NITS @ HET DEPOT, LEUVEN - 14/12/18

Zanger/gitarist Henk Hofstede had het vooraf opgezocht. Het was al sinds 1994 geleden dat de NITS in Leuven nog op een podium stonden en dat was op Marktrock. Ondanks dat het driemanschap, met Henk Hofstede, Robert Jan Stips en Rob Kloet, zowat tegen het einde van hun tournee aankeken, legden zij een drive aan de dag alsof deze tour pas in het Depot begon. Destijds, ergens halverwege de jaren zeventig, opgestart als een fris Amsterdams ‘jongens onder elkaar’ popgroepje dat met demotapes experimenteerde, is de band NITS vier decennia later uitgegroeid tot een wereldband die de halve wereldbol bereisde en nog steeds volle zalen trekt. Het publiek reageerde op elk van hun hits met enthousiast applaus, maar ook op hun songs uit hun laatste album ‘Angst’ waarin tekstschrijver Henk oorlogsherinneringen van zijn grootouders en ouders verweeft. Het gaf aan het concert een wat nostalgische sfeer, mede omwille van Henks bespiegelingen die hij aan zowat elke song liet vooraf gaan. Ook de ‘visuals’ op de achtergrond versterkten die terugblik op Henks vroege jeugd en zijn impressies uit die tijd die hij vandaag nog met zich meedraagt.


Multi-instrumentalist Henk Hofstede, meertalige wereldburger, zou ooit eens gezegd hebben dat hij nog steeds last heeft van plankenkoorts als een soort ‘voor de eerste keer in het water springen’ iedere keer opnieuw wanneer hij het podium op moet. Daarvan was in het Depot in elk geval niets te merken. Hij stelde zichzelf voor met een kort en krachtig ‘wij zijn de Nits’ en communiceerde zo vertrouwelijk met het publiek alsof er nog oude vriendschapsbanden broeiden. Ook de chemie tussen de drie muzikanten viel op, bevlogen muzikanten die erin slagen om zowel hun oude hits als het nieuwe materiaal een moderne toets te geven. Zanger/gitarist Henk Hofstede, toetsenist Robert Jan Stips en percussionist Rob Kloet varieerden met instrumenten, samenzang en opeenvolgende tempo- en sfeerwisselingen. Het concert ging als in een roes voorbij, ondanks het feit dat het trio zich twee uur lang in volle overgave smeet.

Songschrijver Henk zette gevoelvol in met het intrigerende ‘Oom Pah Pah’, begeleid door de suggestieve doffe drum van Rob, om te vervolgen met het donkere ‘Les Nuits’ waarbij er als een soort milde regen ook wat tristesse neerdruppelde, wat zwaarte gaf aan de tekstlyriek ‘a time to weep, a time to laugh, a time to speak and a time to keep silence’. Geen mooiere samenvatting trouwens van hun concert op vrijdagavond! Toetsenist Robert-Jan Stips ontpopte zich als een duivelskunstenaar, gebogen over het klavier met toetsen, knoppen en geluidjes. Iedere keer weer wist hij virtuoos in te spelen op de teksten en de mood van de song, zoals bij het gedreven ‘Flowershop Forget-Me-Not’ of bij het up-tempo ‘J.O.S. Days’. Daarbij haalde Henk graag herinneringen op aan zijn jeugdjaren, waarin hij later ook deze van zijn moeder en grootvader betrok, vooral dan bij de songs uit het album ‘Angst’. Daarin evoceert hij de ontwrichtende sfeer in de W.O. II jaren, zoals in het bitterzoete ‘Cow With Spleen’, het grimmige ‘Radio Orange’ en het schrijnende ‘Lits-Jumeaux’.

Ook vroegere hits als ‘Soap Bubble Box’ gaven aanleiding tot een quasi improviserende karaktertekening. Henk bleek een boeiende verteller, o.m. wanneer hij reflecteerde over zijn grootvader, de betonstiel, zijn geflopte voetbalcarrière, het einde van de oorlog, of gewoon over de kwellingen van slapeloosheid, zoals in het opjagende ‘No Man’s Land’ waarin de onrust haast voelbaar was. In het beeldende ‘Along A German River’ zong hij inlevend over Elvis Presley als GI in Duitsland alsof hij zelf deelnam aan diens pijn. Zeker is dat op hun laatste album al een toekomstige topper staat, het onzeglijk mooie ‘Two Sister’s’ in een erg mooi arrangement, waarbij je de blauwe kano’s als in een behoedzame droom als het ware ziet voortglijden met op de achtergrond een brandende hemel.

Het was een van de vele hoogtepunten evenals het gepassioneerd vertolkte ‘Nescio’ met op de achtergrond oplichtende blauwgroene vlammen. Deze hit, in feite een ode aan de Nederlandse schrijver, dateert van 1983 maar blijft tijdloos in al zijn wrangheid, zwoelte en desolaatheid evenals het op applaus onthaalde ‘Cars & Cars’ of het intrigerende ‘A Touch Of Henry Moore’ in een nieuw arrangement, met handgeklap en wederom een schitterende drumsolo. Ook de telkenmale fascinerende pianobegeleiding verkilde en verwarmde tegelijk. Bij ‘Port Of Amsterdam’ werd de grote trom erbij gehaald, wat aan de song een cabareteske kleur gaf, als voorbode van de nog te verwachten toegiften. Het publiek keek uiteraard al heel de avond uit naar hun grootste succesnummers zoals ‘Adieu, Sweet Bahnhof’ en het magistrale ‘The Dutch Mountains’ die de Nits voor het einde hadden bewaard. Daartussenin ook nog het bluesy ‘Zündapp Nach Oberheim’ met het symbolische ‘weiter geht es nicht’. De veelzijdige Nits wisten niet alleen het verleden terug te halen en in beeld te brengen, maar ook aan het heden spirit, kleur en pracht te geven.

Marcie

Foto's © Yvo Zels

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


 

Artiest info
website  
facebook