nu in maart 2007 na een mastering-behandeling in Nashville zal gereleased worden in Europa. Dat is een mooi schijfje geworden met 13 lo-fi bluesy alt-country songs in een sfeertje van romantiek, verdriet, spijt en verlies van geliefden, treurnis alom. Er zijn invloeden van de zachtmoedige jaren '70 soul-popmuziek en ook een vleugje country, maar er is voornamelijk ook een zeer goede zang terug te vinden op deze plaat. Bradley Putze slaagt erin om de aandacht van de luisteraar te vangen en niet meer los te laten met een stem die soms aan Damien Rice, Ryan Adams of David Gray doet denken. Je kan Souther Still nochtans niet zomaar in één bepaald muziekvakje onderbrengen. De 4 songs in het begin van de CD zijn rustige en ook prachtige ballads, voornamelijk "Open Road", "Forever The Fighter" en "White Lies" zijn een directe tweede beluistering meer dan waard. Daarna gaan ze verder met "Lodgings To Let" een moderne popsong met gitaren, scherpe vocalen en T-Rex-achtige riffs, soms zelf een beetje punkerig. Dan volgt "Thirty Year Bouquet", een song die zo van een Whiskeytown-album zou kunnen gehaald zijn in onvervalste Nashville-countrystijl. Nummer 7 is "Cuba Libre" dat uit een te luide discotheek lijkt te komen met een zware beat van de drumcomputer en met eentonige zang; alweer T-Rex op een discodeuntje als je het mij vraagt. Dan wordt vlotjes overgeschakeld op een popklassieker in wording "Light Of The World" dat heel eenvoudig begint om daarna uit te groeien tot een prachtige ballad. Hetzelfde kan zeker ook gezegd worden van "Moorgate", simpel maar gewoonweg schitterend gezongen. Daarna doen we verder met "All These Streets" dat begint met een akoestische gitaar waarna de andere instrumenten op subtiele wijze worden toegevoegd en de stem van Bradley Putze het werk afmaakt. Verder genieten dan maar van song nummer 12 "Love's Left This Town" met een simpele pianobegeleiding en alweer sterke vocalen. De afsluiter "Kettle" tenslotte is een sterke song met een prachtige gitaarriff en met zangwerk dat ons wat doet denken aan de beginnende Lloyd Cole. Al bij al een zéér verdienstelijke plaat van dit viertal dat de lat meteen erg hoog legt om van een volgende CD een nog beter werkje te maken. Voorlopig zullen we "Dizziness and Darkness" al maar op het stapeltje kandidaten voor de jaarlijst 2007 leggen. Oordeel vooral maar eens zelf en haal de plaat in huis, je zal er geen spijt van krijgen.
(valsam)




 

 

 

 

DEATH SHIPS
SEEDS OF DEVASTATION
Website: www.deathships.com
www.myspace.com/deathships
Label: Undertow Music
www.undertowmusic.com

 

 

Daniel Patrick Maloney is de songschrijver, zanger, gitarist, bassist en percussionist bij Death Ships. Voordien was hij nog frontman bij een andere groep The Faultlines waar hij eind vorig jaar een punt achter zette. Met 4 andere bandleden hebben ze als Death Ships de voorbije maanden voorprogramma's verzorgd voor o.a. The Decemberists en The Good Life. Maloney is 25 jaar oud en vond nu de tijd rijp om met deze band uit Iowa City een eerste CD uit te brengen. De muziekstijl is traditionele folk, alt-pop, country en rockmuziek en wordt in de vakpers vergeleken met Death Cab For Cutie, John Cougar Mellencamp, Belle and Sebastian en The Arcade Fire (volgens mij echter niet geheel terecht). Opener op "Seeds Of Devastation" is een nummer in 100% Jayhawks-stijl "Remains To Be Seen" met bijhorende lapsteel gespeeld door Troy Stains. In "Little Mystery" zitten stukjes Afghan Whigs maar de vocalen getuigen van minder vastberadenheid dan je van Greg Dulli - zanger van de Whigs - gewoon bent. Maloney brengt deze song vooral met gevoelens van onzekerheid en intens verlangen. “Great American” laat gastzangeres Molly McCarty aan het woord en dat is een muzikale verrijking voor het nummer. Met “Story Never Gets Old” breken de heren van Death Ships met hun eigen muziekstijl omdat dit nummer zijn mosterd haalde bij een klassieke jaren ’60 popsong. Het lied wordt vooral gedragen door keurig (soms honky-tonky) pianospel, later aangevuld met gitaargeweld en afsluitend met een collectieve samenzang. Een echte rocksong is afsluiter “Knocks Over Time” waarbij veelvuldige stem- en gitaardistortions dit nummer zowaar een bijna hardrock classificatie oplevert. Matt Berninger - zanger van The National - zou zichzelf wel eens in de nadrukkelijk aanwezige stem op dit nummer kunnen herkennen. Dat wordt nog eens dunnetjes overgedaan in een andere gelijkaardige song “City Never Sleeps”. Klein minpuntje voor deze eersteling van Death Ships is misschien wel de nogal beperkte stem van de zanger, waardoor Maloney er niet geheel in slaagt om de aandacht gedurende alle 11 nummers vast te houden. Maar voor een eersteling is “Seeds Of Devastation” een prima plaat.
(valsam)




JOSH ARAN
WATER TO WASH WATER AWAY
Website: www.josharan.com
www.myspace.com/josharan
E-mail: contact@josharan.com
Label: Eigen Beheer
www.cdbaby.com/cd/josharan3

 



Hearts float away and drift back together in the fluid world of Josh Aran
(www.tinderboxmusic.com)

 

Josh Aran is een echte singer-songwriter uit Minneapolis, Minnesota, USA die in zijn songs oprecht en met een intellectuele ondertoon zingt wat hij te vertellen heeft. Een Amerikaanse magazine omschrijft hem als "Jeff Tweedy dreaming of Led Zeppelin and waking up next to Radiohead". Sommige van zijn songs laten ook vermoeden dat hij wel eens een CD van Wilco, Beck of Counting Crows in de speler durft te schuiven om wat inspiratie op te doen voor zijn eigen songs. Eind vorige eeuw besteedde hij vooral veel tijd aan zijn studies en dat resulteerde in het behalen van een diploma voor Engels en kunstgeschiedenis. In 2000 bracht hij dan een eerste CD uit "Sun Up" (www.cdbaby.com/cd/josharan) die voornamelijk uit akoestisch gebrachte songs bestond. 2003 was het jaar dat hij zijn vader verloor door kanker maar ook tijd voor de release van een tweede CD "Between Us There Arose Happiness" (www.cdbaby.com/cd/josharan2). En nu is er dus "Water To Wash Water Away". Er zit veel zachtheid, weemoed maar ook soms woede in de liedjes van Josh Aran. In de teksten merk je dat hij veel aandacht besteed om subtiel zijn boodschap te verwerken in de stijl van de beste Bob Dylan. Muzikaal draait alles om de akoestische gitaar met enkele toevoegingen van drums, bas en piano of orgel. Maar dat was dan toch enkel maar voor de plaat. Optreden doet deze man liefst in zijn eentje zodat hij zijn eigen willetje kan doordrijven en de songs op zijn eigenste manier ten gehore kan brengen. Songkeuzes dan maar : "First Of May", "Veni Vidi Vici" (over de opwarming van de aarde), "Goodnight California" (helemaal Counting Crows), "Fade To Blue", "Unexpecting" (instant Coldplay-song met dito Chris Martin-stem) en "Moving Pictures" (nu vallen de Snow Patrol-invloeden weer op) vallen vlotjes in het gehoor en blijven hangen na een eerste beluistering. De luisteraar krijgt een gevoel van tevredenheid bij het beluisteren van de songs op dit album die ook van uitstekende arrangementen werden voorzien en nooit een indruk van obsessief doordrukken willen geven. Laat alles maar zachtjes absorberen lijkt het motto van Josh Aran wel te zijn, die met zijn falsetto stem voor zeer doortastende vocalen zorgt in alle nummers. De liedjes gaan over verliefd worden, die liefde terug verliezen en ze daarna elders terug vinden. Er is ook een bonustrack achtergelaten op dit album, overigens de enige cover : een haast onherkenbare, akoestische versie van "Hysteria" van Def Leppard. Josh Aran omschrijft zijn liedjes zelf als "small streams flowing into a mighty river". Dat beekje zou wel eens een hele stroom kunnen worden.
(valsam)




ROB LUTES
RIDE THE SHADOWS
Website : www.roblutes.com
www.myspace.com/roblutesmusic
Email: roblutes@videotron.ca
Label : Zeb Productions
www.cdbaby.com/cd/lutesrob2


"I like songs that capture a snapshot of emotion or some event,” says singer/songwriter Rob Lutes. “And I like stuff that has some meaning.”

 

Collega Benny Metten (www.ctrlaltcountry.be) liet zich onlangs erg positief uit over het album "Ride The Shadows" van Rob Lutes en ook Chris Smither ("Great songs. I really like Rob's style" en onlangs nog op toernee door de Lage Landen) heeft wel een boontje voor deze Canadees. Niet verwonderlijk want net als Smither zweeft Lutes met zijn prachtige storytellingsongs door het folk, roots, blues, Americana heelal en weet het op zulke wijze in de etalage te plaatsen dat hij in 2001 als primus uit de bus kwam op het vermaarde Kerrville Songwriting gebeuren (zie foto). Met het album "Ride The Shadows" maakt Lutes een bewuste keuze, de muzikale omkadering blijft netjes beperkt en het lijkt wel of de man teruggrijpt naar de "unplugged" rage die destijds miljoenen muziekliefhebbers aan het MTV scherm gekluisterd hielden. Elf zelf gepende songs die baden in een erg aangenaam akoestisch sfeertje en rustig voortkabbelen. Wanneer Lutes dan toch zijn stem ietwat verheft lijkt het wel of John Hiatt erg dicht in de buurt is, maar ook Randy Newman,Terry Garland, Harry Manx, Jesse DeNatale, Jeffrey Foucault, Van Morrison gluren om het hoekje. Of Rob Lutes die status ooit haalt blijft een vraagteken maar met pareltjes als "Throw Me From This Train", "I Still Love You" en "House Of Dreams" lijkt hij op goede weg. Ook zijn cover van de klassieker "That's How Strong My Love Is" (Rolling Stones, Otis Redding, Bryan Ferry, Candi Staton, Percy Sledge..) mag er best wezen, al gaat mijn voorkeur uit naar Buddy Miller's versie op het album "Poison Love".

Eerder verschenen albums :
"Gravity", 2000, Zeb Records
"Middle Ground", 2002, Zeb Records




 

 

 

 


HARRY MANX
WEST EATS MEET
ROAD RAGAS
MANTRAS FOR MADMEN
WISE AND OTHERWISE
DOG MY CAT

Label : Dog My Cat Records / Website :www.dogmycatrecords.ca
info@dogmycatrecords.ca / racey@dogmycatrecords.ca

 

“The way I see it, Blues is like the earth and Indian music is like
the heavens. What I do is find the balance between the two.” – Harry Manx

 



 



Canadese bluesman Harry Manx was op zijn eerste twee solo-platen "Dog My Cat" (2001) en "Wise and Otherwise" (2002) voor Northern Blues Music al nooit voor een gat te vangen: hij schrijft, zingt, speelt banjo, akoestische slide en National steel gitaar. Hij werd geboren op het eiland Man in de Ierse Zee en bracht vervolgens zijn jeugd door in Canada. Aan het einde van zijn tienerjaren trok Harry de wijde wereld in en woonde vervolgens een tijdlang in Europa, Japan, India en Brazilië. In deze periode trad hij veel op in bars en cafés en op festivals. Midden jaren 80 werd Harry met name door de Indiase muziek erg aangetrokken. Zo erg zelfs dat hij bij Vishwa Mohat Blatt in de leer ging. Vishwa was samen met Ry Cooder grammy winnaar met het lied "A Meeting By The River". Hij kreeg van Vishwa zelfs een sitar/gitaarachtig instrument met 20 snaren. Dit instrument is net als een aantal andere regelmatig te horen in Harry’s muziek en wordt ook door hemzelf bespeeld. Was Manx zijn muziek in het begin voornamelijk blues getint, na zijn verblijf in India en zijn bewondering voor het land, de uitstraling enz. heeft hij een brug geslagen tussen de blues en de klassieke Indiase muziek. Zijn muziek wordt omschreven als "mysticsippi" blues van de Mississippi delta, een beetje gospel en heerlijke grooves. De muziek en de teksten zijn bijzonder luisterbaar en zeker niet zwaar verteerbaar. Zijn derde album "Jubilee" (2003) is een wonderbaarlijke samenwerking van Manx en die andere wonderbaarlijke gitarist Kevin Breit (ex Cassandra Wilson, Holly Cole en Janis Ian). Het resultaat op deze plaat is een verbluffende mix van blues, country, jazz en world music - alles in een superieure klankkwaliteit van producer David Travers-Smith. In 2004 verscheen op zijn eigen label, Dog My Cat Records, het album "West Eats Meet", een soort verhusselde East meets West, zou je kunnen zeggen. Dat Manx van Indiase muziek houdt was reeds te horen op zijn vorige cd's, en dat kun je op deze cd duidelijk weer horen. Veel fusionplaten hebben iets geforceerds, maar bij Manx klinkt het allemaal zo vanzelfsprekend dat je helemaal niet het gevoel hebt dat hier twee muzikale culturen gemixt worden. Het klinkt alsof het gewoon de muziek van Harry Manx is, en dat is gewoon heel mooie muziek. De cd begint met een relaxte blues in "Help Me", waar alleen maar een heel licht vleugje India doorheen waait. Verderop komen tabla en dholak wat nadrukkelijker in beeld, maar nooit storend, integendeel. Opvolger "Road Ragas" is een live album en bevat voor meer dan honderd uren muziek opgenomen tijdens zijn optredens in Canada, Europa en Australie. Zijn playlist bestaat voornamelijk uit nummers uit zijn vorige cd's ("Dog My Cat", "Wise and Otherwise", "Jubilee"), maar ook enkele onuitgegeven nummers. Waardoor we feitelijk kunnen spreken van een 'best of' uit Manx’s talrijke songs, bestaande uit doorleefde en originele akoestische blues ("Spoonful", "Sitting on Top of the World") met hier en daar een Mohan Vina. "Mantras For Madmen" (2006), ondertussen zijn zesde album, ligt volledig in dezelfde lijn als "West Eats Meet". Zijn akoestische blues, met een oosters tintje, heeft hij ditmaal opgevrolijkt met bas & drums, zeer gospel-geladen backing vocals en natuurlijk zijn Indiase instrumenten (Mohan Veena en Tamboura). De cd begint met "Where Fools Die" met zeer mooi harmonicaspel van Steve Marriner à la Toots Thielemans. Het tweede nummer "San Diego-Tijuana" is een oerdegelijke song, met een weinig Indiase muziek. Verderop komt zijn Mohan Veena-spel wat nadrukkelijker in beeld, zoals in de instrumentale afsluiter "Talkin Turban". Derde track "The Point of Purchase" heeft een J.J. Cale sound, met een schitterende tweede stem van Emily Braden. De achtergrondstemmen zijn overal heel mooi, maar als Braden de "background lead vocal" voor haar rekening neemt wordt het echt kippevelmuziek, luister maar even naar het duel met Emily in "It Takes A Tear" ... zo mooi! Het album werd geproduceerd door Jordy Sharp (ook verantwoordelijk voor de albums "Wise and Otherwise", "Dog my Cat", "Road Ragas" en "West Eats Meet") en werd opgenomen in The Inner Garage studio in Salt Spring Island/ British Columbia. In de band naast Harry Manx (Mohan Veena, banjo, harmonica en lap steel) spelen ook: John Reischman (mandoline), Geoff Hicks (drums en percussie), Bill Mendoza (bas), Steve Marriner (harmonica), harmonie zang komt van een dames kwartet: Emily Braden, Linda Kidder; Joani Bye en Helen Davis. Nog even iets over de titel van het album "Mantras for Madmen". Het Hindoeïs-me en aanverwante geestelijke stromingen kennen het begrip "mantra". Mantra’s zijn religieuze spreuken die je moeten beschermen tegen boze invloeden. Vrij vertaald zou je misschien kunnen zeggen dat de liedjes van Manx je moeten beschermen tegen gekke mensen in deze wereld. Maar goed, in zes jaar tijd bracht Manx zes albums op de markt en de man zit dus duidelijk niet stil. Zijn muziek/teksten vinden overal waardering en krijgen lovende kritieken en onderscheidingen. Reden genoeg om zijn eerste albums "Dog My Cat" (Best Blues Album of the Year/Canadian Independent Music Association, 2001) en de opvolger "Wise and Otherwise" (Junu nominatie en mooie kritieken in de Chicago Sun Times en The Washington Post) opnieuw te re-releasen, maar nu op zijn eigen "Dog My Cat Records". Kortom: Harry Manx heeft een donkere, warme en een tikkeltje gruizige stem, en hij zingt zijn liedjes steeds aangenaam relaxed. Tel daar nog eens zijn prachtige gitaarspel, zijn banjospel, zijn mondharmonicapartijen, de Mohan Veena en Tamboura bij en dan kunnen we zeggen dat zijn cd's kleine meesterwerkjes zijn. Alle nummers op deze cd's kruisen blues en folk met jazz en country, een vleugje Indiase muziek en een forse dosis singer-songwriter. Zo komt vanuit deze mix van invloeden een heel gretig en persoonlijk geluid tot stand. Manx’ eigen stuwende spel zorgt voor swingende melodieën, die tegelijk rootsy en meeslepend zijn.




BUZZ CAMPBELL & HOT ROD LINCOLN
RUNAWAY GIRL
Website : www.hotrodlincoln.net
www.myspace.com/buzzcampbell
Info : buzz@hotrodlincoln.net
Label : Eigen Beheer
www.berniedexter.com/public/bd_news.php
www.cdbaby.com/cd/bchrl


Een optreden van the Stray Cats in 1991 en de film "The Blues Brothers" waren de aanleiding voor Buzz Campbell (San Diego,California) om zich destijds te verdiepen in het rockabilly wereldje. De groepsnaam vond hij bij een Commander Cody song en ondertussen schuimt Campbell al meer dan vijftien jaren de wereld af met zijn band Hot Rod Lincoln (Ty Cox - vocals & drums, Tim Butler - vocals & bass) en is hij geregeld van de partij als lead gitarist wanneer Lee Rocker (ex Stray Cats) de boer optrekt (o.a. : The Belgian Rootsnight Antwerpen). Zijn 1958 Gretsch Country Club gitaar wijkt geen moment van zijn zijde en speelt net als in het verleden (albums "Blue Cafe", 1998, "Astronaut Girl" '01, "Tokyo Bop",'03) op hun onlangs verschenen album "Runawy Girl" een vooraanstaande rol. Up-tempo rockabilly deuntjes als opener "Too Drunk To Drive", "18 Miles From Memphis (Brian Setzer) en "Invasion From Mars" worden afgewisseld met de zoete (Buddy Holly) broodjes als "Blue" en "Maybe" en krijgen het gewaardeerde gezelschap van een fraaie streep country in het titelnummer "Runaway Girl" en "Queen of Hearts". Toch lijkt het of Buzz Campbell, die het merendeel van de songs voor zijn rekening neemt, met dit album bewust wat gas terugneemt, songs als "I Only Go Out When It Rains", "You're Gonna Lose", "Walk Away", "Isabelle" en "Words By Heart" behoren tot old-school rock & roll die wij ons nog voor de geest kunen halen met filmpjes uit de oude doos van Ricky Nelson, Carl Perkins, Gene Vincent en Johnny Burnette. Zelfs Fogerty's "Blue Moon Nights" wordt wel erg poppy aangepakt en steekt erg schril af tegen de "Joints Gonna Jump" swing die wel best te pruimen is (met Archie Thompson op piano/sax). Pin up Bernie Dexter (www.berniedexter.com/public/bd_news.php) mocht model staan voor het album hoesje en insinueert met haar leuke verschijning een licht erotisch/zwoel/avondje rock & roll ... jammer dat "The Runaway Girl" lijkt weggelopen op een braaf, saai kostschoolfeestje uit de '50. Volgende keer beter!




 

J.P WHITE
OUT STANDING IN HIS FIELD
E-mail: JPWhite_music@wildblue.net
Label : Eigen beheer
www. cdbaby.com/cd/jpwhite

 

Rare kerel, die J.P, hij lijkt op Kenny Rodgers na de kerst en nieuwjaarsdiners, heeft een stem als Gordon Lightfoot, speelt gitaar als Muddy Waters op speed, op andere momenten als Thorogood op kalmeringspillen. Zijn helden zijn Clapton en Robert Johnson en zelf zou hij Keb Mo' willen zijn, maar vrouwlief herinnert hem er steeds aan dat hij White heet en dat ook is. Zijn teksten zijn doordrenkt van een soort droge humor die je regelmatig een glimlach op je gelaat tekenen, teksten die eerder thuishoren op een klassieke countryopname, maar hier op een laid-back bluesy manier gebracht worden ondersteund door slide, dobro, telecaster en flat-top, want dit alles beheerst de man met zijn tractor ten volle."Het leven is veel te ernstig om het ernstig te nemen" zegt J.P., en dat hoor je ook. "Je moet in de jaren 60 of 70 opgegroeid zijn om hiervan te houden en mijn standpunt te begrijpen", zegt hij even verder. Tegen wie zeg je het, J.P. Als je denkt dat zingen iets anders is dan schreeuwen, en als je verdragen kan dat een Iers aandoende folksong op een bluesy manier gebracht wordt, dan zul je van zijn muziek houden. Al is hij niet de grootste zanger, toch heeft deze plaat iets aparts, zoals ik al zei, zitten de teksten vol humor, ook krijg je regelmatig dat J.J Cale sfeertje dat terugkomt, maar wat later hoor je dan weer een traditionele cowboy song gebracht in Led Zeppelin stijl. White heeft 13 beroepen gehad, en dat alleen al voor hij 16 was, zegt hij zelf. Hij woont in Bayfield, Colorado, en is nu zoals je ziet op het hoesje van de cd, boer geworden, zowat zijn vijftigste beroep nu, en daar is bluesartiest nog niet eens bijgerekend, wat dat is een hobby, zou Kamiel Spiessens zeggen. Kijk naar het hoesje en je weet wat je mag verwachten: J.P White, “Out Standing In His Field.”
(RON)

 




RONNIE WOOD
ANTHOLOGY: The Essential Crossexion
Website: www.ronniewood.com
Label: EMI Records
www.emigroup.com / www.emimusic.nl

 

 

BIO:
Ronnie Wood (1 juni 1947) is een Brits gitarist, vooral bekend van The Small Faces en de Rolling Stones. Zijn eerste optredens waren eind zestiger jaren met de band "The Creation". Nadat hij daaruit vertrok werd hij gevraagd voor de "Jeff Beck Group", met daarin op dat moment onder meer de nog onbekende Rod Stewart. De Jeff Beck Group is eigenlijk altijd een belofte gebleven, na twee platen ("Truth", 1968 en "Beck-Ola", 1969) valt de band uiteen. Stewart en Wood blijven bij elkaar en treden toe tot The Small Faces, later The Faces. De Faces vallen in 1975 uit elkaar. In de zeventiger jaren doet Wood ook nog wat solo-werk: zijn debuut "I've Got My Own Album to Do" (1974), "Now Look" (1975) en met mede ex-Faces Ronnie Lane, "Mahoney's Last Stand" (1976). Maar het bekendste van Wood is zijn tijd die nu start bij de Rolling Stones. Ron Wood was al veel langer bevriend met Keith Richards, en na het vertrek van Mick Taylor in '74 zijn ze nog op zoek naar een gitarist. Zijn eerste bijdragen zijn te horen op het album "Black and Blue" in 1976, daarna wordt Wood volledig lid van de band. In 1979 komt Woods vierde soloalbum uit: "Gimme Some Neck". Daarnaast gaat hij op tournee samen met Richards met een eenmalige band "New Barbarians". Bij de Stones liep het minder van '82 - '88 (Jagger en Richards maakten ruzie). In die tijd komen nog een aantal soloalbums uit ("1234" in 1981 en "Live at the Ritz" met Bo Diddley in 1988). Daarnaast stort Wood zich op het schilderen. Tijdens de Steel Wheels tour start hij met exposeren. Zijn werk is vooral gebaseerd op foto's van de musici die hij bewondert. De omslag van het album "Crossroads" van Eric Clapton (1988) is van de hand van Wood. Nadat de ruzie tussen Richards en Jagger bijgelegd is (eind tachtiger jaren) blijven de Rolling Stones en Wood optreden en muziek opnemen. Wood blijft ook zijn soloalbums maken ("Slide on This", 1992, "Slide on Live: Plugged in and Standing", 1994, "Not for Beginners", 2002 en "Live at Electric Ladyland", 2002). Daarnaast is Wood te horen bij opnames van talloze andere musici, zoals the Band, David Bowie, Eric Clapton, Donovan, Marianne Faithfull, the Corrs, Slash, Ian Mc Lagan, Bo Diddley, Jamiroquai, Bob Dylan, Aretha Franklin, B.B. King, en Rod Stewart.

ANTHOLOGY:
Ronnie Wood is even veelzijdig (gitarist, zanger, componist, bandleider, sessie-muzikant, producer, schilder) als complex: charmant, sympathiek, genereus, geestig en vredelievend, dan weer cynisch, sarcastisch, bitter, agressief en wild om zich heen trappend. Dit alles is in zijn muziek terug te vinden. Je zou zijn oeuvre in twee kunnen verdelen: - zijn werk met Rod Stewart en de groepen The Birds, The Faces, The Jeff Beck Group en de Stones - en zijn solo platen/cd’s. Wood heeft wel degelijk verschillende solo albums op zijn naam staan, waarvan sommige niet eens onverdienstelijk zijn, zoals de albums "Slide On This" en "Not For Beginners". Op deze laatste plaat waren er twee dingen die ons meteen opvielen. Ten eerste dat Wood, voor zover hij die al had, geen stem meer over heeft en ten tweede dat het gebodene toch zeker een prachtig plaatje oplevert. Met een flinke gastenlijst die gaat van Dylan tot Scotty Moore alsmede enkele familieleden brengt Wood op dit album, muziek die losjes klinkt en die uitnodigt tot herbeluistering. Gevarieerd van opzet, lekker klinkend en muzikaal vakmanschap. Deze drie laatste eigenschappen kunnen we ook zeggen van deze "Anthology: The Essential Crossexion". In zijn latere carrière heeft Wood een aantal, op zijn zachtst gezegd, wisselende platen opgenomen die echter altijd wel een aantal fraaie nummers bevatte. Deze compilatie is er wel in geslaagd die bij elkaar te zoeken en dat zorgt ervoor dat dit toch een heel leuke verzamelaar is geworden, gezien dat diverse oudere albums niet meer verkrijgbaar zijn. Op de eerste cd staat het beste van zijn solo albums plus nog 2 gloednieuwe nummers ("Little Mixed Up" en "You Strum And I'll Sing"). En op de 2e cd staan de beste nummers die Ronnie Wood met Rod Stewart en de reeds vernoemde groepen heeft opgenomen. Het album geeft een behoorlijk beeld wat Ronnie in de afgelopen 40 jaar muzikaal heeft gedaan. De uitgave lijkt vooral bedoeld voor diegenen aan wie Woods solowerk tot nu toe voorbij is gegaan; zij krijgen hiervan, met deze Anthology, een goed beeld: veel prachtnummers, waarbij Woods gitaarpartijen niet genoeg geprezen kunnen worden. Deze zijn nu op een goedkope en volgepropte dubbelaar bijeen gezet, met als resultaat: een prachtige verzamelaar, zeer opvallend en over de hele linie een kristalhelder geluid. Een perfecte verzamelaar!

Tracklisting:
* CD 1:
* I Can Feel The Fire
* Cancel Everything
* Far East Man
* Big Bayou
* If You Don't Want My Love
* 1234
* Fountain Of Love
* Seven Days
* Always Wanted More
* Breathe On Me
* Somebody Else Might
* Josephine
* Testify
* Whatdd'ya Think
* This Little Heart
* Little Mixed Up
* You Strum And I'll Sing

* CD 2:
* You're On My Mind (With Birds)
* You Don't Love Me (With Birds)
* No Good Without You Baby (With Birds)
* How Can It Be (With Birds)
* Midway Down (With Creation)
* Girls Are Naked (With Creation)
* I Ain't Superstitious (With Jeff Beck)
* All Shook Up (With Jeff Beck)
* Plinth, Water Down The Drain (With Jeff Beck)
* Jailhouse Rock (With Jeff Beck)
* Flying (With The Faces)
* Gasoline Alley (With Rod Stewart)
* Miss Judy's Farm (With The Faces)
* Too Bad (With The Faces)
* Maggie May (With Rod Stewart)
* Stay With Me (With The Faces)
* Every Picture Tells A Story (With Rod Stewart)
* Ooh La La (With The Faces)
* Everything Is Turning To Gold (With Rolling Stones)
* Black Limousine (With Rolling Stones)




JAYSON BALES & THE REVIVAL
CRUEL & UNUSUAL
website : www.jaysonbales.com
www.myspace.com/jaysonbalesandtherevival
label : Pampelmoose Records
info : www.pampelmoose.com
www.cdbaby.com/cd/bales4

"If you would have told me, what I was doing wrong, I might have been able to do it right. But I've just been guessing, and it's messing with my head, it's not the what but what you never said" ( "I Wonder Where You Are Tonight, Jayson Bales)

 

Het geluk zit in een klein hoekje of geluk moet je afdwingen ... wat er ook van zij, via Addy Nijenboer, die ooit het genoegen had om met niemand minder dan Jimmy Lafave oudejaar te vieren (een relaas van dat feestelijk gebeuren kan je terugvinden op zijn website www.addynijenboer.nl ), zijn wij op het spoor gekomen van singer/songwriter Jayson Bales die destijds mocht opdraven als support-act en dat deed tot ieders tevredenheid. Met het album "Cruel & Unusual" kunnen wij ons eindelijk een beeld vormen van de man uit Dallas, want eerdere pogingen om de albums "Clermont St" ('02), "Pretty Good Year" ('03) en "Broken Furniture" ('04) in ons bezit te krijgen liepen op een sisser uit. Misschien dat de overstap naar Pampelmoose Records en het feit dat Becca Finley zich opwerpt als een uitstekende pr. vrouw het voortaan iets eenvoudiger maakt. Bedankt Becca! (beccafinley@mail.com) Voor het album "Cruel & Unusual" trok Jayson bewust een aantal soulmates aan die zijn folky-sound van het verleden met een wat ruiger, rocklintje moesten omgorden. Trae Doss (vocals, bass), Greg Fontanillas (drums) en Bruce Johnson (guitar) deden wat van hen verlangd werd, maken voortaan deel uit van van the Revival en worden door Bayles als de gelijke beschouwd van the E Street Band en the Heartbrakers. Bovendien werd Salim Nourallah (Reth Miller, Sorta, Old 97's) aangetrokken als producer en ging Bayles zelf erg diep in zijn persoonlijk wereldje grazen naar storytelling songs. ..."This album delivers a message and is a commentary on our society. Some songs are third party observations ans some a very personal." Het resultaat is verbluffend ... is opener "3.35" nog een twijfelaartje, met "X Street" trekt Bales alle registers open en is de rode loper uitgerold voor songs die "the Boss" groen doen uitslaan van jaloezie ... " Lazarus Banquet Table", "Las Vegas", "I Walk Alone" en de pareltjes "Half Right", (Woody Guthrie's on the radio, he sang for the poets, prophets, dreamers, teachers, fighters and men of war"), "Truth", (now i got myself a family, and some kids (3 !) of my own), "Why don't You Cry Anymore" ( I see you laughing, but i cannot feel your heart) ... spreken voor zichzelf. Meteen wordt (nogmaals) bewezen dat "an album with a message can also be a fun album" en waarom Bruce Springsteen, Robert Earl Keen are masters of songwriting! Jayson Bayles & the Revival komen met het album "Cruel en Unusual" erg dicht in de buurt!