TUTU PUOANE & EWOUT PIERREUX @ ARSCENE, HANSBEKE - 10/11/18

 

 

‘…topduo, bestaande aan een all round zangeres met een gouden stem en een onberispelijke technische beheersing, en een pianist van eerste orde…’

Verleden jaar had de lokale werking van 11.11.11 Bai Kamara Jr. uitgenodigd voor een overigens zeer gewaardeerd concert. Voor dit jaar dacht men aan Tutu Puoane, één der beste jazz zangeressen van onze lage landen. Tutu verliet haar vertrouwde en geliefde Zuid-Afrika om zich hier bij ons, in Nederland en België, te wijden aan studie en zang met talenten die een verrijking betekenen voor haarzelf en vooral voor haar 'tweede' leefwereld. Ze demonstreerde die talenten in een volgepakt Arscene, en dat onder begeleiding van haar partner, jazzpianist Ewout Pierreux.

Eerst was er in de foyer een mini-concert, dat nog duidelijker het migratievraagstuk belichtte. Zangeres Nerous Nassif (niet gans zeker van de voornaam…) gaf muzikaal onderwijs in Aleppo, maar werd verjaagd door de schrijnende oorlogsomstandigheden De sombere berichten daarover bombardeerden tot voor een jaar dagelijks onze media. Nassif bracht een (denkelijk Koerdisch) lied over smachtende liefde en daarmee samenhangend het gemis van dierbaren, die ze moest achterlaten. Zij werd begeleid door 11.11.11-comitéleden (akoestische gitaar, klarinet en een vierkoppig dameskoor) Het spreekt vanzelf dat dit al te korte optreden ons met de neus op de realiteit drukte.

Nonthuthuzelo Puoane, in het kort Tutu Puoane, werd in 1979 geboren in Atteridgeville, een township nabij Pretoria. Apartheid zou pas in 1990 afgeschaft worden, wat inhoudt dat ze zelf niet zo veel herinneringen aan het vernederende systeem van rassenscheiding. Ze was er te jong voor en het leven was voor haar dus één lange plezierreis, zoals dat hoort op die leeftijd. Maar omdat haar ouders scheidden toen ze twee was, herinnert ze zich vooral haar grootmoeder (of is het toch overgrootmoeder?) die haar eigen manier had om de apartheid te omzeilen, aan de kost kwam met naaiwerk dat ze verkocht. Dat was echter verboden en de taaie dame kwam dan ook af en toe in aanvaring met de overheid, maar toch slaagde ze erin om tijdens haar hele leven maar één halve dag in dienst van een blanke familie te werken. Tutu vertelt je de hele hilarische geschiedenis met de nodige humor en relativering, én met uitgesproken bewondering voor haar inventieve vrijheidsliefde. En op die manier beantwoordde Tutu het verzoek van de organisatie om toch iets te vertellen over het leven onder een systeem dat ons hier zo onwezenlijk overkomt, maar keiharde werkelijkheid was in Zuid-Afrika. Gelukkig zijn de tijden veranderd!


Tutu deed studies aan de University Of Cape Town, maar kwam naar Den Haag in 2002 om zich te vervolmaken. In 2004 verhuisde ze naar Antwerpen. We vermoeden dat ze ook een tijd in Genk woonde, omdat ze dat in een lied zijdelings aanraakte. In onze streken vindt ze echter niet het kleurrijke, spontane, levenslustige en warmhartige van het leven in haar thuisland, want ze houdt zielsveel van haar vaderland en spreekt en zingt er gloedvol over. Maar het leven voert je soms weg van waar je thuis bent: hier wijdde ze zich aan studie, aan het zingen en vond ze de liefde. Al kort na haar aankomst in 2002 ontdekte ze, tijdens een repetitie in Leuven, in pianist Ewout Pierreux de ideale tegenhanger. Het was geen geval van liefde op het eerste gezicht, maar de twee gingen een muzikaal verbond aan dat finaal resulteerde in meer. Tutu en Ewout werden stilaan ook een koppel. Ze hebben samen een dochter en een zoon. Sinds een hele poos treden ze, door beider drukke bezigheden, nauwelijks nog op als duo, maar het concert in Arscene was een gelukkige uitzondering.

Het zou oneerbiedig zijn Pierreux enkel te bestempelen als haar ‘begeleider’ want de man is een uitmuntend pianist met klassieke scholing en een ruime ervaring in de jazz. Tijdens de nummers gaat hij geregeld zijn gangen en neemt daarbij vaak een hoge vlucht. Door de projecten waaraan Tutu haar stem leende sinds een jaar of vijftien is wat ze doet intussen een perfecte synthese geworden van het beste van (Zuid-)Afrika, Europa en via de jazz ook Amerika. Dat weerspiegelt zich ook in het repertoire dat je als een eclectische kruisbestuiving mag bestempelen. We kennen Puoane intussen van hommageprojecten als ‘Writing Billie‘ (aan Billie Holdiay) en ‘Goddamn! A Tribute To Nina Simone’, waar haar stem zich uitstekend toe leent. Ze deed vele concertreizen in diverse Europese landen, vaak als deelneemster in een groter geheel. Ze werkte samen met een hele rist geweldige musici, van Toots Thielemans over Dré Pallemaerts tot Bart Peeters.

Ze heeft uitstekende eigen platen: ‘Song’ (2007), ‘Quiet Now’ (2009), ‘Breathe’ (2012), ‘Ilanga’ (2014) In 2010 verscheen ‘Mama Africa’, cd op naam van Tutu Puoane & Brussels Jazz Orchestra. Verleden jaar was er ‘The Joni Mitchell Project. Tutu Puoane Sings Joni Mitchell Live’, opgenomen tijdens twee concerten in een jazzclub, met een kwartet muzikanten o.l.v. Pierreux. Recent is er ook ‘We Have A Dream’, zoals de titel aangeeft, een programma ter herdenking van de 50e verjaardag van de tragische dood van Martin Luther King. Tutu en het Brussels Jazz Orchestra staan in voor dit muzikaal project rond mensenrechten, met bestaande uit bewerkingen van songs uit rock, soul en jazz. ‘We Have A Dream’ is zowel een aanklacht als een oproep tot rechtvaardigheid, zowel een eerbetoon aan verdedigers van de vrijheid als een boodschap naar de wereld toe. Op 14 en 15 december is er een uitvoering van het project in symfonische vorm, samen met het Orchestre Philharmonique Royal de Liège o.l.v. Charles Hazlewood, in de Salle Philharmonique de Liège.

Het duurt maar heel even vooraleer het knusse Arscene verandert in een jazzclub, zo round midnight, al is het daar op dat moment nog vier uur van af: na de puntige intro van Ewout, trekt Tutu vocaal alle registers open, doorspekt met enkele rondjes scatting om ‘u’ tegen te zeggen. Het is duidelijk haar specialiteit. Pierreux komt een paar keer tussen, waarbij het opvalt hoe goed het paar op mekaar is ingespeeld. Ze voelen mekaar blindelings aan. Tutu is na die lekker lang uitgesponnen lied vol lof over de … shakers die ze van de (intussen grote) kinderen van programmasamensteller en soundman Wouter Labarque geleend heeft. Het duo neemt wat gas terug. De hondsfraaie piano ballad ‘Us’ (van Tutu en Ewout zelf) krijgt een vervolg met het melancholische ‘Cape Town’, een mijmering die op de koop toe een liefdesverklaring is aan ‘the fairest city of them all’. Tutu bootst plots een koperblazer na, een hilarische interventie. De song krijgt een leuk uptempo coda mee.

Zowel in het Engels als het Nederlands geeft ze bij diverse songs commentaar, een keer zelfs in de song. Geheel in lijn met het thema van de avond brengt het duo als slot van het eerste deel ‘Respect Life’. Dat zingt ze volledig in haar eigen taal (We weten niet dewelke… Zuid-Afrika heeft heel wat officieel erkende talen!) Daarom geeft ze duiding bij dit lied met zijn prangende boodschap: waar sta je als mens als je alles wegdenkt wat je als je ‘bezit’ beschouwt? Hoe zien mensen je dan? Vanzelfsprekend kan je dat in de context zien van de vluchteling, die alles kwijt is en ‘naakt’ overgeleverd is aan de al dan niet goede wil van de mensen waar hij of zij belandt. Toch verdient ook die mens onverminderd alle respect. Het is geen vrijblijvend statement, want al heeft ze het zelf niet ondervonden, ze kan zich goed inleven in de situatie (empathie!) en je merkt dat het haar zelf diep raakt. Stukken van dit lied zingt ze in een tweede micro die haar stem vermenigvuldigt, alsof ze plots een koor geworden is. Het verstilde einde is prachtig… en net als je denkt dat het gedaan is, fluistert ze in de fade out ‘we take a break’, één van de vele grappige details die ze in haar optreden verwerkt… Na dat eerste deel weet je het zeker: met zo’n stem en zulk technisch meesterschap is deze dame geboren om te zingen…

In 1997 (via Janet Jackson en Q-Tip, dan nog! Ze vindt het nu zelf verwonderlijk dat het langs die weg ging…) en 1998 (via haar muziekleerkracht) maakte Tutu kennis met de muziek van Joni Mitchell: ze geraakte geboeid, ja, betoverd door Joni, een zangeres en componiste ‘who never lies’, een fascinatie die haar nooit meer zou loslaten. Na de pauze brengt ze dan ook Joni’s ‘All I Want’. Het wordt een heuse one woman symphony. Het scatten wisselt ze af met zingen zonder micro en gaandeweg wordt het ‘Wanna make you feel better, wanna make you feel free’ een grandioze ode aan de vrijheid, haast een mantra: ze herhaalt met de juiste emfase het ‘Wanna be free’ en aarzelt niet te citeren van wie en wat ze vrij wil zijn, eindigend met ‘Wanna be free of bullshit’, wat ze meteen preciseert als ‘nobody is illegal, nobody is illegal’… Dat sluit vanzelfsprekend naadloos aan bij het ‘Respect Life’ waarmee ze het eerste deel afsloot.

Ook het volgende lied is een hommage, meer bepaald aan trompettist Bert Joris, die ze mateloos bewondert. Ze zag deze veelzijdige rasmuzikant, bigband leider en componist ongetwijfeld aan het werk met het Brussels Jazz Orchestra. We volgen haar volledig in die bewondering, want Joris is, dat weten niet alleen jazzliefhebbers, niets minder dan een fenomeen. Een mooi vraag en antwoord spel met Ewout volgt op de piano solo. Volgt de hierboven deels beschreven familiale anekdote als intro op een erg geslaagde anti-apartheidssong. Ze wil ons laten zingen met de typische tongslagen, maar het resultaat laat op zich wachten… We blijven oefenen, Tutu! Ze sluit het concert af met een uitgewerkte versie van ‘Brother (of: Buddy), Can You Spare A Dime’, één van de bekendste songs uit de Great Depression, geschreven in 1930 door ‘Yip’ Harburg en componist Jay Gorney.

De song werd toen gesaboteerd door de Republikeinen die er anti-kapitalistische propaganda in zagen! Per toeval werd Franklin Delano Roosevelt op dat moment verkozen als president en dat zorgde ervoor dat de plannen om de song te boycotten weer werden opgeborgen… Bing Crosby, Rudy Vallee en veel later George Michael hebben er bekende versies van gemaakt. Opnieuw haalt Tutu haar volledige vocale kunnen boven en in het begin gebruikt ze eventjes zelfs looping. Gans aan het einde wordt het nummer zowaar een township feest met handgeklap en opnieuw het éénvrouwskoor. Het is een knappe apotheose, maar men blijft om een bisnummer vragen. Daarin gaat ze bijzonder hoog, letterlijk een climax in het concert. Maar het kan evenzeer symbool staan voor de uitzonderlijke kwaliteiten van een topduo, bestaande aan een all round zangeres met een gouden stem en een onberispelijke technische beheersing, en een pianist van eerste orde…

Antoine Légat

Fotocredit en copyright Michael Götze via Arscene